Markante feiten in Limburg tijdens de Tweede Wereldoorlog


Woord vooraf

Over de Tweede Wereldoorlog is er al heel veel literatuur verschenen. Naar aanleiding van het 50-jarig herdenken van de bevrijding stond de periode 1940—1945 weer volop in de belangstelling. We deden een ernstige poging om het oorlogsgebeuren in Limburg neer te schrijven in wat we noemen markante feiten en dit zowel van de verzets- als van de collaboratiebewegingen. Lange tijd twijfelden wij eraan of we wel onze scripties zouden publiceren. Oude wonden opentrekken mag niet onze bedoeling zijn. Anderzijds zou het spijtig zijn indien de oorlogsgebeurtenissen in Limburg voor de geschiedenis zouden verloren gaan. Dit geldt zeker voor onze provincie waar een wreedaardige burgeroorlog zoveel onheil aanrichtte. In geen enkel andere Vlaamse provincie was de broedermoord zo brutaal. Wil men deze gruwel voor de toekomst vermijden, dan moeten uit de oorlogsfeiten de nodige lessen getrokken worden. Uiteraard kan dit maar alleen als de feiten gekend zijn. Het ligt helemaal niet in onze bedoeling een oordeel uit te spreken over de feiten zelf. We klagen niet aan maar we doen ook niet aan verheerlijking.

Toen voor korte tijd schokkende onthullingen over het oorlogsverleden van de voormalige Franse president Francois Mitterrand gepubliceerd werden, reageerde hij openhartig: het is onbillijk mensen te beoordelen op fouten die kunnen verklaard worden door de atmosfeer van destijds.

Wij zijn nu 50 jaar verder. Van de gruwel van de oorlog zijn we gespaard gebleven. Toch blijft waakzaamheid geboden.

Het is onze vurige wens dat zowel de jongeren als de ouderen uit het verleden de nodige lessen trekken om dan samen met de mantel van de verdraagzaamheid alles in het werk te stellen om de duurzame vrede veilig te stellen.

Mathieu Rutten,

Eresenator Tongeren

Het Verdrag van Versailles

11 november 1918. Duitsland legde de wapens neer. Op 28 juni 1919 werd het verdrag van Versailles ondertekend dat zeer vernederend was voor Duitsland. Het moest heel wat van zijn grondgebied afstaan:

  • Elzas-Lotharingen aan Frankrijk.
  • Eupen - Malmédy-Sankt-Vith aan België.
  • belangrijke oostelijke gebieden aan Polen en Tsjechoslowakije.
  • verlies van alle kolonies. Burundi en Ruanda naar België.

De militaire dienstplicht werd niet meer toegelaten. Een volledige ontmanteling van het leger werd opgelegd. Geen vliegtuigen noch tanks. Veel erger was de herstelbetaling van 20 miljard goudmark. Duitsland geraakte financieel en economisch volledig aan de grond. In 1919 was de N.D.A.P. opgericht (National Sozialistische Deutsche Arbeiterpartei). Toen in 1923 door Duitsland werd gestopt met de terugbetaling, bezetten de Franse en Belgische troepen het Ruhrgebied.

Hitler waagde in 1923 in München samen met generaal Ludendorff een putsch die mislukte. Hij werd opgesloten in een versterkt kasteel van Landsberg waar hij “Mein Kampf” schreef. Na 9 maanden werd hij in vrijheid gesteld. Op 30 januari 1933 werd Hitler kanselier van Duitsland. In oktober 1933 verliet Duitsland de Volkenbond. Op 30 juni 1934 had de “Nacht van de Lange Messen” plaats waarbij de tegenstanders van Hitler waaronder Röhm van de “Sturmabteilung” werden opgeruimd. Hitler koos voor de “Wehrmacht” (de aristocratische officieren) en in mindere mate voor de Waffen-SS maar tegen de S. A. de “Bruinhemden”. Op 2 augustus 1934 volgde Hitler de overleden president von Hindenburg op als staatshoofd met de titel van Führer. Hij had vooral twee belangrijke doelstellingen: Duitsland te redden uit de economische crisis en een sterk en modern leger op de been te brengen om de gevolgen van het vernederend verdrag van Versailles uit te wissen. Dit verdrag werd door Duitsland opgezegd op 13 maart 1935. Op 1 september 1939 viel Duitsland Polen binnen. Frankrijk en Engeland verklaarden op 3 september 1939 de oorlog aan Duitsland. België dat samen met Nederland neutraal bleef, ging over tot een algemene mobilisatie. Reeds eerder had België de nodige initiatieven genomen om vooral de oostelijke grens te versterken. Zo werd in de periode 1933-1939 het fort van Eben-Emael gebouwd. Ongeveer in dezelfde periode was er het aanleggen van het Albertkanaal dat bovendien ook nog een economische functie had: de verbinding tussen de haven van Antwerpen en de Luikse nijverheid1.

Aan iedere brug over de Maas en het Albertkanaal bevond zich een bunker om zo nodig de bruggen op te blazen. Het toezicht op deze bunkers was toevertrouwd aan een elitekorps, de Grenswielrijders, dat opgericht was in 1934 met voor Limburg drie eenheden: Lanaken, Maaseik en Kaulille2.

Op 10 januari 1940 maakten twee Duitse officieren Major Hellmuth Reinberger en Majoor Erich Hönnmanns met hun vliegtuig te Vucht (Maasmechelen) een noodlanding3. Zij moesten vertrouwelijke documenten, die betrekking hadden op de inval in het Westen, van Münster- Loddenheide naar Keulen overbrengen. Toen Hitler vernam dat de documenten in het bezit waren gekomen van de Belgische legerleiding, werd de nakende invasie uitgesteld. Op 1 mei 1940 vertrokken de Grenswielrijders van Maaseik en Kaulille op oefening te Beverlo. Zij werden vervangen door Lansiers, de 2de Gidsen en de Jagers te Paard4.

De aanval Fall Gelb

Op 10 mei 1940 viel Duitsland Nederland, België, het Groot-Hertogdom Luxemburg en Frankrijk massaal aan. Een der eerste aanvallen in België betrof de brug over de Maas te Maaseik. De Duitsers, verkleed in uniformen van het Nederlands leger, slaagden erin de helft van de Maasbrug (Nederlandse zijde) intact in handen te krijgen5. De Belgische luitenant Fernand Devinck liet de brug aan de Belgische zijde in de lucht vliegen. 16 Duitsers sneuvelden. Ze werden begraven op het kerkhof van Aldeneik. De rekening van 8.692 fr moest door de stad Maaseik betaald worden. Van Belgische zijde sneuvelden 4 soldaten6.

In het fort te Molenbeersel gebeurde een menselijke fout. Drie militairen werden gedood. Bij de Maasovergang (het veer) te Stokkem werden 6 Nederlandse militairen gedood, wellicht door Belgische soldaten die dachten dat het Duitsers waren7. Heel vroeg werden door de Duitsers op strategische punten zware en doelgerichte bombardementen uitgevoerd. Zo werd het hoofdkwartier van de Grenswachters te Lanaken gebombardeerd. Commandant Giddelo, die het bevel had over de bruggen van het Albertkanaal te Veldwezelt en te Vroenhoven, werd gedood8.

Ondertussen waren Duitse zweefvliegtuigen geland in de onmiddellijke omgeving van voornoemde bruggen. Door het wegvallen van commandant Giddelo was er in de bunkers verwarring. In de bunker van Veldwezelt sneuvelden 12 van de 13 militairen. Ook de brug van Vroenhoven kwam intact in handen van de Duitsers. De brug van Kanne kon door majoor Jottrand vanuit het fort van Eben-Emael tot ontploffing gebracht worden. Het oninneembaar geacht fort van Eben—Emael bood weinig weerstand9. 11 zweefvliegtuigen landden boven op het fort.

In een mum van tijd werden moordende tuigen (holle lading) door de koepels naar binnen geworpen. Duitse valschermspringers werden voor de ingang van het fort gedropt. De Belgische militairen in het fort waren volledig geïsoleerd en hielden slechts anderhalve dag stand. Zaterdag 11 mei in de voormiddag reden Duitse tanks België binnen en rukten verder westwaarts op10. De Belgische, de Franse en de Engelse luchtmacht probeerden de bruggen te Veldwezelt en te Vroenhoven te bombarderen. Er werden zware verliezen geleden. Van de 9 Belgische Fairey Battles werden er 6 neergehaald; 5 bemannningsleden vonden de dood. Ook van de 6 escorterende Gloster Gladiators jagers werden er 4 neergehaald. Van de 13 Franse vliegtuigen ging meer dan de helft verloren11. Tenslotte deed de Britse luchtmacht een poging. Niet minder dan 24 toestellen namen deel aan de raid; 10 ervan werden door de Duitsers neergeschoten. Erger was het gesteld met het resultaat. De bruggen van Veldwezelt en Vroenhoven bleven intact.

Ondanks de versterking van het Franse en van het Britse landleger, trokken de Duitsers steeds maar dieper België binnen. Een stroom van vluchtende burgers doolde rond op de Oost- en Westvlaamse wegen.

De Ardense jagers weerden zich op 25 mei 1940 dapper in de slag te Vinkt. Belgische krijgsgevangenen van de 4de divisie van het 11de Linieregiment werden door de Duitsers als een levend schild gebruikt12. Door deze Ardense Jagers werden negen Belgische krijgsgevangenen gedood waaronder de Limburgers Jean Schoofs, Jean Mathijs en Sylvain Velaers uit St.-Truiden, Johan Steegmans uit Diepenbeek, Willem Vandenboer uit Lommel, Raoul Vereecke uit Kuringen en Pierre Verheyen uit Elen. Eveneens op 25 mei 1940 had koning Leopold III in het kasteel Wijnendale te Torhout een laatste onderhoud met de Belgische regering. Hij weigerde de regering te volgen naar Frankrijk. Op 27 mei 1940 nam de koning het initiatief voor onderhandelingen. Hiervoor werd generaal Deroussaux aangeduid. De Engelsen en de Fransen werden omtrent deze onderhandelingen tijdig op de hoogte gebracht13. Intussen konden 200.000 Britse en 150.000 Franse militairen in Duinkerken inschepen voor Engeland. Op 28 mei 1940 om 4 uur ‘s morgens was de capitulatie een feit. De reactie van de Franse eerste minister Reynaud en de Belgische eerste minister Pierlot waren vernietigend voor de koning en het Belgische volk. Het Franse leger probeerde de strijd voort te zetten maar het capituleerde op 22 juni 1940. Het Belgisch reserveleger dat 150.000 manschappen (Crab)14 omvatte en zich in Frankrijk bevond, werd ontbonden en keerde huiswaarts na heel wat plagerijen meegemaakt te hebben vanwege de Franse bevolking.

De krijgsgevangenen

Het aantal Belgische krijgsgevangenen liep in de honderdduizenden. De soldaten en onderofficieren kwamen terecht in de Stalags (soldatenlager) en de officieren in de Offlags (Officierenlager). Op 30 mei 1940 liep het schip Rhenus met heel wat Belgische krijgsgevangenen aan boord op een mijn te Willemstad (Nederland). Er waren 166 doden waaronder 19 Limburgers 15:

  • Alphonse Leroi uit Rutten, priester-leraar aan het college te Visé.
  • Jean Mathieu Slenders uit Hamont, priester van het H. Hart.
  • Hubert Vanderstegen, St.—Truiden, Saleziaan van Don Bosco.
  • Jean Beine uit Gingelom, mijnwerker.
  • Pierre Claes uit Hasselt, korporaal van het 11de Linieregiment.
  • Emiel Herbots uit St.—Truiden, sergeant van het 11de Linieregiment.
  • Antoine Hontiens uit Zepperen, korporaal van het 11de Linieregiment.
  • August Martens uit Hasselt, korporaal van het 11de Linieregiment.
  • Charel Martens uit Hasselt, soldaat van het 15de Linieregiment.
  • Jean Moers uit Broekom, soldaat van het 4de Intendantiekorps.
  • Emiel Noben uit Hoelbeek, sodaat bij het 29ste Linieregiment.
  • Emiel Renaerts uit Zepperen, korporaal van het 11de Linieregiment.
  • Maxime Servais uit Halen, korporaal van het 11de Linieregiment.
  • Albert Tureluren uit Lummen, soldaat bij het 15de Linieregiment.
  • Michel Tyskens uit Lommel, sergeant bij het 11de Linieregiment.
  • Gilbert Vandeweerdt uit Boorsem, sergeant bij het 11de Linieregiment.
  • Leopold Vangeel uit St.—Truiden, soldaat bij het 29ste Linieregiment.
  • Jean Van Herck uit Borgloon, soldaat bij het 11de Linieregiment.
  • Francois Vanormelingen uit Alken, soldaat bij het 11de Linieregiment.

Vele voormalige Limburgse krijgs gevangenen herinneren zich nog de Stalags waarin ze verbleven 16:

  • IA Stablack bij Königsberg
  • II B Hammerstein
  • II C Greifswald bij Rostock
  • III B Fürstenberg aan de Oder
  • IV A Holstein in het Sudetenland
  • V C Offenburg in Baden
  • VIII A Görlitz in Silezië ‘
  • X B Sandbostel bij Bremen
  • XI A Altengrabow bij Magdeburg
  • XI B Fallingbostel—Lüneburg
  • XII D Trier
  • XIII A Sulzbach (Nürnberg)
  • XVII A Kaisersteinbruch
  • XVII B Krems (Oostenrijk)
  • XX B Marienburg

De meeste krijgsgevangenen werden tewerkgesteld op boerderijen in de omgeving van hun Stalag. Alzo werd veel minder honger geleden. Een aantal krijgsgevangenen waren kind des huizes en onderhouden tot op heden vriendschappelijke relaties met families in Duitsland en in Oostenrijk.

Opvallend was de terugkeer uit krijgsgevangenschap van een aantal Vlaamse officieren 17. Enige uitleg is hiervoor nodig. Op 19 september 1940 werd voor de Vlaamse officieren in gevangenschap de Luitenant Dewinde-kring opgericht. Luitenant De Winde was een vooruitstrevend Vlaams officier, die tijdens de Eerste Wereldoorlog sneuvelde. Bij de oprichting van de kring werd het accent gelegd op de culturele ontplooiing van de Vlaamse officieren. Geleidelijk aan evolueerde de kring naar Nieuwe Orde-ideeën zoals blijkt uit een bijkomend punt dat op 22 februari 1941 aan de oorspronkelijke doelstelling werd toegevoegd: Positief voorstander zijn van het vestigen in Vlaanderen van de Nieuwe Orde op Nationaal Socialistische grondslag. Deze overtuiging niet alleen toegedaan zijn maar ook belijden en na de vrijlating in daden omzetten. Op 5 augustus 1941 mochten 150 Vlaamse officieren, waaronder 123 leden van de Luitenant Dewinde-kring naar huis terugkeren. Het merendeel nam dienst in Nieuwe Orde-gezinde organisaties, hoewel er toch ook 28 toetraden tot het verzet. Onder de Limburgse officieren die terugkwamen, bevonden zich onder meer: Eugene Hubert Jozef Arckens, onderluitenant van de infanterie, geboren op 23 maart 1916 uit Tongeren; Joseph Massar, luitenant van de infanterie, geboren op 9 juni 1911 uit Tongeren; Camille Lambié, onderluitenant van de infanterie, geboren te Vechmaal, op 6 april 1912 uit Tongeren; Hubert Boyen, luitenant van de infanterie, geboren op 4 februari 1909 uit St.-Truiden; Joseph Caers, onderluitenant in de administratie, geboren te Geel op 23 april 1908 uit Leopoldsburg; Jozef Janssen, onderluitenant in de administratie, geboren te Uikhoven op 23 maart 1912; Lodewijk Moens, luitenant van de infanterie, geboren te Tongeren op 10 april 1910 uit Hasselt; L. E.Vandebril, luitenant van de infanterie uit Tessenderlo; Joseph Roosen, onderluitenant van de infanterie, geboren te Hasselt op 8 mei 1914 uit St.-Truiden; Louis Van Ormelingen, luitenant van de infanterie, geboren te Bree op 27 mei 1908 uit Leopoldsburg; Albert Materne, onderluitenant van de infanterie, geboren te Peer op 2 mei 1915; R. Nivelle, luitenant C.T. uit Hasselt; Frans Michaux, luitenant van de infanterie uit St.-Truiden; Martin Geelen, onderluitenant van de infanterie uit Genk; Richard Manteleers, luitenant van de infanterie uit Leut; Louis Reekmans, luitenant van de infanterie uit Rummen. Gedurende de oorlog was hij districtcommandant van de rijkswacht te Genk18.

In april 1941 waren praktisch alle Vlaamse miliciens terug. De beroepsmilitairen, ook de Vlamingen en alle Waalse krij gs gevangenen bleven achter de prikkeldraad tot op het einde van de oorlog. Dat de Walen niet konden terugkeren, werd de koning na de oorlog niet in dank afgenomen.

Te vermelden waard is het feit dat onderluitenant Marcel Dourée uit Tongeren in 1941 en luitenant Albert Thysen, eveneens uit Tongeren, in 1942, tijdens hun gevangenschap in de Offlag te Eichstädt, met volmacht in het huwelijk traden met respectievelijk Mia Louwet en Bertha Castermans, beiden uit Tongeren. Het opstellen van de volmacht gebeurde door een Duitse notaris uit de localiteit waar de Offlag gelegen was 19.

Het dagelijks leven onder de bezetting

Enkele maanden na de capitulatie dacht iedereen dat de oorlog voorbij was met Duitsland als grote overwinnaar. Het dagelijks leven werd hernomen. Van meetaf aan werd de rantsoenering ingevoerd. Er was een sterke beperking opgelegd op de levensmiddelen. Zo had iedere volwassen burger per dag recht op 225 fr. brood, 25 gr. deegwaren, 10 gr. boter, 33 gr. suiker, 20 gr. vlees en 400 gr. aardappelen om maar de belangrijkste levensmiddelen op te noemen. De Duitsers waren zeer streng op het verduisteren van deuren en vensters. Zelfs de lichtstraal van de lamp op de fiets moest naar beneden gericht zijn. Iedereen sprak over “abdunkeln”. Het was ten strengste verboden om naar de Engelse radio te luisteren. Het werd uiteraard toch gedaan en na enige tijd kon iedereen de laatste zin van Jan Moedwil herhalen: zonder erop te boffen, we zullen ze hebben de moffen. Rond 8 u. ‘s avonds werd geluisterd naar het mooie romantische soldatenlied Bei der Kaserne van Marlene Dietrich (Maria Magdalena von Bosch).

In praktisch iedere Limburgse gemeente werd er een afdeling van Winterhulp opgericht met als doel levensmiddelen, kleren en vooral soep te bezorgen aan wie dit nodig had. Ten voordele van Winterhulp werden tombola’s georganiseerd. Ondervoede kinderen uit de steden en industriële centra werden opgenomen door families uit de landelijke gemeenten. Het waren de zogenaamde stadsmusjes. In juni 1941 werd door de Nationale Landbouw- en Voedingscorporatie de Boerenwacht opgericht. Gedurende de nacht moesten de velden bewaakt worden. De boerenzonen die deel uitmaakten van de Boerenwacht, waren enkel gewapend met een stok. Leden van deze wacht pleegden wel eens kleine diefstallen. In de grensgebieden werd veel gesmokkeld, meestal met echte koffie als inzet. Sluikslachten was in en stelen en roven gebeurden aan de lopende band, vaak onder het mom van de weerstand. In sommige Limburgse boerderijen vielen bij roofovervallen dodelijke slachtoffers.Uiteraard zorgden de oorlogsomstandigheden voor de nodige creativiteit. Echte tabak kon alleen bekomen worden op de zwarte markt die weelderig bloeide. Tabaksplanten werden in groten getale gekweekt. Nog maar half droog werden de tabaksplanten al gerookt in een pijp of gebruikt voor het rollen van sigaretten. Boter en kaas maken gebeurde in elk landelijk gezin. De kunst bestond erin om aan stremsel te geraken. Het jaar 1942 was veruit het rustigste oorlogsjaar. De mensen besteedden heel wat tijd aan het tellen en bijhouden van de “zegeltjes”. Toen op het einde van 1942 de verplichte tewerkstelling in Duitsland een aanvang nam, kwam er meer en meer animositeit tegen de bezetter. Dit verergerde nog toen de klokken uit de kerken weggehaald werden. Om de ruime vrije tijd te doden werd zeer veel aan sport gedaan. In praktisch iedere parochie, gehucht of wijk werd een voetbalploeg opgericht. De wedij ver onder de verschillende wijkploegen was groot. Niet zelden werden de vuisten gebruikt. Wielrennen kende in Limburg een hoogtepunt. Maar ook hier waren er problemen. Het kwam erop aan om aan echte fietsbanden te geraken. De gewone burger had een fiets met caoutchoucbanden en dan moest er hard geduwd worden. De velodroom van Zwartberg trok veel toeschouwers, vooral als de Limburgse vedetten aan de slag waren.

Pilotenhulp

Na de slag om Engeland die door de Duitsers verloren werd, probeerde de Britse luchtmacht (R.A.F.) einde 1940 sporadisch terug te slaan door het bombarderen van Duitse steden. Dit gebeurde tussen 11 u ‘s avonds en 1 u ‘s morgens. Om de Britse bombardementsvliegtuigen op niet geringe hoogte in de duisternis op te sporen, gebruikten de Duitsers schijnwerpers. In heel wat plaatsen in Limburg stonden deze “phares” opgesteld. Zij hadden een reikwijdte van 6000 m. Het was een echte attractie wanneer omstreeks 11 u. ‘s avonds deze phares in werking traden. Het luchtruim werd doorkruist door honderden lichtflitsen die, gereflecteeerd tegen de indrukwekkende sterrenhemel, een nooit geëvenaard schouwspel boden. Toch was er dan even later paniek wanneer het bombardementsvliegtuig door de schijnwerpers gecapteerd werd en in volle licht stond voor de Duitse nachtjager voor wie het een klein kunstje was zijn prooi naar beneden te halen. Vanaf 1942 werden de schijnwerpers geleidelijk aan vervangen door radarstations waarvan er een opgesteld stond in Meeuwen en een in Nieuwerkerken. In Rotem bevond zich een grote “Gefechtsstand” die het luchtverkeer in België, Zuid-Nederland en West-Duitsland regelde 20. Dat radarsysteem van de Duitsers werkte de Britten op hun heupen. Gelukkig vonden zij een procédé dat het radarsysteem ontregelde. Kleine strookjes bladtin met een lengte van 20 cm en een breedte van 4 cm werden door de geallieerde bommenwerpers uitgeworpen. Zij vormden een wolk van radarreflecterende strips die op de radarschermen van de Duitsers een “echo” veroorzaakten, sterk overeenstemmend met die van een viermotorige bommenwerper. Dit had een grote verwarring tot gevolg en het Duitse radarsysteem werd grotendeels ontwricht. Deze aluminiumstrips heetten in Engeland “Window” en in Duitsland “Düppel” 21. De Amerikanen die in december 1941 in de oorlog kwamen, begonnen in 1942 met hun bombardementen op Duitsland. Het waren dagbombardementen met zware Boeings 17 Flying Fortress. 17 augustus en 14 oktober 1942 waren zwarte dagen voor de Amerikaanse luchtmacht omdat er zovele bommenwerpers en uiteraard bemanningsleden niet naar hun basis terugkeerden. De geallieerde piloten die met hun parachute heelhuids aan de grond kwamen, probeerden in de bezette gebieden contact te krijgen met anglofiele burgers. De Duitsers hadden voor de pilotenhelpers maar één strafmaat: de doodstraf. Toch vormden zich over heel Limburg kleine en grotere pilotenlijnen. Aanhoudingen bleven niet uit. Doodstraffen werden uitgesproken en terechtstellingen volgden. Reeds in augustus 1941 werden twee Geistingenaren uit de voormalige gemeente Ophoven, pastoor Overman en Pieter Greefkens, wegens hulpverlening aan een Engels piloot ter dood veroordeeld. Pastoor Overman werd begenadigd. Pieter Greefkens stierf op 15 augustus 1941 in de St.-Gillisgevangenis te Brussel. Jozef Bussels uit Hechtel schreef over deze pilotenhulp in 1981 een zeer merkwaardig boek met als titel “De doodstraf als risico” 21. Alle pilotenlijnen in Limburg komen in dit boek uitvoerig aan bod. Het is onvoorstelbaar hoeveel Limburgers in de pilotenhulp betrokken waren. Opvallend was dat de Duitsers slechts drie pilotenlijnen oprolden met al de gevolgen vandien. Bij deze drie lijnen willen we even blijven stilstaan. We beginnen met de lijn Maaseik-Hasselt die een drievoudige vertakking had.

Renier Vandevin uit Neeritter, het eerste dorp in Nederland als men in Kessenich de grens overschrijdt, zorgde ervoor, samen met Theodoor Florquin en Gertrude Hendrickx uit Ophoven- Geistingen en Pierre Joosten uit Kessenich, dat de geallieerde piloten komende uit Nederland, in Kessenich over de grens geraakten om dan terecht te komen bij Gertrude Moors op de molen te Dilsen. Medewerkers van deze lijn waren onder meer Albert Gielen, Jean Mobers, Pierre Vandinter en Henri Huysmans, allen uit Maaseik. Op 18 juni 1943 werd Gertrude Moors aangehouden en op 22 juni 1943 volgden de vier Maaseikenaren. Allen, behalve Henri Huysmans, veroordeeld tot vijf jaar tuchthuis, kregen op 15 november 1943 de Gertrude Moors doodstraf. Vanwege verschillende instanties werden vier genadeverzoeken bij de Duitsers ingediend: op 26 november 1943, op 1 december 1943, op 29 december 1943 en op 3 januari 1944 22. Gertrude Moors stierf in het concentratiekamp van Ravensbrück in maart 1945, Pierre Vandinter en Jean Mobers werden op 19 april 1944 te Ludwigsburg (Duitsland) terechtgesteld. Albert Gielen, wellicht begenadigd, en Henri Huysmans overleefden de oorlog.

In Hasselt verliep het scenario ietwat anders: eveneens op 18 juni 1943 vielen de Duitsers binnen bij Lucien Collin in Hasselt. Zij doorzochten de woning en ontdekten in een der slaapkamers twee Engelse piloten. Lucien Collin en zijn vrouw Clementine Lucas werden aangehouden. Dezelfde dag vielen de Duitsers in Hasselt binnen bij Simone Lamquin, die eveneens piloten herbergde. Op de dag van de Duitse inval waren er geen aanwezig. Vader, moeder, Simone en haar 17-jarige zus Marie-Louise Lamquin werden aangehouden. De minderjarige zus werd vrijgelaten. Lucien Collin werd op 30 juni 1944 te Ludwigsburg (Duitsland) terechtgesteld. Clementine Lucas en Simone Lamquin verbleven in de concentratiekampen van Ravensbrück en Mauthauzen maar overleefden de oorlog. Vader en moeder Lamquin kregen respectievelijk 8 en 5 jaar die zij tot het einde van de oorlog doorbrachten in Belgische en Duitse gevangenissen 23.

Van dezelfde lijn werden op 6 augustus 1944 nog tien personen aangehouden. De zoon Raymond Biemeaux, Constant Bertels en Frans Hoydonkx (Zolder) stierven in het concentratiekamp van Neuengamme. René Jaspers kwam eveneens in voornoemd kamp terecht maar overleefde de oorlog. Florent Bierneaux en Juul Jaspers werden, na een kort verblijf in Breendonk, op transport geplaatst naar Neuengamme maar deel uitmakend van de spooktrein konden ze gered worden. Laure Degueldre-Vliers, haar dochter Simone en Maria Hoydonckx-Ungvari (Zolder) kwamen terecht in het concentratiekamp van Ravensbrück. Maria Ungvari was bij haar aanhouding in verwachting. Na de bevalling in het concentratiekamp werd haar het kind afgenomen. Zij heeft het nooit meer teruggezien. De drie vrouwen konden in de maand mei 1945 terugkeren 24. Ondanks de vele aanhoudingen bleef de lijn Collin nog operationeel dank zij Eugène Thiery uit Herk-de-Stad en zijn medewerkers uit Peer.

De lijn Bree waarin vooral Mathieu Van Esser uit Molenbeersel alsmede Louis Valle en Fons Henri Nijs Bergmans uit Bree een actieve rol speelden, werd opgerold door de Duitsers toen op 25 september 1943 Louis Valle en E.H. Henri Nijs, leraar Engels aan het college te Bree, werden aangehouden. Beiden stierven in Duitse concentratiekampen.

Van de Tongerse lijn werden op 7 januari 1944 aangehouden: Jeanne Brouns uit Uikhoven, mevrouw Jeanne Franssen-Vanclee, haar dochters Marie-José en Antoinette, Marie-Louise Jamaer en haar vader Edmond, mevrouw Anne-Marie Robeyns-Janssens, allen uit Tongeren, Marie-Thérèse Dewé en haar zuster Marie-Madeleine (dochters van de Belgische verzetsstrijder Walther Dewé) en tenslotte mevrouw Morimont-Lambrecht Berthe, allen uit Luik. Drie Engelse piloten kregen in november 1943 onderdak in Tongeren. Frank Andrews in de patisserie Jamaer, Ronald Stokes en Dennis Clark Carter bij de familie Franssen. Op 19 november 1943 werden ze alle drie vanuit de woning van mevrouw Robeyns-Janssens afgehaald door Marie-Thérèse Dewé die ze per tram meenam naar Luik waar ze enkele dagen onderdak kregen. Van Luik ging het naar Brussel waar Frank Andrews en Ronald Stokes terecht kwamen bij Jeanne Macintosh, een Engels sprekende dame die inwoonde bij haar oom in Lembeek. Dennis Clark kreeg elders onderdak maar werd kort nadien door de Duitsers te Lille aangehouden. Op 10 december 1943 vielen de Duitsers binnen bij Jeanne Macintosh waar ze de twee Engelse piloten ontdekten in een slaapkamer. Zij werden uiteraard aangehouden. Hetzelfde gebeurde met Jeanne Macintosh. Enkele weken later en wel op 7 januari 1944 hadden de andere aanhoudingen plaats waarvan eerder sprake. De thans nog in leven zijnde getuigen vermoeden dat Ronald Stokes, wellicht onder dwang, verplicht is geweest de woningen aan te wijzen van zijn helpers 25. In de archieven van de gevangenis te Hasselt vonden we dat Stokes in het begin van de maand januari 1944 opgesloten zat in deze gevangenis. Maakte hij misschien met de Duitsers de reconstructie van de plaatsen waar hij onderdak gekregen had? Om volledig te zijn vermelden we dat de piloten een vals paspoort hadden dat afgeleverd was te Tongeren. Daags na hun aanhouding werden de pilotenhelpers op het hoofdkwartier van de Geheime Feldpolizei te Luik geconfronteerd met Ronald Stokes. Ze stonden met hem oog in oog. Marie-Thérèse Dewé uit Luik wist ons te vertellen dat zij enkele dagen voor haar aanhouding een Duitse wagen opmerkte rond haar woning. Bevond zich Stokes in deze auto? Bij het schrijven van mijn boek “De fatale Tongerse ontsnappingsroute” in 1987 vond ik het een uitdaging een ontmoeting te kunnen hebben met Ronald Stokes. Van een bezoek dat ik moest brengen aan de archieven van R. A. F. in januari 1987 maakte ik van mijn verblijf in Londen gebruik om te onderzoeken of Stokes nog leefde, en in bevestigend geval, welke zijn woonplaats zou kunnen zijn. Ik werd gelukkig zeer goed geholpen door de Londenaar Tony Dyson, zoon van een Engelse vader en een Tongerse moeder. Na twee dagen intens zoeken,vond ik dat Ronald Stokes woonde in de stad Worchester. Vanuit Londen trok ik er met de trein naar toe en op zaterdag 10 januari 1987 bood ik mij bij hem aan. Hij ontving mij uiterst vriendelijk en zijn vrouw bood mij thee en koekjes aan. Ik had mij alleszins voorgenomen om geen onderzoeksrechter te spelen maar eerder op een rustige wijze de reconstructie te maken van zijn aanhouding en alles wat hiermee gepaard was gegaan. Op mijn vraag of de Duitsers hem zwaar ondervraagd hadden, antwoordde hij ja maar gaf verder geen commentaar. Op mijn vraag of hij na zijn aanhouding in de gevangenis te Hasselt verbleven had, antwoordde hij eveneens ja. Toen ik naar de kern van de zaak wilde doordringen met vragen of hij al dan niet in Uikhoven en in Tongeren was geweest, kreeg ik als antwoord dat hij, ingevolge zijn hartinfarct, het moeilijk had om zich alles nog te herinneren. Na nog heel wat andere vragen, antwoordde hij steeds: “It is possible”. Na een onderhoud van enkele uren, werd ik door hem zelf met zijn auto naar het station van Worchester gebracht. Toen ik hem op het perron tijdens het wachten op de trein nog vertelde wat met de aangehoudenen verder nog gebeurd was, liet hij zich ontvallen: “It sickens me” (Dit te horen maakt mij ziek). Tijdens de terugreis in de trein bij het opmaken van de evaluatie van ons gesprek, was ik tevreden en ontevreden tegelijkertijd. Tevreden omdat ik Ronald Stokes ontmoet had en ontevreden omdat ik niet veel wijzer was geworden.

Zondag 9 januari 1944, twee dagen na de aanhouding, trokken de zonen Joseph en Maurice J amaer uit de Maastrichterstraat te Tongeren 26 waarvan de vader Edmond en de zuster Marie-Louise zich in de St.—Leonardgevangenis te Luik bevonden, naar Horion—Hozémont waar op het kasteel de Lexhy gravin de Borchgrave d’Altena woonde. De gravin behoorde tot het vast cliënteel van de patisserie Jamaer. Toen haar de aanhoudingen uitgelegd waren, maakte ze enkele notities. Ze wist eigenlijk niet goed wat ze kon doen maar later vernam de familie Jamaer dat zij contact had genomen met haar vriendin prinses Ruspoli di Poggio Suasa, geboren gravin van de Noot d’Assche. Deze verbleef op het kasteel te Seneffe waar tijdens het weekend niemand minder dan generaal von Falkenhausen, de opperbevel—hebber voor België en Noord-Frankrijk, op bezoek kwam. Welke invloeden er gespeeld hebben weten we niet, feit is dat niemand van de Tongerse ontsnappingslijn ooit voor een rechtbank gekomen is noch in België noch in Duitsland terwijl Jeanne Macintosh uit Lembeek die tot dezelfde lijn behoorde, de doodstraf kreeg. Mogen wij uit deze gegevens afleiden dat er contacten zijn geweest met de Duitse generaal en is hij misschien toch clement geweest voor de groep van Tongeren? Na een kort verblijf in de St.—Leonardgevangenis te Luik werd de groep van Tongeren op transport geplaatst naar Duitsland waar men eerst nog in een aantal gevangenissen verbleef en ook tewerkgesteld werd op boerderijen. Dan kwam men in de concen- tratiekampen terecht. Edmond Jamaer overleed in het concentratiekamp van Gross-Rozen op 5 februari 1945; Marie-Madeleine Dewé en mevrouw Berthe Morimont-Lambrecht stierven beiden in het concentratiekamp van Ravensbrück, respectievelijk op 17 januari 1945 en in maart 1945. De zes andere gevangenen overleefden de oorlog.

Even blijven wij nog stilstaan bij generaal von Falkenhausen. Wellicht was hij op de een of andere wijze betrokken in de putsch van kolonel von Stauffenberg tegen Hitler op 20 juli 1944. Hij werd uit zijn ambt van opperbevelhebber voor België en Noord-Frankrijk ontzet om opgesloten te worden in een concentratiekamp. Na de Duitse overgave werd hij aan België uitgeleverd en opgesloten in de St.-Leonardgevangenis te Luik van 1948 tot 1951. Zijn vrouw Paula Sophie Adamine von Weddertrop stierf tijdens zijn gevangenschap op 3 maart 1949. Toen hij naar haar begravenis mocht gaan in Duitsland, bleek dat zij de dag voordien reeds begraven was. De directeur van de Luikse gevangenis kreeg bericht dat er aan de Duits-Belgische grens een kerstpakket was toegekomen bestemd voor de generaal. Er moesten invoerrechten betaald worden. De generaal zelf had geen geld. Tijdens een vergadering van de bestuurscommissie van de gevangenis werd het bewust pakket besproken. Een dame uit de streek van Verviers, Cecile Vent, lid van de bestuurscommissie en voormalige verzetsstrijder, was bereid de invoerrechten te betalen. Dit werd aan de generaal meegedeeld die dan ook de dame uit Verviers persoonlijk wilde bedanken hetgeen ook gebeurde. Op 9 maart 1951 werd von Falkenhausen door de militaire rechtbank van Brussel veroordeeld tot 12 jaar. Op 27 maart erop volgend werd hij in vrijheid gesteld. Bij het verlaten van België om zich naar Duitsland te begeven liet hij zich ontvallen: “*0 Belgica ingrata, non possidebis ossa mea*” (O ondankbaar België, mijn beenderen zult u niet hebben). Aan alles is er misschien nog een happy end: op 20 september 1960 hertrouwde von Falkenhausen te Nassau a/Lahn in Duitsland met niemand minder dan de verzetsstrijdster Cecile Vent, geboren te St.-Nicolas (Luik) op 16 september 1906. In de bijakte van de huwelijksakte liet Cecile Vent wel registreren dat zij de Belgische nationaliteit wenste te behouden 27.

Het verzet in Limburg

In Limburg waren er, naast kleinere, twee belangrijke groeperingen van verzet: enerzijds het Partizanenleger (P.A.), onderdeel van het Onafhankelijkheidsfront en anderzijds de Belgische Nationale Jan Achten Beweging (B.N.B.), later het Geheim Leger.

Het Onafhankelijkheidsfront

Deze verzetsbeweging was op 15 maart 1941 opgericht door abbé André Boland, Dr. Albert Marteaux, communist, Norbert Hougardy, liberaal, Marcel Grégoire, katholiek en René de Cooman28. Deze beweging werd door de Belgische regering in Londen erkend omdat zij bij de aanvang alle filosofische strekkingen groepeerde. Later ging de groepering de communistische toer op, zeker na de oprichting van:

  1. de patriottische milities die vooral kleine aanslagen en sabotagedaden pleegden. Zij waren ook actief in de sluikpers.
  2. de partizanen: We zouden ze durven noemen de jagers op groot wild met ondermeer de tientallen aanslagen op collaborateurs. In Limburg hadden de partizanen als code 035 en K. 69.

Het is niet eenvoudig een duidelijk beeld te geven omtrent het ontstaan, de werking en de activiteiten van het Belgisch Partizanen Leger (B. P. L.) in Limburg dat wij verder gewoon de partizanen gaan noemen. Buitenwat individuele nota’s vonden we maar een boek dat over de partizanen in Limburg handelt. Het boek draagt als titel “Een bewogen jeugd”29 en is geschreven door Gerard Stassen uit Tongeren, in privé beheer uitgegeven en verschenen in 1985 als reactie op het boek van Jos Bouveroux, “Terreur in oorlogstijd” dat van de pers kwam in 1984 30. Naast een soort biografie over zijn eigen leven, bevat het boek van Gerard Stassen toch heel wat gegevens over de partizanenwerking in Limburg. Gedurende de oorlog was Stassen onder de deknaam Hubert adjunct-corpscommandant van de partizanen in Limburg. In feite was hij de tweede in bevel. Geboren op 1 mei 1918 te Grote-Spouwen had hij niet zo’n gelukkige jeugd die hij in Tongeren doorbracht. Voetballen en wielrennen behoorden tot zijn geliefde sport maar hoge toppen heeft hij nooit geschoren. Zijn legerdienst vervulde hij bij het 11de Linieregiment te Hasselt en hij nam als wielrenner deel aan het kampioenschap van België voor militairen. Tijdens de mobilisatie werd hij als soldaat bij vonnis van 15 maart 1940 door de krijgsraad van Antwerpen-Limburg veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden wegens aanzet in oorlogstijd tot opstand en verzet tegen de gewapende macht31. Gedurende enkele maanden was hij werkzaam in een Luikse koolmijn. Uit nood ging hij gedurende 9 maanden vrijwillig werken in Duitsland. In zijn boek geeft hij voor deze tewerkstelling volgende uitleg32: Ik vertrok niet enkel en alleen uit armoede. De hoofdreden was dat ik wilde weten wat er zoal gebeurde in het nationaal- socialistisch Duitsland. Omwille van deze vrijwillige tewerkstelling werd hem door de herzieningscommissie van Hasselt van 14 oktober 1954 de hoedanigheid van gewapend weerstand ontnomen die hij bij beslissing van de vroegere commissie dd. 5 april 1948 had bekomen33. Eenmaal terug uit Duitsland begon hij te militeren voor de illegale communistische partij in Tongeren. Tot zijn eerste verzetsdaden behoorden het helpen ontsnappen van Franse krijgsgevangenen. Zijn smokkelpraktijken in de omgeving van Hamont hadden hem hiervoor de gelegenheid gegeven. Nu begon voor hem het echte leven als partizaan. Wij citeren hem34:

In het midden van hetjaar 1942 werd ik door het Onafhankelijkheidsfront gevraagd naar Luik te gaan, naar iemand van de nationale leiding. De ontmoeting gebeurde tweemaal aan het kleine station van Vivegnis, tussen Herstal en Luik. Deze kameraad was geen Waal maar wel iemand van Gent, wat ik aan zijn accent kon horen. Later vernam ik dat hij Kamiel Van Akker heette, die in een gevecht met de Gestapo gewond werd, aangehouden en nadien gefusilleerd. In Luik stelde Kamiel Van Akker mij de vraag of ik soldaat was geweest en ik antwoordde “meer dan tweejaar”. Een nieuwe vraag volgde: “Kunt U met dynamiet omgaan”? Mijn antwoord: “een beetje heeft men ons daarvan geleerd bij het leger”. Wij moeten in Limburg een partizanenleger oprichten en sabotage plegen. Kunt gij met leden van het Onafhankelzjkheisfront in Zuid-Limburg een groep organiseren? Ik antwoordde dat ik het zou proberen. Bij onze tweede ontmoeting vertelde ik hem dat ik reeds een paar pistolen 7,65 had bemachtigd en dat ik drie jongens had ingelijfd die wilden meewerken.

Het partizanenleger in Limburg was vertrokken. De Tongenaar Guilllaume Christiaens, (bij de P. A. droeg hij als deknaam eerst Martin en nadien Ambiorix) stond mee aan de wieg van de oprichting. Het vertrek was niet zo gemakkelijk35:

In de jaren 1942 en 1943 was het nog steeds lastig om talrijke patriotten te bewegen om te strijden met het wapen in de hand. Het betekende immers de dood, als men betrapt werd met een vuurwapen. Het Onafhankelijkheidsfront en nog meer de partizanen waren georganiseerd in kleine groepen (detachementen) en aldus kende iedereen elkander niet. Meerdere groepen vormden een compagnie op provinciaal vlak, een regiment of korps onder Regionaal Commando in Leuven tot nationaal Commando. Alle bevelen liepen langs Jules Grommen koerierdiensten zonder veel geschreven stukken en zeker zonder telefoon. Ook in Noord-Limburg en aan de Maaskant waren er ondertussen partizanen georganiseerd en vanuit de Vlaanderen werd ons een korpscommandant gestuurd met als schuilnaam Victor, een kameraad voor wie het in zijn bekende omgeving te warm was geworden. Het betrof Jean Guns uit St.-Gillis- Dendermonde.

Hoelang Victor corpscommandant in Limburg gebleven is, hebben we niet kunnen achterhalen. Feit is dat hij opgevolgd werd door Bertrand (Leander Gijselinckx) uit Petegem die commandant gebleven is tot aan het einde van de oorlog. Niet iedereen werd door de leiding van de partizanen over dezelfde kam geschoren36:

Wij moesten ook rekening houden met het feit dat sommige V.N.V-ers geen verklikkers waren. Er waren mensen tussen hen die met de collaboratie niet zover wilden gaan om medeburgers in de handen te doen belanden van de S.D. -Sipo, Vlaamse S.S. en de DeVlag.

Einde december 1942, begin januari 1943 sloten de verschillende verzetsbewegingen hun rangen nauwer toe37:

Onze partizanen en koerierdiensten, O.F., solidariteit, syndicale strijdcomités in de mijnen, de vele contacten met het Geheim Leger, kregen omstreeks de maand januari 1943 een vaste vorm van volksverzet. Aan wapens geraken was het grootste probleem. Veel mensen van ons hebben tijdens de bezetting nooit een wapen gedragen en nog minder gebruikt.

Een der eerste verklikkers waarmee de partizanen in Zuid-Limburg afrekenden was de Antwerpenaar Marcel Vanvaerenwijk met als schuilnaam Robert. Hij verbleef in Luik. Het was duidelijk geworden dat hij een dubbelganger was. Hoofdkoerierster Gusta (Angèle Nijst) kreeg opdracht hem te schaduwen. Een eerste poging om hem te Luik op te ruimen door Hubert (Gerard Stassen) ging niet door omdat de plaats waar de terechtstelling moest plaatshebben, niet zo veilig was. In een nieuw ontworpen scenario werd Vanvaerenwijck gevraagd met de tram naar Tongeren te komen en dat hij aan de tramhalte (de Schaapstal) op de Luikersteenweg te Tongeren om 16u30 zou afstappen. Wat afgesproken was, werd nagekomen. Aan de tramhalte te Tongeren werd Vanvaerenwijck opgewacht door de partizaan Pol (Armand Moureaux) en Jef Proesmans. Van op afstand werd alles gadegeslagen door de partizaan Hubert (Gerard Stassen). Ongeveer een kilometer van de tramhalte in de richting van het dorp Rutten werd Vanvaerenwijck neergeschoten. Dit was op 28 april 1943. Gerard Stassen schrijft hierover38: Pol vertelde mij dat de spion tegen een dikke canadaboom (populier) ging neerzitten. Pol rolde een sigaret en stelde de vraag: “Moet ik U er ook een rollen ?“ daarop antwoordde hij in zijn Antwerpers dialect: “ik begeer uw stinkende toebak niet, ik heb betere sigaretten. Dat was het ogenblik waarop hij van Pol andere toebak voor altijd kreeg. Augustinus Marcellus Vanvaerenwijck, ongehuwd, was geboren te Borgerhout op 2 november 1923.

Geleidelijk aan steeg de koorts en vielen de partizanen aan[^h6a-12]: aangezien de brutaliteit van de geüniformeerde Duitsgezinden verhoogde, en dus ook de haat van het verzet en van het volk steeds groter werd, was er slechts één middel om de collaborateurs aan te pakken, dat was om ook in dat brave katholieke Limburg de gevaarlijkste dienaars van de Duitse politiediensten uit te schakelen, ze te doden. Daarmee zijn de Limburgse partizanen in opdracht van het Nationaal Commando begonnen tijdens de maand mei 1943. Op het einde van het jaar 1943 maakte Gerard Stassen volgende balans39: In Limburg werden vanaf de maand april 1943 tot het einde van dat jaar tientallen sabotage-acties uitgevoerd. Een vijftigtal vijanden werden onschadelijk gemaakt en terechtgesteld door de partizanen. Geldacties werden eveneens uitgevoerd bij dag en meerdere bommen ontploften in lokalen van de collaboratie.

Wie ook maar enige aanleiding gaf om af te wijken van de harde lijn van het partizanenleger werd ongenadig opgeruimd. Dit was het geval voor Jozef Vanheeswijck, geboren te Luik op 6 oktober 1921, wonende te Waterschei alsmede voor zijn verloofde Maria Helena Maesen, geboren te As op 18 januari 1924. Hun lijken werden gevonden in de bossen van Gelieren- Heide op 10 januari 1944. Welke de juiste motieven waren voor deze terechtstelling is ons nooit duidelijk geweest. Familieleden van Vanheeswijck wisten ons te vertellen dat Maria Helena Maesen niet wenste dat haar verloofde Jozef Vanheeswijkck nog langer deel uitmaakte van het partizanenleger. Wellicht kon dit niet aanvaard worden40.

Van vele zijden werd hand- en spandienst geleverd aan de partizanen aldus Stassen met de pastoor van Veulen, die ons een G.P.-pistool overhandigde en een modern Ronio-drukmachine. De drukmachine brachten wij te Graat (Kuttekoven-Borgloon) bij de familie Claes-Peksters, waar de zoon August, zijn zuster en haar verloofde LucienThijs uit de brouwerij te Wellen en nog een paar O.F.-leden zorgden voor vlugschriften, kleine affiches en ander propagandamateriaal. Henri Verjans (Jaak) was ondertussen mijn adjunct geworden voor de veiligheid en de recrutering in Zuid-Limburg. Ook de jonge pastoor van Romershoven was Jaak daarbij behulpzaam.*

De razzia’s die in de maand januari 1944 tegen de partizanen ondernomen werden, brachten heel hun beweging toch wel even in paniek toen er zoveel van hun leden aangehouden waren. Voor de maand januari waren dit onder meer: Alfons Heyligen (Red) en Joannes Schaeken (Romain) te Heusden op 15 januari 1944, Louis Horemans (Georges), Alfons Meuris (Carlo) op 16 januari 1944 te Koersel en nog vele anderen. Stassen schrijft hierover41: Enkele dagen geleden hadden wij een vergadering van het Korpscommando. Albert Geerdens (Gaston) en August Convents (Nestor), korpscommandanten voor Noord-Limburg, waren ook, maar niet zonder moeite, naar Haspengouw gekomen. Kommandant Louis (Emiel Neven) had opdracht van het Nationaal Commando naar de Vlaanders te verhuizen en ook ik en Christiaens (Martin ) zouden ergens anders naar toe moeten. Daar gingen wij echter niet mee akkoord. Ons voorstel was een korte tijd stil te blijven en nadat alles was gereor- ganiseerd, onze aangehouden kameraden en vrienden, een kleine honderdtal, te wreken. Nestor bracht ik naar een nieuw, nog door niemand gekend logement, en deze begon dadelijk opnieuw tot de actie over te gaan in Zuid-Limburg. Gaston (Albert Geerdens) en Nestor (August Convents) gingen spoedig naar het Noorden terug en het duurde niet lang of ze hervatten de activiteiten, na een korte reorganisatieperiode. Over de redenen der aanhoudingen schrijft Stassen het volgende42: de grootste oorzaak van de meeste aanhoudingen was de onvoorzichtigheid der kameraden zelf. Velen hadden een zakkalendertje bij zich, waarop de afspraken met hun makkers aangetekend stonden: plaats, datum, uur en strijdnaam. Ook had een koerierster te veel mensen leren kennen en wist ze hun echte ofwel hun onderduikers adres. Toen deze was aangehouden, werd haar de vrijheid beloofd, als ze met de S.D.-Sipo wilde helpen zoeken en verder werken. De families van de partizanen hadden haar gauw door en spoedig werd ze uit de weg geruimd.

De belangrijkste partizaan waarop de Duitsers en de collaborerende milities jacht maakten en die ze nooit te pakken kregen, was zeker Nestor-Urbain (Alfons Convents), korpscommandant van P. A. Noord-Limburg. Wij citeren zijn verslag dd. 11 april 1944 dat door Stassen gepubliceerd werd en waar toch twee belangrijke aspecten in het oog springen. Waarom bleef deze partizanenleider zo lange tijd zonder enige activiteit? Had hij schrik gekregen of was hij ontgoocheld? Dit laatste is niet onmogelijk omdat hij in het laatste gedeelte van zijn verslag zijn grote bekommernis uitsprak over de wildgroei in zijn beweging43: “Ik werd op 25 januari 1944 overvallen te Grote- Spouwen en ik ben aldaar kunnen ontkomen na de ganse dag in een kerk vertoefd te hebben. Daags daarna ben ik naar Mechelen-aan-de-Maas vertrokken waar ik werd ingelicht op te passen voor Mia die reeds ettelijke onzer kameraden had‚ verraden en reeds meermalen naar mij had gevraagd; dit meisje was volledig op de hoogte onzer organisatie, daar Louis er meermalen had overnacht. Op 28 januari 1944 ben ik naar Beverlo vertrokken waar intussen een jacht was ingezet mij levend of dood te vangen. Er was 500.000 fr uitgeloofd door de Duitsers en 100.000 fr door de burgemeester van Koersel; het aantal geheime agenten bedroeg 190 man en 13 meisjes insgelijks door de Duitsers en de burgemeester van Koersel aangesteld. 0m dezen te ontkomen heb ik veertien dagen in een hooischuur verbleven. Dan werd mij een plaats bezorgd in welker omstreken ik mij nu nog bevind. Ik heb het onmogelijke gedaan om terug in voeling te komen doch alles bleef vruchteloos tot op een zekeren dag mij een afspraak werd gegeven met EMIEL, doch intussen had ik reeds contact met GASTON. Na het contact met EMIEL heb ik mij een wapen aangekocht, ook GASTON werd van hetzelfde voorzien. Op dit ogenblik is er reeds driemaal opgetreden. Een eerste maal te Peer voor paspoorten, een tweede maal te Reppel alwaar twee schrijfmachines werden bemachtigd en een derde maal te Peer op de stoommelkerij alwaar het voor de hand zijnde geld werd genomen.

Ik persoonlijk hecht bijzonder veel belang aan het organiseren en de tucht,daar een ongedrilde groep en een te veel vrijgelaten bende zich begeeft aan feiten die niet kunnen geduld worden en die volstrekt de kop dienen ingedrukt te worden tot heil van onze organisatie.

Ik heb daarbij verleden week afspraak gekregen voor heden avond rechtstreeks met een afgezant der Sovjet-Unie.

Het werd voor de Limburgse partizanen duidelijk dat koerierster Mia (de 21-jarige Marie-Louise Dejonckheere) die het reilen en zeilen kende van de partizaan Jules (Jean Achten, terechtgesteld op 11 april 1944) een verklikster was. Zij moest uit de weg geruimd worden. Het bevel werd gegeven op 10 april 1944. Op 27 april erop volgend werd haar lijk ontdekt in de bossen tussen Mechelen-aan-de-Maas en As43.

Om de collaborerende en Duitse milities te misleiden werden heel wat schuilnamen veranderd: Gerard Stassen die eerst Jef heette, werd Hubert, Guillaume Christiaens veranderde zijn naam Martin in Ambiorix, Nestor voor Gust Convents werd Urbain, Fons voor Lucien Neven werd Alfred. Vanaf 1943 werd in Limburg een belangrijke rol gespeeld door Frans Deneef (Tim) die tijdelijk moest vluchten naar de streek van Aalst maar die in 1943 terug naar Limburg kwam waar hij zich vooral bezighield met de syndicale strijdcomités in de mijnen en met de verspreiding van de sluikpers44. De propaganda van het Onafhankelijkheidsfront en van de partizanen stond onder leiding van Laurens Devries (Max) uit Wellen, bijgestaan door Lucien Vanherle uit Kiewit-Hasselt en diens broer Armand. De geallieerden hadden meerdere malen wapens beloofd. Stassen hierove45: Reeds in 1943 had men ons beloofd wapens te zullen droppen te Zutendaal, in een vlakte tussen de bossen naar Opgrimbie, maar er kwam echter geen vliegtuig opdagen. In juni 1944 werd ons weer van alles beloofd. “Kartoffelndienst” was de codenaam. Ambiorix (Guillaume Christiaens) had mij gevraagd om mijn pistool G. P. een avond af te staan voor een partizaan van Tongeren die wilde meedoen aan die activiteit. Van de dropping kwam niets in huis. Het citaat van Gerard Stassen over dr. Rik Ballet‚vooroorlogs volksver- tegenwoordi ger en tot mei 1942 gouwleider van het V.N.V. in Limburg, lijkt ons toch belangrijk46: Te Rummen in Brabant woonde dokter Ballet. En omdat er mensen waren die beweerden dat die slecht was, en ook weer anderen dat hij goed was, ging ik samen met een onzer kameraden zo maar in het eerste het beste cafeetje een glas drinken‘ en informeerde naar Dr. Ballet. Die mensen, van wie ik later vernam dat het aanhangers van het V.N.V. waren, verklaarden met de hand op de borst dat die man geen Duitsgezinde was en dat hij zich teruggetrokken had uit het V.N.V. Hij was reeds voor de oorlog V.N. V. volksvertegenwoordiger doch had reeds in 1942 gezien dat de collaboratie een slechte zaak was voor de Vlamingen en slechts de Nazi’s diende en dus verraad was.

Op de kapitale vraag wie van de partizanen besliste over het neerschieten van collaborateurs geeft Stassen een gedeeltelijk of onvolledig antwoord47: Als lid van het korpscommando en verantwoordelijke voor de veiligheid kon ik veel invloed uitoefenen bij de voorstellen voor het wel of niet terechtstellen van gevaarlijke collaborateurs. Kan hieruit afgeleid worden dat alle terechtstellingen vooraf moesten voorlegd worden aan het korpscommando dat uiteindelijk de beslissing nam?

Aan de hand van een aantal feiten en gebeurtenissen die wij distilleerden uit het boek van Gerard Stassen mogen we stellen dat de structuur van het partizanencommando in Limburg er als volgt uitzag:

  • Leander Ghijselinckx (Bertrand) Petegem, corpscommandant
  • Guill. Christiaens (Martin-Ambiorix) Tongeren, adj. Corpscommandant
  • Gerard Stassen (Hubert) Tongeren, adj. corpscommandant
  • Armand Moureaux (Pol), adj. corpscommandant
  • Laurens Devries (Max) Wellen, adj. corpscommandant
  • Emiel Neven (Louis) Hasselt, adj. corpscommandant
  • August Convents (Nestor), adj. corpscommandant
  • Albert Geerdens (Gaston), adj. corpscommandant
  • Remi Nulens (Emiel) Alken, regimentscommandant
  • Lucien Neven (Fons-Alfred) Alken, compagniecommandant

De partizanen waren het sterkst en het best georganiseerd in Tongeren onder de leiding van Gerard Stassen, Guillaume Christiaens en Armand Moureaux. Door het feit dat zovele Zuid-Limburgers tewerkgesteld waren in de Luikse industrie, kwamen ze aldaar in contact met communistische cellen.

De Duitsers en de collaborerende milities hielden in de nacht van 18 op 19 december 1943 een razzia op een groep weerstanders van Lanaken die verwant was met een aantal partizanen48. Er waren verschillende aanhoudingen: Arnold Roumans, Jan Rosierlaan 6 te Lanaken alsmede zijn zoon Joannes, Joseph Brouns, gehuwd met Jacobina Kuypers, Statiestraat 2 te Lanaken, Pierre Stassen van Stokkem, Joannes Fisette, Smeermaas-Lanaken en Charles Buschgens, Maaseikersteenweg 4 te Lanaken. Laatst- genoemde probeerde te vluchten en werd neergeschoten. Zwaar gewond werd hij overgebracht naar het ziekenhuis van Genk waar de weerstanders hem bevrijdden. Dit zette kwaad bloed bij de Duitsers die dan op 3 januari 1944 de vader Mathieu Buschgens aanhielden. Als gevangene van Buchenwald overleefde hij de oorlog. Joseph Brouns overleed in april 1945 tijdens een dodenmars van het concentratiekamp van Dora naar Bergen-Belzen. Ook Joannes Fisette overleefde de oorlog niet. Waar hij precies gestorven is, hebben we niet kunnen achterhalen. Dat er ook vergissingen begaan werden, was niet uitgesloten. Op 14 januari 1944 werd Louis Heylen uit Tessenderlo doodgeschoten. Het had een lid van de DeVlag moeten zijn49. Dezelfde vergissing werd begaan op 13 augustus 1944 tussen Mopertingen en Veldwezelt toen Arnold Hermans, geboren te Mopertingen op 28 oktober 1923, werd doodgeschoten50. De partizanen hadden het gemunt op een oorlogsburgemeester uit de omgeving.

In een dagboek van een voormalig partizaan Jean Vanhees51 vonden we een aantal concrete gegevens omtrent de poging om de partizaan Armand Moureaux (Pol) te bevrijden uit het politiecommissariaat te Tongeren. Ziehier enige toelichting: Armand Moureaux, een der leiders van de partizanen in Zuid-Limburg werd op 10 september 1943 te Guigoven aangehouden door de Belgische rijkswacht. Hij was in het bezit van vier vuurwapens. ‘s Anderendaags probeerden zijn medestanders hem te bevrijden. Een commando van vier partizanen, bestaande uit Emiel Neven, (Louis), Alfred Kerstens (Boris), Jules Mackelbergh (Piet) en nog een partizaan uit Maaseik, vielen op 11 september 1943 het politiekantoor op de Markt te Tongeren binnen waar de ongewapende politiecommissaris Vanderougstraete aanwezig was. Er werden enkele schoten gelost. Toen de partizanen vaststelden dat Armand Moureaux overgebracht was naar de gevangenis te Tongeren, trokken zij zich terug om dit onaangenaam nieuws mee te delen aan de vijf partizanen van Diepenbeek die zich op de hoek van Bilzensteenweg hadden opgesteld.

Mgr. Kerkhofs, bisschop van Luik, liet op zondag 5 maart 1944 in alle kerken van het bisdom een herderlijke brief voorlezen. Hierin veroordeelde hij het banditisme0: Ook zij verdienen de naam van kristenen niet, die van onze huidige ellende gebruik maken om hun broeders schade en schande aan te doen. om hun veren. haar en afgunst bal te vieren. om te plunderen. om aanslag te plegen op goederen en zelfs op het leven van hun evenmens.

Opnieuw werd op 16 maart 1944 een verklikker neergeschoten52. Ditmaal ging het om Raymond Rubens uit Tongeren die zijn genadeschot kreeg toen hij op een kar gezeten, zich van Vechmaal naar Tongeren verplaatste. Raymond Rubens, ongehuwd, was geboren te Overrepen op 28 augustus 1909.

Het krijgsgerecht van de Feldkommandantur 681 veroordeelde bij vonnis van 24 maart 1944 niet minder dan 24 Limburgse partizanen ter dood. Zij werden op 11 april 1944 in Breendonk gefusilleerd. Op bevel van de bezetter werd op 15 april 1944 in ieder gemeentehuis van Limburg een affiche uitgehangen met de namen en de foto van de terechtgestelden, met toevoeging van de overtredingen, tot in de details, die zij bedreven hadden. Het vonnis vermeldde dat deze 24 partizanen 28 moorden en 5 moordpogingen pleegden benevens een groot aantal andere misdaden. Hier volgen hun namen:

ACHTEN Jean Julius Robert (Jules), geboren te Diepenbeek op 20 januari 1914, wonende Grendelbaan te Diepenbeek.

BERGMANS André Albert (Bob), geboren te Genk op 3 augustus 1923, Heerestraat 37 te Genk.

CUYPERS Albert Jozef (Anselm), geboren te Paal op 2 juni 1919, gehuwd met Hubertina Dilkens, Pastorij straat 168 te Koersel.

CORNIPS Theo (Sus), geboren te Maaseik op 20 mei 1910, echtgenoot van Straetemans, Dorpstraat 86 Eisden (aangehouden te Eisden op 17 juli 1943).

DELSAER Gaston Alfons (Tomix), geboren te Alken op 22 november 1922, Wiemesmeer 57 Zutendaal (aangehouden 17 januari 1944 bij de familie Drijkoningen-Vandewal te Neeroeteren).

DEKELVER Dominicus Peter (Nic), geboren te Olmen op 3 mei 1923, gehuwd met Anna Meuris, Statiestraat 249 Beringen-Mijnen.

DORISSEN Frans (Tom), geboren te St.-Truiden op 17 mei 1900, Spiegelstraat 23 St.-Truiden.

GROMMEN Jules (Jim), geboren te Bilzen op 24 april 1920, echtgenoot van Maria Vandecauter, Groot-Heide 1 Zwartberg.

HEYLIGEN Alfons (Red), geboren te Beverlo op 11 januari 1923, Korspelsestraat 33 Beverlo (aangehouden te Heusden op 15 januari 1944).

HOREMANS Louis (Georges), geboren te Mol op 2 februari 1922, echtgenoot van Fernande Schaeken, Hotelstraat 8 Beringen-Mijn (aangehouden te Koersel op 16 januari 1944).

JORDENS Jozef (René), geboren te Genk op 20 december 1921, Staelen 30 Waterschei.

JORDENS Emiel (Max), geboren te Genk op 14 maart 1920, echtgenoot van Jeanne Colson, Herinneringsstraat 18 Waterschei.

JEURISSEN Pieter (Herman), geboren te Mopertingen op 4 augustus 1905, echtgenoot van Marguerite Berx, Hospitaalstraat Bilzen.

MAENEN Denis (Tarzan), geboren te As op 20 september 1919, Genkersteenweg te As.

MARTING Mathieu (Marcel), geboren te As op 7 januari 1915, echtgenoot van Irma Schreurs, Dorpstraat As (aangehouden op 12 januari 1944 in café Tourist te Zutendaal).

MACKELBERGHS Jules (Piet), geboren te Cologne in Frankrijk op 31 maart 1915, echtgenoot van Elisa Paspont, Halstraat 4 te Maaseik.

MEURIS Alfons (Carlo), geboren te lttegem op 15 mei 1912, Statiestraat 249 te Beringen-Mijn (aangehouden te Koersel op 16 januari 1944).

MOUREAUX Armand (Pol), geboren te Piringen op 5 mei 1910, Kruisstraat 1 te Piringen (aangehouden te Guigoven op 10 september 1943).

PAREE Alfred (Popoff), geboren te Monraye op 24 februari 1911, echtgenoot van Albertinaz Tommissen, Koudenbergstraat 4 te Eisden (aangehouden te Eisden op 17 juli 1943).

SMETS Jan (Joly), geboren te Diepenbeek op 13 april 1906, Beyenberg 1 te Diepenbeek (aangehouden 17 januari 1944 bij de familie Drijkoningen-Vandewal te Neeroeteren),

SCHAEKEN Joannes (Romain), geboren te Koersel op 22 mei 1920, echtgenoot van Louisa Belien, Schrikheidestraat 52 te Koersel (aangehouden te Heusden op 15 januari 1944).

SCHAEKEN Jozef (Silveer), geboren te Koersel op 10 februari 1923, Schrikheidestraat 52 te Koersel

THIEMAN Hubert (Bosman), geboren te Vucht op 14 januari 1919, Dorpstraat 49 te Vucht.

VANHEES Jean (Jan), geboren te Glain op 22 maart 1914, Kriendersweg 24 te Eisden.

Op de affiche van bekendmaking die door de Duitsers daags na de terechtstelling in al de gemeentehuizen van Limburg werd opgehangen werden - steeds volgens de Duitse bronnen - de 24 partizanen beschuldigd van volgende aanslagen. Door de Duitsers werd volgende commentaar toegevoegd: De leden van de terreurorganisatie dragen allen een deknaam en een nummer, waarmee ze hun verslagen, brieven, opdrachten enz. ondertekenen. Zodra ze zich als lid der organisatie laten inschrijven ontvangen ze opdracht een moord, diefstal of een andere misdaad te plegen om ze aldus streng aan de organisatie te binden en verraad te voorkomen. De leden welke om de een of andere reden niet meer betrouwd worden, worden zonder meer uit de weg geruimd. Zo werd de terrorist P. Van Heeswijck uit Waterschei met zijn verloofde mej. Maesen uit As, door de bendeleden zelf vermoord. De lijken werden in een bos te Genk-Gelieren ontdekt op 10 januari 1944. De terroristen ontvangen zelf een maandloon van 1000 fr; 800 fr voor de echtgenote, 400 fr voor het eerste kind en 300 fr voor elk der volgenden. Deze vergoeding wordt hun echter niet uitbetaald als hun acties geen bevrediging schenken. Voor het plegen van moorden, diefstallen enz. krijgen ze daarenboven nog bijzondere premies.

Hierna volgen de moorden en aanslagen zoals ze door de Duitsers opgetekend werden:

  • 2 februari 1943 moordpoging op burgemeester Lambrichts te Eisden en zijn secretaris Vital Noels.
  • 22 juni 1943 moord op landbouwer Borgermans te Gruitrode.
  • aanslag op electriciteitswerken te Eisden.
  • bomaanslag op de woning van Simons-Claes te Eisden.
  • 6 augustus 1943 ? moord op rijkswachtcommandant Foulon te Diepenbeek.
  • roofoverval op boerderij te Jesseren.
  • moordpoging op rijkswachtcommandant Leenders van Alken.
  • moordpoging op onderwijzer Leo Froyen te Alken.
  • moord op veldwachter Diepvens te Koersel.
  • moord op rijkswachter Verelst in café “Malmedy” te Heusden.
  • roofoverval te Koersel waar 31 .000 fr gestolen werd.
  • 10 juli 1943 moord op Roland Lanoote te Wellen.
  • 27 juli 1943 moord op politieagent Grosemans te Tongeren.
  • 11 december 1943 roofmoord op Vangeel bediende op de Koolmijn André Dumont te Waterschei met beroving van 400.000 fr.
  • roofmoord op Jozef Heymans controleur te Opglabbeek en diens zuster Maria Heymans.
  • 26 december 1943 moordpoging op rijkswachter Douha van Diepenbeek. Tijdens het vuurgevecht dat hierbij ontstond, werd het bendelid Klinkers zwaar getroffen. Hij stortte in het kanaal en verdronk.
  • 22 augustus 1943 roofmoord in de herberg “Oude Barrier” te Zutendaal waarbij vader Geusens en zijn twee zonen vermoord werden.
  • november 1943 roofoverval op Leenders te Maaseik die geld voor de melkerij van Neeroeteren vervoerde. Het geld ten bedrage van 235.000 fr, viel in handen van de terroristen.
  • september 1943 overval op een boerderij tussen Kerniel en Borgloon waarbij geld en allerlei voorwerpen geroofd werden.
  • 1 oktober 1943 moord op veldwachter Leo Loos van Zonhoven.
  • 11 november 1943 sabotage aan de spoorlijn Winterslag-Genk.
  • november 1943 roofoverval op de woning van burgemeester Knaepen te Kerniel waarbij veel geld en twee fietsen gestolen werden.
  • bomaanslag op de woning van handelaar Leopold Vanhoof te Dilsen.
  • aanslag op het politiebureel van Tongeren waar de terrorist P. Moureaux van Piringen gevangen zat. De aanslag mislukte.
  • moordpoging op controleur Everts uit Maaseik.
  • 3 december 1943 moord op Alfons Lefèvre te Beverlo.
  • moord op briefdrager Jozef Calsius uit Mechelen-aan-de-Maas, Uikhoven.
  • moord op Felix Van Baelen te Beverlo.
  • moord op burgemeester Jef Nuyts van Heppen en op gemeentesecretaris Victor Jacobs van Heppen.
  • sabotagedaden op de spoorlijn Hasselt-Neerpelt.
  • aanslag op de gevangenis te Turnhout om twee aangehouden partizanen te bevrijden. De aanslag mislukte.
  • aanslag op de spoorlijn Mol-Eindhoven.
  • moordpoging op handelaar Clement Cloesen ? te Alken.
  • roofoverval op een veehandelaar tussen Tessenderlo en Leopoldsburg. De aanslag mislukte.
  • 31 oktober 1943 moord op de Vlaamse Wachter Feyen in café Minerva te Beverlo.
  • moord op Gerrit Naumann te Koersel.
  • roofoverval op de schatbewaarder van de Boerenbond te Koersel waar een grote som geld, die aan de landbouwers moest uitbetaald worden, gestolen werd.
  • december 1943 aanslag op de hoogspanningslijnen van As en Waterschei
  • 11 november 1943 moord op Jules Gallez te Waterschei.
  • 8 december 1943 moord op Jan Corstjens, schepen van Rotem.
  • 20 december 1943 moord op veldwachter Frans Reynders te Kwaadmechelen.
  • 10 januari 1944 moord op de eigenaar van café “Scherpenheuvel” te Waterschei. Bernard Coolen en zijn vrouw Elisa Beisman werden gedood.
  • roofoverval op de bakkersgast Vanhee, in dienst van bakker Magdeleyns te Diepenbeek.
  • moord op Jan Van Stippelen, gemeentewerkman te Lanaken.

De bevolking wordt erop gewezen dat de personen die aan terroristen of andere misdadigers onderkomen verschaffen of hun enige andere hulp verlenen, zich aan de zwaarste straffen blootstellen. Tenslotte wordt de bevolking gewaarschuwd dat alhoewel praktisch alle moordaanslagen en zeer vele roofovervallen in Limburg opgeklaard werden door de aanhouding van 80 personen die tot de terroristenorganisatie behoorden of er aan meewerkten, nog enige terroristen op vrije voeten lopen. Het is plicht voor eenieder waakzaam te zijn en de bevoegde politiediensten bij te staan in de opsporing der overblijvende misdadigers, opdat ook zij hun verdiende straf niet zouden ontlopen.

Na de terechtstelling van de 24 partizanen was het in hun rangen toch wel even stil; vergeten we niet dat er rond de 80 aanhoudingen gebeurden. De P.A.-leiders die niet konden gevat worden, lieten op een duidelijke wijze verstaan dat hun terechtgestelde medestanders zouden gewroken worden. Geen enkele collaborateur zou overblijven53. Na een korte tijd van reorganisatie en na het recruteren van nieuw bloed, gingen zij opnieuw tot de aanval over. In de maand mei 1944 werden drie collaborateurs doodgeschoten.

K. 69 Bijzonder verslag (toestand Noord-Limburg ) 2.5.1944

Gezien de kritische toestand die alhier heerst, door de talrijke SIPO-S.D. zowel vrouwelijke als mannelijke, daarbij gevoegd de talrijke zwarte politie, waarvan het krioelt, wordt het ons zeer moeilijk gemaakt bij het opereren.

*Aangezien mijne compagnie, over een grote uitgestrektheid verspreid is, en dus de elementen (partizanen) ver van elkaar verwijderd zijn en we aldus verplicht zijn steeds de wapens te transporteren van het ene naar het andere detachement waarvan de afstand soms 35 km bedraagt, brengt dit steeds een grote moeilijkheid.*

Daarom ben ik zo vrij, mij tot U te wenden, om voldoening te bekomen in kwestie wapens, zo mogelijk mitrailletten, om hier het overal dreigend meesterschap der verraders lam te leggen, en om tevens overal te gelijk op te treden. Hier in de streek dient niet afgewacht maar aangevallen te worden. Dit op grote schaal. Zo mij hierin voldoening wordt geschonken, zal het resultaat des te schoner zijn.

*De kwestie van elementen (partizanen) is voor zover opgelost doch wat ben ik met talrijke elementen (leden) die moeten betaald worden (ondergedokenen) en hier tegenover slechts gering werk kunnen leveren, terwijl de financiële toestand hopeloos schijnt te zijn.*

Ik, als Cie K. T. en daarbij als Belgisch partizaan, die weet en begrijpt waarvoor en waarom we in den strijd staan, verzeker U, wanneer ik word voorzien van wapens,dan zal het niet lang duren of gans België zal met verwonderde blikken over Limburg spreken. Limburg dat nochtans een waar mierennest van verraders is, maar waar niettegenstaande ook vele patriotten wachten en smeken om een wapen en om ingelijfd te worden bij de Belgische Partizanen.

In de hoop dat U mijn schrijven grondig zult onderzoeken, groet ik U.

De Cie K. T. Urbain.

Opnieuw rekenden de partizanen af met twee verklikkers54. Op 13 mei 1944 werd Gerard Achten uit Lommel-Kerkhoven neergeschoten en op 27 juni 1944 was het de beurt aan Hubert Vandermeeren te Alken.

In het dagboek van een partizaan55 vonden we een klein overzicht omtrent de boekhouding van de partizanen over de periode 12 juni 1944 tot 28 augustus 1944. De boekhouding werd bijgehouden door de rekenplichtige Vera.

Inkomsten Uitgaven
ontvangen op 12.644 20.000 fr
Urbain 5.000 fr
aan agent Tito 12.000 fr.
aankoop binnenbanden 400 fr
aan Valère 1.000 fr
op 16.7.44 was kas volledig leeg.
aankoop Kolt 7.65 mm 1.700 fr
aankoop Browning 1.400 fr
rouwplechtigheid Kozak 1.655 fr
aankoop Kolt, patronen en T.N.T. 3.326 fr
aankoop V door Tito 3.000 fr
aankoop 2 W.door Gustaaf 5.000 fr
aankoop Jumelle Urbain 1.500 fr
maandloon voor Tito en Mina voor twee maanden 2.370 fr
op 68.44 bij gekomen 100.000 fr
Martin allerlei aankopen 7.962 fr
voor fiets Valère 2.780 fr
voor schoenen Valère 700 fr
voor ondersteuning Dony 2.000 fr
uitgaven door Martin 30.000 fr
Francois - aankoop W. 25.000 fr
nieuwe kader fiets 1.000 fr

De maand juli 1944 was voor de collaborateurs de meest kwetsbare maand. Het hoogst aantal collaborateurs werd neergeschoten.

Bij de terechtstelling van belangrijke collaborateurs werd een verslag opgesteld. Dit was onder meer het geval naar aanleiding van het neerschieten van Arien, burgemeester van Tessenderlo en arrondissementsleider van het V.N.V. op 18 juli 1944. In zijn boek publiceert Stassen hetgeen volgt56:

Verslag 24. 7. 1944 - K. 69

Waarde vriend Georges,

Alhier op het grondgebied Beverlo, werd een der voornaamste figuren uit de verradersbende neergelegd, namelijk de burgemeesterArien van Tessenderlo, samen met twee Duitsers die hem vergezelden en aan de opgelopen kwetsuren zijn bezweken. Deze actie werd gepleegd door Cie Cdt. MARTIN en adj. RICHARD.

Door het neerschieten van deze schurk zijn we thans diep ingedrongen in de verradersbende. Het is mij onmogelijk al de voorhande documenten over te maken, doch hetgeen ik U laat geworden zijn wel de bijzonderste in het algemeen; het gaat meestal over mijn persoon en ik zou graag deze behouden, daar het U toch niet aanbelangt, wegens de organisatie.

Het zijn slechts documenten over mijn handel en wandel en natuurlijk met de heerlijke naam (bandieten moordenaar).

Ik hoop U alles te kunnen tonen bij het eerste bezoek dat U mij zult brengen.

De beste groeten van een P.A.-B.PL.vriend

Kdt. Urbain

Hoe het verder met de acties van de partizanen verliep, kunnen we volgen via de ingediende verslagen. Opvallend is dat een eenheid van de partizanen (compagnie, detachement of bataljon) genoemd werd naar een terechtgestelde partizaan. Zo kreeg een compagnie de naam Arthur Klinkers wonende te Eisden die te Genk aan het Albertkanaal op 16 februari 1944 neergeschoten werd57.

K. 69, Bataljon Noord

weekverslag Kie - Arthur Klinkers

Op 2.8.44 werden de seininstallaties op het spoor te Wijchmaal gans vernield door de armen af te breken en daarna te verbergen op een veilige plaats, alsmede werden de seindraden op talrijke plaatsen overgesneden en aldus onbruikbaar gemaakt.

Op 3.8.44 werd een actie gepleegd op het leven van de burgemeester en de secretaris van Kessenich (medewerkers van de SD.-Gestapo ). De actie mislukte gedeeltelijk; slechts de burgemeester werd gekwetst door een schot in de rug en een andere in de zijde.

Op 5. 8. 44 werd een aanval gepleegd op het gemeentehuis van Molenbeersel, alles is volledig vernield door brand, alsmede 300 kg wol ging in de vlammen op (buit: een schrijfmachine). Deze actie werd uitgevoerd door Det. Kt. Rik, Teddy, Bobby en Robertin.

Op 9.8.44 werd een geldactie gevoerd te Neeroeteren ten nadele van een zwarte boer die daarenboven nog een grote woekeraar was. Volledige buit: 27.000 frs. Deze actie werd uitgevoerd door de kameraden De Kat, De Bok, André en Polydore.

De werking van de Kompagnie is nog onvolledig, doch dit is te zoeken in het feit dat ze beschikken over wapens van het kaliber 7,65 mm waarvoor er geen patronen (kogels) voorhanden zijn. Het was dan ook zeer moeilijk om openlijk de strijd aan te gaan tegen de geregelde troepen van de bezetter, de S.S., de Gestapo, Vlaamse Wachters (Wachtbrigade) en speciale benden georganiseerd door de Zwarte Brigade en V.N.V-ers.

K. 69 - 29.8.44 - Bataljon Mathieu Marting - Komp. Alfons Meuris

Toen ik mij op 29.8.44 op weg begaf naar huis en aan de Kattebos kwam, werd ik plots door de Gestapo overvallen, 5 in aantal. Ik moest mijn fiets in de steek laten, daar ze mij te sterk waren. Ik heb 9 kogels verschoten waarna ik mij teruggetrokken heb. Daar mijn kleren totaal verscheurd waren, heb ik mij naar huis begeven waarna ik mij twee dagen later weer bij mijn detachementcommandant Lode gevoegd heb. - Bill.

Wat opvalt is dat in al de verslagen, uitgezonderd één dat betrekking heeft op de moord op Ariën, burgemeester van Tessenderlo en op de leden van de DeVlag te Wellen, nergens melding wordt gemaakt van het neerschieten van collaborateurs.

De partizanenfamilie die zeer hard getroffen werd, was de familie Nulens uit Alken. Vader Alfons Nulens die aangehouden werd omdat zijn zonen-partizanen onvindbaar bleven, werd aangehouden en stierf op 16 maart 1945 in het concentratiekamp van Buchenwald. De dochter Paulina Nulens werd eveneens aangehouden en kwam niet meer terug. Zij stierf te St. Gallen (Zwitserland) op 23 april 1945, op de dag van haar bevrijding. De zonen Eugeen en Hubert Nulens werden terechtgesteld op de schietstand te Hasselt en begraven in de bossen van Hechtel.

Op 13 augustus 1944 werd door het Partisanenleger van Limburg volgende brief gepubliceerd. Hij was alleszins ook voor de pastoors en priesters bestemd zoals blijkt uit de aanspreektitel en uit het verzoek de inhoud bekend te maken aan de parochianen[^h6a-35].

Limburg, 13 augustus 1944

Zeer Eerwaarde Heer en Medeburger,

De Belgische Partizanen nemen de vrijheid U bijgaande mededeling te sturen, in de hoop dat U ze kenbaar zoudt willen maken aan uw parochianen.

Wij zijn ervan overtuigd dat U deze gelegenheid niet onbenuttigd zult laten om mede te werken aan den strijd van diegenen die niet geaarzeld hebben de wapens op te nemen voor de verdediging en de bevrijding van het Vaderland.

Onze overtuiging berust op de vaderlandslievende houding door de Belgische geestelijkheid aangenomen. Zij ook telt slachtoffers van de woede en de barbaarsheid van de bezetter, die niets en niemand spaart en in zijn bestialiteit en door zijn heidense geweldverheerlijking en rassenverafgoding de christelijke beschaving vernielt, waarvan hij de verdediger beweert te zijn.

De namen der vaderlandslievende priesters, gevallen als slachtoffers der barbaarse Hitler-terreur, worden vereerd, niet alleen door de Katholieke Partizanen, die zeer talrijk zijn doch ook door iedere partizaan, welke ook zijn politieke opinie of godsdienstige leerstelling weze.

Iedereen strijdt tegen de overweldiger met de wapens welke hem eigen zijn maar allen zijn wij een in den vurige wens ons land binnen korten tijd bevrijd te zien van de schande en de stoffelijke en morele ellende door de vreemde bezetting veroorzaakt.

De Partizanen van hun kant hebben de harde weg van de gewapende strijd gekozen; zij vormden de georganiseerde strijdformatie van het binnenland en worden als dusdanig officieel erkend, zowel door de wettige regering als door het geallieerd opperbevel. Meermalen reeds zijn de partizanen door Radio België gefeliciteerd geworden voor hun stoutmoedig succesrijk optreden tegen de vijand. Op 23.3.1944 heeft de Heer Delfosse, katholiek minister van Justitie en Informatie, persoonlijk vanuit Londen het woord tot de Belgische Partizanen gericht om hun daden van vaderlandse moed en offervaardigheid te huldigen en om voor hen de actieve steun der ganse bevolking op te eisen. Op 17.5.1944 waren het speciaal de Limburgse Partizanen die door Radio België gelukgewenst werden voor hun succesvolle strijd der voorafgaande maanden. Sedert einde juli worden de Belgische Partizanen door generaal Eisenhower beschouwd als deel uitmakend van de geallieerde strijdkrachten en eerste minister Pierlot heeft een gelijkluidende officiële verklaring afgelegd.

De slagen die de Partizanen aan den vijand toebrengen bewijzen, dat, indien de weg hard is, de bekomen resultaten ruimschoots de moeite en de opoffering waard zijn die wij ons getroosten.

De Belgische Partizanen

Limburgs Korps

De gebeurtenissen te Molenbeersel betekenden eens te meer een harde dobber voor de partisanen in het Maasland58. Bij het neerschieten van de partizaan Sylvain Dupont (Francois) te Neeroeteren op 20 augustus 1944 door de Zwarte Brigade “Inzet”, was men aan de weet gekomen dat er in Molenbeersel een schuiloord was van de partizanen. Een afdeling van de Duitse Marine, gelegerd te Maaseik, de SIPO/SD onder leiding van de beruchte Max Gunther en de Zwarte Brigade “Inzet” met aan het hoofd Lode Huygen, begon in de vroege morgen van 22 augustus 1944 aan een razzia te Molenbeersel. Eerst werd een aanval uitgevoerd op de tramstelplaats. Hier begon een gevecht in regel waarbij de partizaan Jozef Conen gedood werd terwijl Mathieu Swennen, de partizaan met de schuilnaam Clark, aangehouden werd. Hij lag er gekwetst ingevolge de overval op burgemeester Lamberigts te Kessenich. Dr. Jan Rutten uit Molenbeersel had hem verzorgd. De Duitsers verdachten de partizaan ervan dat hij te Kessenich de Duitse schildwacht had doodgeschoten. Vandaar dat hij werd opgehangen aan een elektriciteitspaal te Molenbeersel met op zijn borst een plakkaat Zo straft men de moordenaars van een Duits soldaat. Mathieu Op ‘t Roodt, of hij een partizaan was hebben we nergens kunnen vinden, werd ook aangehouden, evenals Jan Stals, een schuilnaam voor de joodse jongen, Johnny Vandersluys. Beiden stierven in het concentratiekamp Schandelach-Neuengamme, Mathieu Op ‘t Roodt op 10 februari 1945 en Jan Stals (Johnny Vandersluys) op 4 januari 1945.

Een tweede aanval werd uitgevoerd op de herberg “In het dorstige hert”, uitgebaat door de familie Lambert Dickx, gelegen op de steenweg van Molenbeersel naar de Nederlandse grens, voorbij de villa Pax. Bij het opendoen van de voordeur werd vader Lambert Dirkx onverbiddellijk neergeschoten. Hetzelfde lot onderging de zoon Willem terwijl de drie andere zonen Jaak, Henri en Albert werden aangehouden en weggevoerd. Geen van de drie broers kwam nog terug. Allen stierven in een Duits concentratiekamp: Albert op 12 april 1945 te Ludwiglust op transport van Schandelach naar Wöblin; Jaak, op 12 januari 1945 te Neuengamme en Henri op 12 februari 1945 te Schandelach-Neuengamme. In de familie Dirkx werd getreurd om vijf dodelijke slachtoffers. Omtrent de overval bij de familie Dirkx bestaat enige twijfel. Het was wellicht de bedoeling van de Duitsers en de collaborerende milities de razzia uit te voeren bij de familie Conen die een zeer belangrijke rol speelde in het verzet. Wellicht werd, ingevolge een gebrekkige of verkeerde aanwijzing van de juiste woning, de familie Dirkx het slachtoffer met al de gevolgen van dien.

Men kan de vraag stellen wie van de Zwarte Brigade Inzet, na het neerschieten van de partizaan Sylvain Dupont te Neeroeteren en het ontdekken van een aantal inlichtingen betreffende de partizanen, de Duitsers en de SIPO/SD ingelicht heeft. Het ogenblik was alleszins slecht gekozen. De opmars van de geallieerden was in een stroomversnelling geraakt. Had men bovendien de razzia beter voorbereid dan waren er de vijf dodelijke slachtoffers bij de familie Dirkx niet geweest. Voor ons is er maar een uitleg: in een burgeroorlog is er geen plaats voor rede en gezond verstand.

De Belgische Nationale Beweging B.N.B. - Het Geheim Leger

Na de capitulatie in mei 1940 was het even wennen aan het nieuwe regime. Het merendeel van de bevolking was onder de indruk van de macht die Duitsland ten toon spreidde en slechts weinigen geloofden dat Duitsland de oorlog nog kon verliezen. Toen de Duitsers de slag om Engeland verloren hadden, kwam er een sprankeltje hoop. De bezetter was niet oppermachtig zoals men dacht. Geleidelijk aan groeide er een kiem van verzet. Sporadisch en helemaal niet georganiseerd kwamen jongeren op straat. Bij de eerste verjaardag van de inval van mei 1941, werden er te Tongeren V- en R. A. F.- tekens aangebracht op officiële gebouwen. Victor Doucet en Victor Vanroy werden aangehouden en opgesloten in de gevangenis te Hasselt59. Hetzelfde gebeurde te Maaseik waar Jan Lenders, Louis Brouwers en Aimé Baus aangehouden en veroordeeld werden60. In juli 1941 werden rechter Ludovic Ulrix, de prefect van het Atheneum Smolders, advocaat Stas en Jean Jadoulle, allen uit Tongeren, aangehouden61. Een aantal jonge Tongenaren legden te Eben-Emael op 5 juli 1941 bloemen neer op het graf van een neergestorte Engelse piloot. De betrokkenen werden langdurig ondervraagd door de Duitsers. Naar aanleiding van dit gebeuren werd op 23 juli 1941 op de Franstalige radio te 13u15 omgeroepen dat in Limburg een Wit Legioen was opgericht62. In Hasselt en in St.-Truiden hadden zich vanuit de Nationaal Koninklijke Beweging kleine verzetskernen gevormd waarvan sommigen toetraden tot het Nationaal Legioen en anderen tot de Churchill-Club63. Op 26 juli 1941 deelde de Feldkommandantur van Hasselt aan het provinciebestuur van Limburg mee dat er op vele plaatsen in de Tony Lambrechts leider provincie R.A.P.-opschriften waren B.N.B. Limburg aangebracht. De burgemeesters dienden hiertegen op te treden. In Tongeren kwam het tot ernstige rellen tijdens een optocht van de Nationaal Socialistische Jeugd Vlaanderen op 6 april 194264.

Einde 1941 was de Belgische Nationale Beweging “BNB. Limburg” opgericht door luitenant Kalmes van het voormalig 11de Linieregiment, door adjudant Jean Maesen uit Maasmechelen en door de Hasseltse tandarts Robert Lefèbvre. De provincie Limburg werd ingedeeld in zeven sectoren met telkens een sectoroverste: Hasselt (Tony Lambrechts), Neerpelt (Marcel Royers), Maaseik (Gustaaf Beazar), Tongeren (Pierre Hick), Waterschei (Martin Vrijens), Leopoldsburg (Gerard de Smackers) en St.-Truiden (Roger Tilliard). Naast voornoemde sectoren bestonden in bepaalde localiteiten “stoottroepen” die dan later uitgroeiden tot volwaardige sectoren. Dit was onder meer het geval te Herk-de-Stad, te Hex en te Grote-Spouwen. Op 27 april 1942 werd de nationale leider van B.N.B Camille Joset aangehouden. Hetzelfde lot onderging de provinciale leider Robert Lefèbvre en dit op 8 mei 1942. Tony Lambrechts uit Weier, eerste sergeant, eerst bij het 11de en nadien bij het 20ste Linieregiment, was op 17 januari 1941 wegens ziekte uit krijgsgevangenschap teruggekeerd. Kort nadien trad hij toe tot het verzet en werd sectoroverste van Hasselt. 6 juni 1942 was een historische datum voor de B.N.B. van Limburg. Op die dag kwam het kruim van de voormalige onderofficieren van het 11de Linieregiment samen in het café aan de Gaarveldstraat 109 te Runkst-Hasselt dat uitgebaat werd door de voormalige adjudant Henri Meys. Hierna volgen de 13 pioniers: adjudant Henri Meys, Tony Lambrechts 31 jaar; adjudant Pierre Hick uit Hasselt, 45 jaar, oudstrijder 14-18; eerste sergeant-majoor Leon Theunissen uit Leopoldsburg; adjudant Gerard Venken uit Hasselt; adjudant pelotonchef Jean Maesen uit Maasmechelen; eerste sergeant Marcel Royers uit Neerpelt; Martin Vrijens, 34 jaar, onderwijzer uit Waterschei; eerste wachtmeester van de rijkswacht Gustaaf Beazar, 34 jaar, uit Kessenich; eerste sergeant René Lambrechts, 34 jaar, uit Weier; eerste sergeant Henri Theunissen, 32 jaar, uit Hasselt; de schrijnwerker Guillaume Claes uit Hasselt en sergeant Roger Tilliard (28 jaar) uit St.-Truiden. Op deze vergadering werd Tony Lambrechts aangesteld tot nieuwe leider van B.N.B Limburg met Henri Theunissen als zijn adjunct. Later werden Godfroid Hacken, Joseph Vandebriel, Eduard Vissers, Raoul Jeurissen en Fernand Govaerts aan de provinciale leiding toegevoegd. Tijdens de bezetting kregen de voormalige onderofficieren een functie in de een of andere administratie van de staat. Zo waren Henri Theunissen, Jean Maesen en Tony Lambrechts tewerkgesteld bij de administratie der Belastingen. René Lambrechts, Marcel Royers, Roger Tilliard, luitenant Kalmès en adjudant de Smackers uit Leopoldsburg waren verbonden aan de controlediensten. Zij hadden alzo een zee van mogelijkheden om elkaar te ontmoeten en hun activiteiten in het verzet uitvoerig te bespreken.

De postbus van B.N.B. Limburg bevond zich in het café Verdcourt tegenover het station te As (kant Mardaga), zoals blijkt uit een schrijven dat de chef Tony Lambrechts richtte aan de sectoroverste van Bilzen op 12 november 194265: Betreffende het Verbindingsknooppunt As vraag ik aan S.O. Bilzen om de verbinding met mij en de andere sectoren langs dit punt om zorgvuldig en regelmatig in stand te houden, daar er onverwachts dringende bevelen en veranderingen kunnen gegeven worden.

Later in dit hoofdstuk wordt uitleg verstrekt over de verschillende activiteiten van de B.N.B. Fundamenteel kan men stellen dat het hoofdaccent van B.N.B. Limburg gelegd werd op het militair karakter van de beweging. De bedoeling van leider Tony Lambrechts bestond erin een goed georganiseerd leger op de been te brengen dat op het gepaste ogenblik naast de geallieerde legers de vijand zou te lijf gaan. Met het oog op een goede organisatie werden vier diensten opgericht: de bewapeningsdienst, de verbindingsdienst, de ravitailleringsdienst en de recruteringsdienst. Veel aandacht werd besteed aan de refuges of de schuiloorden waar de manschappen op bevel van het provinciaal commando zouden samenkomen om tot de actie over te gaan66. Een evenwaardige aandacht ging naar de droppingsplaatsen waar de geallieerden wapens zouden droppen.

Op 15 oktober 1943 schreef Tony Lambrechts aan de sectoroverste van Bilzen67: Ik wil U nogmaals opmerkzaam maken op het groot belang dat ge moet hechten aan de refuges (schuilplaatsen) van waaruit de mannen vertrekken voor de militaire operaties. Ge moet ook nog een goede reserve-refuge voorzien. Vergeet dit niet. Ook het landingsterrein niet vergeten. Tot tweemaal toe waren er droppings van wapens: te Rekem op 30 mei 1944 onder de codenaam “Le Cheval” en te Opgrimbie op 6 juni 1944 onder de codenaam “La Gazelle”. Zowel de refuges als de droppingsplaatsen hadden meestal een naam uit de dierenwereld. De refuge voor Rekem heette “L’ abeille”, die van Bilzen “Le bourdon” (hommelbij). De droppingsplaats voor Bilzen had als naam “La Vache” en de reservedroppingsplaats heette “La coqueluche est une maladie d’enfants” (de kinkhoest is een kinderziekte)66. Het hoofdkwartier van het Geheim Leger werd regelmatig door de Duitsers opgespoord. Opvallend is het zeer groot aantal brieven en nota’s die Tony Lambrechts verstuurde aan de verschillende sectoroversten. Heel veel belang hechtte hij aan de refuges of schuiloorden. Zo schreef hij op 24 december 194368: De hiervolgende onderrichtingen zijn enkel en alleen bestemd voor de sectoroversten en hun rechtstreekse adjuncten. Neemt goed nota van het feit dat al de onderrichtingen die de steunpunten (refuges) betreffen alsmede het actieplan zeer geheim zijn en dat de minste onvoorzichtige uitlating dienaangaande een katastroof kan teweegbrengen voor de uitvoering der opgemaakte militaire plannen. Begrijpt dus uw zware verantwoordelijkheid en werkt in deze geest uw zending uit. Binnen enkele dagen komt een der hogere leiders de refuges opzoeken en nazien. Gij moet aanwezig zijn en zult verwittigd worden. Te dien einde zult gij zonder uitstel volgens de hierbijgevoegde samenvatting van het actieplan grondig uw refuge bestuderen, hare mogelijkheden van aanval en van verdediging, de verdeling uwer krachten enz. Ge moet een duidelijk beeld van dien toestand kunnen uitleggen aan de hogere leider. Ik herhaal nogmaals dat dit hierbijgevoegde actieplan zeer goed moet geborgen zijn dat het niet kan gevonden worden en niemand dan U of uw adjunct het in handen mogen nemen. Verder mag niemand de plaats kennen van uw refuge want dan is alles op voorhand voor U verloren. Als een geboren militair eiste Tony Lambrechts tucht en volgzaamheid: De ondergeschikte mannen (hiermee bedoelde hij onder meer de brigade- en sectieoversten) hoeven enkel te weten dat ze hun leiders moeten volgen, blindelings en gehoorzamen als militairen; het is om reden dat de mannen niet op de hoogte moeten zijn van vele zaken dat ik immer zo aangedrongen heb in het scheppen van een militaire geest, het vertrouwen in en de gehoorzaamheid aan de leiders. Ook werd aangedrongen dat de vrouwen er zoveel als mogelijk moesten buiten blijven: Laat de vrouwen buiten het spel; wij hebben reeds genoeg ondervinding opgedaan van hun onverantwoordelijkheidszin. Dit raakt niet de enkele prachtige vrouwelijke elementen die als uitzondering de algemene regel bevestigen. Bij niet- naleving van de onderrichtingen van de provinciale leider waren straffen voorzien zoals blijkt uit een rondschrijven van 11 augustus 194369: Een strafbaarheid zal voorgesteld worden langs hiërarchische weg. Ze mag enkel toegepast worden door de S.O. Voor de eerste ogenblikken zijn 3 soorten straffen voorzien: 1. officiële vermaning, 2. gevang en 3. doodstraf. Ieder overste kan evenwel een opmerking maken zonder genoteerd te worden. De officiële vermaning wordt toegepast voor min of meer ernstige fouten. Na herhaling wordt gestraft met gevang. Bij niet uitvoering van bevel onmiddellijk gevang ook bij onzedige handelingen of bij uitgaan van verboden lokalen. Doodstraf toegepast bij opstand tegen overste of desertie. Opstand zonder wapens, straf voorgesteld aan P.O. Opstand met wapens. De schuldigen moeten ter plaatse worden doodgeschoten. Ieder overste heeft het recht dit te bevelen. De oversten zullen op eigen verantwoordelijkheid de hand houden aan de straffen. Zij moeten rechtvaardig zijn zonder onderscheid te maken. De overste die schuldig bevonden wordt kan twee straffen ondergaan: 1. ontneming van bevel, 2. beroving van graad. Brigadeoversten, Sectie en Groepsoverste, U is de verantwoordelijkheid maar ook de schone taak gegeven te strijden voor de vrijmaking van ons verdrukt vaderland. Zorgt er dus voor uw taak van heden af zo stipt mogelijk te vervullen opdat gij eer van uw werk behale. Ons dankbaar België zal dan ook niet nalaten zijn meest moedige zonen te gedenken.

Reeds in 1942 zoals we elders kunnen lezen, verzamelde het VNV. alle mogelijke inlichtingen over weerstanderskernen. Ook het B.N.B. Limburg deed dit zoals blijkt uit een niet gedateerd schrijven van de sectoroverste Bilzen70: We dringen er bij de achterblijvers op aan ten spoedigste de reeds vroeger gevraagde lijsten van zwarten enz… gereed te maken en ons op de gekende weg over te laten geworden. Hier volgen de meest belangrijke dorpen die nog niet in orde zijn: Vroenhoven, Hees, Kesselt, Heukelom, Kanne, Valmeer, Millen, Riksingen, Werm, Munsterbilzen, Martenslinde, Alt- Hoeselt, Rijkhoven, Vliermaal, Vliermaal-Root en Romershoven. We geven hierna nogmaals de volgorde: 1. Gestapo, 2. Zwarte Brigade, 3. Vlaamse Wacht, 4. VNV-sympathisanten, 5. vrouwen die omgaan met vijanden en zwarten, 6. oorlogswoekeraars. Gelieve dan ook de lijst op te maken in volgorde zoals hierboven aangegeven met de nodige nummers. Vergeet vooral niet zoveel mogelijk straat en nummer van het huis te vermelden. Gezien het gevaar om door de Duitsers aangehouden te worden, werd heel veel met afkortingen gewerkt zoals P.G.: provinciaal overste, S.O.: sectoroverste, A.O.S.: adjunct-sectoroverste, V.O.S.: verbindingsoverste met de sector enz. De structuur van BNB. Limburg was als volgt: De staf met de provinciale overste, de zone, de sector, de compagnie bevattende drie brigades of 300 personen, de brigade 100 personen, de sectie 50 personen en de groep 10 personen.

De kledij en de graden in het Geheim Leger waren bepaald als volgt71:

Kledij:

Salopetten (overalls) met alpenmuts. Op de muts een driekleurig lint van 15 cm op 1,5 cm, gaande van links naar rechts. Op de linkermouw der salopetten driekleurige band van 5 à 7 cm breed.

Graden Provinciaal overste (P. O. ) 5 zwarte strepen majoor Zone overste ( Z. 0. ) 4 zwarte strepen kommandant Sectoroverste ( S. O. ) 3 zwarte strepen kapitein Compagniechef (O. S. O.) 2 zwarte strepenen één rode streep luitenant Brigadeoverste ( B. 0. ) 2 zwarte strepen onderluitenant Adj.-brigadeoverste (A.B. O. ) 1 zwarte streep adjudant Sectie overste (G.O. ) 1 witte streep sergeant Pelotonoverste (Pl. O.) 1 rode streep korporaal

In een andere omzendbrief waarop geen datum vermeld is, werd de kledij van de verpleegsters voorgeschreven72:

LB.C. - 12 - Maaseik Aan L.B. C. 135 Brigade Overste Voorwerp: kledij der verpleegsters

De verpleegster moeten draagster zijn van een witte voorschoot en witte muts (bonnet). Op de bonnet( muts ) worden de letters opgenaaid: “B.N.B.” met zwart garen. Er zijn er die drie kleuren gebruikt hebben, ook goed, doch, het best voor dezen die nog moeten vervaardigen, is zwart op wit. Op de beide tippen der kraag van de voorschoot, voorkant, wordt op iedere tip het rood kruisje opgenaaid met rood garen. Dus hier “rood op wit”. De armband wordt eveneens van witte stof gemaakt en voorzien van “Rood Kruis”.

Afmetingen

Rood kruisje op de beide tippen van de voorschoot: doorsnede van 3 om. dus ieder armpje 1 12 cm lang en 12 cm breed. Armband: 10 cm breed langs omvang van de arm. Rood kruisje op de armband: 5 cm doorsnede, dus ieder armpje 2 12 cm lang en 2 cm breed.

Verschillende leiders van de staf werden aangehouden waaronder Henri Theunissen, adjunct van Tony Lambrechts, op 30 april 1943. Gelukkig overleefde hij de verschillende concentratiekampen.

Medio 1943 slaagde Tony Lambrechts erin met de ganse B.N.B. Limburg over te stappen naar het Leger van België. Thierry Vuylsteke in het boek van Prof. Henri Bernard “Het Geheim Leger 1940-1944”, hoofdstuk Limburg, schrijft hierover73: De ganse B.N.B. van Limburg kwam met pak en zak onder het gezag van kolonel Gerard te staan. Op enkele adjuncten van Lambrechts na werd de beweging van deze gebeurtenis niet op de hoogte gebracht.. De overgang naar het Leger van België bezorgde Lambrechts datgene waarnaar hij al sedert juni 1942 streefde: een wettigheid - “Wij zijn het Belgisch Leger”- een integratie in de strategie van de geallieerden, wat een hervatting betekende van de strijd tegen de nazi-barbaarsheden, hetgeen hem meteen een bestaansreden gaf met de belofte van een wapenlevering en van financiële middelen. Deze overstap van B.N.B. naar Belgisch Leger met bovendien de naamverandering op 1 mei 1944 van Belgisch Leger naar Geheim Leger werd wellicht te autoritair doorgevoerd hetgeen vooral na de oorlog tot ernstige wrijvingen leidde tussen de verschillende verzetsbewegingen die een concurrentieslag leverden om zoveel mogelijk leden te winnen.

De staf van B.N.B. Limburg op de vlucht

Sedert juli 1943 was het hoofdkwartier van B.N.B.-Geheim Leger Limburg gevestigd in de villa “La Tourelle” te Ophoven. De staf bestond uit: de provinciale leider, Tony Lambrechts, de adjuncten Guillaume Claes, Jozef Vandebriel en Gerard Venken, zone-overste voor Maaseik-Neerpelt Gustaaf Beazar, zone-overste voor Bilzen-Rekem Fernand Govaerts, verbindingsagent voor de provincie Eduard Vissers en een verbindingsofficier voor de staf Raoul Jeurissen.

De activiteiten van de provinciale leiding kunnen als volgt samengevat worden74:

  • Het opstellen van orders voor de verschillende sectoren in de provincie;
  • Het centraliseren van de inlichtingen ontvangen van de vele agenten en deze overmaken aan de staf Geheim Leger (code L. H.);
  • Het organiseren van de verschillende parachutages en van de ontvangstposten en deze opleiden voor hun taak;
  • Het verdelen van de ontvangen wapens, munitie en springstof;
  • Het helpen ontvluchten van neergehaalde vliegers en ontsnapte gevangenen;
  • Het onderhouden van de radioverbindingen met Londen via de gedropte agenten André Falesse en Marcel Becquart.

Gedurende de dag verbleven de stafleden op de eerste verdieping van de villa waar ook hun bureel was ingericht. In het kippenhok waren drie bedden geplaatst. In ploegen van twee werd er ‘s avonds en ‘s nachts de wacht gehouden en geslapen. Een gat in de muur van het kippenhok liet hen toe te ontsnappen in de naburige weiden. De buitenwacht werd verzekerd door Jan Hilven uit Ophoven. Die beschikte over wapens. Op 28 februari 1944 werd op de boerderij Jettenhof te Ophoven een overval gepleegd. Het onderzoek, ingesteld door de rijkswacht van de brigade Kessenich, leidde tot een huiszoeking bij Jan Hilven. Daar werden wapens gevonden. De bal begon voor goed te rollen toen Jan Hilven aan de rijkswacht verklaarde dat hij deze wapens nodig had voor de bewaking van de villa “La Tourelle”, eveneens gelegen te Ophoven en bewoond door mevr. Gerard Nijssens Gabrielle, geboren 2 oktober 1866 en de dochter Marie Emile Nijssens, geboren 29 maart 1892. Deze laatste was zeer actief in het verzet. Zonder enige ruggespraak met de gerechtelijke overheid ging de rijkswacht van Kessenich op 29 februari 1944 over tot huiszoeking in de villa “La Tourelle”. Op het nippertje kon de staf van het Geheim Leger ontsnappen, getipt door de rijkswachters Cyriel Demaertelaere en Arnold Moors, beiden lid van de weerstand. Er werden heel wat wapens en vertrouwelijke documenten van het Geheim Leger gevonden en bovendien nog 445.000 fr, afkomstig van een overval op het postkantoor te St.-Truiden. De rijkswachtcommandant Leenders, die het bevel tot huiszoeking gegeven had,was zo getroffen door de vondst dat hij onmiddellijk het parket van Tongeren verwittigde. De procureur Kellens belastte de substituut-procureur Kemp en de onderzoeksrechter Albert met het onderzoek. Zoals gebrui- kelijk begaven de magistraten zich ter plaatse en stelden een bijkomend onderzoek in waarbij nog heel wat vertrouwelijke zaken gevonden werden die belastend waren voor de staf van het Geheim Leger. ] an Hilven en Marie Nijssens werden aangehouden. Zo bleven zij tenminste uit de handen van de Duitsers. Onderzoeksrechter Albert, zelf agent van de inlichtingsdienst Beaver-Baton, nam de bezwarende documenten mee naar Tongeren om ze over te maken aan het parket-generaal te Luik. Op de magistratuur van Tongeren was men er niet gerust in. Procureur Kellens schreef een naamloze brief naar de twee rijkswachters van Kessenich die met de collaboratie meewerkten. In deze brief werden zij met de dood bedreigd indien de zaak “La Tourelle” aan de Duitsers bekend gemaakt werd. De brief werd getekend “ De Witte Brigade”. Enige tijd later dook procureur Kellens onder. Dit was voor onderzoeksrechter Albert een teken aan de wand. Hij overwoog dit ook te doen maar hij had schrik dat zijn ouders dan zouden aangehouden worden. Hij bleef op post. Op 19 augustus 1944 werd hij door de Duitsers aangehouden die hem hardhandig aanpakten over de overval op de villa “La Tourelle” te Ophoven. Aangezien hij bleef weigeren, bleef hij aangehouden, evenals commandant Leenders van de rijkswacht te Kessenich en substituut-procureur Kemp. Het knelpunt bij de ondervraging door de Duitsers spitste zich altijd toe rond “lijsten” die zij per se in hun bezit wilden krijgen. In feite ging het om een misverstand. Tussen de gevonden documenten van het Geheim Leger in “La Tourelle” bevonden zich inderdaad lijsten met vermelding van de namen en adressen van de collaborateurs, die na de oorlog zouden aangehouden worden.Het misverstand bestond hierin dat de Duitsers van mening waren dat deze lijsten de namen vermeldden van de leden van het Geheim Leger. En hier ging het tenslotte om. Naarmate de tijd vorderde, kwamen de geallieerde legers dichter en dichter bij. Al de gevangenen van de Duitsers overgedragen werden aan het Rode Kruis van Leopoldsburg. Beiden hadden het drama “La Tourelle” overleefd. Van bij hun aanhouding op 29 februari 1944 waren Marie Nijssens en Jan Hilven uit de handen gebleven van de Duitsers. De Tongerse magistratuur deed hen opsluiten in Belgische gevangenissen. In september 1944 werden ook zij bevrijd.

Het provinciaal B.N.B. commando zocht na de overval op de villa een nieuw onderkomen: Guillaume Claes, Tony en zijn broer René Lambrechts, Eduard Vissers, Jef Vandebriel en Raoul Jeurissen kregen onderdak in “De Welvaart” te Rotem. Later verhuisden Guillaume Claes en Tony Lambrechts naar een boerderij in Spalbeek. Gustaaf Beazar vond vrienden in Maaseik; Gerard Venken trok naar Stokkem en Fernand Govaerts dook onder in St.- Truiden. Enkele dagen later keerde Raoul Jeurissen terug naar de villa” La Tourelle” te Ophoven om er een belangrijke som geld gaan op te halen die aldaar in de grond verborgen zat.

Op 7 februari 1944 werden zeven belangrijke verzetsleiders aangehouden: Jean Maesen (+ Saal a/Donau februari 1945), Pierre Hick (+ Saal a/ Donau 31.3.1945), sectoroverste Tongeren, Godfroid Hacken (+ Saal a/Donau), Felix Jans (+ Saal a/Donau), Jean Craninx (+ Saal a/Donau 25 maart 1945), Jos De Visscher (+ Saal a/ Donau 25 maart 1945) en Leon Theunissen, sectoroverste van Leopoldsburg (+ Saal a/Donau 2 mei 1945).

De moedige gevangeniscipier te Tongeren

B.N.B.-Rekem had onvoldoende kleren en schoenen voor haar ondergedoken leden. Er werd op B.N.B.-Bilzen en Hasselt beroep gedaan om een handje toe te steken. Gepland werd een overval te plegen op “Winterhulp” te Borgloon. Op 18 maart 1944 vertrokken zes leden van het Geheim Leger (B.N.B.) naar Borgloon. Het waren: Charel Jaspers, Jaak Herkens, André Poesen, Louis Hilkens, Henri Vandebeek en Frans Govaerts. Vijf van de zes weerstanders werden door de Belgische rijkswacht aangehouden en opgesloten in de gevangenis te Tongeren. Frans Govaerts, sectoroverste van Bilzen, kon ontsnappen. Op 23 maart 1944 werd hij door de Duitsers aangehouden. Na een kort verblijf in de gevangenis te Hasselt werd hij overgebracht naar Duitsland waar hij in april 1945 overleed in het concentratiekamp van Dora.

In mei 1944 werden de vijf aangehoudenen door de rechtbank van Tongeren veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 jaar. Zij zouden hun straf uitzitten in de gevangenis te Tongeren. Door de familie Hilkens uit Hasselt werd Lambert Schuermans uit Wellen, cipier in de gevangenis te Tongeren, benaderd met de vraag of hij als cipier iets kon ondernemen om de vijf gevangenen te laten ontsnappen uit de gevangenis. Dit was niet zo eenvoudig omdat voor de bewaking in de gevangenis nog een aantal rijkswachters als versterking was toegevoegd. Na enige bedenktijd besloot cipier Schuermans tot de actie over te gaan. In de nacht van 21 op 22 mei 1944 haalde hij elk van de vijf gevangenen, plus nog J. Pels, Henri Croes (partizaan Alex) en Remi Hayen, alle drie aangehouden omwille van sluikslachting, uit hun cel om ze over te brengen naar de waszaal. Deze was gelegen naast het lokaal waar de niets vermoedende rijkswachters hun tijd doodden met wat te kaarten. Klokslag 12 u middernacht opende Lambert Schuermans de grote poort en iedereen kreeg de vrijheid terug. Tot aan het einde van de oorlog dook iedereen onder, de cipier uiteraard ook. Niemand werd nadien aangehouden. De rijkswacht werd tot de orde geroepen maar alles beperkte zich uiteindelijk tot wat verbaal gekrakeel van de Duitsers. Het was alleszins een bravourstuk van de cipier Lambert Schuermans uit Wellen die het ons allemaal nog eens kon vertellen.

Met Frans Govaerts die sectoroverste was van Bilzen, liep het minder goed af. Na zijn aanhouding op 23 maart 1944 werd hij opgesloten in de gevangenis te Hasselt om nadien te verblij ven in de concentratiekampen van Buchenwald, Sangerhausen en Harzungen waar hij vermoedelijk einde februari 1945 overleed. Na de oorlog werd aan zijn weduwe en de twee minderjarige kinderen geen vergoedingspensioen uitgekeerd omdat de aanvaardingscommissie van beroep op 3 juli 1953 op grond van artikel 6 van de wet van 26 februari 1947 hem niet erkende als politiek gevangene. De motivering was de volgende75: overwegende dat de gegevens van het dossier P. G. nr. 46.290 en van het dossier K. A. nr. 13.62745 hetwelk aan verzoekster (weduwe) en aan de commissie ter beschikking werd gesteld, uitwijzen dat de rechtsvoorganger tijdens zijn onderhoren door de Duitsers belangrijke verzetsgeheimen heeft onthuld in dergelijke mate dat eventuele mishandelingen zijn gedragingen niet zouden kunnen verschonen. De verzets geheimen hadden betrekking op café Verdcourt te As (tegenover het station) waar de leden van het Geheim Leger regelmatig samenkwamen en waar trouwens ook hun postbus was. Tijdens zware mishandelingen zou Frans Govaerts de localiteit van het Geheim Leger aan de Duitsers meegedeeld hebben. De caféhouder Joseph Gustaaf Stoilants, geboren te Geetbets op 25 november 1876 en gehuwd met Adolphine Verdcourt, oudstrijder 14-18, werd op 3 april 1944 aangehouden en opgesloten in het concentratiekamp van Buchenwald. Hij kon na de bevrijding terugkeren maar ingevolge de ontberingen in Buchenwald stierf hij te As op 10 december 1947. Wat Frans Govaerts uiteindelijk aan de Duitsers verklaard heeft, is moeilijk te achterhalen. Dat hij tijdens zijn verblijf in de gevangenis te Hasselt zwaar gefolterd werd, blijkt uit een verklaring van Hubert Tilly uit Kanne76 die er eveneens verbleef en die samen met Frans Govaerts overgebracht werd naar het concentratiekamp van Buchenwald en Harzungen. Na verloop van tijd werd door de weduwe Govaerts een nieuw verzoek tot erkenning van politiek gevangene van wijlen haar echtgenoot ingediend. De aanvaardingscommissie van 29 juni 198177 heeft dan uiteindelijk de erkenning toegestaan. De weduwe en de kinderen ontvingen vanaf dat ogenblik de rechtgevende vergoedingen.

De overval op de gevangenis te Hasselt

Op 10 juni 1944 werd door een commandogroep van het Geheim Leger een overval gepleegd op de gevangenis te Hasselt. Hierna volgt het verslag dat door Tony Lambrechts, bevelhebber van het Geheim Leger in Limburg, op 11 juli 1944 werd opgesteld78.

Ondergetekende Ferdinand Antoine Lambrechts, nummer L. B. C. ], leider der Belgische Nationale Beweging in de provincie Limburg, verklaart op eer dat de hiernavolgende verklaringen betreffende de inval in de staatsgevangenis te Hasselt op 10 juni 1944, volledig juist en oprecht zijn.

In de staatsgevangenis van Hasselt, gebruikt door de Duitsers om politieke gevangenen op te sluiten, bevonden zich gedurende de maand mei en juni verscheidene vooraanstaande leden van B.N.B, alsook onschuldige gijzelaars die moesten boeten voor andere leidende persoonlijkheden der beweging en die - alhoewel lang opgezocht door de vijand - voor deze onvatbaar bleken te zijn.

Daar wij uit zeer betrouwbare bronnen wisten dat de Gestapo op hare gekende onmenselijke wijze trachtte al de geheimen der beweging uit de gevangen leden te persen, daar wij vreesden dat zulks zeer zware gevolgen kon hebben voor de beweging indien sommige dezer leden bezweken onder martelingen, hebben wij de mogelijkheid bestudeerd om de politieke gevangenen in Hasselt te bevrijden.

Door onze vriend en vooraanstaand medelid Georges Vanisterdael van Herk- de-Stad, die een maand gevangenis gans onschuldig (wat zal bewezen worden) had gedaan in Hasselt gedurende de maand april, werden wij volledig op de hoogte gesteld van de gesteltenis in de gevangenis, alsmede van de sterkte der bewaking en van al de andere bijzonderheden nodig te weten. Gedurende veertien dagen hebben wij deze aanval bestudeerd, gedurende deze tijd werden contacten aangeknoopt met een gevangenisbewaker, een goede patriot, met name Lambrechts, en wonende te Hex bij Tongeren. Deze verbond zich om op het gegeven ogenblik zijn medewerking te verlenen en gaf de raad van als ogenblik van de inval te kiezen zaterdagavond tussen 18u30 en 19 u omdat er op dat ogenblik slechts 4 bewakers waren en de aflossende wacht slechts om 19 u kwam.

In deze omstandigheden werd besloten om een krachtdadige en zeer moedige ploeg in te zetten van 10 man. Daar mijn vader Theophile Lambrechts en mijn zusterAugusta Lambrechts reeds geruime tijd als onschuldige gijzelaars boetten voor ons, drongen mijn broeders René Lambrechts, Louis Lambrechts en Edmond Lambrechts er ten zeerste op aan deel uit te maken van deze ploeg. Verder wilden onze volgende vrienden en vooraanstaande medeleden ten stelligste deel uitmaken van dezelfde ploeg: Georges Vanisterdael, Gaby Dupain, Charlie D’Hoose, Jean Mélot en Eduard Vissers. Omwille verscheidene redenen mij persoonlijk bekend, doch die niet de moed en de opofferingsgeest van een hunner in twijfel trokken, viel de keuze op: René Lambrechts, Gaby Dupain, Georges Vanisterdael, Charlie D’Hoose, Jean Mélot en Lodewijk Lambrechts. Daarenboven zouden vier leden van de secteur Borgloon en gekend om hun moed deel uitmaken van de ploeg.

Aan Georges Vanisterdael gaf ik een belangrijke som geld mee in biljetten van honderd om de bevrijde gevangenen aanstonds in de mogelijkheid te stellen zich te verplaatsen en te behelpen.

De dag van de uitvoering naderde. De vorige nacht had ieder der vermelde leden doorgebracht om in hun secteurs de bevolen sabotages aan de spoorwegen, ondergrondse kabels enz. te leiden en het dient hier bijgevoegd dat ze dit op prachtige wijze hadden volbracht. Op het laatste ogenblik werd bericht door Gaby Dupain S.G. Borgloon dat zijn vier aangeduide mannen niet in de mogelijkheid waren om naar Hasselt te komen omwille van de zeer strenge controle der Duitse patrouilles, ingevolge de gedane sabotages. Er werden daarom dringend door A.S.O. secteuroverste Georges Vanisterdael drie andere mannen aangeduid van de secteur Herk-de-Stad en waarvan de voornaamste Emiele Eykens van Linkhout was. Ze vertrokken om 17u30. Vijf van hen kwamen nooit terug.

Inval: Er werd besloten dat volgende leden zouden binnengaan in de gevangenis om de wachten te overmeesteren en de cellen te ontsluiten: René Lambrechts, Gaby Dupain, Georges Vanisterdael, Charlie D’Hoose, Jean Mélot en Emile Eykens. Lodewijk Lambrechts zou als geestelijke de leiding hebben van de autokamionnette die bestemd was om mijn vader en mijn zuster naar een veilige plaats te brengen. Deze autocamionette behoorde toe aan de garage George Hasselt en de bestuurder was zoon George. Drie mannen van de secteur Herk-de-Stad zouden de wacht houden op de Martelarenlaan. De autocamionnette stond geborgen in de garage Robijns, Martelarenlaan waarvan de eigenaar zich eveneens ten dienste stelde.

Uitvoering Omwille er enkele Duitsers wat later dan gewoonte het gevang verlieten, was het kwart voor zeven ‘s avonds alvorens Georges Vanisterdael aanbelde en binnen gelaten werd door hogergenoemd gevangenbewaker en medelid. Georges werd aanstonds gevolgd door René Lambrechts, Gaby Dupain, Charlie D’Hoose, Jean Mélot en Emile Eykens. Ze hebben de wachten overmeesterd, de celdeuren geopend en de gevangenen geld gegeven. Mijn vader en mijn zuster werden aanstonds naar de garage Robijns gebracht, alwaar mijn broeder Lodewijk met hen in alle haast vertrok daar op dat ogenblik reeds een patrouille Duitsers toesnelde.

Nu volgt de getuigenis van mijn broeder Lodewijk betreffende het gedrag van Emile Eykens die zijn makkers in het gevang bezig zijnde heeft in de steek gelaten en zelfs niet verwittigd na het zien der Duitsers.

Tijdens de uitvoering der opdracht in het gevang, vertelde mij Louis, heb ik wachtende aan de garage Robijns, Emile Eykens zien uit het gevang komen; hij was gans van streek en vertelde mij dat hij zijn revolver op het bureel van het gevang achter het rekenmachine weggeborgen had. Ik heb alsdan mijn revolver aan Eykens gegeven; deze is teruggekeerd om echter aanstonds weer naar buiten te komen om het op een lopen te zetten toen hij in de verte Duitsers had bemerkt. Hij is niet terug binnen gegaan om de makkers te verwittigen. Daar op dat ogenblik, de Duitsers onraad bemerkende, door het vluchten van Eykens op de garage toesnelden, daar juist op dat ogenblik mijn vader naar de garage kwam vanuit het gevang, heb ik in alle mogelijke haast de autocamionnette doen vertrekken tussen de Duitsers in en deze werd achterna gelopen door hen. Toen vreesde ik reeds het ergste voor de vijf vrienden doch hoopte nog. Dit is de getuigenis van mijn intussen eveneens gesneuvelde broeder Lodewijk (gedood tijdens de overval te Zelem op 29 juni 1944) die volledig geloofwaardig is.

Verdere uitleg: Terwijl de vijf vrienden in het gevang hun opdracht volbrachten, verschenen plots de Duitsers voor het gevang. Terzelfder tijd werd het gevang van alle zijden omsingeld.

De oorzaak door dewelke de Duitsers zijn kunnen verwittigd worden wordt op tweeërlei wijze uitgelegd en ik laat die aan de ooggetuigen over, t.t.z. personen vertoevende in het gevang om dit juist uit te leggen.

Het schijnt evenwel zeker dat een gevangene met name Emile Put van Diepenbeek een laffe rol heeft gespeeld. Ik zal niet nalaten ook deze aan te klagen. Hij wordt beticht van de door onze vrienden opgesloten Duitsers bevrijd te hebben, zodat dezen hen in de rug konden aanvallen.

Het is evenwel een vaststaand feit dat de vijf leden René Lambrechts, Gaby Dupain, Georges Vanisterdael, Charlie D’Hoose en Jean Mélot zich heldhaftig verdedigd hebben tot de laatste kogel en vele Duitsers hebben gedood. Tot nu toe is het langs verscheidene bronnen bekomen inlichtingen bijna zeker dat 35 Duitsers zijn gedood geworden.

Dit verslag is opgemaakt met het doel openbaar te maken dat onze vijf gesneuvelde kameraden gehandeld hebben in opdracht van hun rechtstreekse overste, dat zij als soldaat van het Belgisch leger de hun toevertrouwde opdracht tot ter dood toe trouw hebben uitgevoerd.

Het is daarom niet meer dan billijk en rechtvaardig dat het Land zulke helden niet vergeet. Zij hebben zonder aarzelen hun leven geofferd voor hun onder het juk van de bezetter lijdende landgenoten, al trachtend ze de dierbare vrijheid weer te geven. Ook hebben ze zich gegeven teneinde de Beweging een grote dienst te bewijzen, een dienst die alleen het Land en de grote bevrijding kon ten goede komen.

Daarom België en vooral Limburg, vergeet deze schone martelaren nooit.

De leider der Belgische Nationale Beweging - Geheim Leger

Dinsdag 11 juli 1944 Antoine Lambrechts L.B.C. 1

Ook vanwege de Duitsers was er een verslag over deze overval79:

Am 10.6 wurden durch 6 mit MP und Pistolen bewaffnete Banditen 2 belg. Häftlinge aus der KVHA Hasselt befreit. Der Außenstelle der Gr. GFP 712 in Hasselt gelang es im Verein mit anderen Wehrmachtangehörigen die Banditen sofort zu stellen und zu überwältigen, wo durch das Entweichen weiterer Häftlinge verhindert wurde. Zwei terroristen wurden im Feuerkampf erschossen, 3 schwer verwundet und nach kurzem Verhör auf Anordnung des Feldkommandanten erschossen. Es wurde festgestellt, daß die Banditen einer Widerstandsbewegung angehört hatten, die sich über die prov. Limburg und darüber hinaus erstreckt und über 100 Mitglieder umfassen soll. Geplante Überfälle auf Telefonzentralen usw. konnten durch sofortige Sicherungsmaßnahmen verhindert werden.

Het Geheim Leger te Zelem onder zwaar vuur

Sedert 30 januari 1944 had de Staf van het Geheim Leger die uit de villa “La Tourelle” te Ophoven verdreven was, zijn hoofdkwartier ingericht in villa “St.-Jansberg” te Zelem. Van de staf waren aanwezig: Tony Lambrechts, de chef, Guillaume Claes uit Hasselt, Edmond Lambrechts en zijn broer Louis, broeder van Liefde, Jozef Vandebriel uit Hasselt, Eduard Vissers uit Glons en verder vader Theofiel Lambrechts met zijn dochter Augusta en de pas toegekomen verzetsman Eduard Marique, die belangrijke documenten had meegebracht voor de Staf. Ook waren aanwezig: de conciërge Jozef Caubergs, zijn vrouw Irma Fransen met hun veertien maanden oud zoontje en de schoonzuster Rita Abeels. Raoul Jeurissen was die dag op zending en niet aanwezig te Zelem80.

Tijdens een razzia hadden de Duitsers op 25 juni 1944 te Mulheim-Lanklaar een viertal weerstanders aangehouden: de twee in- lichtingsagenten Marcel Becquaert en André Falesse, Theo Oensels en Gerard Venken. Laatstgenoemde behoorde tot de Staf van het Geheim Leger en was in Lanklaar om het vervoer naar Antwerpen te regelen van de wapens die op 6 juni 1944 te Opgrimbie waren gedropt. Wellicht heeft een van deze aangehoudenen na zware folteringen de plaats van Zelem aangewezen.

In de nacht van 29 juni 1944 werd de villa door een Duitse commandogroep overvallen. In een kort vuurgevecht werden Jozef Vandebriel, Eduard Vissers en vader Lambrechts neergeschoten. Louis en Edmond Lambrechts werden aangehouden en geconfronteerd met Gerard Venken die vanuit Hasselt voor ondervraging was meegebracht. Tony Lambrechts en Guillaume Claes konden vluchten. Jozef Cauberghs, zijn vrouw Irma Franssen, de schoonzus Rita Abeels alsmede Gusta Lambrechts werden aangehouden. Na een verblijf in de gevangenis te Hasselt kwamen ze in de concentratiekampen van Buchenwald en Ravensbrück terecht. Gelukkig overleefden zij de oorlog. Theo Oensels, Gerard Venken en de gebroeders Louis en Edmond Lambrechts werden naar de geheime executieplaats te Hechtel overgebracht en aldaar terechtgesteld. Wie van de Duitsers aan de overval deelgenomen heeft hebben we niet kunnen achterhalen. Uit de naoorlogse processen is gebleken dat een aantal Vlamingen die tot de Sicherheitsdienst behoorden, eveneens in Zelem aanwezig was81: Gerard Vandistel uit Hasselt, Leopold Lucas uit Hasselt, August Vandepoel uit Merksem, Victor Valvekens uit Hasselt, René Roggen uit Hasselt, Sebastien De Bie uit AntWerpen en Ludo Vandersteen uit Borgerhout. De overvallen in de gevangenis te Hasselt en Zelem moesten toch wel diepe sporen nagelaten hebben in het gemoed van Tony Lambrechts. Zijn vader en drie broers werden vermoord en zijn zus naar een . concentratiekamp overgebracht. De stijl in zijn brief van 25 juli 1944 aan de leiders van E. N. B. Limburg liegt er niet om. Enkel een citaat82: Reeds werd U bevel gegeven van verraders en Gestapo’s af te maken waar ge kunt. Wie een werkelijke verrader of Gestapo vernietigt, wordt als eerelid in het GOUDEN BOEK van de B.N.B. vermeld.

Gerard Venken, geboren op 26 december 1901 te Turnhout waar zijn vader, afkomstig van Meeswijk, gevangenisbewaker was, werd op 25 juni 1944 te Lanklaar aangehouden en begin augustus 1944 te Hechtel terechtgesteld. René Lambrechts nam op 9 juni 1944 deel aan de overval op de gevangenis te Hasselt en werd er gedood. Eduard Vissers en Jozef Vandebriel kregen op 29 juni 1944 een genadeschot bij de overval op St.-Jansberg te Zelem. Tenslotte was er nog Gustaaf Beazar die op 12 september 1944 te Heer (Nederlands Limburg) terechtgesteld werd.

Van de oude staf bleven er tenslotte maar twee leden over: de leider Tony Lambrechts en Guillaume Claes. Twee voormalige officieren van het 11de Linie Joseph Borzée en René Kruyts boden hun militaire ervaring aan. Aan de staf zelf werden als adjuncten toegevoegd: Joseph Heiremans uit Halen en Raoul Jeurissen uit Hasselt. We verlaten nu de staf om de verschillende sectoren te belichten.

Sector Leopoldsburg

Reeds in 1940 vormden zich in en rond Leopoldsburg kleine verzetskernen die zich aansloten bij de Nationale Koninklijke Beweging. Deze werd einde 1941 omgevormd tot B.N.B (Belgische Nationale Beweging) met als sector Leopoldsburg en waarbij Beringen, Balen en Mol eveneens aansloten. De stichter en de eerste chef van deze B.N.B-sector was Gerard de Smackers, een adjudant van het 11de Linieregiment. Hij werd als sectoroverste opgevolgd door Leon Theunissen met als medewerkers Frans Bonte, Calix Deblok, Jan Nijssen, Marcel Wanten en Marcel Pees. Leon Theunissen die op 7 februari 1944 aangehouden werd, stierf op 2 mei 1945 te Saal a/Donau. Als sectoroverste ging zijn opvolging naar Edgard Liévin. A. De Bisschop, Francois Kennes, G. Vandecraen, Antoine Willems, Louis Verrees, Gaston De Geyter, A. Van Goethem ?, Louis S’Jegers, August Wellens, Louis Ceulemans, Frans Geypen waren actieve verzetsmannen83. Een parachutage van wapens waar Frans Bonte, Calix Deblok en Jean Nijssen op voorbereid waren, had niet plaats. De sector Leopoldsburg had als schuiloord “De Most” met Henri Hulsmans als bewapeningsoverste. Zoals elders in Limburg waren ook hier de weerstanders actief in de pilotenhulp. Naar het einde van de oorlog toe werden heel wat sabotagedaden verricht. Een viertal dienen Vermeld: op 15 juni 1944 werd een poging ondernomen om de spoorlijn Neerpelt-Mol te ontregelen. Een vierkoppig commando bestaande uit Henri Hulsmans, Albert Cools, Louis S’Jegers en Louis Ceulemans probeerden op 25 augustus 1944 de elektrische hoogspanning tussen Mol en Houthalen te dynamiteren. De hoeveelheid dynamiet was onvoldoende om grote schade aan te brengen. Op 30 augustus 1944 had in het gehucht Rijsberg te Mol een aanval plaats op de auto van de Feldgendarmerie. Tenslotte was er op 1 september 1944 in de omgeving van de kanaaldijk een vuurgevecht tussen Zeven leden van de Vlaamse Wacht en de weerstanders Henri Hulsmans, Louis Ceulemans, Pier en Jean Molenberghs. Wat er in en rond Leopoldsburg tijdens de bevrijdingsdagen gebeurde, wordt verhaald in een later hoofdstuk.

In de streek van Leopoldsburg, Kwaadmechelen en Oostham opereerde een sectie van de Groep G. (Groupe Général de Sabotage) met als leiders Mathieu Maes en Michel Kenens. Heel wat leden van deze groep werden aangehouden waaronder Michel Kenens. In Oostham alleen waren er tien aanhoudingen.

Vijf van hen stierven in Duitse concentratiekampen, waaronder Madeleine Ickmans en Maria Van dezande84.

Sector Herk-de-Stad

Einde 1940 vormde zich in de streek van Herk-de-Stad een kern van de Koninklijke Nationale Beweging onder leiding van Emile Buset en Eugène Thiery. Spoedig traden René Carlens en Georges Van lsterdael eveneens toe tot deze beweging. Er werd contact gezocht met Robert Lefèbvre, de provinciale leider van B.N.B en met de Hasseltse verzetsman Jozef Vandebriel. Deze vroeg aan René Carlens toe te treden tot de weerstandsbeweging wat gebeurde onder nummer L. H. 12. Na de aanhouding van Robert Lefebvre en de aanstelling van Tony Lambrechts tot provinciale leider vormde zich te Herk-de-Stad onder leiding van René Carlens een stoottroep bestaande uit 35 manschappen85. De eerste bijeenkomst had plaats bij Henri Creten te Herk-de-Stad waaraan volgende personen deelnamen: René Carlens, de leider, Georges Vanisterdael, Eugène Thiery, Henri Creten, Isidoor Valkenborgs, Louis Roosen, Edmond Brems, Florent Genard, Marcel Vanerum, Raymond Vanwing, André Vanstraelen, Urbain en Clement Vanstraelen. Beslist werd over te schakelen van de patriottische beweging N.K.B. naar de verzetsorganisatie Geheim Leger, uiteraard met al de gevolgen van dien. In de bijgebouwen van het pand genaamd “Halbeek” toebehorend aan Joseph Thiery, vader van Eugène, werd met de echte verzetsbeweging gestart. In juni 1942 kwam Tony Lambrechts bijgestaan door zijn adjuncten Guillaume Claes en René Lambrechts, een vergadering bijwonen die plaatshad ten huize van Georges Vanisterdael te Herk-de-Stad waarop verder aanwezig waren: René Carlens, Eugène Thiery, Romain Leenaers, Florent Genard en Henri Creten. Door Tony Lambrechts werd volgende eed afgenomen86: Ik zweer voor God en Op mijn eer nooit met een enkel woord iets te verraden van mijn zending. Ik wil mijn Koning en mijn Land dienen. Volgend kader werd samengesteld: sectoroverste René Carlens; adjunct-sectoroverste Georges Vanisterdael; verbindingsoverste Eugène Thiery; administratie-overste Frits Cleeremans; wachtoverste Henri Creten Carlens en Eugène Thiery

Romain Leenaers bekwam zijn aanstelling tot brigade-overste, bijgestaan door zijn adjunct Florent Genard. Onafhankelijk van het Geheim Leger waren Eugène Thiery, René Carlens en Emile Buset verantwoordelijk voor de pilotenhulp. Toen laatst- genoemde aangehouden werd, kwam Romain Lenaers in deze lijn een hand toesteken. Geleidelijk aan breidde de sector van het Geheim Leger zich uit tot de knooppunten Stevoort, Herk-de-Stad, Donk, Geetbets, Loksbergen, Halen, Zelem, Lummen en Linkhout. Sabotagedaden allerhande waren schering en inslag. De vijand sloeg evenwel hard terug. De gebroeders Vanwing werden aangehouden. Georges Vanisterdael die deelnam aan de overval op de gevangenis te Hasselt om politieke gevangenen te bevrijden, stierf onder de kogels van de vijand. Als adjunct-sectoroverste kwam de rijkswachter Frans Vandingenen van Herk-de-Stad in zijn plaats.

In januari 1944 kwam de erkenning als sector Herk-de-Stad zoals blijkt uit bijgaand schrijven87:

B.N.B Staf 11 januari 1944

Limburg

L.B.C. 1 aan de Leiders van Herk- de-Stad LBC 161

Voorwerp: Versterking van de Groep

Ik heb met een zeer groot genoegen het laatste schrijven ontvangen dat me bewijst dat Herk-de-Stad niet ten achter wil blijven niettegenstaande alle moeilijkheden.

*Ik verwacht dus met ongeduld het bericht van uwentwege dat de Groep sterk genoeg geworden is om tot secteur verheven te worden. Ik beken dat ik een bijzondere genegenheid koester voor de mannen van de Groep Herk omdat ze ten eerste van onzen kant zijn en tweedens omdat ik veel van hen verwacht daar ze meer dan noodzakelijk zijn geworden om als een sterke steun van de secteur Hasselt in den Westerhoek van de provincie zekere zendingen te vervullen die ons worden opgelegd om ons geliefd Vaderland helpen te bevrijden.*

Volgens ik verneem uit uw schrijven is het moraal zeer goed; dit is het voornaamste. Met een groep moedige mannen kan men wonderen verrichten en durvers zijn de mannen van ons kanten wel.

Wanneer uwe sterkte tot het bepaalde getal is geklommen dat noodzakelijk is om secteur te worden, zou ik willen persoonlijk de benoemingen en de nieuwe aanstellingen komen doen, liefst op een zaterdagavond. Indien ge mij dan de plaats, dag en uur wilt aanduiden te Herk of rond Herk alwaar de hoogst nodige adjuncten zullen aanwezig zijn en waar alle veiligheidsmaatregelen getroffen worden opdat er geen onaangename verrassingen zouden plaatshebben. Ook zou ik willen dat iemand mij komt afhalen op een bepaalde plaats opdat ik niet zou verloren lopen, want ik mag niet te veel naar de weg vragen, dat begrijpt ge wel.

Dus aan U is het antwoord; ik ben bereid om mijn woord gestand te doen wanneer uw sterkte in orde is. Ge zult dan hogerhand opgegeven worden en door de hoogste Leiding erkend worden. Begrijpt echter wel den groten ernst van hetgeen ge op u neemt. Eens dat de bevelen komen, moet militair gemarcheerd worden zonder terug te trekken want eenieder draagt zijn verantwoordelijkheid.

Eer en trouw in de B.N.B.; trouw en gehoorzaamheid aan de Leiders is de sterkste en grootste gave van de mannen van B.N.B.

Herk zal zijn waardig deel bijdragen tot de heilige taak die op al de ware goede Belgen rust.

Leve België ! Leve B.N.B. - De Leider van Limburg L.B. C. 1

Geleidelijk aan kwamen de voorbereidingen voor de bevrijding. Wat er zich in het schuiloord te Kiewit afspeelde, wordt later behandeld.

Sector St.-Truiden

Reeds kort na de capitulatie op 28 mei 1940 richtte Paul Nysten te St.-Truiden een kern op van de Nationaal Koninklijke Beweging (N.K.B.). De doelstellingen en werking ervan worden door Thierry Vuylsteke beschreven in het boek “Het Geheim Leger 1940-44” van Prof. Henri Bernard: Voor de verwezenlijking van haar programma vertrouwde de N.K.B. volledig op koning Leopold III, die ze opriep om “volledig onafhankelijk te regeren, vrij van elke druk, van gemarchandeer met partijen, in al zijn waardigheid van Heer en Meester”. Een pamflet dat deze doelstellingen verkondigde werd openlijk gedrukt door de drukkerij “De Klamper” te Aarschot en verspreid in St.-Truiden. Maar de jonge N.K.B.-ers van de streek verspreidden ook vlugschriften van eigen makelij, en het V.N.V. op de korrel namen. Eerder opstandig dan bekommerd om een ideologie, bekladden zij de gevels van de collaborateurs en legden zij bloemen neer bij de monumenten van de gesneuvelden. De recrutering gebeurden min of meer openlijk. Een lidkaart kostte 5 fr. en stond op naam. De NKB.-stroming sijpelde beetje voor beetje door in de jongerengroeperingen zoals de zwemclub Vissegat, voorgezeten door Raymond Van Marsenille, of de Dienst voor Luchtbescherming, waarvan handelaar Arthur Lambrechts de chef was. Op 1 juni 194288 sloot N.K.B. St.-Truiden aan bij de B ‚N.B. Limburg van Tony Lambrechts. Roger Tilliard, sergeant bij 11de Linieregiment werd sectoroverste en Frans Deroey, een beroepsonderofficier van het Belgisch leger, kreeg de functie toegewezen van adjunct- sectoroverste. De sector B.N.B. St.-Truiden bestond uit vier brigades als volgt onderverdeeld met niet minder dan 363 leden en werd geleid door Albert Lavigne, Roger Tilliard, Frans De Roey, Robert Degros en Frans Smets89.

  • Brigade St.-Truiden met als brigade-overste Frans Deroey
    • Stad St.-Truiden
      68 leden
    • Velm
      8 leden
    • Muizen-Buvingen
      10 leden
    • Nieuwerkerken
      8 leden (stadswerklieden)
  • Brigade Brustem met als brigade-overste ?
    • Brustem
      70 leden
    • Gingelom
      16 leden
    • Engelmanshoven
      14 leden
    • Aalst
      11 leden
    • Zepperen
      14 leden
    • Rijkel
      6 leden
  • Brigade Kozen met als brigade-overste ?
    • Kozen
      28 leden
  • Brigade Melveren met als brigade-overste ?
    • Melveren
      38 leden
    • Nieuwerkerken
      30 leden

Fernand Govaerts, sectieoverste in St.-Truiden, was bovendien nog provinciaal verantwoordelijke voor de onderlinge verbindingen van de verschillende BNB-sectoren in Limburg. Op 8 april 1944 werd door een viertal weerstanders, Albert Lavigne, sectoroverste van B.N.B St.-Truiden, Isidoor Bamps uit Nieuwerkerken, Albert Gilissen uit Borgloon en D. Knaepen uit Brustem, behorend tot de B.N.B-sectoren St.-Truiden en Borgloon, een overval gepleegd te Geetbets op de trein van de lijn Diest- Leuven. Albert Lavigne en Isidoor Bamps werden ernstig gewond. Beiden stierven in het ziekenhuis te Diest, Isidoor Bamps op 11 april 1944 en Albert Lavigne op 12 april 1944 ingevolge de opgelopen schotwonden. Albert Gilissen uit Borgloon die licht gekwetst was, werd aangehouden. De rechtbank van Leuven veroordeelde hem op 9 juni 1944 tot 5 jaar gevangenis90. D. Knaepen kon ontsnappen.

De Sicherheitsdienst te Hasselt onder leiding van Kriminal Oberassistent Käding begon vanaf maart 1943 in Limburg aan een helse jacht op verzetsmensen. Thierry Vuylsteke in het boek “Het Geheim Leger 1940- 1944” van Prof. Henri Bernard schrijft hierover: Op 13 maart 1943 arresteerde Kading Carlos Moens, wiens naam voorkwam op een lijst van leden van het Tweede Franse Bureau, die in zijn handen was gevallen. Deze Carlos Moens was reeds in 1941 medewerker van de eerste clandestiene Limburgse krant “De Vrije Vaderlanders”. In de nacht van 24 op 25 mei 1943 werden tijdens een razzia niet minder 72 weerstanders uit St.-Truiden door de Duitsers aangehouden. 17 van deze weerstanders stierven in Duitse concentratiekampen. Het waren: Lucien Beckers, Jos Bergen, Albert Bielen, Paul Corthouts, Guillaume Coopmans, Antoine Delwiche, Guillaume Jenné, Georges Koekelbergh, Herman Lambilotte, Egide Magis, Dominique Marguillier, Victor Schoofs, Jos Sterken, Leonard Vanbrabant, Willy Vergeynst, Herman Vossius en Gerard Willems91. Tijdens een naoorlogsproces verschenen op 6 augustus 1946 Albert Jordens uit Drieslinter en Armand Darmont uit St.-Truiden voor de krijgsraad van Hasselt. Jordens die tot de weerstand behoorde maar niet aangehouden werd, zou de lijst van de Witte Brigade doorgespeeld hebben aan Darmont die een vertrouwensman was van de Sicherheitsdienst. Beide beschuldigden werden door de krijgsraad van Hasselt op 9 augustus 1946 ter dood veroordeeld92.

Gevolg gevend aan de ordewoorden van de provinciale leider Tony Lambrechts werd in Nieuwenhoven onder de codenaam “Sardines” een schuiloord of refuge ingericht dat bij de bevrijding in september 1944 de verzameling was voor de weerstanders uit de B.N.B.-sectoren St.-Truiden en Borgloon.

Sector Neerpelt

De eerste sectoroverste was Marcel Royers die reeds in september 1940 met een verzetskern begon. Zijn assistent was Mathieu Vanderfeesten. Beiden waren voormalige beroepsonderofficieren van het Belgisch leger. De sector omvatte de volgende gemeenten die ieder afzonderlijk een compagnie uitmaakten ondergebracht in twee brigades: Bree, Bocholt, Kaulille, Hamont, Achel, Neerpelt, St.-Huibrechts-Lille, Hechtel, Eksel, Overpelt en Lommel 93. Door leven, Willem Meir, Gust Van Houdt, Ernest Paredis uit Helchteren waren brigade-oversten met René Frysen als adjunct. Louis Jozef Fabry, L.Vrolix uit Hamont, M. Vanderfeesten uit Neerpelt en Frans Zels uit Peer, Jan Schepens uit Lommel en Frans Govaerts uit Bocholt oefenden de functie uit van compagnie-overste. Alexander Wilsens, Albert Alen en Jan Rutten hadden de leiding over een sectie. Actieve medewerkers waren de gebroeders Albert en Arnold Salaets, Jaak Smeets en Thedoor Spooren. In de bossen van de Kolis, op 200 meter van de boerderij “De Rooie Pier,” was er een schuilplaats waar men in geval van gevaar kon onderduiken93. De leden van het Geheim Leger moesten een eed afleggen. Naast het versassen van geallieerde piloten dat vooral in Overpelt gebeurde bij de familie Spelters maar ook in Hamont, Peer, Wijchmaal en Eksel, werd assistentie verleend aan de inlichtingsdiensten Luc-Marc en Tegal93. Op 11 november 1943 deed het verzet van de sector Neerpelt de trein van de Duitse Wehrmacht tussen Neerpelt en Achel ontsporen. Als straf moest de gemeente ervoor zorgen dat de spoorweg bewaakt werd93. Op 1 juli 1944 werden Marcel Royers, zijn vrouw, Jef Verlinden en Jan Deckers, beiden uit St. -Huibrechts- Lille alsmede Jaak Hulsbos uit Hamont in de boerderij “De Kettingbrug” te Kaulille aangehouden. Ook Henri Bergs uit Overpelt belandde in een concentratiekamp. Albert Sols, eveneens een voormalig beroepsonderofficier, volgde Marcel Royers na diens aanhouding als sectoroverste op93.

Sector Rekem

Reeds in september 1940 werd in “De Welvaart”, uitgebaat door Henri Bemong- Thelissen, een eerste verzetskern opgericht 94. Op deze stichtingsvergadering waren aanwezig: de zonen Hubert en Jean Bemong, dochter Mariette Bemong, en verder Hubert Kusters, Arnold Gerets, Firmin Janssens, Monique de Bissy, Lambert Dexters, Pierre Cramer en Guillaume Bollen. De kern kreeg de naam “Churchill-bende”. Om veiligheids- redenen werd de naam veranderd in “Rephior” hetgeen stond voor “Rekemer philharmonisch orkest”. Samenkomsten werden belegd ten huize van Frans Janssen-Meyers en repetities vonden plaats in de toneelzaal te Wezet. In juni 1941 werd de leiding toevertrouwd aan de onderwijzer Jules Wijnen die er werk van maakte. Hij bouwde Rekem verder uit met bijkomende leden zoals Cornelis Roox, Mathieu Aelberts, Julien Jans,voormalig grenswielrijder, Albert Slootmakers, Gerard Gerets, Jean Keibeck, Camille Hoste, Guillaume Colley en Albert Thoné. Samen met Mariette Bemong en Julien Jans stichtte Jules Wijnen ondersectoren in de omliggende gemeenten. In de loop van 1942 stapte Jules Wijnen met zijn groepering over van het Belgisch Legioen naar B.N.B Limburg95. Hij werd sectoroverste voor het gebied Maasmechelen-Rekem- Veldwezelt en zone-overste voor de sectoren Rekem en Bilzen. Zijn adjuncten waren: Mariette Bemong en Marcel Bovend’aerde. De sector Rekem ontplooide een zeer belangrijke activiteit op vele domeinen: pilotenhulp, hulp aan joden en onderduikers, Franse krijgsgevangenen, inlichtings- en actiediensten w.o. “Luc-Marc” met Mariette Bemong als agente. Voor gespecialiseerde acties werd beroep gedaan op graaf de Bissy, Monique de Bissy, Catho Spierings, Paul Schoenmakers en baron de Chestret de Haneffe. De sector Rekem zal in de geschiedenis van het Geheim Leger van Limburg een bijzondere plaats blijven innemen omwille van de twee droppings die op 30 mei en 6 juni 1944 plaatshadden, respectievelijk te Rekem en te Opgrimbie96. In een ander hoofdstuk komen we hierop uitvoerig terug en ook op de razzia die in de nacht van 23 op 24 juni 1944 te Rekem plaatshad en waarbij heel wat aanhoudingen gebeurden. Een aantal van deze aangehoudenen werd gefusilleerd of stierf in de Duitse concentratiekampen.

Tot de sector Rekem behoorde naast Rekem zelf de gemeente Uikhoven met Jules Houben, Frans Lyna, Arnold Bollen en Jean Aelbers, de gemeente Neerharen met Jean Welkenhuizen, de gemeente Opgrimbie met Hubert Wampers, Pierre Peereboom en Hubert Engelen, de gemeente Lanaken met Adolf van Reempst en de gemeente Veldwezelt met Louis Schuermans, Mathieu Bousten en Jozef Kerkhofs.

Belangrijke ondersectoren van Rekem waren:

  • Mechelen-aan-de-Maas met Guillaume Bours als brigade-overste tot aan zijn aanhouding op 16 maart 1943. Toen werd hij opgevolgd door Marcel Bovendaerde. Desiré De Gelissen uit Maasmechelen en Edest Degrande hadden de leiding over een sectie.

  • Eisden: Antoon Cornelis Gielen was brigade-overste met Marcel Joseph Gijsen als zijn adjunct. Michel Geerinck was compagnie-overste.

Sector Hasselt

Reeds vroeg na de capitulatie van 28 mei 1940 vormde er zich te Hasselt een kern van de Nationale Koninklijke Beweging. Na een samenkomst van collaborerende vereni- gingen in de zaal Casino te Hasselt op 15 juni 1941 werd er in de straten van Hasselt een optocht gehouden97. Het kwam tot ernstige rellen vanwege tegenbetogers. De politie van Hasselt was niet in staat de orde te herstellen zodat de Zwarte Brigade onder leiding van luitenant Willems moest ingrijpen. De gevolgen bleven niet uit want in de maand september 1941 werden Joseph Hick, René Froyen, Camille Swinnen, Robert Masset en Lucien Grieten aangehouden 98. De weerstandsgroep Hoornaert-Dirkx had ook in Hasselt een kern waarvan de familie Lucien Collin de draaischijf was99. Bij de aanvang ging hun activiteit naar het verspreiden van sluikbladen zoals “De Vrij schutter”, “La Voix des Belges” en “De Waarheid”. Geleidelijk aan werd het zwaartepunt van hun activiteiten verlegd naar de pilotenhulp waarvoor Zij maximale inspanningen leverden. In een vorig hoofdstuk hebben we dit reeds uitvoerig beschreven. Een gesprek met Henri Theunissen, voormalig adjunct-bevelhebber van B.N.B Limburg hielp ons het volgend overzicht samen te stellen100. Het is niet duidelijk wie de eerste sectoroverste was. Volgens sommige bronnen was dit Tony Lambrechts tot op het ogenblik dat hij aangesteld werd tot provinciale leider op 6 juni 1942. Andere getuigen menen dat Robert Lefebvre de eerste sectoroverste was. Louis Hilkens was sectoroverste op 17 maart 1944 toen hij te Borgloon aangehouden werd. Dank zij de gevangeniscipier Lambert Schuermans kon hij in de nacht van 21 op 22 mei 1944 ontsnappen uit de gevangenis van Tongeren. Zijn opvolger was Leon Nilis uit Zonhoven die werd aangehouden op 18 juli 1944. De laatste sectoroverste voor de bevrijding was Joseph Van de Hauwaert met Henri Coemans als adjunct-sectoroverste. Charel Jaspers was brigade-overste en Joseph Geurden zijn adjunct. Theo Van den Bongaerd, geboren te Hamont op 11 december 1908, compagniecommandant, werd op 31 augustus 1943 aangehouden en terechtgesteld op 25 november 1943 op de schietstand, Luikersteenweg te Hasselt. Gustaaf Dethier en Ernest Lefèvre waren beiden sectieoversten van B.N.B Hasselt. Zij stierven alle twee in een Duits concentratiekamp, de eerste op 9 november 1944 in het kamp van Blumental en de tweede op 25 december 1944 in het kamp van Schandelach. Henri Keunen, geboren te St.-Huibrechts-Lille op 24 maart 1922, was in september 1944 brigade-overste te Hasselt. De strijd die door de sectoren Hasselt-Herk- de-Stad tijdens de bevrijding in Kiewit geleverd werd, behandelen we in een later hoofdstuk.

Sector Borgloon

Reeds in augustus 1940 werd te Heks door Gaby Dupain, Jan en Leon Pluymers, Jozef Follong en Felicien Hestermans, Isidoor Piette uit Vechmaal de grondslag gelegd voor de oprichting van een verzetsbeweging onder de leiding van Gaby Dupain101. In Borgloon zelf werd een weerstandskern gevormd door de gebroeders Ludovic en Albert Gilissen, Albert Claessen, Armand Vanderbeecken, Jozef Pirard, Louis Neven, Pierre Donny en Jean Frère uit Tongeren die griffier was op het vredegerecht te Borgloon. Het was begonnen met de oprichting van het Onafhankelijkheidsfront. Omwille van het verspreiden van een gepeperd lokaal sluikblad werden Robert Smets, Jean Nelissen en Michel Gilissen in augustus 1942 aangehouden. De verzetsactiviteiten bestonden in het oversnijden van telefoondraden, afbranden van koolzaad, overvallen op postkantoren en op het gemeentehuis van Borgloon. De overval op het postkantoor te St.- Truiden had plaats op 20 januari 1944. De buit bedroeg 500.000 fr. Dit alles gebeurde onder de leiding van sectoroverste Gaby Dupain. Leon Pluymers en Jean Claes waren brigadeoverste. Gaby Dupain werd op 25 september 1943 samen met de Tongerse verzetsstrijder Jan Jadoulle aangehouden en opgesloten in de gevangenis te Hasselt en te St.-Gillis Brussel. Korte tijd nadien werden beiden vrijgelaten. Egide Groven uit Kerniel, inlichtingsagent van Luc-Marc, werd op 22 september 1943 aangehouden. Hij stierf in het concentratiekamp van Gross-Rozen op 5 februari 1945. Jozef Kempeneers en Urbain Vandormael, beiden uit Hoepertingen, werden op 7 oktober 1943 aangehouden. Beiden stierven in het concentratiekamp van Dora, Jozef Kempeneers op 1 maart 1945 en Urbain Vandormael in maart 1945. In een officiële mededeling van 3 oktober 1943 van Tony Lambrechts werd de sector Borgloon erkend102: Ik heb het genoegen de beweging het volgende mee te delen: de twee voormalige afdelingen Heks en Zoutleeuw-groepen aangesloten bij B.N.B hebben door hun werkkracht en toewijding zulke uitbreiding genomen dat ze waardig bevonden zijn tot sector verheven te worden. Ik heb deze beslissing genomen na een vergadering met de beide leiders op 26 september 1943. De groep Heks wordt nu de sector Borgloon; de groep Zoutleeuw wordt de sector Zoutleeuw. Alzo hebben deze beide groeperingen het prachtige voorbeeld gegeven door de voormalige groepen Kleine-Spouwen, nu sector Bilzen, in een korte tijdsspanne nagevolgd.

Ik stuur in naam van gans de beweging mijn hartelijke gelukwensen aan de nieuwe sectoroversten met het verzoek deze aan hun gegradueerden en mannen over te maken. De nieuwe sectoroversten zijn de oud-groepsoversten L. B. C . 189 Borgloon en L. B. C. 352 Zoutleeuw.

Op 20 oktober 1943 werd Albert Claessen, brigade-overste, aangehouden. Hij stierf in het concentratiekamp van Laband op 22 januari 1945103. ‘s Anderendaags 21 oktober 1943 volgde de aanhouding van Hubert Benats uit Hoepertingen. Hij stierf op 5 februari 1945 tijdens het transport tussen de concentratiekampen Gross-Rozen en Dora104. Armand Decauter en zijn vrouw Hubertine Delcour uit Hoepertingen werden op 2 december 1943 aangehouden omdat de Duitsers tijdens een huiszoeking wapens vonden. Zij werden veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaar105. In opdracht van het Geheim Leger van Borgloon ondernamen op 26 april 1944 Hendrik Camille Louwet, Robert Joseph Bolkaerts en Guillaume Joseph Janssen, allen van Vechmaal, een overval op het postkantoor te Momalle. Zij werden aangehouden en op 27 april 1944 in de Citadelle te Hoei gefusilleerd106. Op 9 juni 1944 nam de sectoroverste Gaby Dupain deel aan de overval op de gevangenis te Hasselt om een aantal weerstanders te bevrijden. Daags voor de overval verklaarde Gaby aan zijn broer: “Morgen krijg ik lood, troost mijn vader als ik niet meer terugkom”107. In het gevecht met de Duitsers sneuvelde hij samen met zijn drie andere medestanders.

Sector Bilzen

Opnieuw waren het drie voormalige onderofficieren Frans Govaerts, André Poesen en Pieter Thijs die de eerste verzetskern oprichtten te Kleine- Spouwen. In Kortessem was Ernest Nulens de oprichter. De gebroeders Hubert, Georges, Albert en Louis Noben staken in Bilzen van wal. Zij vergaderden te Meerheim, in café Meesters waarvan de zoon André eveneens tot de rangen van het verzet behoorde. In Beverst was Jan Claesen de oprichter van de B. N . B. Na diens aanhouding nam René Collin de leiding over en te ‘s Herenelderen was Julien Colson, eveneens een voormalig onderofficier van het llde Linie-regiment, die met een verzetskern begon108.

In een niet gedateerde nota werd de oprichting van de sector Bilzen bekend gemaakt109: Ik heb het genoegen de beweging bekend te maken dat de voormalige stoottroepen Kleine-Spouwen en Kortessem omgevormd zijn tot één sector namelijk sector Bilzen. Dit op 3 juli 1943. De leider van stoottroep Kleine-Spouwen LAG 85 wordt aangeduid als sectoroverste (Frans Govaerts). Zijn adjunct (André Poesen) blijft adjunct van de sectoroverste. Deze beslissing is te danken aan het aanhoudend werk en volledige opoffering van de huidige leider alsmede zijn adjunct. Hiersz mag zeker niet vergeten worden de leider van de stoottroep Kortessem, alsmede de verbindingsagenten. Een speciale hulde aan de kern die zich te Bilzen vormde. Ook wil de brigadeleider der 1 ste brigade van sector Hasselt die deze kern in Bilzen stichtte gelukwensen met het behaald resultaat.

Bilzen, de ganse beweging verheugt zich om de versterking, ga verder, blijft één, laat geen misverstand insluipen, militaire tucht, blijftrouw aan gegeven woord en leiders. In naam der ganse beweging zend ik U de broederlijke groeten van alle leiders.

In de archieven van sectoroverste Edmond Mengels vonden we volgende bestuurlijke indeling. Een datum is niet vermeld. Het document dateert alleszins van na 15 augustus 1944. Tot deze datum was Michel Moors adjunct- sectoroverste. Toen hij op voornoemde datum doodgeschoten werd, kwam Frans Vangronsveld als adjunct-sectoroverste.

Bestuurlijke indeling van de sector Bilzen

Mengels Edmond
Vlijtingen S.O.
Vangronsveld Frans
Kleine-Spouwen A.S.O.
Poesen André
Grote-Spouwen A.S.O.
Hilven Albert
Waltwilder Kie O.
Christens Louis
Bilzen Br. O.
Noben George
Bilzen Br. O.
Meesters André
Bilzen Br. O.
Romain André
Zwartberg Kie O.
Kellens Frans
Waterschei Br. O.
De Keulaer Pieter
Waterschei Br. O.
Fromont Walther
Waterschei Br. O.
Baerten Albert
Hoeselt Kie O.
Goossens Frans
Genoelselderen Br. O.
Scheepers Albert
Vroenhoven Br. O
Bijloos Albert
Hoeselt Br. O.
Mengels Albert
Vlijtingen Kie O.
Colson Julien
Elderen Br. O.
Thijs Pieter
Spouwen Br. O.
Nulens Ernest
Kortessem Br.0
Administratieleider
Schiepers Jan - Riemst
Verbindingen
Roelants Duvivier Pierre - Rijkhoven
Estafette
Nulens Marguerithe - Kortessem
Roelants Duvivier M. - Rijkhoven

In maart 1944 was de sector Bilzen onthoofd. Adjunct-sectoroverste André Poesen werd op 17 maart 1944 aangehouden maar kon in de nacht van 21 op 22 mei 1944 ontsnappen uit de gevangenis te Tongeren. Frans Govaerts werd op 23 maart 1944 aangehouden. Hij stierf in het concentratiekamp van Nord- hausen in maart 1945 . Als sectoroverste werd hij opgevolgd door Edmond Mengels uit Vlijtingen. Wat precies met Frans Govaerts gebeurd is, hebben we tot op heden nog niet kunnen achterhalen. Het is een feit dat hij bij Tony Lambrechts in ongenade viel zoals blijkt uit een brief van 14 juni 1944 aan de sectoroverste van Bilzen110: De oud S. O.(bedoeld wordt Frans Govaerts) is voor mij de grootste ontgoocheling geweest in mijn leiderschap. Ik heb hier slechts aan toe te voegen dat ik gaarne A.S.O.P. (bedoeld wordt André Poesen - op 17 maart aangehouden maar op 21 mei ontsnapt) op zijn oude plaats wil terugzien t.t.z. als een aan U toegevoegd adjunct, zonder daarom uw andere adjunct (bedoeld wordt Michel Moors) af te schaffen.

Onder de leiding van Edmond Mengels werd de sector Bilzen stevig uitgebouwd. Tijdens de bevrijdingsdagen kwam deze sector vrij wel heelhuids uit de strijd, alleszins in vergelijking met de sectoren Hasselt en Maaseik. Hierover volgt later een afzonderlijk verhaal.

Sector Tongeren

Reeds in september 1940 startte te Tongeren onder leiding van Leopold Dourée de verzetskern “De verzameling” met een sluikblad dat dezelfde naam droeg. Het drukken van dit blad gebeurde in de ouderlijke woning van Leopold Dourée111. In dezelfde maand september 1940 reeds werd Hector Van Hove uit Tongeren, oudstrijder 14-18, door de Duitsers langdurig ondervraagd. In mei 1941, bij de verjaring van de inval der Duitsers op 10 mei 1940, waren er Tongerse weerstanders die V- en R. A. F.-tekens aanbrachten op officiële gebouwen. Victor Doucet en Victor Van Roy werden aangehouden en verbleven in de gevangenis te Hasselt. Niet minder dan 18 Tongenaren legden op 5 juli 1941 te Eben-Emael bloemen neer op het graf van een Engelse piloot. Wegens sabotage aan de telefooncentrale te Tongeren gingen de Duitsers in december 1941 over tot het aanhouden van Edmond Gielen, Jean Vrancken, Bonny Vanhaeren, Laurent Collas en Jean Gilissen. Intussen waren in juli 1941 advocaat Stas, rechter Ludovic Ulrix en studieprefect Smolders voor langere en kortere perioden opgesloten. Hetzelfde gold voor Julien Vandormael. Bij de aanstelling van Tony Lambrechts tot bevelhebber van B.N.B Limburg op 8 mei 1942, was Pierre Hick, de sectoroverste van B.N.B Tongeren, aanwezig. Deze Pierre Hick was een Hasselaar, adjudant van het 11de Linieregiment en voorheen als weerstander actief in de Churchillgroepering van Hasselt. De Tongerse weerstander advocaat Jean Flacon vertrok op 4 mei 1942 naar Engeland en kwam aldaar in de Inlichtings- en Actiediensten terecht. Belangrijke Tongerse verzetsstrijders werden door de Duitsers aangehouden: Jean Vanhove op 28 juni 1942, Jean Jadoulle 4 oktober 1942, Pierre Diriken en Jean Frère op 4 november 1942. Wellicht was er in Tongeren een verstrengeling van drie verzetsgroeperingen: het Onafhankelijkheidsfront, B.N.B en Fidelio waarvan het Onafhankelijkheidsfront het belangrijkste werd. Dit legt uit waarom Tony Lambrechts zich in een niet gedateerde brief als volgt uitliet over Tongeren112: De sector Tongeren die eenmaal deel uitmaakte van onze B.N.B, is volledig in handen der organisatie 0. F.; er is echter veel hoop om in de toekomst deze sector op te slorpen. Wellicht was het in B.N.B. middens even stil. We hebben nergens iets kunnen vinden over de activiteiten van B.N.B Tongeren in 1943. Op 15 april 1943 schreef Tony Lambrechts aan de sectoroverste van Bilzen: Het doet me genoegen te vernemen dat U het werk baas kunt. Dat is het voornaamste. Na blijft me nog slechts als groot zorgenkind S. Tongeren. Ik zal een speciale nota sturen aan het H. Paterke van Tongeren die zal het dan toch nog wel regelen113. De sector Tongeren zou niet bestaan hebben op 30 augustus 1943. Op deze datum werd aan de leiding van B.N.B. Limburg een verslag neergelegd over de verbindingspunten in de provincie114: Zoals duidelijk blijkt uit mijn onderzoek bij de sectoren Hasselt, Bilzen, Neerpelt, Rekem, St.-Truiden en Leopoldsburg is de toestand der verbindingen in onze provincie op verre na nog niet in orde. De sector Tongeren werd niet vermeld omdat er wellicht niets te vermelden viel en wellicht onbestaande was. Als we de draad terug opnemen dan is het duidelijk dat Pierre Hick, werkzaam op de rechtbank te Tongeren in contact stond met griffier Camille Smets en met de Tongenaar Jean Frère, griffier op het vredegerecht te Borgloon. Deze werd reeds op 4 november 1942 aangehouden. Hij stierf op 12 maart 1944 in het concentratiekamp Colditz-Leibzig. Pierre Hick werd aangehouden op 7 februari 1944 om te Saal a/Donau te sterven op 31 maart 1945. Ook Camille Smets werd op 4 april 1944 aangehouden. Hij stierf in het concentratiekamp van Buchenwald op 26 januari 1945. De bronnen waarover we beschikken vermelden dat Henri Noé sectoroverste was in september 1944 en dat onder zijn bevel de weerstanders naar het schuiloord van Kolmont trokken. Hierop komen we later terug wanneer wij het hebben over de bevrijding van Tongeren. Onze conclusie is duidelijk: in mei 1942 was er in Tongeren een goede werking van B.N B. onder de leiding van sectoroverste Pierre Hick. Er was wellicht nadien de overstap van B.N B. naar de partizanen. Medio 1944 was er in Tongeren opnieuw een activiteit van de B.N.B. met aan de leiding Henri Noë.

Sector Waterschei

Over de werking van deze sector waarvan Martin Vrijens sectoroverste was, hebben we weinig documenten gevonden. Er zijn enkele mededelingen van Tony Lambrechts. In een ongedateerde brief gericht aan de brigade-oversten van Diepenbeek, Hex en Herk-de- Stad, gaf Tony Lambrechts uitleg over de werking van BNR. Limburg en verwees hij ook naar Waterschei115: In de provincie zijn er nu zeven actieve sectoren namelijk Hasselt, Leopoldsburg, Neerpelt, Maaseik, Rekem, Bilzen en St.-Truiden. Verder zijn er Martin Vrijens nog drie actieve afdelingen die niet sterk genoeg zijn om een sector uit te maken maar die volledig zijn aangesloten en gans tot onze organisatie B.N.B. behoren namelijk Diepenbeek, Hex en Herk-de-Stad. Buiten dit alles bezitten wij nog een ineengestuikte sector Waterschei die door ons niet kan bewerkt noch geleid worden uit oorzaak van zwakte en kleinzieligheid der niet gearresteerde brigadeoversten van deze sector. Op 15 oktober 1943 schreef hij aan de sectoroverste van Bilzen116: “Zaak Waterschei”. Ik verlang dringend meer uitleg over deze kwestie en ben U dienaangaande een weinig uitleg verschuldigd. De B.N.B. bezat in het begin een sector “Waterschei“ die zeer sterk was. Daar werkelijk de leiders van deze sector gevangen genomen zijn in juni 1942, is deze sector niettegenstaande verscheidene pogingen van onzentwege blijven steken en ik weet niet of er nog enige verdere werking is geweest. Het is dus zeer goed mogelijk dat het groepement waar U van spreekt werkelijk tot het B.N.B. behoord heeft en niettegenstaande het verlies van contacten is blijven bestaan.

*Ik vraag U te onderzoeken bij den coiff. in kwestie of hij op de hoogte is van de naam van de oud-leider van Waterschei die ik dus ken en welke naam ik U op een apart briefje zal meegeven dat ge echter aan bedoelde persoon niet moogt laten zien vooraleer ge zekerheid hebt dat hij hem kent. Ik spreek van de leider die gevangen zit. Indien deze zaak “oké” is, dan zouden we in de mogelijkheid verkeren deze sector die zo belangrijk was terug in onze schoot te voeren en aldus zou ge, mijn beste sectoroverste, weer eens een grote dienst aan onze beweging bewezen hebben, want niets wordt er vergeten in de B.N.B Deze zaak is zeer dringend, laat me onmiddellijk de uitslag geworden. In gunstige zin antwoord krijgend zal ik samen met U onmiddellijk handelend optreden.

Bij nader onderzoek vonden we enkele gegevens omtrent drie verzetsstrijders uit Waterschei117:

  • Vrijens Martin, geboren te Kanne op 5 juli 1908, onderwijzer, gehuwd met Renée Francoise Delfosse, wonende te Waterschei, Binnenlaan 3. Hij werd op 19 juni 1942 aangehouden. Op 20december 1942 stierf hij in het concentratiekamp van Gijsen-Mauthausen.

  • Schutters Joseph Auguste Marie, onderwij zer, geboren te Antwerpen op 19 mei 1911, gehuwd met Anna Severens, wonende Varenlaan 9 te Waterschei. Hij werd aangehouden te Waterschei op 20 juni 1942. Na een verblijf in het kamp van Breendonk, werd hij overgebracht naar het concentratiekamp van Mauthausen waar hij stierf op 26 november 1942.

  • Sneykers Joannes Peter Hubertus, chauffeur, geboren te Neeritter op 31 december 1912, Oud Waterschei 4 D te Genk, werd op 20 juni 1942 aangehouden. Hij overleed in het concentratiekamp van Mauthausen op 23 november 1942.

Zowel Martin Vrij ens als Joseph Schutters waren de draaischijven van B.N.B. Waterschei terwijl Joannes Sneykers zou behoord hebben tot de rangen van het Onafhankelijkheidsfront.

Het komt ons voor dat Waterschei na 1942 niet meer als een zelfstandige sector geopereerd heeft. Belangrijke verzetslieden uit Waterschei werden nadien wel ingeschakeld in de sector Bilzen-Kortessem.

Sector Maaseik

Omtrent de oprichting van de sector Maaseik beschikken we over geen enkel document. Wellicht is dit te wijten aan de aanhouding van de sectoroverste Gustaaf Beazar, rijkswachter te Kessenich die op 10 september 1944 te Rotem werd aangehouden en met hem werden al de vertrouwelijke documenten van het Geheim Leger met inbegrip van de ledenlijst, door de Duitsers meegenomen naar Hotel Mardaga te As. We moeten daarom steunen op mondelinge mededelingen. Vandaar dat we onvolledig zijn en misschien ook wel onjuist. Volgens Julien Vandesteene uit Maaseik, voormalig onderofficier van de Grenswielrij ders die aanwezig was, gebeurde de officiële oprichting van B.N.B-sector Maaseik in november 1941 in de woning van Arnold Vandinter, groothandelaar in koloniale waren, woonachtig Kerkstraat Maaseik118. Verder waren nog aanwezig: Gustaaf Beazar, reeds voornoemd, Henri Huysmans, juwelier uit Maaseik, Jacques Schulpen, gedurende de oorlog hoofd van de ravitailleringsdienst en de voormalige beroepsmilitairen Bèr Willems en Hubert Binjé. Toine Janssen, eveneens uit Maaseik, zou ook tot de stichters behoord hebben. Wanneer op 6 juni 1942 de aanstelling plaatshad van Tony Lambrechts tot provinciale leider van B. N.B. Limburg, is de sector Maaseik vertegenwoordigd door zijn overste Gustaaf Beazar119. Deze liet zich bijstaan door zijn adjunct Alfons Leroy uit Neeroeteren, onderofficier van de Grenswielrijders, die na een opsluiting te Breendonk waar hij ontslagen werd, zijn taak als weerstander onverminderd verder zette. Hij zou trouwens samen met zijn overste Beazar terechtgesteld worden te Heer in Nederland op 12 september 1944. B.N.B. was in het ganse noordelijke Maasland goed gestructureerd alhoewel er toch in bepaalde plaatselijke afdelingen een verstrengeling bestond met de partizanen. In grote lijnen zag de structuur er als volgt uit:

Sectoroverste
Gustaaf Beazar Kessenich + 12.9.l945
adj .-sectoroverste
Alfons Leroy Neeroeteren + 12.9.1945
1d.
L. Claessens Neeroeteren + 5 .4.1945

Maaseik

brigadeoverste
Antoine Kesler
adj.-brigadeoverste
Toine Janssen
compagnieoverste
Sidoine Joseph Bogaert
brancardieroverste
Sylvain Gelenne

Stokkem Meeswijk Lanklaar Leut

brigadeoverste
Pierre Bergers + 22.2.1945
adj .-brigadeoverste
Frans Coenen + 7.3.l945
compagnieoverste
Leon Stassen

Neeroeteren-Opoeteren

brigadeoverste
Cornelis Mulders + 6.2.1945
brigadeoverste
Herman Leonard Gielen
adj.-brigadeoverste
Hendrik Geelen + 10.9.1944
sectieoverste
Mathieu Ruelens
ploegoverste
Theo Vastmans

Ophoven-Geistingen

brigadeoverste
Pieter Koolen

Elen

brigadeoverste
Leopold Erkens
sectieoverste
Eduard Erkens
groepoverste
Antoine Vandebroek ”( 10.9.1944
groepoverste
Lambert Segers

Rotem

brigadeoverste
?
groepoverste
Marcel Vandeweerdt
groepoverste
Theo Grooten
groepoverste
Jean Boyen

Iets langer blijven we stilstaan bij B.N.B Stokkem dat tot stand kwam onder impuls van Theo Bergers, brigadeoverste en Frans Coenen zijn adjunct. De eerste aanhouding had plaats in oktober 1942; het was Jan Coenen, zoon van Frans Coenen, de medeoprichter van B.N.B. Stokkem. Rond vastenavond 1943 werd een voetbalwedstrijd georganiseerd tussen twee straatploegen van Stokkem. De opbrengst zou als steun overgedragen worden aan de ouders van de aangehouden medestrijder Jan Coenen. Toen kwam de fatale nacht van 16 maart 1943 waarin de volgende weerstanders werden aangehouden: Henri Beckers, Theodoor Bergers, Hubert Bocken, Frans Claessens, Frans Coenen, Emiel Diris, Jozef Doumen, Guillaume Meert, Leon Leenders, Theo Venken, allen uit Stokkem, Guillaume Bours uit Mechelen-aan-de-Maas, Lambert Claessens, Theodoor Nijssen, beiden uit Rotem, Alfons Leroy uit Neeroeteren, Henri Verheyden uit Eisden en Mathieu Pelsers uit Kotem- Boorsem. Theo Venken slaagde erin in Hasselt te ontsnappen. Theodoor Nijssen en Mathieu Pelssers werden op 7 oktober 1943 vrijgelaten. Reeds eerder en wel op 20 augustus 1943 kregen de 13 overigen van het Kriegsgericht van Hasselt het klassieke vonnis120: overbrenging naar Duitsland om als N.N. gevangene in de mist en de nevel van de concentratiekampen te sterven. Na een eerder kort verblijf in Breendonk werd Alfons Leroy vrijgelaten. De anderen verhuisden van de ene gevangenis naar de andere met ondermeer de beruchte Wolfenbüttelgevangenis en van het ene concentratiekamp naar het andere. Frans Claessens heeft de doorstane tragedie beschreven in zijn boek N. N. gevangene 1111134849121. De uiteindelijke balans in mei 1945 was tragisch122. Vijf gevangenen keerden terug: Giel Geboers uit Meehelen-aan-de-Maas, Frans Claessens, Jozef Doumen, Jan Coenen uit Stokkem en Henri Verheyden uit Eisden. Henri Beckers, Hubert Bocken, Emiel Diris en Guillaume Meert stierven in Dachau, Theodoor Bergers, Lambert Claessens en Leon Leenders overleden in Flossenbürg.

Sector B.N.B. Maaseik kreeg het enorm zwaar te verduren bij de bevrijding. Hierop komen we later terug. Na de terechtstelling van Gustaaf Beazar te Heer volgde Jozef Rutten uit Ophoven-Geistingen hem op als sectoroverste.

Waals verzet op Limburgs grondgebied

Een negental weerstanders uit de streek van Luik planden op woensdag 23 juni 1943 een overval op de transportwagen die rantsoeneringszegels zou brengen naar Vreren bij Tongeren. De leiding van deze groep was toevertrouwd aan Louis Defour, ingenieur in de fabriek Englebert te Luik, gehuwd, vader van twee kinderen en wonende te Chênée. De groep bestond verder uit Gaye, Joseph Gerardy, 19 jaar, wonende te Soumagne, Pascal Villers, 20 jaar, wonende te Liers, Leopold Hardy, Gaspard Parisis, Wouters, Marcel Leonard en Henri Vanloo. Aangezien de transportwagen niet opdaagde, trok de groep zich terug in een café te Nerem waar zij enige tijd later overvallen werd door een tiental Belgische rijkswachters. In het vuurgevecht dat ontstond, werden Joseph Gerardy en Pascal Villers gedood. Louis Defour die gewond was, werd overgebracht naar het ziekenhuis van Tongeren terwijl Leopold Hardy, Parisis, Leonard en Vanloo werden aangehouden en overgeleverd aan de Feldgendarmerie. Gaye en Wouters konden ontsnappen.

De bewaking van Louis Defour in het ziekenhuis te Tongeren gebeurde door Vlaamse Wachters. Zijn broer Fernand Defour, drukker, wonende te Grivegnée, wist uiteraard welk lot zijn broer beschoren was. Vandaar dat hij iets zou ondernemen en het moest vlug gaan. Met een klein weerstands-commando waaronder een vrouw, onder het bevel van Fernand Defour, werd het hospitaal te Tongeren op zondag 27 juni 1943 te 16 u bestormd. In een vuurgevecht werden drie Vlaamse Wachters gedood. Fernand Defour die gewond werd, probeerde te ontsnappen doch bij het volgen van de bloedsporen werd hij vlug aangehouden. Zijn medestanders konden allen ontsnappen. De drie neergeschoten Vlaamse Wachters waren: Willem Franssen, 47 jaar, wonende te Visé, Leonard Lenssen, 43 jaar, wonende te Leut en Albert Souvereyns, 24 jaar, wonende te Martenslinde. Dezelfde avond nog werd de gevangene Louis Defour overgebracht naar een ziekenhuis in Hasselt.

Op 13 oktober 1943 verschenen de vijf beklaagden van Nerem voor de krijgsraad te Luik die werd voorgezeten door de militaire rechter Hebauer en met als openbaar ministerie de auditeur Wagner. Louis Defour die intussen hersteld was, werd verdedigd door advocaat Cassian Lohest, Parisis en Vanloo door advocaat Krutwig en Leonard en Hardy door advocaat Musch. Aan de balie te Luik was er een associatie van advocaten opgericht die gratis de politieke gevangenen verdedigde wanneer ze in Luik voor de krijgsraad verschenen123. De vijf gevangenen werden ter dood veroordeeld en het vonnis werd op 2 november 1943 in de Citadelle te Luik voltrokken.

De balans Nerem was al indrukwekkend: 10 doden maar het drama ging verder. De drukker Fernand Defour verscheen een eerste maal op 28 december 1943 voor de krijgsraad te Luik. Over de afloop bestond niet de minste twijfel: de doodstraf. De twee Luikse advocaten Lohest en Kreit waren zijn verdedigers. De voorzitter van de krijgsraad was Altenburg en de auditeur Kopriva. Twee Vlaamse Wachters die het bloedbad in Tongeren hadden meegemaakt maar die er levend vanaf kwamen, waren als getuigen tegen Defour opgeroepen. Een van de getuigen was niet opgedaagd. De andere getuige verklaarde dat Defour op de bewuste zondagnamiddag gewapend was hetgeen door beklaagde ontkend werd. De zaak werd uitgesteld om de tweede getuige te kunnen verhoren. Op de volgende zitting die plaatshad op 23 maart 1944, was de tweede getuige wel aanwezig. Het ging om de Vlaamse Wachter Jean Franssen, rue Grétry te Luik. Hij was de zoon van de te Tongeren doodgeschoten Vlaamse Wachter Willem Fransen. Hij had na de gebeurtenissen te Tongeren de rangen van de Vlaamse Wachters verlaten. In de zaal waar de krijgsraad zetelde bevond zich de moeder van Fernand Dufour. Voor de aanvang van de zitting bracht advocaat Lohest de oude moeder tot bij de getuige Jean Fransen hem smekend dat zij niet opnieuw zou moeten wenen bij het verlies van haar tweede zoon. De advocaat bespeelde bij de getuige de gevoelige snaar met te beklemtonen dat zijn vader voor zijn ideaal gestorven was en dat hij zeker niet op weerwraak belust was. Jean Fransen moet het dan toch even moeilijk gehad hebben maar uiteindelijk beloofde hij te zullen verklaren dat Fernand Defour geen wapens droeg bij de geplande overval. Ondanks het herhaaldelijk aandringen van de voorzitter van de krijgsraad bleef getuige ter zitting volhouden dat beklaagde geen wapens droeg.

Op de derde zitting van de krijgsraad op 4 mei 1944 viel het vonnis: Fernand Defour werd wegens anti-Duitse handelingen tot slechts vier jaar veroordeeld.

Inlichtings- en actiediensten in Limburg

Het is geen gemakkelijke taak om de puzzel te ontwarren van de vele netten en diensten die over het grondgebied van Limburg actief waren. Met de toestemming van de heer Fernand Stubbe nemen we uit zijn degelijk boek “Geheime oorlog 40-45”124 een aantal gegevens over. We gaan er vanuit dat in onze provincie operatief werd meegewerkt aan de inlichtingsdiensten Luc-Marc, Clarence, Beaver-Baton, Zero, Bayard en Groep G. We beginnen met Luc die in 1940 gesticht was door Georges Leclercq en vanaf 194l onder de naam Marc overgenomen werd door de gedropte agent Max Londot. Al de leden van Luc-Marc hadden een nummer dat voorafgegaan was door de letters VN en door een of twee letters die de groep aanduidden. De letter V stond voor “Vindictive”, de naam van de Britse oorlogsbodem die in de Eerste Wereldoorlog te Oostende tot zinken werd gebracht. De N herinnerde aan Nieuwpoort waar zich het oorlogsfront bevond in 1914-1918. AR waren de letters van de Groep Luik en Limburg die een dienst vormden. Een van de belangrijkste chefs van de Groep in Limburg was mevrouw barones de Heusch, geboren Anne-Marie Vandenbosch Sanchez de Aguilar, wonende Trekschuren te Hasselt. Zij droeg het nummer VN/AR 223 waarvan de letters wel eens gewijzigd werden in VN/J en VN/JL. Haar pseudoniem was “Mercure”. Al naargelang van de agenten die medewerking verleenden, veranderde het toegevoegde cijfer. Zo had Marcel Wouters, voorheen wonende Koninklijke straat te Leopoldsburg, het kennummer VN/AR/223/B/10. Van de honderden bladzijden die elke inlichtingsdienst wekelijks naar Londen stuurde, geven we hierna, voor wat Limburg betreft, een greep uit de verslagen van Luc-Marc. De verslagen zijn opgesteld in het Frans; we proberen een waarheidsgetrouwe vertaling ervan te geven. De namen van de agenten hebben we opgezocht.

  • 26.3.1943-VN/AR 223 B 1 - (Henri Vangompel Leopoldsburg):

met de trein nr.2192 hebben 200 militairen van de Duitse Kriegsmarine Leopoldsburg verlaten met bestemming Brugge.

  • 27.3.1943 -VN/AR 223 B 1 - (agent idem):

infanterietroepen die oefeningen deden op de schietbaan te Helchteren brachten 8 kanonnen van 7 à 8 cm, 8 kisten met materiaal en 3 kisten met munitie met ieder een gewicht van 3000 kg naar Leopoldsburg. Op 29.3.1943 vertrokken ze naar Diksmuide.

  • 27.3.1943 VN/AR 223 B 10 - (Marcel Wouters Leopoldsburg):

de 300 kandidaat-officieren zullen de school V1-03 666 van commandant Fozs verlaten op 8 april 1943. Hun bestemming is het front in Rusland of Afrika. Vooraf zullen ze wel nog een week verlof krijgen.

  • 28.3.1943 VN/AR 223 B 10 - (Marcel Wouters Leopoldsburg):

rond 19u overvliegen twee Engelse en een Belgisch vliegtuig het kamp van Beverlo.

  • 28.3.1943:

een volledig grondplan van het kamp van Beverlo wordt opgemaakt door VN LL 2 agent ? en door VN /AR 223 b 10 (Marcel Wouters) op 12 mei 1943 doorgestuurd.

  • 29.3.1943-VN/AR 223 B 1 (Henri Vangompel Leopoldsburg):

tussen Helchteren en Meeuwen werden vijf boerderijen gebouwd die gebombardeerde ruines moeten imiteren.

  • 29.3.1943-VN/AR 223 D (Frans Van Gijsel Diest):

te Bilzen in de Statiestraat 37 kwamen 14 manschappen van W. H. 0060 van de sectie F in vervanging van de groep W. H. 01439 die vertrokken is.

  • 5.5.1943 - VN/AR 22 - 223 X agent ?:

    De Feldkommandant Oberst Helwig van Feldkommandantur 681 richtte op 19 april 1943 volgend schrijven aan de burgemeester van Maaseik.

Op 16 april l943 werd rond 23 u een aanslag gepleegd op de spoorweg tussen Maaseyck en Elen. Om nog sabotagedaden te vermijden geef ik volgende richtlijnen:

  1. Het gedeelte waar de sabotage gepleegd werd zal over een afstand van 1 km aan de twee zijden bewaakt worden tussen 19 u en 7 u.
  2. De aangeduide bewakers mogen geen wapens dragen; enkel matrakken en stokken zijn toegelaten. In geval er zich nieuwe sabotage voordoet, zullen de bewakers aansprakelijk gesteld worden.
  3. De burgemeester dient een lijst aan te leggen met vermelding van de namen van de bewakers.
  4. Van 22 tot 28 april 1943 zijn alle sportmanifestaties verboden.
  5. 20 goede toestellen T.S.F. moeten afgeleverd worden op de Feldgendarmerie.
  • 5.5.1943 -VN/AR 223 X - agent ?:

250 Duitse burgers die in Limburg vertoefden moeten de militaire rangen vervoegen. Zij worden vervangen door Belgen die van het Front komen. Hun taak bestaat erin op de treinen, de trams en in de kolenmijnen gesprekken af te luisteren en deze over te maken aan de Duitse politie.

  • 5.5.1943 -VN/AR 23 (Camille Metsu Luik):

een dienst van de vrouwelijke contra-spionage zal van Brussel naar Saffraenberg St.-Truiden komen om verdachte personen op te sporen. De vrouwen moeten zowel Frans als Nederlands kunnen spreken.

  • 12.5.1943 -VN/AR 27 (graaf Adrien de Beauffort, Gors-op-Leeuw):

in de kazerne te Tongeren is het moreel peil zeer laag. De soldaten groeten nog nauwelijks hun oversten. Zij leveren zich over aan de smokkel tussen Nederland.

15.5.1943 -VN/AR 276 (Henri Dederen Tongeren):

in de kazerne te Tongeren bevinden zich 150 soldaten en 60 officieren. Zij houden zich bezig met het plaatsen van telefoonkabels. Zij beschikken over 22 auto ’s en vrachtwagens. Bovendien zijn er 100 manschappen van de Dietsche Brigade (D.B.) Zwarte Militie.

  • 18.5.1943 -VN/AR 27 (graaf Adrien de Beauffort, Gors-op-Leeuw):

de observatiepost te Gors-op-Leeuw omvat 11 manschappen. Deze observatiepost was gelegen op de steenweg Hasselt-Tongeren tegen- over de villa van de familie Romsee.

  • 18.5.1943 - VN/AR 271 (agent ?):

het verkeer op de weg Hasselt-St.- Truiden. Doortocht te Alken. Op 13 mei 1943 om 17 u passeerde te Alken een colonne auto’s WL bestaande uit 22 vrachtwagens zonder kentekens voorafgegaan door een Opel met twee officieren. De vrachtwagens waren geladen met munitie.

  • 18.5.1943: VN/AR 274 (agent?):

op 15 mei 1943 om 1u30 ‘s morgens passeerde een colonne vrachtwagens W.H. in de richting Tongeren- Bilzen-Hasselt. Samenstelling: een wagen met officieren, 20 vrachtwagens met manschappen en bagage en twee veldkeukens.

  • 18.5.1943 VN/AR 271 (agent ?):

de oude suikerfabriek van Hoepertingen, gelegen op de steenweg tussen Borgloon en St.-Truiden is bezet door 30 manschappen die voertuigen herstellen en munitie bewaken.

  • 20.5.1943 - VN/AR 223 D (Henri Machiels Diepenbeek):

op 15 mei kwamen te Brustem 18 treinwagens met bommen en munitie toe. Er zullen binnenkort nog wagons toekomen. Op 10 en 11 mei kwamen 16 bommenwerpers toe. Deze inlichtingen werden ons verschaft door arbeiders die op het vliegveld werken.

  • 28.5.1943: VN/AR 223B (Leon Leynen Hasselt) en 223 B 1 (Henri Vangompel Leopoldsburg):

Militaire bezetting Hasselt.

  1. Feldgendarmerie 681.

Effectieven: Oberst Helwig + 125 onderofficieren.

Logement: Provinciaal gouvernement en bij particulieren; 32 manschappen gerecruteerd onder de Belgen vormen de Hulpgendarmerie die van dienst zijn zondagvoormiddag. Zij vergaderen in het café “Centré” bij Geurts in de Dokter Willemsstraat.

Logement van de Gestapo: Stadsomvaart 16.

Auto’s van de Gestapo: Nr. M. B. 7 (Duitse plaat) en twee auto’s met Belgische plaat nr. 347549.

  1. De Herckenrodekazerne

Effectieven: Luitenant Bauman met 100 manschappen. Zij houden zich bezig met het bewaken van de spoorwegen en de benzinedepot te Kuringen.

  1. Nieuwe Kazerne

Effectieven: 350 manschappen W. H. Infanterie en E. M. /Bon onder het bevel van Oberst Eggebacht en 6 officieren. Nr. eenheid: 525, nr. Feldpost 21530.

  1. Witte Nonnenkazerne

Effectieven: 1 luitenant, 3 onderofficieren en 46 manschappen. Bewaking van spoor- en waterwegen. Nr. F eldpost: 48511 D.

  1. Spoorwegtroepen:

60 manschappen bestemd voor het station. Nr. Eenheid 821 A.

  • 29 mei 1943 -VN/AR - 223 JL (Modest Lepez Hasselt):

500 manschappen van de Kriegsmarine hebben het kamp van Helchteren verlaten met bestemming de Zwarte Zee. Een driehonderdtal is nog in het kamp. Gemiddelde leeftijd 40 jaar. Helchteren is een onderdeel van Kiel - Feldpostnummer 46670 - D.

De agenten 223 B] (Henri Vangompel Leopoldsburg), 223 B 10 (Joseph Tilkin Godsheide) en 223 B (Leon Leynen Hasselt) meldden dat troepen van “Freies Indien” op 18, 19 en 21 mei het kamp van Beverlo verlaten hebben. Het aantal kan geschat worden op 2.200. Ze zijn vroegtijdig moeten vertrekken naar het eiland Texel. Deze troepen lieten duidelijk hun anglofiele gezindheid blijken alsmede hun enthousiasme bij gelegenheid van het einde van de campagne in Tunesië. Voor het ogenblik bevinden zich nog in het kamp: 1 generaal, de bevelhebber 1 commandant, de Ortskammandantur, 3 Feldgendarmen, 800 manschappen van de marine en 300 S.S.-ers.

  • 30 mei 1943 Maaseyck - (agent nr. 223 X 4 ‘?):

in het kamp van Beverlo bevinden zich lndische troepen. Een van onze agenten heeft een onderofficier ontmoet die bereid is plannen en geheime documenten af te staan op voorwaarde dat hij begeleid wordt tot aan de Spaanse grens.

Militaire bezetting te Maeseyck op 30 mei 1943:

  • Maasbrug - 9 manschappen waaronder 1 onderofficier.

  • Observatiepost Heppeneert: 7 manschappen onder leiding van een onderofficier - bewapening luchtafweermitrailleusen.

  • Kazerne: 150 Vlaamsche Wachters inbegrepen 2 officieren en 12 onderofficieren.

  • Feldgendarmerie: 4 manschappen. In de nacht van 22 op 23 mei heeft de Feldgendarmerie gedurende 48 u. in Kessenich en Molenbeersel gezocht naar parachutisten. Geen resultaat:*

Verschillende grensposten:

Loozen: de grenspost bestaat uit 15 manschappen inbegrepen 1 Feldwebel, 2 Gefreiters. Zij dragen uniform met wit biesje aan de epauletten. Het zijn meestal oude mannen van 40 à 45 jaar met enkele jonge kerels. Moraal slecht. Zij verlangen het einde van de oorlog. Eten is slecht Bewapening: anti avion ( Flak - FlugzeugAbwehrKanone ).

Achel grens: 10 manschappen waaronder een aantal Nederlandse N.S.B.-ers.

Achel Sluis: 18 man met anti-avion (Flak)wapens.

Hamont grens: 15 manschappen bewapend met anti avion (Flak) mitrailleusen.

Hamont Statie: 1 F eldwebel en 2 soldaten.

Neerpelt: 30 manschappen met zeer slecht moraal.

  • 13.6.1943 - VN ] 271 - (agent ? ):

tussen Aalst, Kerkom en Buvingen achter het bos, genaamd Wimmi, bevinden zich namaakvliegtuigen in hout. De Duitsers hebben zelfs het terrein gecamoufleerd met netten. Ook is er een imitatie van een rivier en een moeras met in de omgeving zelfs reigers. Het lijkt allemaal echt te zijn. De arbeiders zijn niet toegelaten tot dit terrein.

Zaterdag 12 juni rond 1 u in de morgen zijn op het vliegveld drie Duitse jagers neergestort. Twee andere jagers maakten een slechte landing en zijn beschadigd. De landingsbaan werd gedeeltelijk vernield.

Een arbeider die te Brustem werkt, heeft me verteld dat te Kerkom een belangrijk contingent bommen is toegekomen die opgeslagen werden in de hangars.

  • 17.6.1943 - V.N. ]. 223 X (agent ‘?):

ik heb de eer U ter kennis te brengen dat ik in den loop van 1943 een verslag met liggingsplan heb opgemaakt met vermelding van de kleine vliegvelden in Limburg. In den nacht van 10 op 11 juni heb ik drie vliegers naar beneden zien komen rond Maaseyck, Neeroeteren, Ophoven etc. Hetzelfde getal heb ik zien neerkomen in den nacht van 14 op 1 5 juni. In den nacht van 16 op 1 7 juni 1943 nog eens drie zien vallen.

  • 17.6.1943 - VN/AR 223 A (Frangois Melchior Hasselt):

garnizoen te Lanaken.

  1. Post van Hansenhöhe bestaande uit 40 mannen en 70 Duitse vrouwen. Zij bouwen halfondergrondse hangars om er explosieven in onder te brengen.

  2. Grenspost: 1 onderofficieren, 4 Duitse soldaten en 2 Nederlandse N.S.B.-ers.

  • 17.6.1943- VN/AR 22381 (Henri Vangornpel Leopoldsburg), 223 B3 (Fernand Van Bael Leopoldsburg) 223 310 (Joseph Tilkin Godsheide) en 223 B 11 (De Keyser Leopolsburg).

De toestand in het kamp te Leopoldsburg: op 9 juni 1943 heeft de SS -afdeling bevel gekregen om te vertrekken naar Italië. ‘s Anderendaags zijn er ongeveer 350 manschappen vertrokken. Nu zijn er nog ongeveer 1000 fusilliers van de marine. De wachtposten zijn verdubbeld uit vrees voor parachutisten.

  • 18 oktober 1943 -V.N.O.P. (Antoinette Collen Leuven):

vliegveld Brustem (toestand ongewijzigd) sedert ons rapport van 6 oktober 1943 hebben wij over dit vliegveld geen andere inlichtingen meer vernomen waardoor we veronderstellen dat de toestand daar ongewijzigd is. Er zouden dan slechts een beperkt aantal jachttoestellen met piloten en bodempersoneel aanwezig zijn. Wij doen het mogelijke om daarover betere inlichtingen te bekomen.

VN/JM/2ó3 M (agent 7):

door het bombardement van 10 mei 1944 werden de herstellingswerken aan de brug van Kuringen opnieuw vernield zodat de brug onbruikbaar is. De spoorlijn is getroffen over een afstand van 500 m. Er zijn geen slachtoffers te betreuren.

  • 13 mei 1944

Hasselt - 5de bombardement in de nacht van 11 op 12 mei. De vliegtuigen werpen lichtfusees uit. Er zijn luchtgevechten met Duitse jagers. In de omgeving van Alken komen 1250 bommen in de velden terecht. Er zijn twee doden. Rond halféén in de nacht vallen bommen op de stad Hasselt.32 burgers worden gedood. Een tiental huizen worden verwoest. De Begijnhofkerk stort in. Het hospitaal is geraakt. Het is een ongelukkig bombardement. Het station zelf is niet getroffen. De spoorweglijn tussen Alken en Cortenbosch is getroffen.

Hasselt - 6° bombardement op 12 mei om 11 u. Een formatie van zestien vliegtuigen vallen de spoorwegbrug over hetAlbertkanaal in de omgeving van Kuringen. De bommen troffen raak. Er vielen geen slachtoffers.

Hasselt - 7° bombardement op 12 mei om 1 7u15. Opnieuw is de aanval gericht op de spoorwegbrug waarvan de pijlers getroffen worden. Er zijn geen slachtoffers.

Hasselt - 8° bombardement gedurende de nacht van 12 op 13 mei. Het station wordt bestookt. Twee Vlaamsche Wachters worden gedood; een aantal burgers is verwond. De aanval heeft slechts 10 minuten geduurd. Het was een echte inferno. De brug over hetAlbertkanaal is vernield. Scheepvaart is niet meer mogelijk. De station is totaal vernield. De bevolking is niet gelukkig met de nachtbombardementen. De bommen missen hun doel.

De bombardementen in de nacht van 11 op 12 mei op de dorpen Beverlo, Heppen en Kwaadmechelen hebben veel huizen vernield. Geen enkel militair doel werd getroffen. ‘s Anderendaags werd door de Engelse radio omgeroepen dat de vliegtuigen met de bommen waren teruggekeerd omdat de zichtbaarheid onvoldoende was. Dit strookte niet met de werkelijkheid; heel wat bommen werden zo wat overal neergeworpen ; spijtig genoeg dat de Belgische bevolking het gelag moest betalen.

  • VN/JM/263 M - ( agent ‘?):

op 13 mei hebben 5 geallieerde raids op Hasselt plaatsgehad. De aangebrachte herstellingswerken aan het station zijn opnieuw vernietigd. De spoorlijn is over een afstand van 2 km vernield. Bommen kwamen terecht op de kazerne en op de Maastrichterstraat. Een honderdtal woningen in de omgeving van de kazerne zijn zwaar beschadigd. 54 burgers werden gedood en een 40-tal zwaar gewond. In de kazerne werden 17 Duitsers gedood en 12 ernstig getroffen.

  • 17 mei 1944 -VN JL/ 268 A- (Leon Bierneaux):

het treinverkeer op een spoor te Hasselt is min of meer normaal. De wisselstanden zijn uitgeschakeld. In Tongeren is het verkeer van militaire en reizigerstreinen normaal.

  • 18.5.1944 - VNJL 268 A - (Leon Bierneaux):

croquis nr. 12 Station van Tongeren. De Duitsers maken veel gebruik van de spoorlijn Tongeren, Visé en Duitsland. De vernietiging van het station zou kunnen gebeuren zonder veel schade te berokkenen aan de bevolking door op het punt H de wisselstand uit te schakelen. Op deze plaats zijn de twee sporen opgehoogd (bermen van 3 tot 4 m). Er zijn twee kleine bruggen over de Jeker. Links van deze plaats bevindt zich een park, twee voetbalterreinen E en een watertoren D. Rechts is er een zuiveringsstation C en een kazerne A die gebruikt wordt als school voor de luchtmacht. Er zijn 800 leerlingen. Verder is er de kazerne van de gendarmerie B. De straten a en b zijn zeer dicht bevolkt. Het station van Tongeren is op zich niet zo belangrijk noch als depot noch als sorteerstation. Naar het Noorden toe is er een lijn naar Hasselt en een andere naar St.-Truiden. (Op 18 augustus 1944 werd Tongeren gebombardeerd zonder veel schade aan te richten).

In zijn boek “Geheime Oorlog” schrijft Fernand Strubbe verder over Limburg125: In de provincie Limburg verbleven medewerkers van de groepen VN/B van Jules Pauwels, VN/M van Paul Roland, van VN/W van Henri Naime en van VN/A van Jean Delvaux. In die provincie bestond verder nog de sector VN/AM van Edmond Lumbeeck (luitenant IA.A.). VN/Al/B Louis Vrolix uit Hamont had medewerkers te Kessenich (G. Beazar), te Hasselt, te Herk-de- Stad (Eugeen Thiery) en te Stevoort en zuidelijker te Nieuwerkerken en te St.-Truiden. In de provincie Limburg en Luik waren verscheidene groepen vanuit Luik verspreid over de twee provincies.

Vermelden we tenslotte nog een aantal Limburgers die ook actief waren in de inlichtingsdienst “Luc Marc”:

  • VN/M/ B 1 Jacques Van Bever Leopoldsburg
  • VN/M/ B 1 Odette Henin Leopoldsburg
  • VN/AL/H/18 Leon Theunissen Leopoldsburg
  • VN/AL/B Louis Vrolix Hamont
  • VN/AL/I Joseph Borsée Hasselt
  • VN/AL/95 Peter Peeters Hamont
  • VN/AL/H/10 René Lambrechts Sint-Truiden
  • VN/AL/B/c Antoine Lambrechts Hasselt
  • VN/AL/H/10 b Guillaume Claes Hasselt
  • VN/AL/H/10 c Joseph Vandebriel Hasselt
  • VN/AL/B/C/11 Marcel Royers Neerpelt
  • VN/AL/B/C/12 Gustaaf Beazar Kessenich - A. Erkens Elen
  • VN/AL/223/9/I Antoine Stippelmans Sint-Truiden
  • VN/AL/223/P/I Pieter Moors Hamont
  • VN/AL ? Henri Creten Herk-de-Stad
  • VN/AL/B/66 René Carlens Stevoort, Yvonne Vanstraelen Nieuwerkerken
  • VN/AR/223/B 5 Albert Torfs Leopoldsburg
  • VN/AR/223 D I André Ungricht Hasselt
  • VN/AR/223/B 6 Theo Lemmens Leopoldsburg
  • VN/AR/223/C 3/b Albert Machiels Hasselt
  • VN/AR/223/D 2 Victor Machiels Diepenbeek
  • VN/AR/223/D/18 Gustave Oyen Hasselt
  • VN/AR/223/C2/a Lucien Paelinck Hasselt
  • VN/AR/223/C2/c Marcel Pattyn Hasselt
  • VN/AR/223/D5 Eugène Schapmans Diepenbeek
  • VN/AR/223/D/13 Joseph Tempels Hasselt
  • VN/AR/223/A5 Henri Theunis(sen ?) Hasselt
  • VN/AR/223/D/22 Jules Theunis Hasselt.

In het Maasland kunnen we niet voorbij gaan aan Albert Bidelot uit Lanklaar126 die onder de oorlog topograaf was bij de diensten van het Albertkanaal. Hij maakte ondermeer een plan van het radarstation te Meeuwen met de drie observatieposten en achttien barakken. Een tweede plan dat hij ontwierp was dit van het radarstation te Xhendremael-Alleur. In zijn activiteiten werd hij bij gestaan door Marcel Christiaens uit Tongeren die opzichter was bij de militaire gebouwen in Limburg. Deze laatste gaf zijn inlichtingen dan door aan zijn broer Leon Christiaens, Tongenaar maar wonende te Herstal. Zijn codenaam was Jean Bertrand. Hij was luitenant bij CARA (Corps des agents de renseignements et d’action) met als kennummer VN/JL268/A. De Tongenaar Jean Flacon, aldaar geboren op 16 april 1916, advocaat aan de Balie te Tongeren speelde een belangrijke rol in de inlichtings- en actiediensten. Hij verliet België op 4 mei 1942 en werd geïnterneerd in het kamp Miranda in Spanje van 21 augustus 1942 tot 5 november 1942. Hij trad vrijwillig in dienst bij de Belgische militaire missie te Gibraltar op 23 november 1942 om op 19 december 1942 over te gaan naar de Belgische Jean Flacon strijdkrachten in Groot-Brittannië. Op 19 augustus 1943 werd hij onder de codenaam Favier (Lear)127 samen met Louis Huysmans, codenaam Hendrikx (Buckhound), met de zending genaamde “Lear-Buckhound”, gedropt langs de weg Jemappes-Boussal, nabij het dorp Thy. Vooraf, en wel op 13 augustus, kondigde de B.B.C. om 19u15 deze zending aan met de woorden: Mijn geliefde bier is stout (vertaling). Zij hadden documenten en gelden mee bestemd voor de bevelhebber van het Geheim Leger. Louis Huysmans werd op 25 september 1943 aangehouden. Tijdens zijn verblijf in België moest Jean Flacon onthaalcomités oprichten. In oktober 1943 had hij in Waterloo een ontmoeting met de leiders van de weerstand om de droppings van 18 en 20 oktober 1943 voor te bereiden. De materialen van de uitgevoerde droppings waren veilig opgeborgen, maar ongelukkig kwamen de Duitsers hun acties op het spoor. In een vuurgevecht werden twee weerstanders gedood en vier aangehouden. Jean Flacon kreeg een kogel in zijn been maar kon ontsnappen. Op 24 februari 1944 was hij terug in Engeland. Na de oorlog tekende hij zijn brieven als kapitein van CARA (Corps des agents de renseignements et d’action). Hij overleed op 18 maart 1986 in het rusthuis voor voormalige politieke gevangenen St.-Aude te Tenneville waar hij ook begraven werd.

Ook vanuit Limburg werd meegewerkt aan de inlichtingsdienst “Clarence” in 1940 gesticht en geleid door Walthère Dewé. Een van zijn medewerkers was Edmond Janssens, professor in de filosofie aan de universiteit te Luik en die woonde op het kasteel te Trooz bij Luik. Zijn dochter Anne Marie, gehuwd met ingenieur Henri Robeyns, woonde in Tongeren en behoorde tot een kleine kern die probeerde zoveel mogelijk inlichtingen in te winnen omtrent het reilen en zeilen van de Duitsers in Zuid-Limburg. Tot deze kern behoorden verder Jean Jadoulle uit Tongeren en Gaby Dupain van Heks. Beiden verbleven van 4 oktober 1942 tot 10 november 1942 in de gevangenis te Hasselt en St.-Gillis(8). Inlichtingen die betrekking hadden op het vervoer per spoor werden aangebracht door Hubert Dederen, seingever in het station te Tongeren die ook actief was bij Luc-Marc. Henri Schaumburg die in de kazerne te Tongeren werkte, wist bij benadering welke Duitse troepen er gekazerneerd waren in de kazerne. De meeste agenten van de inlichtingsdienst “Clarence” vinden we terug bij de pilotenhulp.

De inlichtingsdienst “Beaver-Baton” was in december 1941 opgericht door de gedropte agent Wladimir Van Damme (“Beaver”) en in mei 1942 opgevolgd door de gedropte agent Nicolas Monami (“Baton”). De draaischijf in de streek van Tongeren was Maurice Albert, gedurende de oorlog onderzoeksrechter bij de rechtbank van eerste aanleg te Tongeren en thans Eerste voorzitter Emeritus van het Hof van Beroep te Luik. Toen wij hem bezochten toonde hij ons volgende verklaring 128: Je soussigné Nicolas Monami, av0cat à Liège, chef du réseau de renseignements Beaver-Baton et liquidateur du Service M. 12, certifie que monsieur Albert, conseiller à la Cour d ’Appel de Liège, afait partie de ces deux services depuis avril 1942 jusqu’en août 1944. Liège, 13 décembre 1945. Getekend Nicolas Monami. Als tussenpersoon tussen Limburg en Luik trad de Luikse inlichtingsagent Paul Donneu op. De onderzoeksrechter Albert had verschillende bronnen zoals de brigadecommandanten van de rijkswacht Bilzen, Eisden en Genk, respectievelijk Knapen, Tachelet en Meganck, die alle drie tot het verzet behoorden. Vooral Meganck van Genk was van uitzonderlijke waarde want hij volgde in Genk de levering van kolen aan de Duitsers, die hetzij per trein, hetzij per schip gebeurde. De drie brigadecommandanten ondergingen haast alle drie hetzelfde lot: Joseph Knapen stierf in het concentratiekamp van Dora Op 18 januari 1945, Lucien Meganck te Neuengamme op 27 november 1944 en Jean Baptiste Tachelet te Ravensbrück op 27 april 1945125. Een andere belangrijke bron kwam vanuit Borgloon waar Michel Gilissen, Victor Copis en Albert Gijsen zich vooral bezighielden met het verzamelen van inlichtingen omtrent het vliegveld te Brustem. Mevrouw Toussant, uitbaatster van café Antwerpia, gelegen tegenover het vliegveld speelde een zeer opvallende rol. Vermelden we nog dat Ghislaine Noë, dochter van Henri Noë, sectoroverste van B .N.B.Tongeren de administratie van deze inlichtingsdienst bijhield.

Tenslotte was er nog de inlichtingsdienst “D” waarvan Emile Franssen uit Tongeren de spil was129. Tot tweemaal toe werd hij door de Duitsers aangehouden. Als bediende in het station te Tongeren kon hij heel wat Franse krijgsgevangenen en geallieerde piloten via de spoorwegen, in samenwerking met de Franse inlichtingsdienst “D”, helpen ontsnappen. Tot deze inlichtingsdienst behoorde eveneens onder het nummer 1695, Jean Ketelslegers uit Riksingen die op 23 februari 1942 aangehouden werd en door het Duitse “Kriegsgericht” veroordeeld werd tot een gevangenisstraf van een maand130.

Droppings van wapens

Alhoewel er voor Limburg heel wat droppings aangekondigd werden, zijn er slechts twee uitgevoerd: de eerste te Rekem op 30 mei 1944 onder de codenaam Le Cheval en de tweede nabij Opgrimbie op 6 juni 1944 onder de codenaam La Gazelle. Voor Gellik was er eveneens een parachutage aangekondigd met als kencode: Voici un message pour le cheval blanc. La lèpre est une maladie ancienne (Hier een bericht voor het witte paard. De melaatsheid is een oude ziekte). Naar ons door weerstanders van Rekem werd meegedeeld was deze dropping gepland in de eerste dagen van de maand september 1944. Het vliegtuig dat de wapens moest droppen werd in de omgeving van Roermond neergeschoten 131.

Aan de hand van het boek Geheime Oorlog 40-45 van Fernand Strubbe 132 en een aantal gegevens die we vonden in het driemaandelijks tijdschrift van de Verbroedering van het Geheim Leger, sector Rekem 133, zullen we bij deze droppings even blijven stilstaan. André Falesse, (zending Velutus) de leider en Marcel Becquaert, (zending Patroclus) marconist, vertrokken in de avond van 30 april 1944 met een viermotorige Halifax van de basis van Bedford. Hun opdrachten bestonden in het zenden van inlichtingen en het zoeken van droppingsplaatsen in Limburg De vlucht duurde zes uur. Te Furnal bij Luik kwamen ze naar beneden. Bij zijn dropping had Becquaert vier draagbare zenders-ontvangers bij zich en één radio—ontvanger. In Limburg zond hij uit in Hamont, in St.-Huibrechts-Lille, in Herk—de-Stad, in Rekem in de boerderij De Oude God, bij de familie Janssen in de Boomgaardstraat. bij Wijnen in de Groenstraat en bij de familie Bemong (De Welvaart). De laatste uitzending gebeurde in Lanklaar-Mulheim in café Janssen.

De aanleiding tot deze droppings was een verzoek van het Geheim Leger van Antwerpen om over munitie en wapens te kunnen beschikken ter verdediging van de haven van Antwerpen. In afspraak met het Geheim Leger van Limburg zou men twee droppingsplaatsen in Limburg zoeken om dan de gedropte wapens per schip te transporteren naar Antwerpen via de Zuid- Willemsvaart en het Maas—Scheldekanaal. De Antwerpse linna D. was bereid een van haar schepen Henri ter beschikking te stellen. De bemanning ervan bestond uit vier personen waaronder kapitein Vercammen en zijn zoon, de machinist ? en de matroos Gustaaf Vercauteren die allen in de mening waren dat het over een smokkellading ging. De Antwerpse weerstander Boschmans zou hen als convoyeur begeleiden.

Op 28 mei 1944 kwam het eerste bericht voor de sector Rekem: Ici Londres. Voici un ……. (de hele kencode) gevolgd door Le cheval, je répète le dernier des mots. Le cheval … Op 29 mei kwam het tweede bericht…de voorbereidingen moeten getroffen worden en op 30 mei kwam het laatste bericht. Er werd te Rekem verzameld rond de overeengekomen droppingsplaats. De twee agenten Becquaert (Jacq) en Falesse (Bob) namen de leiding, bijgestaan door Jules Wijnen, sectoroverste van B.N.B. Rekem en nog andere aangeduide weerstanders. Rond 23 u verscheen een laagvliegend toestel. Na de tweede seinkode werden de andere drie witte lampen ontstoken. Die verlichtten het terrein. Het vliegtuig vloog in de juiste hoek, zoals voorzien, over het terrein. Bij het verlaten ervan werden de lichten gedoofd. Een tweede maal kwam het terug, wederom dezelfde lichtsignalen. Even voor het terrein steeg het vliegtuig omhoog en loste op perfecte wijze 17 containers met wapens en munitie. De twee agenten namen twee pakken mee naar het kasteel Kapelhof, eigendom van baron de Chestret de Haneffe. In die twee pakken bevonden zich nieuwe zendmaterialen, munitie en springstoffen. Ook waren er versnaperingen zoals chocolade en Engelse sigaretten. De gedropte wapens werden naar de boerderij de Oude God te Rekem gebracht. De opdracht werd met kar en paard uitgevoerd door André Lyna van Uikhoven. Een partij geweren en munitie werd ondergebracht in de stallen van de boerderij Janssen, Boomgaardstraat te Rekem. Weerstanders uit Mol en Herentals kwamen ze afhalen. In de bossen bij het huis Schoenmaeckers werden wapens in de grond verstopt. Onder de hooimijt van Frans Kusters bevonden zich eveneens wapens. Op welke wijze de wapens naar de plaats in de Oude Weert langs het kanaal gebracht werden, hebben we niet kunnen achterhalen. Vanuit Londen was bepaald dat het grootste gedeelte van de gedropte wapens bestemd was voor Antwerpen. Het kleinere gedeelte zou verdeeld worden over een aantal sectoren van B.N.B. Limburg. Hierover schreef B.N.B .-leider Tony Lambrechts op 8 juni 1944 aan de verschillende sectoren 134:

In depot secteur Rekem bevindt zich volgende bewapening en materieel voor de verschillende refuges verdeeld als volgt: Voor secteur Rekem: 8 mitrailletten, ] F. M., 2 geweren, 5 revolvers, 29 granaten (munitie 300 kogels per mitraillette ) enz. Voor secteur Maaseik: 3 mitrailletten,l F. M., ] geweer, 5 revolvers, 19 granaten. Neerpelt: idem als Maaseik. Hasselt: 7mitrailletten, ] geweer, 5 revolvers, 19 granaten. Bilzen: idem als Hasselt; hetzelfde voor St.-Truiden, Tongeren, Mol en Leopoldsburg. De secteuroversten moeten al het mogelijke doen om deze wapens vandaag 9 juni nog te halen volgens de mondeling gegeven aanduidingen mijner agenten. Met een bijgevoegd en door mijne hand geschreven briefje kunt ge u aanbieden op het aangegeven adres met afgifte van dit briefje. Ik verzoek de S. O. Rekem om met alle macht de verdeeling zoo snel mogelijk te regelen en wanneer personen zich aanbieden met een briefje geschreven door mij aanstonds te helpen.

Het is gevaarvol enz….maar wij staan voor het uitvoeren der actie en persoonlijke veiligheid komt nu op het tweede plan. Indien er moeilijkheden zouden veroorzaakt worden voor de uitdeeling dan zou dit kadastrofale gevolgen kunnen hebben. Dus….

Materiaal springstof: De verdeeling zal gereed staan in hetzelfde depot voor iedere secteur. Dat dus het materiaal met alle middelen ter plaats der uitvoering moet gebracht worden in de secteurs staat vast. Ieder S.O. hoe ver ook gelegen van Rekem, moet zorgen dat de hem bestemde materiaal met alle middelen onmiddellijk te halen voor de volgende nacht en met dit materiaal de reeds mogelijk zijnde zendingen uit te voeren. Dus spoorwegen, ondergrondsche kabels en zoo het mogelijk is, de bruggen te beginnen met de spoorbruggen. Ik geef hier de bruggen niet in eerste lijn omdat wij het ontploflingsmateriaal daarvoor niet bezitten. Na uitvoering dezer zendingen stil terugkeeren alsof er niets gebeurd was.

De resterende wapens en de lege containers uit de Oude God werden weggehaald en door de weerstanders van Uikhoven gedumpt in de Bankoel aldaar.

De tweede dropping had op 6 juni 1944 plaats te Opgrimbie. Einde mei 1944 werd de eerste kencode omgeroepen: Voici un message pour Désiré. Enkele dagen later en wel op 6 juni kwam het volgende bericht: Voici un message pour Désiré, La gazelle, fille dans la vallée. Dezelfde avond rond 22 u was er verzameling op de aangeduide plaats. Bevonden zich ter plekke: Marcel Bovendaerde, Jozef Gilissen, Florent Paesmans, Jozef Schuermans, Herman Bours, Louis Albrechts, Henri Visschers, Christ Visschers, Jozef Alberts en Jozef Raeven, Paul Geraerts, Henri Wampers en Pierre Peereboom. Bob en Jacq, de twee gedropte agenten hadden de leiding. Gerard Venken, adjunct van Tony Lambrechts, was ook aanwezig. Iets over 1 uur in de morgen kwamen 15 containers naar beneden die overgebracht werden naar Kikmolen te Opgrimbie en de Oude Hoef gelegen tussen Maasmechelen en Opgrimbie. In de nacht van 24 op 25 juni 1944 zouden de weerstanders van Rekem en omstreken met name Jules Wijnen, Jean Bemong, Guillaume Colley, Pierre Peerboom, Guillaume Vanderhoeven, Jozef Stouten, Camille Hoste, Jean Keibeck, Albert Slootmakers, Arnold Bollen, Leopold Bollen, Joseph Stegen, Jozef Penders, Frans Lyna, Jules Houben en Jean Aelbers zich gelasten met het laden van de boot. Op zaterdagavond 24 juni, rond 23 u. vielen soldaten van de Duitse marine, gelegerd te Maasmechelen en de Sipo/SD bij gestaan door Lode Huygen, commandant van de Zwarte Brigade, Rekem binnen om een wreedaardige razzia uit te voeren. Jean Keibeck die de wacht hield in de omgeving van de stoomboot Henri werd zwaar gewond en aangehouden. Hij werd overgebracht naar het Brugmannhospitaal te Brussel, waar hij op 6 augustus 1944 overleed. Zijn medestander Camille Hoste die eveneens de wacht hield aan het kanaal, kon ontsnappen. De familie Bemong uit De Welvaart kreeg het hard te verduren. Vader Henri Bemong werd aangehouden en stierf later in het concentratiekamp van Buchenwald. Ook zijn vrouw Jeanne Thelissen en de dochter Mariette werden ‘s anderendaags aangehouden maar konden na een pijnlijk verblijf in het concentratiekamp van Ravensbrück na de bevrijding naar Rekem terugkeren. Frans Devleminck uit Uikhoven en zijn vrouw Francine Janssen die eveneens aangehouden werden, stierven in de Duitse concentratiekampen.

Tenslotte waren er nog de aanhoudingen van vader Jan Wijnen die na een verblijf in Buchenwald de oorlog overleefde en van Jozef Stouten die tijdens een tewerkstelling in een strafkamp in een bombardement gedood werd. De Duitsers doorzochten de boot en vonden blijkbaar geen wapens. Vandaar dat de toelating gegeven werd aan kapitein Vercammen om ‘s anderendaags ‘s morgens af te varen op voorwaarde dat hij in Hasselt door het Sas zou passeren waar dan een bijkomende controle zou uitgevoerd worden omtrent het reisplan. Te Hasselt werd de boot opgewacht door een aantal Vlaamsche Wachters die tot snuffelwerk overgingen. Helaas werd een kleine hoeveelheid wapens gevonden. Vier aanhoudingen werden verricht. De weerstander Boschmans die valse papieren bij zich had en Gustaaf Vercauteren werden kort nadien vrijgelaten. Vader en zoon Vercammen bleven aangehouden en naar Duitsland getransporteerd. Zij kwamen nooit meer terug. De krijgsraad van Tongeren behandelde op 13 december 1946 de tragedie van het munitieschip Henri. Werden gedagvaard 135: Jan Bollen uit Uikhoven, Nicolas Op ‘t Bindt en de weduwe Vliegen—Bollen, beiden uit Rekem en Mathieu, Jaak en Hubert Leenders uit Boorsem. Tijdens de zitting van de krijgsraad bleek dat de Duitsers een premie van 100.000 fr uitgeloofd hadden indien de razzia te Rekem resultaten opleverde. De premie is nadien uitbetaald aan de 5 V.N.V. militiegroepen van Lode Huygen 136. Twee beschuldigden kregen van de krijgsraad levenslange dwangarbeid, de anderen kregen straffen van 7 tot 12 jaar 137.

Op zondag 25 juni 1944 werd een razzia uitgevoerd bij de familie Janssen te Mulheim-Lanklaar 138. Opnieuw waren er aanhoudingen: de agenten Marcel Becquaert en André Falesse, die er ondergedoken zaten, de dochters Helena en Mariette Janssen, alsmede Theo Oensels, de echtgenote van Mariette en tenslotte de weerstander Gerard Venken, adjunct van Tony Lambrechts. Marcel Becquart en André Falesse alsmede de dochters Janssen kwamen in Duitse concentratiekampen terecht maar overleefden de oorlog. Theo Oensels en Gerard Venken werden gefusilleerd, wellicht te Hechtel.

De aanhouding te Lanklaar van de twee agenten André Falesse (Bob) en Marcel Becquart (Jack) betekende een tragedie voor de Limburgse weerstand. We nemen een korte samenvatting over van een uitvoerig relaas dat verscheen in “Het Belang van Limburg” van 27 december 1946 139. De twee voornoemde agenten werden in de nacht van 30 april op 1 mei 1944 gedropt te Fumal waar ze onderdak kregen bij de burgemeester. Half mei arriveerden ze in Limburg. Van de provincie-overste van het Geheim Leger, Tony Lambrechts, kregen ze opdracht zich ter beschikking te stellen van de sector Neerpelt. Een geheime zender werd gemonteerd bij de landbouwers Louis Aerts en Jaak Hulsbosch te Hamont. Een andere uitzendpost werd gebracht naar de woning van Jos Verlinden te St.-Huibrechts-Lille. Ook waren er uitzendingen op verschillende plaatsen te Rekem en uiteindelijk bij de familie Janssen te Mulheim-Lanklaar Waar ze aangehouden werden. De zender werd in beslag genomen. We citeren nu verder “Het Belang van Limburg” van 27 december 1946 140:

Waar de houding van Jack wat heldhaftiger blijkt, staat het vast dat Bob zijn zwakheid zo ver heeft gedreven, dat hij zelfs de onbenullige details van zijn spionage-activiteit aan de Duitse Abwehrstelle bekend maakte, zijn code verklikte, al zijn uitzendposten spontaan aanwees, ja zelfs vanuit de gestapo-burelen te Hasselt uitzendingen deed naar Londen in opdracht van de Abwehrstelle. Dat de gevolgen van zulke lafheid voor de Limburgse weerstand niet te overzien waren lijdt geen twijfel. Gebruik makend van zijn inschikkelijkheid gebruikte de Sicherheitsdienst Bob Falesse nu als gids, om zich in de weerstandsmiddens te laten binnenloodsen. In de nacht van 30 juni op 1 juli kwamen ze zo bij Jaak Hulsbosch te Hamont terecht waar Bob zijn uitzendpost aanwees. Jaak Hulsbosch werd gearresteerd en wordt tot op heden nog steeds vermist. Vervolgens leidde Bob de Gestapo naar het schuiloord van de sectoroverste Marcel Royers die samen met zijn uit de handen der SS gevluchte echtgenote verbleef bij Jan Deckx aan de kettingbrug te Kaulille. De twee zonen hadden gelukkig enkele dagen van tevoren hun intrek genomen bij familie in Antwerpen. De hoeve Deckx werd door een 40-tal SS-ers omsingeld, Royers uit zijn schuilplaats gehaald en, zwaar gekwetst door een mitraillettekogel, gevangen genomen. Beneden ontmoette hij de paratrooper Bob welke hem aanmaande: Spreek maar, ik heb alles bekend aan vrouw Royers en Laura Deckx gaf Falesse dezelfde raad. Verder wees hij de Sipo/SD het huis van Jozef Verlinden te St.-Huibrechts-Lille aan. Hij verzocht Verlinden de weggeborgen wapens en uitzendpost boven te halen en, toen deze categoriek weigerde, deed hij het zelf. Voor Verlinden betekende zulks Breendonk, Buchenwald, het lot van zovele Rekem- en Lanklarenaren, die door Bob werden verraden.

In welke mate de twee paratroopers schuldig zijn aan het verraad van het hoofdkwartier van het Geheim Leger te Zelem, dat 3 dagen na hun aanhouding op 28 juni door de Sicherheitsdienst werd bestormd, schijnt nog niet helemaal klaar. Als actieve leden van de weerstand waren zij zeker ingelicht over de ligging van het hoofdkwartier. Hebben zij gesproken? Mogelijk! Toch wordt dit verraad Mariette Bemong van Rekem aangewreven, een koerierster van de BNR., die eveneens op aanduiding van de paratroopers werd gearresteerd. Niettegenstaande Bemong, tijdens hare getuigenis in het S.D. proces te Hasselt bij hoog en bij laag volhield geen schuld te hebben, zijn er voldoende aanduidingen van het tegendeel.

Laten we nochtans in heel dit geval geen partij kiezen. Bob en Jack kwamen na al hun bekentenissen eveneens in de Duitse folterhel terecht samen met de vele slachtoffers van hun lichtzinnigheid, waartussen ook de burgemeester van Fumal, die gefusilleerd werd. Na de bevrijding keerden zij terug naar België. Bob nam wijselijk de wijk naar de kolonies en vertoeft momenteel te Marseille. Jack verscheen als getuige in het S.D. proces te Hasselt en kreeg van de voorzitter Goflinet de opmerking: Denkt ge niet dat voor een ware opdracht als de uwe, U de nodige moed heeft ontbroken?

Vermelden we tenslotte dat Mariette Bemong tijdens het proces van 12 december 1946 door de krijgsraad van Tongeren volledig werd vrijgesproken.


  1. De scheepvaart in vroeger jaren — G. Nauwelaerts—Wanders — 1989. [return]
  2. Marcel Cuyvers — Grensfietserseenheid — Lanaken en Maaseik-Kaulille 1934-1940. [return]
  3. Flor Vanloffeld — Eerste Duitse adelaar viel te Vucht — 1986 [return]
  4. Marcel Cuyvers — Grensfietserseenheid - Lanaken en Maaseik—Kaulille 1934-1940. [return]
  5. E. H. Bongers - Een dag oorlog in Zuid-Limburg - 1940. [return]
  6. Stedelijke archieven Maaseik. [return]
  7. De Bakerman, Heemkundig tijdschrift Stokkem - 1987. [return]
  8. Marcel Cuyvers - De grensfietserseenheid Maaseik-Lanaken 1934-1940. [return]
  9. de Fabribeckers - De veldtocht van het Belgisch leger in 1940-1987. [return]
  10. Albertkanal und Eben-Emael-Scharnhorst Buchkameradschaft-Heidelberg - 1956. [return]
  11. La bataille de France 1939—1940 — Icare. [return]
  12. Frans Michem- Vinkt in meil940. [return]
  13. André L’Hoist- Oorlog 1940 november 1940. [return]
  14. Centres de Réserve et de Recrutement de l’Armée Belge. [return]
  15. Notities van Marcel Barée uit Rutten. [return]
  16. Studie- en Navorsingscentrum van de Tweede Wereldoorlog - Brussel. [return]
  17. Maurice Dewilde — België onder de Tweede Wereldoorlog. [return]
  18. Het Belang van Limburg 1211946, 2611946, 19.6.1946, 811947 en 1.5.1947. [return]
  19. Akten van de burgerlijke stand te Tongeren. [return]
  20. Luitenant De Boeck - De Duitse Nachtj agd - Basis St.-Truiden 1941-1944. [return]
  21. Noble Frankland - Bommen op Europa - Standaard uitgeverij Antwerpen - 1975. [return]
  22. Jef Bussels Hechtel - De doodstraf als risico —1981. [return]
  23. Individuele dossiers - ministerie van volksgezondheid - Brussel. [return]
  24. Persoonlijk gesprek met mevrouw Jans—Ungvari Maria uit Zolder. [return]
  25. Persoonlijk gesprek met juffrouw Dewé uit Luik. [return]
  26. Mededeling van Joseph Jamaer uit Tongeren. [return]
  27. Fotokopie van bijakte afgeleverd door de gemeente Heusy in ons bezit. [return]
  28. De Veteraan - Nationaal Verbond der Veteranen van Koning Leopold III - nr. 4 - 1994 [return]
  29. Gerard Stassen Tongeren - Een bewogen jeugd - 1985. [return]
  30. Jos Bouveroux - Terreur in oorlogstijd - 1984. [return]
  31. Gerard Stassen Tongeren - Een bewogen jeugd - 1985. [return]
  32. Gerard Stassen Tongeren - Een bewogen jeugd - 1985. [return]
  33. Herzieningscommissie Hasselt van 14 oktober 1954. [return]
  34. Gerard Stassen Tongeren - Een bewogen jeugd - 1985. [return]
  35. Gerard Stassen Tongeren - Een bewogen jeugd - 1985. [return]
  36. Gerard Stassen Tongeren - Een bewogen jeugd - 1985. [return]
  37. Gerard Stassen Tongeren - Een bewogen jeugd - 1985. [return]
  38. Gerard Stassen Tongeren- Een bewogen jeugd- 1985. [return]
  39. Gerard Stassen Tongeren- Een bewogen jeugd- 1985. [return]
  40. Mathieu Rutten- Oorlog 40- 45 tussen Maas en Kempen- 1993. [return]
  41. Gerard Stassen Tongeren - Een bewogen jeugd - 1985. [return]
  42. Gerard Stassen Tongeren - Een bewogen jeugd - 1985. [return]
  43. Weekverslag 033 van 10.4.1944 PLVB-Terreur in oorlogstijd - Jos Bouveroux - 1984. [return]
  44. Louis Van Brussel - De partizanen in Vlaanderen - 1977. [return]
  45. Gerard Stassen Tongeren - Een bewogen jeugd - 1985. [return]
  46. Gerard Stassen Tongeren - Een bewogen jeugd - 1985. [return]
  47. Gerard Stassen Tongeren -Een bewogen jeugd - 1985. [return]
  48. Aanvaardingscommissie voor politieke gevangenen Hasselt 2621950. [return]
  49. Jos Bouveroux - Terreur in oorlogstijd - 1984. [return]
  50. Jos Bouveroux - Terreur in oorlogstijd - 1984. [return]
  51. Dagboek van een partizaan door ons nagelezen. [return]
  52. Gerard Stassen Tongeren - Een bewogen jeugd - 1985. [return]
  53. Gerard Stassen Tongeren - Een bewogen jeugd - 1985. [return]
  54. Jos Bouveroux - Terreur in oorlogstijd - 1984. [return]
  55. Dagboek van een partizaan door ons nagelezen. [return]
  56. Gerard Stassen Tongeren - Een bewogen jeugd - 1985. [return]
  57. Gerard Stassen Tongeren - Een bewogen jeugd - 1985. [return]
  58. Mathieu Rutten - Oorlog 40-45 tussen Maas en Kempen - 1993. [return]
  59. Gesprek met Victor Doucet uit Tongeren. [return]
  60. Mathieu Rutten - De oorlog 40-45 tussen Maas en Kempen - 1993. [return]
  61. Mathieu Rutten - De oorlog 40-45 in Tongeren - 1990. [return]
  62. Persoonlijke notities Jean Zegers Tongeren. [return]
  63. Thierry Vuylsteke - Het Geheim Leger - 1986. [return]
  64. Gesprek met Victor Doucet uit Tongeren. [return]
  65. Brief van Tony Lambrechts van 12 november 1942. [return]
  66. Mathieu Rutten - Oorlog 40-45 in Zuid-Oost Limburg - 1992. [return]
  67. Brief van Tony Lambrechts van 15 oktober 1943. [return]
  68. Brief van Tony Lambrechts van 24 december 1943. [return]
  69. Brief van Tony Lambrechts van 11 augustus 1943. [return]
  70. Niet gedateerde brief van Tony Lambrechts. [return]
  71. Niet gedateerde brief van Tony Lambrechts. [return]
  72. Niet gedateerde brief van Tony Lambrechts. [return]
  73. Thierry Vuylsteke - Het Geheim Leger - 1986. [return]
  74. Brief van Raoul Jeurissen van 8 maart 1993. [return]
  75. Aanvaardingscommissie van beroep van 3 juli 1953. [return]
  76. Verklaring van Hubert Tilly uit Kanne op 10 augustus 1949. [return]
  77. Aanvaardingscommissie van 29 juni 1981. [return]
  78. Persoonlijk verslag van Tony Lambrechts - Archief Geheim Leger Brussel. [return]
  79. Tätigkeitsbericht Juni 1944 Leitender Feldpolizeidirektor beim Militärbefehlshaber in Belgien und Nordfrankreich - 6 Juli 1944. [return]
  80. Richard Verlinden - De overval op het hoofdkwartier Geheim Leger Limburg - 1994. [return]
  81. Het Belang van Limburg van 10 december 1946. [return]
  82. Brief van Tony Lambrechts van 25 juli 1944. [return]
  83. Notities van het Geheim Leger Leopoldsburg. [return]
  84. Carl Rijmen - De bevrijding van Ham 1995. [return]
  85. Historiek Geheim Leger Herk-de-Stad - Eugène Thiery. [return]
  86. Origineel document in bezit van Eugène Thiery. [return]
  87. Brief van Tony Lambrechts van 11 januari 1944 aan sector Herk-de-Stad. [return]
  88. Individuele steekkaarten in bezit van Willy Boffin - St.-Truiden. [return]
  89. Archieven van Willy Boffin - St.-Truiden. [return]
  90. Raadgevende commissie voor politieke gevangenen van Tongeren-zitting 28.5.1948. [return]
  91. Krijgsraad van Hasselt van 6.8.1946. (H.B.VL. van 7.8.1946) [return]
  92. Krijgsraad van Hasselt van 9.8.1946. (H.B.VL. van 10.8.1946) [return]
  93. Neerpelt in de Tweede Wereldoorlog - Adelin Bilsen - 1994. [return]
  94. Herdenkingsbrochure Geheim Leger Rekem 27 mei 1984. [return]
  95. Tijdschrift V.G.L. Rekem. [return]
  96. Tijdschrift V.G.L. Rekem. [return]
  97. De Toekomst van 17 en 21 juni 1941. [return]
  98. Thierry Vuylsteke - Het Geheim Leger - 1986 [return]
  99. Gesprek met mevrouw Collin uit Hasselt. [return]
  100. Gesprek met Henri Theunissen uit Hasselt. [return]
  101. Geheim Leger Limburg - sector Borgloon - jaargang 1987. [return]
  102. Brief van Tony Lambrechts van 3 oktober 1943 aan Geheim Leger Borgloon. [return]
  103. Commissie voor Politieke Gevangenen van Tongeren, zitting van 4-3- 1948. [return]
  104. Commissie voor Politieke Gevangenen van Tongeren, zitting van 1-6- 1949. [return]
  105. Commissie voor Politieke gevangenen van Tongeren, zitting van 28-4-1948. [return]
  106. Mededeling van de Kreiskommandant van 27 april 1944. [return]
  107. Geheim Leger Limburg - sector Borgloon - jaargang 1987. [return]
  108. Mathieu Rutten - Oorlog 40-45 in Zuid-Oostlimburg - 1992. [return]
  109. Niet gedateerde brief van Tony Lambrechts. [return]
  110. Brief van Tony Lambrechts van 14 juni 1944 aan sector Bilzen. [return]
  111. Het Onafhankelijkheidsfront - Brussel - afdeling Sluikpers. [return]
  112. Ongedateerde brief van Tony Lambrechts. [return]
  113. Brief Tony Lambrechts van 15 april 1943. [return]
  114. B.N.B.verslag van 30 augustus 1943. [return]
  115. Ongedateerde brief van Tony Lambrechts aan brigade-oversten Diepenbeek, Hex en Herk-de-Stad. [return]
  116. Brief van Tony Lambrechts van 15 oktober 1943 aan sectoroverste Bilzen. [return]
  117. Archief Geheim Leger Brussel. [return]
  118. Mathieu Rutten - Oorlog 40-45 tussen Maas en Kempen - 1993. [return]
  119. Vergadering B.N.B Limburg te Hasselt op 6 juni - 1942. [return]
  120. Vonnis van het Kriegsgericht van Hasselt van 20 augustus - 1943. [return]
  121. Frans Claessens - N. N. gevangene nr.134849 - 1976. [return]
  122. Individuele dossiers ministerie van Volksgezondheid Brussel. [return]
  123. Cassian Lohest et Gaston Kreit - La défense des Belges devant le Conseil de Guerre Allemand 1945 - Liège. [return]
  124. F. Strubbe - Geheime Oorlog 40-45 - De Inlichtings- en Actiediensten in België - 1992. [return]
  125. Mathieu Rutten - Oorlog 40-45 in Zuid-Oost Limburg - 1992. [return]
  126. Mathieu Rutten - Oorlog 40-45 tussen Maas en Kempen - 1993. [return]
  127. Mathieu Rutten - Oorlog 40-45 in Tongeren - 1990. [return]
  128. Archieven Maurice Albert Tongeren. [return]
  129. Familiearchief Etienne Franssen te Schaarbeek. [return]
  130. Commissie voor politieke gevangenen Tongeren - zitting 17.3.1948. [return]
  131. Tijdschrift V.G.L. Rekem. [return]
  132. F. Strubbe — De lnlichtings- en Actiediensten in België 1992. [return]
  133. Tijdschrift V.G.L. sector Rekem. [return]
  134. Brief van Tony Lambrechts van 8 juni 1944. [return]
  135. De krijgsraad van Tongeren van 13 december 1946. (H.B.V.L. van 14.12.1946) [return]
  136. Tijdschrift V.G.L. sector Rekem. [return]
  137. De krijgsraad van Tongeren van 19 december 1946. (H.B.VL. van 20.12.1946) [return]
  138. Gesprek met mevrouw Janssen uit Lommel. [return]
  139. Het Belang van Limburg van 27 december 1946. [return]
  140. Het Belang van Limburg van 27 december 1946. [return]

Vertalingen