Ten Geleide

Kessenich, Thorn en Neeritter hebben door hun aardrijkskundige ligging vele eeuwen als afzonderlijke landen of heerlijkheden heel nauw met elkaar samengewerkt. Op zijn beurt omvatte Kessenich dan nog de gehuchten Kinrooi en Groot-Beersel, het dorp Hunsel en het gebied van Borgitter.

Ook het land van Horn waaronder Ophoven, Geistingen, Heythuizen en Roggel werkte intens met deze gebieden samen.

Wij en Piet Bouveroux uit Hasselt deed over voornoemde dorpen belangrijk opzoekingswerk dat op honderden steekkaarten genoteerd werd. De steekkaarten die betrekking hebben op de familie Rutten heb ik chronologisch gerangschikt. Van Mathieu Vandebosch uit Molenbeersel kreeg ik heel wat documentatie over de familie Rutten uit het vrijdorp Neeritter. Zo ben ik ertoe gekomen deze Ruttenkroniek samen te stellen die tegelijkertijd èn een correctie èn een aanvulling is op mijn boek De Ruttenstam in het Maasland dat in 1973 verscheen.

Bij het doornemen van deze kroniek kan men zich een beeld vormen van de veleden vooral veelzijdige activiteiten die door de familie Rutten ondernomen werden.

Als aanvulling op deze kroniek volgt nog een korte, wellicht onvolledige historische beschrijving van een aantal boerderijen waarop leden van de familie Rutten als eigenaar of pachter woonden en leefden.

Als laatste gedeelte van de kroniek blijf ik even stilstaan bij de familie Rutten en de Bokkerijders met als uitschieter Philip Mertens.

Een oprecht woord van dank aan Jan Rutten, Thieu Wieërs, Piet Henkens, Roeland Severijns, René Rutten, Winand Vogels, Theo Coun en Mathieu Vandebosch die mij bij het samenstellen van deze kroniek geholpen hebben. Ik hoop dat deze familiekroniek die eerder eentonig lijkt, als basisdocument kan gebruikt worden voor de stamgenoten die verder vorsingswerk willen verrichten.

Mathieu Rutten

Tongeren.

Bibliografie met afkortingen

A.L.
Archief Limburg 1818 nr. 6274 Rijksarchief Maastricht
A.L.O.
Archief Laatbank Ophoven
B.S.K.
Burgerlijke stand Kessenich
C.K.
Cijnzen van Kessenich
D.K.
Doopregisters Kessenich 1656-1691 Pastorij Ophoven
D.M.
Doopregisters Maaseik
D.O.
Doopregisters Ophoven
D.R.K.
Dodenregisters Kessenich
D.R.O.
Dodenregisters Ophoven
D.R.H.
Dodenregisters Heythuyzen
D.S.J.-F.G.O.G.
Donaat Snijders-Jan Geerkens - Ophoven-Geistingen door de eeuwen heen - 1966
E.C.
Registre Etat Civil de décès an 12 fol. 28 nr. 55
E.S.G.L.
E. Slangen - Bijdragen tot de geschiedenis van het tegenwoordige Limburg - Amsterdam - Sittard 1865
F.A.R.
Familiearchief Rutten
G.A.K.
Gemeentelijk archief Kessenich
G.H.N.
Gichten-Gemeentearchief Hunsel-Neeritter
G.B.K.
Geboortenregisters Kessenich
G.D.K.
Gedingregister Kessenich IV 1725-35
G.K.
Gichtenregister Kessenich Rijksarchief Maastricht
G.D.O.
Gedingregister Ophoven
G.0.
Gichtenregister Ophoven, Rijksarchief Maastricht
G.V.V.
G. Van Voeren - Leven rond Veltmans 1988
J.V.L.
Jan Van Lieshout - Het Hannibalspiel 1980 - pag. 21
J.H.A.T
J. Habets - De archieven van Thorn 1889 - Publications de la Société Historique et Archéologique dans le Limbourg. Deel IV. Maastricht 1867
J.H.V.N.
J. Habets - Het Vrijdorp Neeritter - Publications de la Société Historique et Archéologique dans le Limbourg. Deel IV. Maastricht 1867
M.L.
Mémorial Administratie provincie Limburg 18
M.R.R.M.
Mathieu Rutten - De Ruttenstam in het Maasland 1973
Not. E.
Notaris Eggelen, Kinrooi (1769-1796)
Not. H.
Notaris Hubert Thomas Hermans,Maaseik (1848-1872)
Not. G.
Notaris J.A. Schayk
Not. F.
Notaris Frische, Thorn (einde 18de eeuw)
Not. C.S.
Notaris Celixtus, Maria, Joseph Smets Maaseik (1872-1874)
Not. L.B.
Notaris Le Brun, Kessel (1817-1828)
Not. L.
Notaris Arthur, Petrus, Hubert Lemmens, Maaseik (1816)
Not. S.
Notaris J.H.F. Schoolmeesters, Maaseik (1814-1846)
Not. S.W.
Notaris Joannes Winckens, Maaseik (1670-1708)
Not. V.E.
Notaris Van Eyl, Horn (1820-1841)
Not. V.S.
Notaris Karel, Maria, Engelbertus Verstraeten, Neeroeteren (1873-1884)
Not. V.R.
Notaris J.H. Van Rey , Maaseik (1727-1751)
Not. Q.
Notaris Jan Godfrie Quisthout, Maaseik 1825-1847/1855)
P.H.G.K.
Piet Henkens - De geschiedenis van Kessenich - 1979
P.N.
Parochieregisters Neeritter - Rijksarchief Maastricht
P.O.
Parochieregisters Ophoven - Pastorie Ophoven
P.T.
Parochieregisters Thorn
R.K.
Rolregisters Kessenich
R.O.
Rolregisters Ophoven
S.K.
Schepenbank (register) Kessenich - Rijksarchief Hasselt
S.N.
Schepenbank Neeritter - Rijksarchief Maastricht
S.J.R.
Successie Jan Rutten overleden te Ophoven op 30.6.1871
T.K.
Trouwregisters Kessenich - Pastorij Ophoven
T.I.
Trouwregisters Ittervoort
T.O.
Trouwregisters Ophoven - Pastorij Ophoven
T.W.
Thieu Wieërs - Wij zullen U met assen lonen - 1985
V.D.W.
Vandeweerdt - Le canton de Maeseyck et le directoire exécutif, in Leodium, Luik, jg. 8, 1909 p. 137-140
V.V.M.
Vonnissen vredegerecht Maaseik 31.3.1868-2.5.1868

Kroniek

1451

Bron
J.H. : V.N., p. 282

Het gasthuis van Neeritter bezat in 1451 heel wat vaste gronden: “Item y buenre lantz opten pade van Kessenick geheyten den Kruyskamp reynende aen erff Rutten maes dat die beghynen van eyck plach toe te hoeren en reynende aen den molenkamp; dat lant heeft te pacht…"

1478

Bron
PH. : G.K., p. 528

Op de leenkaart uit 1478 komen de bekende lenen voor onder Kessenich en Bronshorn uit de 14°eeuw met vermelding van Rutten Goefkens goed te Hunsel (klein leen).

1488

Bron
J.H. : A.T., p. 425

Johan Schomeker van Kessenich bekent voor schout en schepenen dier plaats dat hij overgedragen heeft aan Johan Golsteyn, prior van het Kruisbroedersklooster te Roermond ] 1/2 malder rogge erfpacht. Hij stelt tot onderpand “eyn stokz lantz gheheiten den Bossercamp haldende omtrent eyn boenre lantz. Reyngenoten eynre syden langs Gellen erve van der Tussen, d’andere syden langs Rutten erve van den Ende.“

1503

Bron
B.S. : G.L.‚ p. 128

De cijnzen en renten van Pol en Panhedel behoorden toe aan één der kinderen van Arnt van Ghoor en Catharina van den Wijer. Onder deze renten was er een van acht malder rogge, Wessemer maat, gevestigd op den nedersten molen te Panhedel. Als de molenaar Rutten, in 1503, deze rente niet voldaan had, liet hem de rentmeester van Aldenghoor het molenijzer panden.

1529

Bron
S.N. : l‚ 40 RAM

Johan Rutten leent op Esselgoensdag een Gyel Merttens 100 bescheiden hornse guldens en mag daarvoor van 4 jaar tot 4 jaar “nutten, froemen, ackeren, zeyen und meyen” een bunder land in den doren camp totdat het bedrag is terugbetaald.

Bron
S.N. : I. 40 RAM

Johan Rutten leent op 3 december 1529 aan Gerit, de zoon van Scille Smyetz van Thoor, 25 bescheiden hornse gulden tegen een rente van een malder rogge per jaar. Op St.-Andriesavond 1531 wordt het kapitaal terugbetaald.

1530

Bron
S.N. : I. 40 RAM

Lenaert Rutten leent op 12 mrt. 1530 aan Gyel Merttens ….. bescheiden hornse gulden, van 4 jaar tot 4 jaar, en zal daarvoor de doren camp gebruiken tot het bedrag is terugbetaald.

Gyel Merttens zet op 19 oktober 1530 bij een lening 1/2 bunder land in pand gelegen in Doeren camp; de ene zr’de met de ander zijde gelegen naast Lenaert Rutten land, gelegen in deze de kamp.

Her Gerit Weytsteyns had op 4 december 1530 jaarlijks een malder rogge eycker maat te heffen op den doren camp tot last van Gyel Merttens. Hij verkoopt dit malder met nog 3 malder rogge en 2 vat op hetzelfde onderpand aan Lenaert Rutten.

1531

Bron
S.N. : I. 40 RAM

7° Loemaand, Johan Rutten, Heyn op den steynweck, man en momber Elisabeth Johan van Keyaert, man en momber Billien Henrick, man en momber Neess staan hun erfdeel dat ze hebben in de nagelaten goederen van Rut Bufkens en Agnees zijn vrouw af aan Lenaert Rutten. Lennert Rutten en Johan Rutten zijn broers. Daags na het feest van den apostel Paulus komt Claes, Lenaerts broer, en verkoopt zijn erfdeel aan Lenaert.

Johan Rutten wordt op 2 mrt. 1531 genoemd als “brodermeyster” der broederschappen van O.L.Vrouw, St.Antonius‚ St.Sebastianus en St.Lucia.

1533

Bron
S.N. : I. 40 RAM

7° Loemaand, Johan Corstens alias Johan van Keyaert leent aan Johan Rutten 80 bescheiden hornse gulden tegen een jaarrente van 4 gulden. Johan Rutten zet tot onderpand zijn huis en hof met toebehoren te Neeritter aan de Nieuwstraat gelegen, naast Tys van Hoeff hoefstaet, naast Johan Senders hoefstaet, de derde zijnde naast Krekers hoefstaet.

1535

Bron
S.N. : I. 40 RAM

4° sporkel, Johan Rutten leent aan Johan van Berchym 25 bescheiden hornse gl. Jaarrente 15 stuiver brabants.

1538

Bron
S.N. : I. 40 RAM

Leenart Rutten wordt maandag na driekoningen vermeld als “kirckmeyster” als symon, de zoon van Johan Symons 40 hornse gl. leent van de kerk.

1540

Bron
S.N. : I. 40 RAM

Lenart Rutten wordt op 3 mrt. 1540 vermeld als laat “dess greven laitbank van Home”.

Lenart Rutten verkoopt op 18 november 1540 aan Peter Mewen 1/2 vrecht land, met 2 zijden gelegen aan de “boicketskamp” en naast de koine camp, de andere zijde aan het Armeniand.

Donderdag na St.Lucie: Lenart Rutten “sittende in sijnen alinge hilincxs bedde“ leent van Jan van Corstjens 25 “gebresche ryeders” tegen een jaarrente van 2 1/2 hornse gulden. Lenart Rutten zet tot onderpand “de gansche alinge dornen camp”.

1543

Bron
S.N. : I. 40 RAM

Omtrent St.Janssmis te mid somer meyer end laitten in Nortmans laitbank voir meyer offte stadthelder Meert int waderbroeck md voir laitten Jan Rutten, Arct Vroe, Rutt opten steynweck.

1544

Bron
S.N. : I. 40 RAM

Donderdag voor St.Lucas. Tusschen Heynen opten steynweck end Claeschen synen swa1ger.

Anno domini XV ind vyer ind vertich op donredaich voir Sinte Lucas daich yss komen worden gericht van Neder Itteren Claes Rutten ind hefft belyet ind bekant dat hy sinen swaiger heynen opten steynweck vercofft heft alsullix hondert horns gulden als hem mits testamente gemaickt ind gegeven was, gelegen opten hoiff scuytdrop onder dy herlicht van Kirckhoeven gelegen alsoe dat hij Claes geloifft heft voir kom ind voir sijnen erven Heynen synen swaiger voirscreven ind sienen erven dair in te halden sall naa ind ten ewigen daige want hij sich bedanck dair van goider volkomener betalonge ind allez sonder argulist.

1546

Bron
S.N. : I. 40 RAM

Johan Rutten leent inden Loemaand van de Armenmeesters 85 bescheiden hornse gl. jaarrente 4 bescheiden hornse gl. en een ort. Johan Rutten zet tot onderpand zijn huis en hof op de Nieuwstraat en omtrent 1 bunder land, genoemd des senders camp, met een zijde palende aan de hoekstraat, de andere zijde neven Reyner van de Berch kinderen kamp en neven de voetpad die naar de heide loopt.

1548

Bron
S.N. : I. 40 RAM

Daags na driekoningen treedt Lenart Rutten op als stadhelder van een laatbank als hij voor de schepenbank een lening komt bevestigen tussen twee andere partijen.

1549

Bron
S.N. : I. 41 RAM

Lenart Rutten koopt goederen die her Goert Heilt, priester, verkregen had van zijn zwager Rut Buffkens. '

Lenart Rutten is op 8 april 1549 gezworen laat in de laatbank van de heren van Horne.

1553

Bron
S.N. : I. 41 RAM

Ezwerus Verdonck bedankt op 8 jan. 1853 zijn oom Lenart Rutten voor de goede betaling van zijn aandeel in de penningen die hem “bezadt” waren van heer Geert Heeilt.

Op 11 mrt. 1553 heeft Joest Goerts als meyer vertegen met hand, halm en met de mond op alle goederen te Rutten Buffkens waar zijn vader zaliger Goert Buffkens uit geboren en getogen is, tot behoef van zijn oom Lenart Rutten en zijn erfgenamen.

1555

Bron
S.N. : I. 41 RAM

Lenart Rutten ontvangt daags na Remigius van de grondheren 1 bunder gemeenten, hem “gegeven ende verleint tot sijnen brant schaeyde te hulpen”. Lenart Rutten ontvangt nog 1/2 bunder dat zijn schoonzoon Geryt int dorp, getrouwd met Byllen Rutten, gekocht en betaald heeft aan de grondheren. Deze gemeente is gelegen in de “schaey inder heyden”. (dit is Molenbeersel)

1558

Bron
S.N. : I. 41 RAM

Lenart Rutten en zijn vrouw Metthen Rutten geven op 27 januari 1558 de dornen kamp over aan Jacob Hamers man van Byllen, de dochter van Lenart Rutten. Lenart Rutten behoudt zich het recht op die grond te mogen werven of lenen of per testament geven, 100 hornse gulden, Jaeck Hamers ontvangt ook het halve huis zoals Lenart en Metten dat de dag van heden gebruikend zijn.

1562

Bron
S.N. : I. 41 RAM

Op 30 april 1562 leent en zet Rut opten steynweck zijn huis in pand dat gelegen is langs Lenart Rutten en de andere zijde langs Trijn Henkens huis en hof.

1564

Bron
S.N. : I. 41 RAM

Het huis waar Joest de meyer uit gestorven is wordt op 11 januari 1564 door diens kinderen verkocht aan Jan Hermans en zijn vrouw Catharina int dorp. De verkoop wordt geregeld met raad en instemming van “vrunden” der beide partijen. Zo treedt Lenart Rutten, samen met Jonathas Smeyers op, namens de kinderen van Joest de meyer.

1565

Bron
S.N. : I. 41 RAM

Bij een belening op 7 februari 1565 zet Rut opten steynweck zijn huis en hof tot onderpand, gelegen tussen Lenart Rutten en Henkens kinderen huis en hof.

1573

Bron
S.N. : I. 41 RAM

Sieveren slichten leent op 7 mei 1573 van Johan slichten en Jacob Rutten als omen der nagelaten kinderen van Meuwen aan die moelen en Catharina zijn vrouw.

1574

Bron
S.N. : I. 41 RAM

Jenne weduwe Jan Hamers en haar kinderen verkopen op 2] januari 1574 eendrachtig aan Jaeck Rutten en zijn zwager Willem Hamers hun kindsdeel van beemd en land bij Huybens gelegen met hun gerechtigheid “vaden bruexken“ daar bij gelegen voor een som van penningen waar ze mee tevreden zijn.

1576

Bron
S.N. : I. 41 RAM

Thonis Mynnes man en momber Bylia Rutten lenen op St.Andriesavond (29 november 1576) honderd “ryder” gulden aan Mathijs Noeyen van Kessenich die daarvoor tot onderpand zet 1/2 bunder beemd inde Kessenicker Oe, palende aan erven van “Stokbrueck“ hof, de andere zijde Schille Lenssen erven, nu van meester Daniel van Oedenhoven, en u1tschietend op Joist Henckens beemd. Jaarrente: 3 malder rogge en 2 vat rogge, eikermaat.

1577

Bron
S.N. : I. 41 RAM

Thonis Mynnens met Bylia Rutten, zijn vrouw draagt op 20 april 1577 kapitaal, rente en onderpand dat hij heeft op Thijs Noeyen, koster te Kessenich, over aan Heylken Heyermans, onder Ophoven wonend. Heylken is vergezeld van haar momber Lenart vanden sande, man van haar dochter Wendel.

1578

Bron
S.N. : I. 41 RAM

Jacob Rutten als man en momber zijner vrouw Lysken Rutten ontvangt op 13 februari 1578 alle “alsulck erff als hij behylickt heeft, wes onder die banck van Neder Itter sorterende in”.

1580

Bron
S.N. : I. 41 RAM

Rut Gerarts alias Ruytten verkoopt op 11 maart 1580 aan zijn zwager Jacob Bruyens alias Ruytten de erfgoederen die hem van vader en moeder verbleven zijn: zo huis, heeff, ant, zandt, unde dat in hoghen en in leghen in naeten end in droegen voor 700 hornse gulden.

Dit is geschied in tegenwoordigheid van Mathis Baetzen alias …….. en Gielis inghe straet van Kynroe als mannen die over den koup gestanden hebben.

Bij de “vertychnisse” van bovenstaande koop wordt de “verteger” Rut Gerarts genoemd, alias Rutten.

1585

Bron
S.N. : I. 41 RAM

Meuwissen Struvers van Thorn man en momber Baetgen opten steynweck verkopen op 6 juni 1585 hun aandeel in huis en hof waar hun “zwegere” Mercken Mertten uit gestorven is aan Reyner Dieben van Kessenich. Dat huis ligt “op die gast uys straet” neven Jaeck Ruyten huis en hof en de ander zijde neven Henckens goed.

1591

Bron
S.N. : I. 41 RAM

Rut Rutten en Lyskens Rutten met haar momber verkopen op 12 december 1591 een kamp land, geheten de Dueren camp, reynende aan Reynen Peters, burger van Maaseik; verkopen hem aan die Reynen Peters.

1592

Bron
R.K. 2 f. 52

Jan Rutten claigt op 17.11.1592 nar der dagheit over Jan Cuyken. Jan heeft dan 5 1/2 g. geleent gelt, dye sijn swaeger Rutt zaliger ontvangen heeft.

1611

Bron
G.K. 1601-1626 RAM

Jehenne Van Esser verklaart op 22 november 1611 voldaan te zijn door Nuel Billens aangaande Billensgoed. Getuige daarbij is Jaeck Rutten.

Bron
S.N. : I. 42 RAM

Op 11 december 1611 werd tussen twee inwoners een lening te boek gesteld binnen Neeritter, ten woonhuize en in presentie van Jan Rutten.

1612

Bron
S.N. : I. 42 RAM

Bij een verkoop van goederen onder Neeritter gedaan bij notaris in Maaseik op 12 januari 1612 treedt Jan Rutten aan als getuige.

Bron
G.K. 1601-1626 RAM

Jan Mertten van Maasbracht verkoopt op 17 december 1612 aan Thissen Rutthen van Kinrooi de Meerten camp, palende aan een zijde Gerke Meriën erve en rondom de gemeente straat.

1613

Bron
G.K. 1601-1626 RAM

Jan Rutten op Puitlinxz hof leent op 3 december 1613 350 gl. aan Jan Cuypers 5% Jan Rutten van Kinrooi.

1614

Bron
G.K. 1601-1626 RAM

Laurens Rutthen van Waltvucht verkoopt op 25 februari 1614 1 bunder uit de gemeente genomen te Beersel op de Weerterweg naar Stramprooi gaande, palende This Henskens hoeve aan This Jaecken. Een hoeve van 2 bunder vlak daarbij gelegen verkoopt hij aan Dederik Stals.

Bron
S.N. : I. 42 RAM

Martten Cremers leent op 1 maart 1614 van Cristina, de dochter van Jan Millen zaliger 106 gl. brab. De zoon van Sil van Offels en Jan Rutten stellen zich borg voor Martten Cremers.

1616

Bron
G.K. 1601-1626 RAM

Jan Ruthen leent op 9 februari 1616 100 gl. aan 5% aan Ruth van Knaphuizen die daarvoor goederen van hem en zijn vrouw tot pand zet.

1617

Bron
S.N. : I. 42 RAM

Op 12 januari 1617 heeft er een belening plaats waarbij Heyn Smetz van Kessenich betrokken is. Het derde deel van een kempke wordt daarvoor in huur gegeven. Geheten (dat kempke) die Laeck aan Kessenicher veld (?) palende aan Jaeck Rutten kamp en de gemene weg.

Op 17 april 1617 komen voor schepenen Jan Rutten en Vaes Smeetz Jan Rutten van Kynroe als man/momber Jehenna Smeetz, de dochter van Dyrck Smeetz, zaliger. Ze verkopen het kindsdeel van Jehenne aan Dyrck Martens.

Bron
G.K. 1601- 1626 RAM

Ruth Rutthen van Bosses verkoopt op 29 september 1617 een half bonder boomgaard in Beersel met een zijde neven Jacob Reyven erf, ter andere zijde de straat. Nog 1 bunder baent, palende met een zijde Jan Smetz, ter ander zijde ook Jan Smetz goed, uitschietend op Tinjer bampt aan Vuyster stegen - aan Johan Smetz en Christina zijn vrouw.

1618

Bron
G.K. 1601-1626 RAM

Jaeck Rutthen is op 15 januari 1618 vermeld als schepen. Id. op 9 juli 1619, 30 dec. 1620, 9 nov. 1621 en 25 juni 1626.

Bron
S.N. : I. 42 RAM

Jan Rutten schepen bekent op 8 maart 1618 schuldig te zijn aan Severen Smeetz 100 gl. bb. Jan was die “schuldich ende ten achter” en belooft ze met behoorlijke intrest te betalen tegen toekomende St.Andriesdag “ende dat als saeck ende borgh vinster noch duer te sluyten sonder alle argelist”.

Er is op 29 mei 1618 een akkoord gemaakt tussen Jan Symkens zaliger kinderen n.l. Symen en Trijn Symkens (Molenbeersel). Trijn kiest als momber Jan Rutten, schepen te Nederitter.

1619

Bron
S.N. : I. 42 RAM

Reyner Reuckens alias Nyessen leent op 16 december 1619 geld en veronderpandt 3 vrechten kamp, neven Joncker Waesten erf gelegen, ter andere zijde neven Jaeck Rutten beemd, uitschietend op de Vyerstraat.

1620

Bron
G.K. 1601-1626 RAM

….. Bongaerts en Lisken Rutten van Neeritter hebben vertegen hun tocht verzworen op Rencken Ditters goed gelegen in de Heys. Zelfde dag komt Gercken Rutten genoemd Bongaerts met Dirck inden Bambt en zijn zuster Lisken in den Bempt, en houden het voorschreven goed op. Na de ophouding dragen ze het over aan Jonker Adolfus van Malsen.

Bron
S.N. : I. 42 RAM

Willem Cremers, mollener, verkoopt op 15 juni 1620 aan Gerrit Rutten de zoon van Jaeck Rutten zaliger 100 roeden boomgaard gelegen op de Nieuwstraat, genoemd This Nyessen of hover Nyessen plaetze, palende aan Lutten Gebedelen (‘?) hoefstaet, ter ander zijde Willem Cremers voornoemde, boomgaard. Last: een capoen aan de rector van het St.Jacobs altaar jaarlijks en 16 stuiver bb. aan de grondheren. Prijs 100 gl. bb. laatste evaluatie.

Willem Cremers dankt Gertten Rutten op 9 juli 1620 voor de betaling van 100 gl. bb.

1621

Bron
GK. 1601-1626 RAM

Peter op de kamp schenkt Jack Rutten zijn deel van een “bemtken”. En daarna heeft Vrens op den kamp Jack Henckens (!) (= Jack Rutten ?) een bempt verkocht palende Dirk Corsten bampt en neven de straat naar de sumpel.

Jan Kroek mit sijn hausfr. Tisken Nouyen die geven Jaecke Rutten van haeren landt op de herck neven Jacek landt negsten en de wat meer is als ein vrecht dat soll Jaeck hebben ende tot sijnen schonsten gebrucken ende behalden naer honner beider doet ende dat voor dat huis op die schants diwellick Jaeck hoen gegeven heeft ende dat op de saeck ende burge.

1623

Bron
S.N. : I. 42 RAM

Jan Rutten is schepen op 23 maart 1623, 27 januari 1618, 24 januari 1622, 1 juli 1623, 12 maart 1626 en 3 april 1630.

1624

Bron
G.K. 1601-1626 RAM

Ruet Peemen van Kinrooi gaat op 27 maart 1624 tocht uit van land gelegen in Luyten heide, neven Gercken Meeren land, die andere zijde langs Hennenland, het hoofd op Jack Rutten land, die andere zijde Turchbeeren land.

Bron
G.K. 1601-1626 RAM

Op 27 maart 1624 verkoopt Gerard Cooppen bovenstaande akker, met dezelfde grens aan Dirk Peters.

Bron
S.N. : I. 42 RAM
  • Jan Rutten van Kinrooi wonend in ’t Hasselt op Laeren(?)hof‚ voor hem en voor zijn kinderen

  • Jan Hanssen, geassisteerd met zijn schoonvader Thyel van de Mortel, in ’t Hasselt wonen zich sterk makende voor de kinderen van zijn dochter verwekt door wijlen Dyrck Martens; als ook voor de nakinderen van Jan Dyrckx zoon Jan

  • Mathis Inden Voegeldonck zich sterk makende voor zijn schoonzuster Ummel.

  • Dyrck Corsten voor zijn contingent hebben samen en ieder in het bijzonder gerenuntieerd en vertegen op alle goederen onder deze justitie tot behoef en profijt van Heyn Smeetz en zijn nicht Mercken.

Bron
G.K. 1601-1626 RAM

Jan Rutten schepen te Neeritter wordt op 5 december 1624 momber van onmondige kinderen van Peter Cuypers. In de volgende akte, bij een verkoop, op dezelfde dag, is Jan Rutten eveneens vermeld als momber.

Bron:
G.K. 1601- 1626 RAM

Peter Stobbrox (!) verkoopt op 5 december 1624 het halve er kempken palende met een hoofd Jack Rutten erf, het ander hoofd op de Vyerstraat, de een zijde de straat die van de Busser naar de Hees loopt, de ander zijde de gastes (?) kamp of sweversland - verkoop aan Reyner op Lichtenbosch, zusters en broers.

1625

Bron
G.K. 1601-1626 RAM

Herman Janssen verkoopt mede namens zuster en broers, goederen onder Haelder aan Lenard in de Moos en vrouw Trincken Verkennis. Voor alle aanspraak zet Janssen tot onderpand zijn goed te Beersel gelegen, geheten, de Ruttenskamp.

1626

Bron
G.K. 1601-1626 RAM

Jan Rutten laat op 29 januari 1626 1/2 bunder land in de Reskamp over aan Lenert Sillen.

Bron
G.K. 1601-1626 RAM

Voor de schepenbank geeft Jan Rutten op 29 juni 1626 kwijting aan iemand die een lening terugbetaalt aan de Armen.

1628

Bron
G.K. 1601-1626 RAM

Thonis Cremers man/momber Catharina verkoopt op 24 januari 1628 aan Dries Rutten een huis met al zijn aanklevende gerechtigheid gelegen binnen Neeritter, palende met een zijde aan Planis Mattony huis en hof, en weerszijde Lem Bremers huizinge.

Bron
G.K. 1601-1626 RAM

Dries Rutten heeft op 16 februari 1629 bekend aangaande bovenstaande koop aan Vrenssen Bocken.

1629

Bron
G.K. 1601-1626 RAM

Flips Hoemans man/momber Hendrixken Schaucken verkoopt op 26 april 1629 aan Heyn Smeetz van Kessenich 1/3 deel van een kamp onder Neeritter, ter ener zijde langs (Jaexken) of Juexken Ruttenkamp, ter andere zijde de gemene straat en Jonker Waesten camp.

Bron
P.T. 1626-1812

Gehuwd te Thorn op 22 juni 1629 Jacobus Rutten en Mechtildis Verheijden. Getuigen: Joannes Mols en Wilhelmus Rutten.

Bron
S.K. 16 f. 30

Jack Rutten is op 24 juli 1629 schepen van justitie te Kessenich. Johan Van der Borcht is schout; Meeuwis Henckes en Derick Van der Berch zijn medeschepenen.

1631

Bron
G.K. 1601-1626 RAM

Peter Rutten met believe en consent zijner schoonmoeder Lisken Rutten leent 27 november 1631 van heer Jacob Bex, kanunnik te Maaseik 61 gulden bb. Maaseiker geld, tegen jaarrente van 3 gulden. Tot onderpand zet Peter Rutten met consent zijner schoonmoeder, de halve Ryet camp, palende opwaarts Jonker Waesten erf en neerwaarts op de Rietstraat komende van Kessenich naar Itter gaande.

1633

Bron
P.T. 1626-1812

Op 23 januari 1633 zijn te Thorn gehuwd Lambertus Rutten en Helena Berben.

Getuigen: Joannes Derschreuns en Renerus de Santfort.

1635

Bron
S.K. 15 f. 79

Render Rutten oft Henckens is op 24 april 1635 overleden. De schout Joannes Van der Borcht is momber over de onmondige kinderen; hij licht een kapitaal van 200 gulden en stelt de goederen in pand.

Bron
P.T. 1625-1807

Te Thorn is op 22 september 1635 geboren Godfrida Rutten, dochter van Lambertus en Helena Berben.

Peter is Joannes Mertens en meter Joanna Berben.

1636

Bron
G.K. 15 f. 84

Lenardt Aen de Kerck verkoopt op 5 januari 1636 een rente aan Thijs Rutten.

Bron
S.N. 42 RAM

Voor Dries Rutten, schepen, is op 17 januari 1636 een kwijting afgelegd.

Bron
S.K. 15 f. 142

Huwelijksvoorwaarden op 27 januari 1636 tussen Corst. Slichten en Christina Teuen, dochter van Lenardt; er wordt een schenkmg gedaan van een bunder land en beemd uit Jack Rutten ofte Henckens goet tot Kender.

Bron
S.N. 42 RAM

Lenardt Teuen van Kinrooi man/momber Catharina Henckens ofte Rutten dochter van Jacken Henckens ofte Rutten zaliger, verkopen op 10 april 1636 aan Joannes Van der Borcht, scholtis der heer ijkheid Kessenich, alle land en hemden, wat hem toekomt, aangestorven is of gekocht is van Thijs Rutten, de broer van zijn huisvrouw, en gelegen in de Kessenicher Oe. En voor een prijs waar beide partijen mee tevreden zijn.

1638

Bron
S.K. 15 f. 104

Thijs Rutten uit Kinders, zoon van Jack Rutten verkoopt op 5 januari 1638 een rente aan Polssen uit Maaseik.

Bron
S.N. 42 RAM

Lisken Rutten gaat haar tocht uit op 1 bunder land, gelegen op Sillenveld, genoemd de Reskamp, tot behoef van haar 2 zonen n.l. Simon en Dries Rutten en dit op 10 februari 1638.

Bron
S.N. 42 RAM

Simon en Dries Rutten verkopen op 10 februari 1638 de Reskam‚ palende een hoofd burgemeester Crollen land, de een zijde Jan Spranckenis (erf) meyer, de ander zijde Jan Syllen erf, aan burgemeester Hendrik Crol en zijn vrouw Catharina Vos. Prijs: ieder roede voor 25 stuvers Maaseiker geld.

Bron
S.K. 15 f. 110

Thijs Rutten uit Kinders, zoon van Jack Rutten verkoopt op 9 maart 1638 goederen aan Lenard Teuen.

1639

Bron
P.T. 1625-1807

Te Thorn is op 4 september 1639 geboren Petrus Rutten zoon van Wilhelmus en Catharina N.N. Peter is Jacobus Jansoen en meter Joanna Verlaeck.

Bron
C.K. 27 f. 116

Dries Rutten, custer, samen met een aantal andere inwoners van Itter bekwam in 1639 de toelating van Walravus van Waes om huis, stal en schuur te bouwen op den Hoepenhoeff achter het kasteel te Kessenich; hij betaalde in 1640-1660 jaarlijks 3 gulden, 4 stuivers voor 1 1/2 roede.

Bron
S.K. 15 f, 122

Mattis Haldermans, pastoor van de stad Werken, verkoopt een stuk land te Kinders aan de weeskinderen van Thijs Rutten en zijn huisvrouw Jetten.

1640

Bron
S.K. 15 f. 138

Johannes Van der Borcht als momber van de weeskinderen en de weduwe van Rencken Rutten verkoopt op 27.3.1640 goederen.

Bron
S.K. 15 f. 143

Testament van Lenart Teuen en Catharina Rutten oft Henckens, zijne echtgenote op 5.4.1640. Zijn vermeld: hun dochter Stincken met haar man Korsten, hun dochter Gritten met haar man Hendrik en hun zoon Jannen die een zuster Elisabeth heeft.

1641

Bron
S.N. : I. 42 RAM

Dries Rutten en zijn huisvrouw Catharina Leyssen lenen op 1 oktober 1641 van Jacob Stalmans en diens vrouw Jehenna Vervlaes 300 gulden bb. Maaseiker geld aan 6%. Ze zetten in pand:

  • 1/2 bunder land gelegen tot Molenbeersel met 3 zijden in Geerenhofland; de andere zijde kinderen klooster land.
  • 1 vrecht tot Beersel, een zijde Jack Macken, die ander zijde kirkenland (?), uitschietend op Lovenstraat.
  • al zijn goederen onder Kessenich als elders.
Bron
R.K. 3

Jan Lenarts procedeert op 12 november 1641 tegen Thijs Rutten over een betaling.

1642

Bron
P.T. 1625-1807

Te Thorn is op 9 januari 1642 geboren Petrus Rutten, zoon van Rogerius en Elsa Van Neer.

Peter is Joannes Silckens en meter Anna Stap.

Bron
P.T. 1625-1807

Te Thorn is op 14 augustus 1642 geboren Francisca Rutten, dochter van Wilhelmus en Joanna N.N.

Peter is Henricus Oldenseel, meter Catharina Kahlen.

Bron
R.K. 3

Door de schout wordt op 21 oktober 1642 een decreet uitgevaardigd. Thijs Rutten moet voor de volgende zitting bewijzen voorleggen.

Thijs Rutten wordt op 2 december 1642 tot alle kosten veroordeeld. Het betrof het opmeten van een stuk land.

1643

Bron
S.K. 16 f. 13

Jan Lenartz, echtgenoot van de weduwe Renier Rutten ontvangt op 5 mei 1643 van Leonard Teeuwen een kapitaal van 60 gulden tegen een rente.

1644

Bron
S.N. : I. 42 RAM

Als het dorp Neeritter op 18 februari 1644 een lening aangaat, wordt Geraert Rutten als “nabuer” genoemd.

1645

Bron
P.T. 1625-1807

Te Thorn is op 29 mei 1645 geboren Leonardus Rutten, zoon van Guilhelmus en Joanna N‚N. Peter is Petrus Rutten, meter Carolina Deboe.

Bron
S.N. : I. 43 RAM

Bij verkoop van een stuk land op 29 mei 1645, genoemd het haegelcruys, staat geschreven: palende aan Symon Rutten kempke, uitschietend met een hoofd op de weg van Itter naar Kinrooi.

Bron
S.N. : I. 43 RAM

Op 16 juli 1645 gaat Jan Rutten alias Moircken tocht uit van 1/2 bunder land gelegen in de Rytkamp, om het door zijn kinderen te laten verkopen tot behoef der “schuldenaers” (nota - in middelnederlands is dit schuldeiser) “ende de overschietende reste te employeren tot reparatie van sijnes Jan Moircken huysinge ter oirsaecke de selve is seer ruyneus ende in perykel om over hoop te vallen”.

Bron
S.N. : I. 43 RAM

Erken Rutten zoon van Jan Moirckens alias Rutten en Thijs Vaessens gekozen momber der nagelaten kinderen van Heyn Van dries verkopen op 24 juli 1645 aan Erken Dittens, alias Rutten 1/2 bunder hierboven gespecifieerd. Prijs: 210 gulden, ieder roede gerekend ad 21 stuiver.

Bron
R.K. 3

Vonnis op 3 oktober 1645 - Thijs Rutten en Hendrik Meeuwissen moeten zich in der minne regelen voor de volgende zitting; zo niet zal het schepenhof uitspraak doen.

Vonnis 8 december 1645 - Hendrik Meeuwissen moet “derde half vierdel guldens” betalen aan Thijs Rutten.

1646

Bron
S.N. : I. 43 RAM

Peeter Vuytjens als man/momber Nielen Smeets verkoopt op 19 april 1646 aan de broers Dierck en Ercken Rutten een stuk erf, geheten Smeets kempke of “cleene Laeok”, met een zijde neven de pastoor van Itter land, ander zijde neven Jan Moirckens Rutten kamp, uitschietend op weg van Kessenich naar Itter, ander hoofd op de grote Laeck. Prijs 700 gulden.

Bron
S.N. : I. 43 RAM

Jan der Smeet verkoopt op 30 juni 1646 huis aan Mathijs Schreurs, gelegen in de Bosstraat, met een zijde neven Simon Rutten huis en hof, ander zijde neven Trijnen Boeckets huisplaats, een hoofd op de wal.

1647

Bron
S.N. : I. 43 RAM

Peter, zoon van Jack Cremers en Marie Opt venne verkoopt op 9 mei 1647 met zijn mombers, huis en hof op de Nieuwstraat, genoemd Emmerix huis, aan Aret Rutten en Anna Van den Eynde, zijn vrouw.

Bron
S.N. : I. 43 RAM

Claes Heydenryx verkoopt op 28 november 1647 aan Andries Rutten de helft van de huisplaats die hij de 22 november kocht van de grondheren. De lasten worden gedeeld.

1649

Bron
S.N. : I. 43 RAM

Jacop en Thijs Spierkens, broers en hun zuster Maria verkopen op 6 mei 1649 aan ‚lan Vaessens alias op gen Eynde, een huis en achter gelegen moeshof, binnen Itter, aan het Vauweren, ter ener zijde Jacob Rutten, ter andere zijde Jan Vaesens huis en hof, uitschietend op Jan Clootjens alias Cremers hostert.

1651

Bron
S.K. 16 f. 123

Willem Eggelen ontvangt op 14 februari 1651 een kapitaal van Jacob Rutten, burger van Maaseik (100 gulden tegen een rente van 5 gulden ’s jaars).

Bron
R.K. 4 Thijs Rutten erschijndt op 28 februari 1651 tegens Hendrik Meeuwissen.
Bron
S.K. 16 f. 131

Reyn Haex verkoopt op 2 mei 1651 aan Jacob Rutten en zijn huisvrouw Rilleken Emonts een stuk akkerland.

Bron
S.K. 16 f. 136

Simon Rutten en Geert Bonten zijn op 26 september 1651 aangesteld als mombers van de weeskinderen van Jacob Rutten en Geerdt Reynen, dochter van Jaeck Reynen.

Bron
S.N. : I. 43 RAM Catharina, weduwe Andries Rutten, eertijds schepen, volmachtigt op 17 december 1651 Peter van de keyaert‚ haar schoonzoon, om haar zaken te doen.

1652

Bron
R.K. 4

Lenart Teeuwen, schepen alhier ende Thijs Rutten beide geswagers hebben op 3 september 1652 differentie ende Teeuwen Thijs Rutten bedaecht hebbende op huyden.

Bron
S.N. : I. 43 RAM

Hendrik Rutten toont op 2 december 1652 een akt en laat hem registreren; een akt van notaris Craens te Maaseik waar Rutten overigens verder niets mee te maken heeft.

1653

Bron
R.K. 4

Thijs Rutten borger der stadt Maseka c/Lenart Theuwen op 4 november 1653.

1654

Bron
R.K. 5

Ordonnantie van het schepenhof op 25 november 1654 inzake het geding tussen Leonard Teuwen en Thijs Rutten. Voorgaande ordonnantie van 12 mei 1654 blijft gehandhaafd. Thijs Rutten moet voldoen voor volgende zitting. Niettegenstaande dit vonnis persisteert Rutten tijdens de zitting van 22 december 1654.

1655

Bron
P.T. 1625-1807

Te Thorn is op 8 augustus 1655 geboren Mercken (Marieke?) Rutten dochter van Wilhelmus en Joanna Staekenborgh. Peter is Peter Neuen, meter Catharina Labbrxchts.

Bron
R.K. 5

Thijs Rutten wordt door zijn zoon Hendrik Rutten op 28 september 1655 vertegenwoordigd in het geschil tegen Theuwen.

Op 23 november 1655 verzoekt Leonard Teuwen de schepenbank de gerechtskosten vast te stellen in zijn geding tegen Thijs Rutten.

1656

Bron
R.K. 5

Vonnis op 15.7.1656 - Thijs Rutten is zijn verplichtingen jegens Lenard Teuwen niet nagekomen. Hij is ook niet verschenen op de zitting en wordt veroordeeld tot de betaling van alle kosten.

Bron
R.K. 5

Leonard Teuwen verzoekt op 3 oktober 1656 om de betaling van de kosten volgens vonnis door Thijs Rutten.

Bron
R.K. 5

De bijkomende kosten worden op 6 oktober 1656 vastgesteld op 4 gulden en 4 stuivers - in totaal moet Thijs Rutten betalen 5 gulden en 2 stuivers.

Bron
R.K. 5

Vanderborgh (=schout ?) dringt op 6 december 1656 aan op de uitvoering van het vonnis tussen Lenardt Teeuwen en Thijs Rutten; hij legt beslag op een rente die laatstgenoemde jaarlijks trekt op het goed tot …… gelegen; de schepenen geven toestemming.

1658

Bron
S.N. : I. 43 RAM

Op 3 juni 1658 gaat Treyn Leyssen, weduwe Dries Rutten tocht uit over 1 vrecht akkerland, gelegen te Molenbeersel onder Neeritter, ter ener het Kinder klooster van Maaseik ter ander zijde neven pastoors land, te langs lopende de gemeen straat, tot behoef van Peter Keyaerts getrouwd met Griet Rutten, dochter van Tryn Leyssen. De grond wordt verkocht aan Thonis van de Bouwen.

1661

Bron
S.K. 16 f. 199

Op 12 januari 1661 treden Dirk Rutten, gehuwd met Anna, weduwe van Willem Van Asch en Jan Martens op als mombers van de weeskinderen van Willem Van Asch in verband met een legaat van gezegde Willem Van Asch.

Bron
P.T. 1625-1807

Te Thorn is op 9 februari 1661 geboren Catharina Rutten, dochter van Guilelmus en Joanna Staekenborg. Peter is Lambertus Lamberti, meter Margaretha Rutten.

Bron
S.K. 19 f. 60

Hendrik Rutten zou op 22 februari 1661 500 gulden aanwenden om zijn zoontje Hendrik Rutten te laeten leeren; deze som kwam voort van de testamentaire beschikking van Judith Sillen.

1662

Bron
SK, 19 f. 60

Willem Rutten verklaart op 24 april 1662 uytgaan van tochte op een drek land gelegen omtrent Henckens hooff ten voordele van zijn zoon Peter. Deze laatste verkoopt in dezelfde gicht dat stuk land, een half vrecht groot, aan Enken Spaes, Weduwe van Jan Baents voor drie schilling per roede.

Bron
S.K. 19 f. 70

Op 29 september 1662 leent H. Rutten een som van 424 gl. aan Jan van deur en diens zuster Anna van deur waarbij zij H. Rutten belenen telkens met een toust van 12 jaar met 5 stukken grond waarvan de voornaamste zijn “een stuck lands achter Henckens hooff gelegen onder Goestingen rgn. Beel Specken alias Franssen ende ter anderer die gemeijn straet uitschietende op Henckens hooff lant”.

“Ook vijftich royen van omtrent twee vrechten landts bij Steverswaert gelegen daer voors. Rutten cum suis ende Dirck Lenssen met noch volck (?) van Thoor ende kinder hun deyll in hebben." Het eerste vermelde stuk was elast.

Bron
S.K. 20 f. 23

Hendrik Rutten was secretaris van de schepenbank. Voor processen ontving hij 16 st. voor het inschrijven en 16 st. voor de vergadering van de schepenbank. Een goedkeuring van testament kostte 3 gl. 12 st. waarvan de secretaris 1/3 ontving. Ook voor het inschrijven van de gichten ontving hij een bepaald loon dat Hendrik Rutten wel eens liet vallen. Zo bv. bij de verkoop aan Tonis Box “des is conditie dat den vercooper als zijnde secretaris deser Justitie aen cooper sijne gerechtigheit van de gichte is schenckende”.

Bron
S.N. : I. 43 RAM

Op 23 november 1662 laat Berb Rutten vrouw van Baltus Heydens een accoord, gemaakt op 2 oktober 1662, registreren. Daaruit blijkt dat Baltus halfman was op Vennerhof.

Bron
R.K. 5

Jan Rutten van St.-Stevensweert was gehuwd met Mietjen Tilmans. Op 9 april 1663 verkoopt hij “met consent sijnder huysvrouwe aan Symon ……. “ borger echtgenote van Hendrik Rutten. De kinderen die te Stevens weert woonden, kregen “den keus van de goederen”.

Hieromtrent is geschil gerezen.

Bron
S.N. : I. 43 RAM

Mey Rutten weduwe Heyn van Dries gaat haar tocht uit over 1 vrecht land in de Rydt camp onder Neeritter, ter ener neven Lenaert Cloetiën erve, ter ander zijde neven Baltis Heythuyzen erve, en dat tot behoef van Joost Meerts, man en momber van zijn huisvrouw Barb Rutten; zo voor hem en mede voor Jan en Merrie Rutten zijns Joostens respectieve zwager en zwagerse. Wordt verkocht aan Dirick van Dries.

1664

Bron
PN. RAM

11 maart 1664 sepulta est in cemeterio Elisabeth Nijssens, conjux Simonis Rutten, scabini.

Bron
S.N. : I. 43 RAM

Uit een koopakte van 17 januari 1664: land, genoemd het hagelcruys gelegen in de harre, ter ener zijde de Kinderstraat, ter andere zijde Simon Rutten erve. Dirick Craenen verkoopt op 3 april 1664 aan Thijs Stockbroecx, zeker Bemptken, achter Kessenich, onder de vrijheerlijkheid Neeritter, palende ter eenre Jaeck Rutten erve, ter ander zijde Stockbroecker schoercamp, nevens stockbroecker horck. Dit bemptken heeft de gerechtigheid van vlutten, vaeren ende drijven der beesten over stockbroecker schoercamp ende so voorts over Jacob Rutten erve.

1665

Bron
S.N. : I. 43 RAM

De huwelijksovereenkomst tussen Reyner Bouten van Stockem en Marie Willems is op 22 januari 1665 ingeschreven. In hetgeen de bruidegom meekrijgt staat: “nog vier honderd gulden, waarvan er 300 staan tot Maselhoven aan Jan Rutten".

Bron
P.T. 1625-1807

Te Thorn is op 26 februari 1665 geboren Petrus Rutten zoon van Petrus en van Margaretha Jeucken. Peter is Reijnerus Tilmans, meter Joanna Neuttiens.

Bron
P.T. 1625-1807

Te Thorn is op 20 oktober 1665 geboren Matheus Rutten, zoon van Andreas en Elisabeth Nijssen.

Peter is Simon Rutten, meter Sibilla Dircx.

1666

Bron
PD. 1646-1748

Te Ophoven zijn op 25 januari 1666 getrouwd Jan Rutten en Meij Gielen. Getuigen Joannes Segers en Gertrudis Swennen.

1667

Bron
S.N. : I. 43 RAM

Hendrik Rutten, burger Maaseik, mede voor consoorten houdt op en releveert op 19 februari_1667 de helft van zodanige goederen en jaarrenten als Joës Spranckenis zaliger, meyer Neeritter, met Heyl Cloeten, zijn vrouw, nu overleden, staande hun huwelijk geprospereerd en aangelegd heeft, en nu door aflijvigheid van genoemde Hey, op Rutten eum suis gedevolueert zijn. Item releveert insgelijken het huis en brouwhuis waaruit Heyl voornoemd verstorven is; hetwelk men verstaat getimmerd en gerepareert te zijn geweest met penningen uit de genoemde Spranckenis zaliger patrimonie erfgoed herkomende en verder alles zo patrimoniaal als andere goederen waarvan hij Rutten en consoorten enige actie mogen hebben te pretenderen. Hetwelk aan de genoemde Rutten is verleend met halm, mond, ban en vrede. Rutten betaalt aan rechten voor het stellen van deze akte: 6 gulden en 16 stuiver.

Bron
P.T. 1625-1807

Te Thorn is op 17 maart 1667 geboren Leonardus Rutten zoon van Petrus en Margaretha N.N.

Peter is Christianus Vullers, meter Frederica Rutten.

Bron
S.N. : I. 43 RAM

Bij een verkoop op 31 mei 1667 wordt genoemd: het hostert op die Keutelstraat gelegen, reynende ter eenre zijde Waddebroecx boomgaard, voorhoofd Jacob Rutten.

Bron
S.N. : I. 43 RAM

Simon en Geertruyd Creemers verkopen aan Leonaert Cloeten 1 bund land gelegen in den Bosch, genoemd de Molenecamp, ter ener zijde Jan Dingens,

ter ander Zijde neven de weg gaande naar het Viversbroeck, uitschietend op Simon Rutten en Peter Keyaers respectieve erven.

1668

Bron
S.N. : I. 43 RAM

Arnoldus Baes, Jan Vaesen, Hendrik Rutten en Jasper Slichten cum suis verkopen 0 22 maart 1668 aan Jan Versiers, zeker huis, brouwhuis, boomgaard €enevens een “schuerken” cum annexis, hier in het dorp gelegen, ter ener de Gasthuisstraat, ter ander zijde de Witsteeg, voor uitschietend op ’t dorp, achter op de erven van Jasper Cloeten zaliger. Prijs 1600 gl. bb. Maaseiker geld.

Bron
RT. 1625- 1807

Te Thorn is op 5 mei 1668 geboren Anna Rutten dochter van Godfridus en Catharina Hemichts.

Peter is Philippus Bruijn, meter Joanna Rutten.

Bron
S.N. : I. 43 RAM

De erfgenamen Spranckenis-Cloeten waaronder Hendrik Rutten verkopen op 6 november 1668 168 roeden en 8 voet akkerland in Cillenveld aan Lennart Cloeten. Bij dezelfde erfgenamen is Hendrik Rutten en consoorten op 20 oktober 1668 uitvoeriger vernoemd: Hendrik Rutten, Marten Rutten, Leonaert Peeters als man/momber Maria Rutten en hun kinderen. Ze verkopen een akker, genoemd “semmelkens pact” aan Jan Driessen.

1669

Bron
PT. 1626-1807

Te Thorn is op 28 september 1669 geboren Catharina Rutten, dochter van Petrus en Margaretha N.N. Peter is Arnoldus Reijnckens, meter Margar. Lenardts.

1670

Bron
S.N. : I. 43 RAM

Bij een verkoop van gemeenten op 20 november 1670 wordt Simon Rutten vernoemd als schepen. En Simon Rutten erve wordt genoemd als grensbepaling van die gemeente, gelegen tussen de Renstraat naar Uffelsen en de weg naar de “alde brugge“.

1671

Bron
S.N. : I. 43 RAM

Bij een belening op 8 januari 1671 zet Jan op den heuvel zijn huis en hoef tot onderpand, gelegen aan het eynd valderen ter ener Lenaert Raemaekcers erve, ter ander zijde Jacob Rutten kempken, voorhoofd op de Dorpstraat.

Bron
S.N. : I. 43 RAM

Jan Hoefmans en zijn vrouw Agnees van Swaenenbergh verkopen op 5 februari 1671 aan Ruth Rutten, het vierde deel van Corstens hoef met al zijn toebehoor en aanklevendc gerechtigheid, en zijn (hun) aandeel der beesten en gewas. Met 1/4 van de last. Prijs 487 gl. 10 st. bb. Maaseiker geld in specie van kruispattacons.

1672

Bron
S.K. 16 f. 148

Marten Rutten is op 26 januari 1672 schepen van de heerlijkheid Kessenich (randnota).

Bron
S.N. : I. 43 RAM

Baltus Heyden, Giel Rutten, Houb aen de Capelle lenen op 11 februari 1672 van meyer Caters en zetten tot pand een stuk land in de Ryt camp, ter ener Jan Kaeten ter ander zijde Dirck van Dries.

1673

Bron
S.N. : I. 43 RAM

Hendrik Rutten en Arnoldus Baes verkopen op 30 juli 1673 aan meyer Reyner Caters de bij-bemden (insect ?) onder Neeritter gelegen voor 40 1/2 rijksdaler.

1674

Bron
RK.

Die 4.7.1674 contraxerunt matrimonium Martinus Rutten scabinus et Cornelia Snijkers, denuntiationibus (roepen) suo tempore praemissis (er zijn geen getuigen vermeld).

Kinderen:

  • die 9.3.1675 baptisatus est Renerus
    • p. Bartholomeus Snijkers
    • m. Sophia Snijkers
  • die 9.6.1677 baptisatus est Henricus
    • p. Bartholomeus Snijkers, loco Christ. Steyvers
    • m. Agnes Janssen
  • die 12.1.1679 baptisatus est Jacobus
    • p. Joannes Rutten
    • m. Anna Vogels
  • die 8.10.1682 baptisatus est Henricus
    • p. Renerus Snijkers
    • m. Joannes Stockbroux.
Bron
G.O. Reg. 20 RAM

Hendrik Rutten, secretaris der schepenbank, gehuwd met N. Tilmans z.g. verpacht op 9 juli 1674 aan Geurt Schrooten “seeckeren moeshoff ofte hoefstaet ghehoorende bij heijerhoeffstaet” en dit voor 7 gulden.

Bron
P.T. 1625-1807

Te Thorn is op 6 juli 1674 geboren Joanna Rutten dochter van Joannes en Maria Cornelia N.N.

  • p. Wilhelmus Cremers
  • m. Maria Neven
Bron
S.N. : I. 43 RAM

Op 24 december 1674 heeft de registratie plaats van de akte van 19 september 1668 … item nog een stuk land in het Bleumerveld (nota- Maaseik) palende aan o.a. Hendrik Rutten.

1675

Bron
S.N. : I. 43 RAM

Er wordt op 31 januari 1675 een testament geopend dat op 7 januari 1670 door Lenart van gen eynt te Molenbeersel werd opgesteld en nu geregistreerd op verzoek van Elisabeth weduwe van Mathijs Meeuwen. Thijs Janssen en Jan Ruttiens worden bijgeroepen als geïnteresseerden.

Bron
P.N. RAM

Die 1.2.1675 obiit Simon Rutten.

Bron
D.K. 1656-91

Rutten Renerus 1. zoon van Martinus en Cornelia Snijkers u.e. is gedoopt te Kessenich op 9 maart 1675.

  • p. Bartholomeus Snijkers
  • m. Sophia Snijkers.
Bron
R.K. 6

Cornelis Peters en Marten Rutten zijn op 28 mei 1675 schepenen en getuigen dat mededeling gedaan werd in de zaak van de burgemeester van Kessenich tegen de eigenaar van het Kippeland.

Bron
P.T. 1626-1812

Te Thorn is op 29 september 1675 geboren Anna Rutten dochter van Theodorus en Cornelia Verlaeck.

  • p. Gerits Tossanus
  • m. Anna Rutten.
Bron
P.K.

Te Kinrooi is op 24 november 1675 geboren Poulsen Arnoldus, zoon van Petrus en Sibilla Rutten.

  • p. Bartholomeus Poulsen
  • m. Catharina Sceymans.

1676

Bron
S.N. : I. 43 RAM

Jan Donners als weduwnaar van Jenneken Rutten geassisteerd met Gerit aengen Beel(k) en Geurdt Lenerts als mombers dcr kinderen van Jan Donners en zijn vrouw zaliger lenen op 6 februari 1676 200 gulden à 5% van Jan Driesen. Pand: Cleutiëns hoeve.

Bron
S.N. : I. 43 RAM

Jan Meekels en Gerit Dercks alias Bonten als mombers van het onmondig kind van Jacob Rutten(+) ter ener en Gerit aen de Beek en Geurdl Lenerts ter ander zijde mombers van de onmondige kinderen van Jan Dond(?)crs en Jenneken Rutten zaliger, verkopen op 26 maart 1676 aan Willem van de Boomen stuk akkerland genoemd te “Reiffen” (Molenbeersel) 1/2 bunder ter ener de vellere moeshof ander zijde Lemmen Claessen land en menige andere erven, huis en hof zo onder Hunsel, Kessenich en in de laatbank van Savelland roerig. Prijs 1200 gulden bb Luiks geld.

Bron
S.N. : I. 43 RAM

Joachim Leyssen verkoopt op 23 april 1676 aan Leonaerdt Clooten een stuk land op Cille veld, palende o.a. aan Hendrik Rutten en consoorten.

Bron
S.N. : I. 43 RAM

Hendrik Rutten, Cornelius Peeters, Lenerdt Pieters als man/momber Marie Rutten Corst en Lenerdt Steyvers, Willem Hendricks mede in naam van zijn broer Joannes Hendricks en Houbie Pyroo als man en momber Catharina Hendricks en Marten Rutten verkopen op 23 april 1676 aan Willem Cremers, stuk erf, genoemd de Millen, gelegen bij de Goort (nota: Manestraat).

Bron
S.N. : I. 43 RAM

Nogmaals dezelfde verkopers verkopen op 23 april 1676 aan Jacob Rutten die het aanneemt in naam van Lysken Rutten, zijn dochter, een stuk akkerland genoemd “den Coninck”. Jan Meekels is oom van Lysken Rutten. Hij is gehuwd met Catharina Rutten, zuster van Jacob Rutten.

Bron
P.T‚ 1626-1812

Op 31 mei 1676 zijn te Thorn gehuwd Anna Rutten met Henricus Segers. Getuigen: Mattheus Itter en Franciscus Femmen.

Bron
Not. S.

Jan Rutten, zoon van Jacob Rutten en Meylken Vrencken leent op 27 juli 1676 van Carolus Croll.

Bron
R.K. 6

Marten Rutten en Thijs van Offelsen zijn op 3 september 1676 schepenen inzake betwisting van grond toebehorende aan Jan Snijkers en Thijs Dirck tegen Mathijs Specken.

Bron
P.N. RAM

Die 6 septembris 1676 obiit Elisabetha Rutten quae numquam habuit usum rationis et sepulta in cemeterio.

1677

Bron
R.K. 6

Jan Quas wordt op 26 januari 1677 aangesteld als momber over de wezen van de overleden Hendri Achten(?) en Trijn Rutten, alias Engelen.

Bron
R.K. 6

Trijn Engelen verlangt op 26 januari 1677 dat Hendrik Rutten en Jan Quas, naaste verwanten van haar overleden man als mombers over de kinderen aangesteld worden.

Bron
R.K. 6

Hendrik Rutten is op 9 maart 1677 momber van de kinderen van Hendrik Aechten en Trijn Engelen van Kinder.

Bron
D.K. 1656-91

Te Kessenich is op 9 juni 1677 gedoopt Henricus Rutten, zoon van Martinus en Cornelia Snijkers.

  • p. Bartholomeus Snijkers namens Christ. Steijvers
  • m. Agnes Janssens.

1678

Bron
S.N. : I. 43 RAM

Jacob Rutten wordt op 17 februari 1678 genoemd als inwoner van het dorp en kwartier Neeritter als datzelfde dorp een lening aangaat bij Pierre Maire.

Bron
R.K. 6

Voor de schout en schepenen waaronder Marten Rutten toont Heyn Swelten zijn aanstellingsakte als gerechtbode op 28 maart 1678 verleend door Ferdinand vrijbaanderheer van Kniphuizen, heer van Kessenich en legt de eed af in hun handen.

Bron
S.N. : I. 43 RAM

Thijs Smets van Molenbeersel verklaart op 28 april 1678 voldaan te zijn van 100 gl bb. die hij lange jaren had staan aan Jaeck Donners. Terugbetaling gebeurde door Jan Donners Lenert Kleeners en mombers van de inderen van Jan Donners en Jenneke Rutten zaliger.

Bron
T.K. 1657-1694

Op 3 juni 1678 zijn te Kessenich (Hunsel) getrouwd Ruthgerus Rutten en Maria Kunnen, dochter van Jacobus Kunnen alias in ’t Nieuwhuys en Catharina zijn echtgenote.

Bron
P.T. 1625-1807

Te Thorn is op 27 augustus 1678 geboren Theodorus Rutten zoon van Theodorus en Cornelia Rutten.

  • p. Petrus Rutten
  • m. Frederica Rutten.
Bron
R.K. 6

Marten Rutten en Thijs Van Offelsen zijn in oktober 1678 schepenen te Kessenich inzake grond toebehorende aan Jan Reijnen, kerkmeester.

Bron
P.T. 1671-1804

Te Thorn is op 18 november 1678 overleden Catharina Rutten.

1679

Bron
PD. 1656-1691

Rutten Jacobus 1. zoon van Martinus en Cornelia Snijkers u.e. is gedoopt te Kessenich op 12.1.1679. Susc. Joannes Rutten en Anna Vogels.

Bron
R.K. 6

Marten Rutten en Reyn Snijckers zijn op 13 juni 1679 schepenen van Kessenich inzake de armentafel van Kessenich tegen Ruth Emonts.

Bron
R.K. 6 Marten Rutten, schepen alhier, hebbende op 24.10.1679 door Hendrik Smelten, gerichtsbode soo den selven present is, arrest laten leggen op beesten en vruchten van Jonker Karel de Burler.
Bron
P.T. 1626-1812

Te Thorn zijn op 21 november 1679 gehuwd Joannes Ruten en Catherina Driessen.

1680

Bron
S.N. : I. 43 RAM

Op 8 februari 1680 wordt een donatie inter vivos geregistreerd, opgesteld op 27 februari 1677. Daarin wordt gegeven: een kempken bij Ruttens onder Beersel, ter ener zijde de gemene heide, ter tweede zijde Jan Ruttens erve, ter derde zijde Jack Maecken.

Bron
S.N. : I. 43 RAM

Meyer Reyner Caters en Baltus Heydens doen op 8 februari 1680 de momber-eed voor de weeskinderen van Giel Rutten zaliger en Stynke Verheyden.

Bron
R. 20

Hendrik Rutten verkoopt op 29 maart 1680 de helft van een stuk land gelegen in het “Ophoever velt omtrent het Loijer luitjen groot te saemen omtrent sijnde tachentich roijen” voor de som van 50 gld. aan Tonis Box. Bovendien moet Tonis Box voor verkoper een vrecht landts gelegen “int bleumer velt akkeren sonder hem daer aff te betaelen“.

Bron
T.O. 1646-1748

Rutten Rutgherus en Mechtildis Gielen zijn gehuwd te Ophoven op 19.5.1680. Getuigen: Christophorus Rutten en Joanna Gielen.

Bron
R.K. 6

Marten Rutten en Thijs Offelsen zijn op 29.5.1680 schepenen van Kessenich inzake momberschap van de kinderen van Cornelis Peeters(+) en Marie Steyvers. Er is een testament opgericht voor de Eerw. Heer Michiel Bambs pastoor tot Kessenich en met als getuigen Jacob Peemen, Thijs Bruls ende Willem Vandeweerde.

Bron
R.K. 6

Dirk Snykers als man ende momber Anna Strockbroekx ende Mechtel Hennen naergelatene weduwe Jan Stockbroex exhibeeren op 26 September 1680 seecker copye van testament bij wijlen Lysbeth Dieben opgericht op den 10 december 1679 versoeckende alhier in ale syne puncten ende clausulen gerenonceert, gelaudeert ende geapprobeert te worden, hebbende daer toe te acten bedaegen Willem Van Eggelen ende Heyn Smelten getuigen voor testament gestaen hebbende, ende Marten Rutten als momber van de naergelatene kinderen van wijlen Thijs Stockbroex ende Dirk Lenaerts geintereseerde-gelijck Jaeck Peemen ende Thijs Offelsen schepenen ende Heyn Smeten boode respectyvelik relateren.

Parochiekerk van Geistingen
Parochiekerk van Geistingen

Tekening van Jan Rutten

1681

Bron
R.K. 6

Marten Rutten en Thijs Van Offelsen zijn schepenen inzake testament van Jan Aende Kirck zaliger.

1682

Bron
D.K. 1656-91

Rutten Henricus 1. zoon van Martinus en Cornelia Snijckers u.e. is gedoopt te Kessenich op 8.12.1682. Susc. Renerus Snijckers en Johanna Stockbroeck.

1683

Bron
S.K. 16 f. 141

Marten Rutten is schepen van Kessenich (randnota).

1686

Bron
T.K. 1657-94

Rutens Theodorus en Cornelia Snijckers zijn getrouwd te Kessenich op 23.2.1686. Getuigen: Renerus Lenerts en Dymphna Lenerts.

1687

Bron
R.K. 6

Henderik Rutten procedeert op 4.3.1687 tegen Peter Ramaekers over betaling van schuld.

Bron
S.N. : I. 44 RAM

Dries Krekers van Thorn verkoopt op 20 september 1687 huis en hof in Neeritter Dorp, Ípalende ter ener Jan Hermans, ter ander zijde “Jan Rutten plaetse” een hoofd uitschietend op straat, ander hoofd op de beek.

1688

Bron
R.K. 6

Jan Rutten, borger der stadt Masayck hebben op 13 januari 1688 laeten bedaeghen den persoon van Jacob Peimen, schepen alhier, door den medeschepen Thijs van Offelsen.

Peimen had 6 weken geleden zekere percelen gekocht van Jan Rutten en weigert ze nu te ontvangen.

Bron
S.N. : I. 44 RAM

Margriet Rutten weduwe Pieter Keyarts heeft 100 gl. geleend op 4 maart 1688 à 5% bb. van Jan Driessen i…nv. Jacob Driessen als toekomende kapelaan. Onderpand: haar huis en hof in ’t dorp, ter ener zijde de kercker straat, ander zijde wed. Claes Heydenrijx uitschietend op de kerckhoff.

Bron
R.K. 6

Jan Reuten, gevolmachtigde van baron de T’Sinclaes, wordt op 9 maart gedagvaard door Willem, Adriaan de Boek over aangeslagen hout.

Bron
G.O. reg. 20

Ruth Rutten verklaarde op 7 mei 1688 t.o.v. notaris Craens aan juffrouw Catharina Lucas de som van honderd gulden schuldig te zijn en belooft jaarlijks een deel terug te betalen.

Bron
P.T. 1626-1812

Te Thorn zijn op 18 oktober 1688 gehuwd Isabella Ruthen en Guilielmus Severs.

Getuigen: Servatius Aendekerck en Bartholomeus Verbelsen

1690

Bron
S.N. : I. 44 RAM

Erfgenamen van Rut Krekens verkopen op 23 februari 1690 aan Jan Tijsmans van Neeritter een huis en hof in het dorp palende ter ener zijde het straatje lopend van de Nieuwstraat naar het dorp, ter ander zijde Jacob Rutten moeshof, ter 3zijde Marie aan d’Eynde erve.

Bron
S.N. : I. 44 RAM

Berbe Rutten weduwe Baltus Heyden, “cranckelijck zijnde” verklaart o 15 juni 1690 dat zij de meyer Caters jaarlijks intrest moet geven van 100 gl. bb. Jan Dressen, de koster, betaalt daar de helft van.

1691

Bron
G.O. reg. 20 - 1674-1704

Dirck Rutten was gehuwd met Maria Janssen en was “gewesene capteijn luijtenant van die draegounders onder dienst van sijne coninclijke maiesteijt van hispanien”. Deze Hendrik Rutten was reeds overleden op 31 oktober 1691 want op deze datum verklaart Jan Houben “tegenover Ste.Stevensweerdt woonende” voor ettelijke tijd gekocht te hebben van erfgenamen Dirk Rutten en dat hij nu is “renuntierende euwelijck ende erffelijck twelck Marten Janssen” 5 oom ende momboir der naegelaetende kinderen van Dirick Rutten zaliger is accepterende.

Bron
G.O. reg. 20 - 1674-1704

Baduwijn Rutten verkoopt op 22 augustus 1691 aan Jan Houben een stuck landts gelegen op die “Roodeelt”. Bij de verkoop treedt ook op Paulus Vertier als momber van zijn echtgenote Jenneken Rutten en zwager van Baduwijn Rutten. Borgers van de “coper” waren Jan Rutten en Peter Rutten van Ste. Stevens.

1697

Bron
G.O. reg. 20 - 1674-1704

Ruth Rutten “de voorman”, schoonzoon van Reyner Gielen “den stadthouder der Justitien Ophoven ende Geestingen” kocht op 13 maart 1697 een “affgetocht” huis in de Bleumerstraat van Marten Reymerstoek waardoor hij tweehonderd rijksdaalders schuldig was aan de heer schepen en licentiaat Joannes Mathijs Smeets en juffrouw Inden Sittardt. Hij kon deze niet betalen en beloofde elk jaar een som af te leggen waarvoor hij zijn kindsgedeelte belastte.

1698

Bron
G.O. reg. 20 - 1674-1704

Ruth Rutten neemt op 11 juni 1698 met toestemming van zijn schoonvader Reijner Gielen een pand op zijn kindsdeel op om een schuld te delgen tegenover het kapittel van Maaseik waarvan hij een tiende in pacht heeft.

Bron
G.O. - 1674-1704

Ruth Rutten “voorman Borger en inwoondcr deser Steden” (Maaseik) ontvangt op 30 mei 1698 van zijn zwager Jan Gielen (soen van Reijn Gielen een som van “vier hondert seven en twintich gulden in diverse maeten” die hij zal terugbetalen met zijn kindsgedeelte.

1699

Bron
G.K.

Rutten Martinus uit Hunsel gehuwd met Hendrina Tybers. Kinderen:

  • Sophia 17.4.1699
    • p. Theodorus Van Ratissen
    • m. Catharina Nijs
  • Gertruda Hunsel 19.1.1705
    • p. Joannes Steyvers
    • m. Joanna Deckers
  • Mathias te Halen onder Hunsel 27.10.1706
    • p. Albertus Deckers loco Michaelis Van Ceuringen
    • m. Maria Windeles
  • Leonardus te Hunsel op 22.12.1714
    • p. Joannes Deckers
    • m. Joanna Nijs.
Bron
S.N. : I. 44 RAM

Rut Rutten en Nicolaes Wery, burgers, Maaseik verkopen op 14 mei 1699 aan Rut Vestiens zekere wenhof genaamd te Corstiens op de Manestraat, palende ter ener Keyers hof ter andere zijde de heide met alle bijhorende landerijen en erven en met alle aanklevende gerechtigheid. Jaarlijkse last 8 1/2 vat rogge aan de armen van Itter; 3 vaten rogge jaarlijks aan de pastoor Neeritter; 24 stuivers jaarlijks aan de oude schutten alhier; 9 1/2 st. cijns jaarlijks in Leyershof; 4 st. jaarlijks aan het domkapittel Luik en jaarlijkse dorpslasten. In de koop is ook de helft der bestialen. Prijs 2350 gl. bb. Maaseiker geld. Wery trekt op voor 1/4 deel in de hof 600 gl. en 50 st.

Bron
S.N. : I. 44 RAM

Jacob Rutten in naam van zijn vader Rut Rutten verklaart op 17 december 1699 voldaan te zijn van Rut Vestiens wegens 1000 gl. en verlopen intrest volgens bovenstaand transport.

1705

Bron
S.N. : I. 44 RAM

Op 17 februari 1705 wordt zijdelings geraakt aan Jacob Rutten die eens borgen gevraagd had voor een geleend bedrag.

Bron
S.N. : I. 44 RAM

Op 9 maart 1705 realisatie van een akt, opgesteld te Maaseik op 2 maart 1705 en getekend door J. Rutten notarius apostolicus et publicus.

1706

Bron
R.K. 7

Rijner Rutten, burgemeester van Kessenich procedeert op 5 oktober 1706 tegen Willem Paulissen, burgemeester van Kinrooi omdat hij 4 gouden pistolen en 2 ducatons voorgeschoten had tijdens een opdracht voor de landvrouw barones van Waes bij maior Cousorn te Roermond.

1710

Bron
S.N. : I. 44 RAM

Jan Vestiens verkoopt op 15 mei 1710 aan Thenus Cleutiens van Hunsel en Dirick Cogels alhier 165 roeden land “aen gevenne“ gelegen ter ener zijde Rut Rutten van Maaseik, ter ander zijde het straatje gaande naar het heyens venne uitschietend met een hoofd op ’t savelveld.

1712

Bron
R.K. 7

De barones van Waes, vrouwe van Kessenich procedeert op 20 januari 1712 tegen Jan Hilloven(?) die goederen gekocht had van de erfgenamen van Hendrik Rutten zaliger (voor betaling van cijns of rente).

Bron
R.K.7

Dirk van de Winckel procedeert op 20 januari 1712 tegen Rijner Rutten om de betaling te bekomen van 35 gulden die deze voor eerstgenoemde had ingebeurd wegens de Rutterslasten.

1713

Die 18.6.1713: contraxerunt matrimonium praeviis proclamationibus Renerus Rutten en Cornelia Janssen, praesentibus testibus Henrico Snijkers, Henrico Geelen et Elisabetha et Catharina Janssen. Kinderen:

  • 23.3.1714 baptisatus est ab obstetrice Martinus (gedoopt door vroedvrouw)
    • p. Wilhelmus Deben loco Arnoldi Janssen
    • m. Cornelia Snijekers
  • 27.10.1719 baptisatus est Henricus
    • p. Arnoldus Janssen loco Henrico Aengevaeren
    • m. Aldegondis Vanderheyden
  • 14.2.1721 baptisatus est Martinus
    • p. Petrus Deben loco Mathiae Reynen
    • m. Cornelia Houben
  • 5.12.1723 baptisatus est Joannes
    • p. Joannes Deben
    • m. Elisabeth Janssen loco Mariae Brouks
  • 29.8.1727 baptisatus est Renerius
    • p. Cornelius Snijckers
    • m. Anna Reyten
  • 22.6.1731 baptisata est Maria Cornelia
    • p. Christophorus Driessens ‚
    • m. Jacomina Schreurs.

1718

Bron
R.K. 8

Reyner Rutten laat op 12 oktober 1718 door zijn facteur (pleitbezorger of advocaat) van Rey beslag leggen op panden die Geerit Snijckers in pacht heeft; de “toust” was aangegaan op Sint-Remigius 1696 en verlengd geworden. De panden waren cijnsroerig van de adellijke heer ……………. de Puytelynck; deze beschermt Geerit Snijckers.

Bron
R.K. 8

Cornelia Snijckers en haar zoon Reyner Rutten procederen op 9 november 1718 tegen Geerit Snijckers. Reyner is cessionaris van zijne echte moeder Cornelia Snijckers.

Bron
R.K. 8

Joannes Smeets daagt op 7 december 1718 Reyner Rutten, gewezen burgemeester, voor de schepenen om de betaling te vorderen van 121 gulden, voor verkochte planken.

1 februari 1719: Smeets is schepen van Thorn; Reyner zal betalen binnen de 14 dagen.

1719

Bron
R.K. 8

Reyner Rutten, burgemeester van Kessenich, laat op 1 februari 1719 beslag leggen op vruchten van Andres Jacquet, woonachtig te Roermond. Het schepenhof geeft voldoening aan Rutten.

1724

Die 20.12.1724 obiit Cornelia Snijckers omnibus sacramentis munita et sepulta in Kessenich.

1726

Bron
G.K. IV 1725-35 f. 21

Momberschap van Lenaert van de Laer en Martin Rutten ten behoeve der onmondige kinderen van Jan in de Graeff zal. en Neelken Deckers gewezen echtelieden.

Op huiden 13 februari 1726 verscheen Lenaert van de Laer en Martin Rutten in pleno judicio de Kessenich na behoorlijke citatie door Ruth Brouns gerichtsbode, gedaan, gelijk present ter requisitie van Dirk Verstappen als man ende momber van Neelken Deckers, hebben hun behoorlijken eed uitgezworen tot mombers der nagelaten kinderen van Jan in de Graef zal. gewesene man en momber van Neulken voorschr. met name Dirk in de Graef, Geert en Marie in de Graef en zijn de voorschr. comparanten als mombers bij justitie aangesteld.

Bron
G.K. IV 1725-1735 - l. 26

Conventie en verborghtenissen ten behoeve van Hendrik Oisten.

Compareerde op 26 april 1726 ons Lambert Smeets en Mathias Donders beide schepenen en alsoo tuschen Hendrik Oisten en Hendrik Gielen ontstaan was een quastie waardoor Hendrik Gielen gearresteerd waren zijn mobilien en bestialen, wegens een restant van 23 halve gulden en 6 molder rogge, zoo is ’t dat de comparante_n om alle kosten te voorkomen hun hebben verstaan mits dat Hendr. Gielen bern sou stellen suffisante onder deze justicie dwangbare causie, zoo door deze extraord op heden dato voorsch. gedane oncosten als voor voorschr. restant van penningen en rogge waarvoor borg stellen Marten Gielen en Maes Rutten, belovende dat in cas Hendrik Gielen niet betaalt aan Hendrik Oisten binnen de 14 dagen zij zullen voldoen binnen 3 weken en de 6 molder rogge tusschen dit en de oogst naastcomende.

contraxerunt matrimonium (Kessenich) d.d. 4.8.1726 Henricus Rutten en Jacomina Stockbroek praesentibus testibus.

Bron
G.K. IV 1725-35 f. 28

Beleening tuschen Gerit Snijckers ten behoeve J.M. Driessens, meyer van Kessenich.

Compareerde op 11 december 1726 in plena judicio Gerith Snijckers man van Cath. Reuten en belijdt aan J.M. Driessens, meyer van Kessenich in beleening verzet te hebben voor de som van 30 patac. een stuk erve of weide aan ’t schoor gelegen, enaamd het Plaschbeemdje gr. 1 vrecht en ettelijke roeden rgn. met 1 hoofd op ’t schoor met het ander op rusenberger bloemart en Stockbroekerbeemd, uitschietend met een zijde op Reyner Rutten beemd en met d’andere sijde op Stockbroeker boomgaard belast aan het adelijk Huis van Kessenich jaarlijksch met een cleenen cens sulx voor een toust van 8 achtereenvolgende jaren de dato deses beginnende en de in cas Gerith Snijckers of zijn representanten deze acte zouden willen redimeeren of beleenpenningen na de 8 jaren restitueren sal gehouden wezen aan den heer Meyer of deses representanten 3 maanden te voren aan de kondigen.

1727

Bron
S.N. : I. 44 RAM

Bij een pandstelling in een leenakte op 15 mei 1727 is vermeld: een bunder land gelegen op het Linderveld, palende ter ener de erfgenamen van Rut Rutten zaliger van Maaseik, ter andere zijde de heer pastoors erve, met een hoofd op ’t Vennerstraatje.

Bron
G.K. IV 1725-35

Gicht tusschen Gertruid Smeets weduwe Hendrik Nelen zal transportant en Jan Hermans acceptant. Compareerde op 23 december 1727 Gertruid Smeets en bekent verkocht te hebben een akkerland genaamd de Doolen wesende de 1/2 der Doelen aan Jan Hermans van Kessenich rgn. de heide, den weg langs Reyner Ruttenhoeve loopende, de beek en den weg naar Kinroy, sulx voor 50 g. Maes. cours belast met 9 oortchens à Landheer; welke helft de transportant heeft verkocht in plaats van een 1/2 bonder in den bosch waarvan uit crachte van testament haars mans zal zij heer en meester is gemaakt en blijft dus ten profijte van haar onmondig kind als wesende meer van waarde.

1729

Bron
R.K. 7 - 1723-29

Gerit Snijckers inwoner van Kessenich heeft 0 21 februari 1729 bekend aan Steven Peters ook van Kessenich geleend te ebben hetwelk Hendrik Leurs zijn oom in zijn naam aanneemt een beemd tot Kessenich gelegen reinende aan de 3 zijden de Hooggeb. Heer Baron van Waes’erve ter 4° zijde Jacob Bandels belast met 1 capuyn jaarlijn voor een toust van 8 jaren voor 100 g. Luiks geld na deze tijd zal het Gerit of de zijnen vrijstaan den beemd weer te nemen zooniet begint een nieuwe toust.

Gedaan te Maaseik - getuigen: Jacob Rutten en Anna Sanders.

Bron
G.K. IV 1725-35 f.101

Acte van realisatie tusschen Gerith Snijckers ten behoeve van Reyner Rutten. Comfiareerde op 19 mei 1729, Reynder Rutten, inwoner alhier en Gerith Snijckers welke voorlegden zeker act van aencoop van 2 stukken erven bij act door notaris Wilh. Smeets tusschen hun partijen opgericht en vragen dit te realiseren en aannemen. Is toegestaan.

Op 11 mei 1729 compareerde voor Wilh. Smeets, notaris binnen Kessenich, Gerith Snijckers, man van Catharina Reuten die verklaart verkocht te hebben aan Reyner Rutten 2 stukken erven te Kessenich gelegen op het Hoogveld, neven Reyner Snijckers erve het 2° stuk een beemdje genaamd het platbeemptje reinende Stockbroeker boomgaard Reynder Rutten voor een som van 25 patac. voor de vrecht akkerland en 30 patac. voor het beemdje dat H. Meyer Driessens nu in beleening heeft makende dus 55 patac. contant betaald.

1730

Bron
G.K. IV 1725-35 f. 127

Compareerde op 17 mei 1730 Daniel Hillen inwoner van Wessem welke zoo voor hem als gevolmachtigde door de mombers der onmondige kinderen van Margaretha Hillen, weduwe Silbert Dencken zal bijstaan met Wilm Dencken en de kinderen wijlen Helena Hillen bijgestaan met W. Pluim als momber der kinderen van Helena Hillen vermeld belijdt te verkopen aan Reyner Rutten inwoner alhier zeker akkerland in de Kessenicher Oije gelegen gr. 1 Bounder reinende aan d’Armenland van Neeritter, (Gerith Snijckers erve, Broeckerhofserve, Arnold Jansens erve voor 550 g. Brab. Maes cours contant betaald.

1731

Bron
G.K. IV 1725-35 f. 143

Approbatie van testament ten behoeve Reyner Bosmans van Meulenbeersel.

Compareerde op 7 november 1731 Reyner Bosmans van Meulenbeersel wonende onder Ophoven weduwe-man van Maria Van Immesen zal. welke voorlegt bij copie zeker testament tusschen hem en zijn vrouw gemaakt in dato 2 augustus 1730 waarbij den langstlevende is begiftigd met 2 stukken land aldaar uitgedrukt onder deze jurisdictie gelegen welke verzoekt te registreren hetwelk toegestaan is.

Volgt het testament:

Op heden 2 augustus 1730 voor mij pastoor van het dorp Ophoven in ‘t Graefschap Horn gelegen compareerde Maria Van Ummissen vrouw van Reyner Bosmans welke ziek zijnde maakt haar testament:

  1. 100 g. tot zielemissen
  2. 5 st. aan kerk St.Lambrecht tot Luik
  3. Aen haren man geeft ze 2 stukken land gelegen in Kinderveld onder Kessenich gelegen, langs de horvetstraat, den mestweg, de Heeren Cruysbroeders v. Ruremonde erve gr. 1/2 bounder het 2° liggende in Rutthecamp regn. de straat, Ruthe Peters erf, de waeterlaet of holegraef ook onder Kessenich gr. 1 1/2 vrecht, welke 2 stukken zij met haar man gewonnen heeft.

Gedaan op Slichtenhof.

Getuigen: Jacob Coolen, Mevis Claesen, Geurd Versteygen.

Getekend Guilhelmus Josephus Olivier, pastoor.

1732

Bron
G.K. IV 1725-35 f. 152

Gicht van 4000 g. tot laste van het dorp Kessenich ten behoeve Hendrina Michiels van St.Hubrechts Lille.

Compareerde op 5 Meert 1732 J. Math. Driessens Meyer, Reynier Rutten moderne burgemeester en Arn. Jansens medeschepen als geconstitueerde van het dorp Kessenich welke belijden tot redemptie van het capitael voor Eerw. h. Pastoor van Dilsen dat op deze gemeente staat, opgenomen te hebben van Hendrina Michiels van St.Hubrechts Lille een som van 4000 g. Brab. Maes cours à 3 g % onder conditie dat het voorschr. capitael binnen de 10 j. niet mag geredimeerd worden 1° vervaldag 1733 11 Februari de interest moet betaald worden op Portionculadag te Weert in herberg “De Vesper“. Het capitael te betalen te Aggelen.

Bron
G.K. IV 1825-35 f. 150-51

Kwijting tusschen Jasper Steyvers ten behoeve zijn zwager Jan Beelen.

Compareerde op 5 meert 1732 Jasper Steyvers die belijdt van zijn zwager Jan Beelen ontvangen te hebben de som van 950 g. in de huwelijksvoorwaarde tusschen Jasper Steyvers en Maria Beelen in dato den 28 september 1728 vermeld, wesende zijn kindsgedeelte in Ruttengoed tot Stamproy in ’t Meulenbroeck gelegen, crachtens welke hij in naam van zijn echtgenoot is renuncieerende op alle recht op voorschr. goed; van welke somme den voorschr. Jasper Steyvers, in vollen bedde synde met zijn overledene huisvrouw Marie Beelen, van Jan Beelen ontvangen heeft 17 rijxdaalders 2 shillingen en in zijn weduwelijken staat voor zijn kind afgelegd aan zijn zuster Christina, Maria, Catharina en zijn broeder Geurd Steyvers de som van 850 g. 200 dat Jasper nog tot profijt van zijn tegenwoordig kind Marie Steyvers moet appliceeren de som van 31 g. waarmede afgeleyd heeft aen Christina 300, aen Catharina 300 g. aen Geurd 200 g. en aen Marie 50 g.

1733

Bron
G.K. IV 1725-35 f. 159

Gicht van 150 capitael tot laste Gerith Snijckers inwoner van Kessenich ten behoeve Joost Stroux van Nederweert.

Compareerde op 7 februari 1733 voor Arn. Jansens stadh. en Hendr. Snijckers schepenen, Gerith Snijckers die heeft opgenomen van Joost Stroux een som van 150 g. Brab. Maes. cours à 3 g %.

Pand:
een stuk akkerland met het annexebosken aan de doolen gelegen gr. 1 boender belast met 9 oortjes aan het adelijck huis Kessenich regn. Reynder Rutten erve, de beek.

1735

Bron
Not. V.

Als Jacobus Stalmans, berger en coopman der stad Maeseyck op 18.7.1735 geld leent aan Jan Janssen, molenmeester, wonende te Tongerlo en Ida Meuleneers alias Bouwens, treedt als getuige op: “den eersaemen Joannes Jacobus Rutten, borger dezer stad (Maaseik).

1737

Bron
P.K.

Die 24.6.1737 obiit N …… Rutten, filius Reneri fulgure percusso in turre sonans campanam.

Bron
P.T. 1626-1812

Zijn te Thorn op 25 augustus 1737 gehuwd Rutgerus Rutten en Maria Straetjens.

Getuigen: Leonardus Lensen en Maria Lensen.

1738

Bron
GK. IV 1735-60 f. 49

Kwijting.

De ondergeschr. attesteert te ratificeeren en approbeeren het transport voor de justitie Kessenich gedaan aan den R. Rutten van Boterstoxcamp gr. 1 1/2 bounder door mijn vrouw M. PH. Bouten vercocht door Driessens aan R. Rutten getransporteerd en is constant betaald.

Gedaan:

Adell. Huis Borgitter 15 april. 1738 get. F.E. Matthey.

S.J.R.

Dirk (Theodoor) Henkens koopt in 1738 een huis in het Leu te Ophoven dat “Klein Hover” werd genoemd (kad. sect. B nrs. 663, 664 en 665) in tegenstelling tot Hoverhof, eveneens gelegen in het Leu. De zoon Leonard Henkens, pachter van Hoverhof, erfde dit huis. Na diens dood werd het eigendom van zijn dochter Elisa Henkens die huwde met Jan Rutten, eveneens pachter van Hoverhof.

1741

Die 12.4.1741 obiit Jacobina Stockbroeck uxor Henrici Rutten optimae vitae omnibus sacramentis munita et sepulta in Kessenich.

Op 4.8.1726 was zij te Kessenich gehuwd met Henricus Rutten geboren te Kessenich op 8.2.1682 en er overleden op 25.1.1758.

Bron
P.T. 1626-1812

Zijn te Thorn op 11 juni 1741 gehuwd Martinus Rutten en Margaretha Lunens.

Getuigen: Mathias Schreurs, Ida Van Heuvel en Catharina Janssen.

Bron
P.T. 1626-1812

Te Thorn zijn op 25 juli 1741 gehuwd Maria Rutten en Joannes Bree.

1742

Bron
T.O. 1646-1748 APO

Op 16.9.1742 zijn te Ophoven getrouwd Rutten Martinus scabinus communitatis Ophoven, geboren te Kessenich op 14.2.1721 en Ida vande Weme.

Getuigen: Cornelia Rutten en Matthias vande Weme.

1745

Bron
D.O. 1641-1747 APO

Rutten Jaspar, 1. zoon van Martinus en Ida van de Weme u.e. is op 28.4.1745 te Ophoven gedoopt.

susc. Joannes van de Weme namens Reijnerus Rutten en Cornelia Meulers namens Salome Engels.

1746

Bron
D.O. 1641-1747 APO

Rutten Maria Cornelia, 1. dochter van Martinus en Ida vande Weme u.e. is op 5.12.1746 te Ophoven gedoopt.

suse. Reijnerus Jeuckens namens Christianus van de Weme en Cornelia Smeuleners namens Cornelia Rutten.

1749

Bron
D.O. IV 1748-1813 APO

Rutten Maria Elisabeth, 1. dochter van Martinus en Ida van de Weem u‚e. is te Ophoven gedoopt op 9.4.1749.

suscep. Reijnerus Jeuckens namens Reijnerus Rutten en Elisabeth Gielen.

Bron
T.K.

Die 3.5.1749 contraxerunt matrimonium Renerus Rutten en Cornelia Aengevaeren, testibus Jacobus Aengevaeren et Martinus Rutten.

Bron
D.M. Vl 1732-1771

Rutten Wilhelmus, 1. zoon van Waltherus en Maria Elisabeth Cheron u/e. is op 15.11.1749 gedoopt te Maeseijck.

Susc. Wilhelmus van Hinsbergh en Mechtildis Pijls.

Bron
S.N. : I. 45 RAM

De Harbampt onder Neeritter en een “heyshoofken“ omtrent Keyers worden op 14 apri 1749 verkocht aan Mathijs Swaechten. De verkopers zijn: Joannes Reynders, Marthen Rutten, “soo voor hem als voor sijne swaegers Christiaen ende Jan Van de Weem”. Als ook Simon Gielen gevolmachtigden van Severin Haex, ende Joes Matthijs Steyvers soone van Maria Haex en Joes Steyvers geweesene Eheluyden.

Bron
P.H. : G.K. p. 523

Reeds in de 14° eeuw wordt melding gemaakt van “Vaes van Knabbachhuijzen, eyn pondich leen, nu Joannes van Knabbachhuijzen, nu Steve”. Voor 1700 hoorde deze laatbank aan M. Rutten. Op 3 december 1749 wordt de laatbank op naam gezet van Jasper Rutten, zoon van Marten Rutten, oud 4 jaar; nadien wordt Joannes Mathijs Gielen de helder.

1750

Die 11.1.1750 matrimonio juncti sunt in Kessenig Sibertus Mertens (parochianus in Heythuizen) et Cornelia Rutten.

Kinderen:

  • 26.1.1751: Judith
    • p. Rutgerus Levels pro Renero Rutten
    • m. Margaretha Blocken
  • 18.3.1753: Philippus
    • p. Renerus Rutten pro Martino Rutten
    • m. Christina Mertens
  • 8.3.1755: Cornelia
    • p. …..
    • m. Aldegonda Van Laer pro Idae Vandeweem
  • 5.10.1757: Laurentius
    • p. Joannes Van Lier pro Henrico Rutten
    • m. Margaretha Blocken
  • 13.2.1761: Joannes
    • p. Gerardus Ramaekers
    • m. Maria Mooren
  • 10.2.1766: Maria
    • p. Wilhelmus Peters loco Petri Houben
    • m. Catharina Severeyns.
Bron
P.T. 1626-1807

Te Thorn is op 25 september 1750 geboren Martinus Rutten zoon van Leonardus en Margaretha Knoups.

  • p. Abrahamus Hendricks
  • m. Gertrudis Rutten.
Bron
S.N. : I. 45(1734-1776) RAM

Bij een erfmangeling op 18 maart 1750 tussen schepen Cremers en Derick Severs te Molenbeersel, wordt een perceel genoemd als palende aan Jasper Rutten.

Kinderen van Renier Rutten en Aengevaeren Cornelia, allen geboren in Kessenich:

  • 17.9.1750: Hendrikus Lambertus p. Hendrikus Aengevaeren m. Cornelia Janssen
  • 6.12.1751: Martinus die op 22 j. stierf. “die 4.2.1773 post vitam piam et valde christianam prae diuturno languore et hydropisi sancte in domino expiravit Martinus Rutten viginti secundi anni adolescens quidum viveret religione in deum charitate in proximum et mansuetudine ergo quoscumque magnus fuit, praemunitus bis viatico et extrema unctione animam suam in domino recommendans obdormivit”.
  • die 9.9.1753: Joannes p. Henricus Rutten m. Catharina Janssen
  • die 18.7.1755: Joanna
  • die 21.9.1758: Mechtildis p. Joannes Aengevaeren m. Cornelia Rutten
  • die 23.8.1759: Joannes Frederiscus p. Theodorus Janssen nomine Sibertus Mertens m. Mechtildis Van Hinsberg nomine Idae Vandeweem
  • die 21.7.1761: Maria Cornelia p. Theodorus Lambrecht nomine Mathiae Engels pastoris m. Sibilla Snijckers
  • die 22.3.1764: Reinerus p. Theodorus Janssen m. Margaretha Aendenbergh

1751

Bron
P.T. 1626-1812

Te Thorn is op 5 mei 1751 gehuwd Joannes Rutten en Anna Parren. Getuigen: Joannes Parren, Petrus Bongers, Helena Kochs en Gabriela Schoufs.

Bron
D.O. 1748-1813 PAO

Rutten Maria Catharina 1. dochter van Martinus en Ida Vande Weem u.e.; is te Ophoven gedoopt op 24.1.1751.

susc. Simon Reijnders scabinus et capit. en Gertrudis Smeulers namens Cornelia Rutten.

1752

Bron
D.O. 1748-1813 PAO

Rutten Maria Cornelia, dochter van Martinus en Ida Van de Weem u.e. is gedoopt te Ophoven op 10.12.1752. Susc.

  • Jaspar Gielen namens Henricus Rutten
  • Elisabeth Reijnders.

1753

Bron
T.W. p. 10

Sinds 3 juli 1753 is Marten Rutten, geboren te Kessenich op 14 februari 1721, schepen te Ophoven.

1754

Bron
P.T. 1626-1807

Te Thorn is op 4 januari 1754 geboren Anna, Barbara Rutten, dochter van Joannes en Anna Parren.

  • p. Gerardus Parren
  • m. Gertrudis Smeets loco Maria Peters.
Bron
S.N. : I. 45 1734-1776 RAM

Martinus Rutten verkocht op 25 maart 1754 namens zijn zwager Johannes Vandeweem, een stuk land aan ’t hagelkruis (105 roeden) aan Johannes Smeets, gehuwd met Theresia Birckeboss.

Bron
R.O. 1753-1754

Joannes Vandeweem inwoner van Ophoven ter eene en Martinus Rutten schepen van Ophoven man van Ida Vandeweem ter andere zijde welke verklaren op 23 juli 1754 te bezitten een huis, schuur, stalling en moeshof met weide te Op oven gelegen waar zij samen inwonen zijnde Hoekhuis van Jaspar Vandeweem met meubelen waarvan de 2° comparant toekomt 2/3 deelen hetzij 1/3 deel uit hoofde van zijn vrouw, het andere 1/3 deel aan haar man Martinus Rutten die het gekocht heeft van zijn zwager Christ Vandeweem voor de som van 1150 g.

Bron
D.O. 1748-1813 PAO

Rutten Martinus Lambertus, 1. zoon van Martinus en Ida Vandeweern u.e. is gedoopt te Ophoven op 17.9.1754.

susc.

  • p. Caspar Gielen namens Reinerus Rutten
  • m. Joanna Reijnders.

1756

Bron
G.O. V 1730-60 f. 194

Realisatie ten behoeve van Peter van Hinsberg comp. op 21 januari 1756 Marten Rutten schepen van Ophoven welke namens Petrus van Hinsbergh voorlegt een act van 1000g. tot ast van Juff. Aldegonde Henissen te fine van realisatie.

act

Op 6 mei 1750 compar. voor Loningfosse commiss. van Maeseyck Aldegonde Hennis die opneemt van Peter Van Hinsbergh 1000 g. Brab. Maes cours à 3 g. 10 st.% 1° vervald. 6 mei 1751.

Pand: Haar huis te Maeseyck en alle goederen.

Bron
G.O. V 1730-60 f. 193

Realisatie ten behoeve van Joannes Reinders van Ophoven comp. op 17 januari 1756 Marten Rutten welke aan ons Theodoor Jansens en Reyner Rutten schepenen een act ter hand stelde ter realisatie.

act

Op 18 februari 1698 voor mij notaris Laur. Craens te Maeseyck comp. Hubert Hennissen burger en coopman van Maeseyck met zijn vrouw Cornelia Alers die belijden v. Heer Johan Dingkens van Maeseyck opgenomen te hebben 300 rijxdaelders à 4 % 1° vervald. 18 februari 1699.

Pand:

zijn huis den kulder genaamd op d’Eyckerstraet, verder al zijn goederen overal waar ze liggen.

Gedaan:

Maeseyck Huis v. Heer Johan Dingens op den hoek van de Groote Kerkstraat gelegen.

De ondergeschr. bekent gecedeerd te hebben à Joannes Reynders capitein van Ophoven deze rentbrief en bedank mij goeder betaling.

Maaseik 26 april 1749 get. J. Loyens.

Bron
Reg. 1755-58 e.v. 33

Martinus Rutten schepen van Ophoven, man van Ida van de Weem heeft opgenomen van Sebastian Leurs man van Mechteld Swillens inwoners van Maeseyck 400 g. Maes. cours 3%.

Pand:

land gr. 1 bounder achter de Spaanjaard onder Ophoven.

Gedaan:

Maeseyck.

Bron
D.O. 1748-1813 PAO

Rutten Martinus, 1. zoon van Martinus en Ida van de Weem u.e. is gedoopt te Ophoven op 27.9.1756.

susc.

  • p. Reinerus Houben namens Joannes Verstappen
  • m. Cornelia Aengevaeren.

1757

Bron
G.K. 1725-34 f. 170

Compareerde op 15 december 1757 Reiner Rutten schepen die belijdt ontvangen te hebben van Fransis Snijekers zoon van Gerith Snijckers de beleenpenningen van zeker leemland.

1758

Die 25.1.1758 obiit Henricus Rutten viduus et sepultus in Kessenich.

Bron
D.O. 1748-1813

Rutten Reinerus, 1. zoon van Martinus en Ida van de Weem is op 4.10.1758 gedoopt te Ophoven.

susc.

  • Theodorus Gielen namens Sibertus Mertens
  • Catharina Haex namens Helena Van de Weem.

1759

Bron
R.O. 17

Liste der acten geslooten insaecke der Eers. Heer Deborman, landseholtes en lieutenant des Graefschap Horne aanlegger c/den Eers. Marten Rutten, medeschepen gedagvaard voor de Justitie Ophoven inzake geschil over 6 punten.

1760

Bron
R. 17 60-68 B.

Rekening van zaken gedaan door Petrus Zwitnagel ten dienste van Z.E.H. Nijsen en zijn zuster Catharina zal.

  1. 1760 van 29 maart tot 1762 27 Mei zijn zuster opgepast aan 10 st. daags makende 192 d. = g. 396
  2. 1760
    • 12 oktob. pacht naar Hunsel-Smisstraat gehaald 1
    • 14 okt. naar Kinroy zien of de pacht klaar was en 15 okt. met 2 karren gehaald - 1,10
  3. 1760
    • 17 oct. naar Kessenich met kar bij den kapitein om pacht en Jan Deben en de schepen Marten Rutten 0,5
  4. Van de 23 oct. tot 9 maart 1761 wanneer het regim van St. Allegonde te Thorn is geweest alle dagen opgepast tellende 56 d. - 14.

1761

Bron
DO. 1748-1813 APO

Rutten Maria 1. dochter van Martinus en Ida Van de Weem is op 11.5.1761 te Ophoven gedoopt.

Susc. Theodorus Janssen en Ida Reynders.

1763

Bron
DO. 1748-1813 PAO

Rutten Joannes Mathias 1. zoon van Martinus en Ida Van de Weem u.e. is gedoopt te Ophoven op 26.7.1763.

susc.

Joannes Petrus ………. en Elisabeth Gielen namens Catharina Reijnders.

1764

Bron
D.K. 1656-1691 APO

Rutten Renerus 1. zoon van Renerus en Cornelia Aengevaeren u.e. is op 22.3.1764 gedoopt te Kessenich.

Susc. Theodorus Jansens en Margareta Aenden Bergh.

Bron
R.O. 12 1763-72

Martinus Rutten van Ophoven en schepen der Justitie van Ophoven heeft op 22.5.1764 ontvangen uit handen van Sebastian Leurs en zijn vrouw Mechteld Swilgens van Maeseyck een som van 600 g.

Pand:

een stuck erve onder de jurisdictie van Kessenich gelegen in de Oe, gr. 7 vrechten reinende de erfgenamen van Heer Olivier, pastoor van Ophoven + te Ophoven op 12.5.1746), de scheerstraat, de erven van Peter Hou en aan ’t Heerenhuis.

Gedaan te Maeseyck.

Getuigen:

Juff. v. Drogenbroek

Agnes Ramaekers.

Bron
D.R.K.

Die 23.3.1764 obiit Reinerus Rutten scabinus territorii de Kessenich conjux viro Annae Cornahae Aengevaeren omnibus sacramentis munitus.

1765

Bron
T.K.

Die 3.10.1765 matrimonium contraxerunt in Kessenich Petrus Huben et Anna Cornelia Aengevaeren vidua Reineri Rutten coram testibus Lamberto Rutten, Martino et Joanne Rutten, Sibilla Snijckers, Joanna et Mechtilde Rutten.

Twee kinderen uit dit huwelijk:

  • 21.7.1766 Jacobus Ludovicus filius P. Huben et A.C. Aengevaeren conjugem quem suscipere illustrissimus ac generosissirnus Dominus Jacobus Ludovicus Desaeres comes de l’Aigle en Maria Theresia De Bergens.
  • 22.1.1769 Maria Gertrudis susc.
    • Jacobus Janssen
    • Petronella Snijckers nomine Joannae Huben.
Bron
S.N. : I. 45 RAM

Op 19 december 1765 heeft een erfmangeling plaats: Simon van Boeket cedeert aan Peter Houben, gehuwd met Cornelia Aen gen Vaeren, weduwe Renier Rutten huis, hof, weiden, landerijen onder Neeritter, Hunsel als elders, Vennerhof genoemd.

Betalende in de schat omtrent 15 boender. Jaarlijks belast aan de kapelanie te Neeritter met 6 vaten rogge; aan de armen 4 vaten, aan de kerck 4 1/2 vat en 1/2 kop rogge, aan huis Horn 5 gl. 16 st. 2 on., item princeri(?) chins 1 gl. 2 st. 2 ort; aan de armen van Hunsel 9 vaten, nog aan Heeren Chins 20 1/2 ey en 4 pacht vat Luycker haever. Timmerman Laurens Eyckheuvels verklaart dat er zeer grote en geen uitstel-lijdende reparatie nodig is. Peter Houben cedeert aan Simon van Boeket 2 bunder land in Ummele kamp onder Kessenich aangekocht van Dirck Janssen voor 1700 gl. en de helft in een huis te Stramprooi in He er Rot, en 7 vrechten land die Peter Houben van zijn vader zaliger geerfd ad (getaxeerd op 700 gl.). En daar en boven geeft P. Houben nog 1800 gl. zo in kroonstukken ad 10 schellingen als in oude schellingen ad 10 st.

Kessenich met zijn berg en zijn kerk
Kessenich met zijn berg en zijn kerk

Tekening van Denise Damiaens

1767

Bron
D.R.H.

Die 6.4.1767 obiit in Heythuizen Reinerus Rutten nonagenarius omnibus tamen sacramentis praemunitus (bij zijn dochter Maria gehuwd met Sibertus Mertens).

1768

Bron
S.N. : I. 45 RAM

Peter Houben, gehuwd met Cornelia aen gen Vaer, woonachtig te Kessenich, leent op 24 juli 1768 2500 gl. van Joannes Reyven, gehuwd met Joanna Janssen, wonende te Neeritter. Onderpand: Vennerhof, Neeritter met alle toebehoorten, schure, stalling, landerijen, ackerland, gras, houtgewas, onder Neeritter, Hunsel als elders belast met + 24 vat rogge 6 gl. chins.

1769

Bron
D.S.-J.G.O.G. p.56

Extraordinaire vergaderinghe gehouden den 31 januari 1769 ten twee uren naar middagh, present den stadthelder Rega, Simon Gielen, Simon Reynders en Martinus Rutten, medeschepenen.

Bron
R. 1769-73 M.E. f. 16-17

Gerardus Haldermans krijgt in 1769:

  1. 1/3 van de groote hoeve nevens R. Rutten zaligers erve en Anthoon Monsieurserve groot 148 r. belast met 5 st. cijns aan ’t Casteel Borgitter.
  2. een stuk land aan d’Ummele Kemp 95 r.
  3. een stuk land genaamd den Schoulepper 162 r. belast met 1 peertskoor aan de Heeren van St. Elisabeth.
  4. een half bonder land gelegen aan ’t koolstratien uitschietende op de waterlaat, onbelast.
Bron
R. 1769-73 M.E. f.18

Joannes Deben krijgt:

  1. Ruttenhoeve gelegen nevens Vlaessererve uitschietende op de beek groot 100 R.
  2. De helft van het vlasvenken 117 1/2 R.
  3. 1/2 tegger gr. 109 r.
  4. 1 vrecht op het Hoogveld.
  5. Een stuk genaemd den Stupaerte 162 R.
  6. Het Boedenbosken 2 vrechten uitschietende op Reiner Rutten siegel Campken.
  7. Een stuk gr. 100 R. reynende aan Jan tax’ erve en met een hoofd uitschietende op Mathijs Stockbroex erve belast met 1 vat rogge aan Heer Baron Bock 1 capuyn en 10 oort cijns.

1770

Bron
R.K. 1759-75

Elisabeth Abitters, vrouw van Joannes Van Bree, verklaart op 19 april 1770 af te staan de tocht van alle goederen komende van Dirk en Lambert Abitter zaliger ten voordele van haar schoonzoon Joannes Snijckers en deze geeft jaarlijks aan stiefvader en schoonmoeder 6 malder 1 vat rogge en 62 g. en tot pand hiervan stelt hij een erve gelegen te Kessenich groot een bonder bosch en land genaemd de Ruttehoef aan de wijers.

1772

Bron
S.N. 1734-1776 - I. 45 RAM

Ick ondergeschreve attesteer hiermeden als dat de vief hondert guldens die Suybert Mertens coemen uit het huys van mijn ouders zalighers bij aencoep volgens gichte syn aen mij onderschreven en aen Peter Houben over gedraeghe en volgens accoert tussen mij en Peeter Houben de vief hondert guldens sin voor Peeter Houben alleen, Ophoeven den 6 meert 1772 - getekend Marten Rutten.

Bron
S.N. 1734-1776 - I. 45 RAM

Op 9 maart 1772 bekennen Petrus Houben en zijn vrouw Anna Cornelia Aengevaeren, inwoners van Kessenich, op 17 maart 1766 uit handen van zwager en broeder Joannes Aengevaeren, burger en inwoner van Maaseik ontvangen te hebben 1200 gl. competerende en toebehorende aan de voorkinderen bij haar comparantinne verwekt in haar eerste huwelijk met Reyner Rutten zaliger, wesende de uitkooppenningen “haerder comparantinne” oprechte derdendeel ofte aenpaerte in haer ouders zaligers huys ende hof met alle sijne ap- en dependentiën, soo ende gelgelijck hetselve gestaen ende gelegen is binnen de stadt Maeseyck op de Pelserstraat, genaemt in den hoek, omtrent de Boschporte. Maria Cornelia verklaart hiervan 500 gl. betaald te hebben aan Sybert Mertens te Heythuizen voor zijn vrouw Cornelia Rutten aanpaart 1n haar ouders zaliger huys binnen Kessenich. Blijkt ook uit een gicht voor justitie Kessenich en een handschrift van Marten Rutten van Ophoven. De overige 700 gl. verklaren de comparanten besteed te hebben tot redemptie van een kapitaal van 1200 gl. dat het Broederschap van den H. Rozenkrans van Maaseik op Venncrho had staan. Voor 700 gl. en intrest wordt borg gesteld.

1773

Bron
D.R.K.

Die 28.4.1773 obiit in Kessenich Petrus Huben Borgimagister hujus anni (voor 1 jaar gekozen) quinquagenarius natus in S_tamproy, maritus A.C, Aengevaeren Mosacensis omnibus sacramentis Ecclesiae praemature munitus.

1775

Bron
G.H.N .

Martinus Rutten leent 2 monden stenen van het naeker capelhuys te Molenbeersel-Neeritter (thans Oude Kerkstraat Molenbeersel) voor 165-0-0.

1776

Bron
G.O.

Marten Rutten fungeert op 1 augustus 1776 als laatmeier van de laatbank Odenhoven te Ophoven wanneer Gerardus Peeters ten behoeve van Simon Reynders een gift doet van een stuk land gelegen op den Landsbergh hercomende van Jan Rockaerts.

1777

Bron
A.L.O.

Realisatie - Den Eerw. Heer Joannes Judocus Martens ten behoeve van Joannes Matthias Van de Borne. Op heden 4 january 1777 voor ons Simon Reynders en Martinus Rutten als laatschepenen dieser Laetbank Botselaer compareerde den Heer Joannes Mattijes Van de Borne enz…

1778

Symon Reynders capitein van Ophoven en Marten Rutten, schepen der Justitie van Ophoven.

Bron
T.O. 1748-1813 PAO

Rutten Maria Catharina, gedoopt te Ophoven is getrouwd te Ophoven op 25.11.1778 met Lambertus Vaesen, gedoopt en wonend in Bree cum dispensatione in tribus bannis.

Getuigen:

  • Michael Gors
  • Joannes Gielen
  • Anna Elisabeth Gielen
  • Gertrudis Elisabeth Gielen.
Bron
A.L.O.

Bekentenisse deeser Laetbank (bedoeld Ophoven) haer gerechtigheyt door den eersaemen Dierick Fransen van Geistinghen wegens een stuck ackerland gelegen op De Deust(?) hercomende van Jacobus Houben. Op heden den 15 oktober 1778 voor Simon Reynders en Marten Rutten laetschepenen des Laethofs Botselaers compareerende Dierick Franssen enz.

1779

Bron
Not. E.

Op 9 januari 1779 compar. Helena Reemers, vrouw van Dirck Heyckers, maakt haar testament:

  1. Aan St. Lambert 5 st. à kerk van Hunsel
  2. Aan haar dochter Hendrina Rutten al haar immobilaire en gezeyde goederen en haar mobilaire goederen aan haar 3 kinderen n.l. Mathijs, Hendrik en Hendrina Rutten en de nagelaten kinderen van Elisabeth Rutten.

Gedaan te Hunsel.

Getuigen: Peter Verstraeten en Leonard Brouns.

Die 23.10.1779 baptisatus est Joannes Theodorus, filius legitimus Philippi Mertens ex Heythuizen et Mariae Agnetis Op ’t Eynde ex Meulenveldt parochiae Stokkemiensis.

Bron
P.T. 1626-1812

Gehuwd te Thorn op 24 november 1779 Joanna Rutten en Lambert Deneer. Getuigen: Henricus Meeckels, Joannes Rutten en Margeretha Parren.

1780

Lambertus Houben, gehuwd met Elisabeth Segers, inwoner op de Doolen onder Kessenich, draagt op 8 april 1780 over aan Joannes Straetmans van Kessenich op Klein Doolen veld reinend ten eenre de weduwe R. Rutten zaliger erve, ten andere Anthonius Soetermans gehuwd met Catharia vandenheuvel erve uitschietend op de straat van Kinroy naar Neeritter gr. 331 1/2 r. belast met 6 st. op ’t adel. casteel Borgitter voor een som van 215 g.

Bron
T.K.

Die 9.4.1780 tribus bannis contraxerunt matrimonium Mathias Vinken ex Kessenich et Maria Vandeur ex Kessemch adstantrbus testibus Mathia Vinken, reynero Vandeur et Mechtilde Vinken.

Bron
S.N. : I. 45 RAM

Peter Cornelis Claeren verkoopt op 4 april 1780 aan Philippe Mertens een huis en hof in Neeritter nabij de moestuin van de pastoor.

Bron
G.O.

Bij de verkoop op 2 november 1780 van een stuk land gelegen te Ophoven in de Veldstraat reinende aan de erfgenamen van Joannes Reynders en Dierick Gielen, groot 176 1/2 roeden, is Marten Rutten medeschepen.

1782

Mathias Houben, gehuwd met Wilhelmina Hoeken, inwoner van Elle, land van Thorn geeft in leen aan Theodorus Franssen, gehuwd met Joanna Meyers, wonende in Geystingen een beemd gelegen onder Geystingen reinende Busserhoferve, het capittel van Maeseyck en de weduwe Renier Rutten zaliger in Kessenich erve gr. 1 honder en 30 r. voor een som van 250 gl.

Gedaan notaris

Getuigen: Mathias en Hendrik Graeff, beiden van Hunsel.

Bron
P.T. 1626-1812

Te Thorn zijn op 7 februari 1782 gehuwd Joannes Rutten en Anna Maria Bocken.

Getuigen: Wilhelmus Velderhof en Aldegonda Gaetzen.

Bron
P.T. 1671- 1804

Te Thorn is op 13 augustus 1782 Leonardus Rutten overleden.

Bron
Not. E.

Jacomina Brouns, weduwe Mathias Bormans, inwoonster van Beersel (Hunsel) draagt op 1 oktober 1782 al haar goederen over aan haar drie kinderen. Goederen Ruttenhof te Beersel (Hunsel) Kessenich en elders.

1782

Bron
T.W. p. 11

Op Kerstdag 1782 wordt de eerste brandbrief gevonden bij Marten Rutten te Ophoven.

1783

Die 23.2.1783 praeviis tribus bannis et praevia dispensatione super quarti aequahs consanguinitatis gradus impedimento contraxerunt matrimonium Joannes Lambertus Eyckheuvels parochianus de Neeritter et Joanna Rutten parochiana mea, adstantibus testibus Joanne, francisco et reynero, Mechtilde et Cornelia Rutten.

Kinderen uit dit huwelijk (te Neeritter):

  • die 11.2.1784: Anna Cornelia
    • p. Laurentius Eyckheuvels
    • m. Anna Corn. Aengevaeren
  • die 23.5.1786: Joannes Reinerus
    • p. Franciscus Rutten
    • m. Anna Mar. Aengevaeren loco Joannae Kilmen
  • die 22.4.1788: Laurentius
    • p. Christianus Verkissen
    • m. Maria Mechtildis Rutten
  • die 6.7.1791: Henricus Lambertus
    • p. Theodorus Moors loco Joannis Janssen
    • m. Cornelia Rutten.

1784

Bron
S.N. : I. 46 RAM

Registratie op 18 november 1784 van een notariele akte d.d. 20.10.1784 van M. Eggelen, Kinrooi onder Kessenich. Als getuige is vermeld: Joannes Rutten.

Die 2.5.1784 praemissis tribus bannis et cum dispensatione super duplici videlicet quart1 aequalis consanguinitaties ex uno et tertii etiam aequalis ex altera stripitibus graduum contraxerunt matrimonium Renynerus Janssens et Mechtildis Rutten originis ex parochia de Kessenich adstantibus testibus Francisco, Reynero et Cornelia Rutten.

1785

Die 27.5.1785 obiit in Kessenich Joannes Rutten maritus Mariae Catharinae Claeren aetatis suae 31 circiter annorum, omnibus sacramentis rite munitus.

Bron
T.O. 1748-1813 PA()

Rutten Reinerus gedoopt te Ophoven en Petronella Hulskens, gedoopt te Leveroy, diocesis Ruremund zijn op 11.1.1785 te Leveroy getrouwd coram R. Domino G.H. Verstegen pastor in Leveroy cum dispensatione in tertio gradu consanguinitatis collateralis aequali et in tribus bannis ab. ill. Domino De Fabrij Beckers,

Getuigen: Gerardus Hulskens en Elisabeth Hulskens.

Bron
T.W. p. 18

Op 18 januari 1785 moest Marten Rutten 100 gulden leggen aan het voorderhengsel, tien treden over het vonderen en een trede van het voetpad af.

Bron
T.W. p. 19

Marten Rutten moet op 21 januari 1785 200 gulden leggen aan de “Lincoul”:

“Marte rutte, het geldt is ontfange en uwen pagthof is betalt en bouten pereijkel en nu om u woonagtigh huis buijten perijkel te stelle soo sult gij brenge in de leijmkoul als men van ophoven naar maseijk gaet dar sult gij vinde drij wegh net wij gij ophoven in de leijm kul komt en daer vint gij in het midde een heuvel of een kleen bergh stan en dat sal eene blauwe klauwe steen opligge en opdat selve bergh moete dij twee hondert gul luijx in een kolke ligge en den blauwen sten dar op en het vorige moste ook int lux betalt sijn en dan sult gij kort dar naer dat gij betalt hebt quitansi krijge van onse kapitijn par post en dit gelt moet pont drij dage en drij nagte blijve ligge en moet deese avont om seven ure dar weze en wilt mar nit mankeere van agter te blijve dan hebt gij U vorige gelt in den wint geworpen en u huis moet brande omdiswille dat et onse eet soo is mar nar dat gij betalt hebt moet ten minste nit vreese en ook geen meninge meer krijge maer wee dij nogh nit betalt hebbe laetse mar segge mijn huis kan nit angesteke worde maer heel ligtelijk zulle dij huijse afbrande en selfs darin versmorden dar woordt ook gesegt gij moet uitlegge het is mar om u te jare mar informeert u in het luikerlant hoe dij gevare sijn die niet betalt hebbe darom wilt gij slapen gerust soo makt dat gij deese furi belust en mankeert nit van deese avont te legge en laete ligge wij hijr geschreve stat of dar sal volge het alder grotste kaet en ten minste wij hoore van op te passe woort het niet gehalt past op past mar wel uwe tijt”.

Bron
T.W. p. 40

Marten Rutten ontving op 23 februari 1785 zijn vierde brandbrief (vertaling):

“Deze brandbrief schrijf ik u om zevenhonderd gulden te betalen voor uw boerderij te Kinrooi, de Merrenhof en Boomgaardhof, indien U niet betaalt, steken we alles in brand en zullen we u uw leven lang vervolgen; wij zullen het niet vergeten en uw vruchten op het veld in brand steken. Als u er met anderen over praat zullen wij ook die het huis in brand steken. Geeft u het geld goedsmoeds dan zal ‘u geen kwaad meer geschieden. Het geld moet liggen aan de eerste popelboom achter het huis in de gracht. Praat ge er met anderen over, dan zal het u en hen levenslang rouwen. We zullen u blijven achtervolgen tot onder de galg. Als we te weten komen dat iemand op de loer ligt, dan zal het u levenslang rouwen‚ Achter het huis van Frans (Garé) moet het geld liggen en ge kunt het wel verstaan en anders zullen we u wel leren verstaan."

Antwoord van Marten Rutten:

“seer verwondert sijnde over desen ingesloten brief denw. mij door frans in handen is gestelt waer uyt dat ick geen sekerheyden kan verstaen en geenen rechten naem en kan vinden anders soude ick den selven seer geene aen hem hebben gegeven soo wel als frans daer om kome ick den selve te leggen op die plaets waer het gelt had moeten liggen‚ mij geensints konnende laaten voorstaen dat hij aen mij sal hooren om dat ick aen de twee brieven eenen van hondert de twede van twe hondert gls heb betaelt waer door dat ock aen u companie heb voldaen, volgens dat gij geschreven hebt in den brief van jan mathijs gielen, dat hij bij mij souden gaen en dat ick hem de plaets zoude wijsen waer dat hij sijn gelt soude leggen, bij mij die betaelt heeft en buyten perijckel gestelt is daerom en kan ick mij niet laaten voorstaen en hoope oock niet dat dien voor mij gedicht sal sijn waer in dat geenen rechten naem te vinden is“.

Bron
T.W. p. 41

Op donderdag 24 februari 1785 ontvangen Marten Rutten en Simon Reynders een dreigbrief:

“simoen Reders en maetant rietant tet samen in tiet van ennen daeg en we sellen isek noegt leren seken en wie konnen ons onsienden maken en in wiel het met sien wies aen horen is komen halena en det is osck dan s 1 r s wie sien on51enden w1e sollen hen noegt leren en wie sellen”.

Bron
T.W. p. 83

Jan Geusen, bokkerijder uit Ophoven, aangehouden op 14 maart 1785 trok zijn deel op van de brandbrief aan Marten Rutten. De verdeling gebeurde bij hem thuis.

Bron
T.W. p.76

Leonard Raemaekers, bokkerijder uit Ophoven bekent op 25 mei 1785 dat het geld van Marten Rutten bij Jan Geusen verdeeld is dat daarbij aanwezig waren: Severijn Geusen, Jan Smeulders die 30 gulden kreeg, de vrouw van Jan Geusen en deze van de Tamboer en nog iemand aan wie hij twijfelt. Hij trok 10 gulden op en kreeg 20 gulden mee voor Moubax die niet kon komen.

Bron
T.W. p. 90

Joanna Verstappen, bokkerijdster te Ophoven bekent op 4 juni 1785 dat haar man Herman Cremers, bijgenaamd de Tamboer, een brandbrief schreef aan Marten Rutten en dat het geld verdeeld werd bij Jan Geusen tussen haar, Jan Geusen en vrouw, Leonard Raemaekers, Jan de Smid uit Kessenich, Thijs Leenders en Henricus Houben uit Maaseik.

Bron
T.W. p. 79

Leonard Raemaekers, bokkerijder uit Ophoven, bekent op 3 augustus 1785 dat ze op 8 februari 1785 planden “Bongaerden hotken” eigendom van Marten Rutten in brand te steken. Pas daarna wilden ze hem een brandbrief schrijven voor zijn huis. Indien hierop geen geld kwam, zouden ze Martens huis en dat van Jan Mathijs Gielen in brand steken en tijdens de brand zouden ze dan met de ganse bende de pastorij van Kessenich gaan uitplunderen. Iedereen die hun hierbij in de weg zou lopen, zouden ze met “vierkantige ijsere moortpriemen ….. doorsteeken en capotmaecken”. Hij vertelt verder over de moordpoging op schout Van der Meer en een brandbrief voor Marten Rutten van 100 gulden tijdens de vroegmis door Mertens in diens huis geschreven, door Mertens en diens knecht gelegd en door die knecht en Sillen Gerard (Gerardus Graus) opgehaald. Door de tegenwerking van Kerkx ging de brandstichting bij Eggelen in Kinrooi niet door.

Bron
T.W. p. 104

Catherina Hellebrands aangehouden als bokkerijdster te Geistingen-Ophoven wordt op dinsdag 17 oktober 1785 ondervraagd door de plaatselijke schepenbank die als volgt is samengesteld: Simon Reynders, president, Marten Rutten, schepen, procureur en notaris Leenders uit Maaseik en Nicolaas Bouten uit Maaseik, daar scholtis, en bijgevoegd schepen te Ophoven waar hij secretaris is.

1786

Bron
D.O. 1748-1813 PAO

Rutten Martinus 1. zoon van Reinerus en Petronella Hulskens u.e. is gedoopt te Ophoven op 7.2.1786.

susc. Martinus Rutten en Catharina Reijnders.

Bron
T.W. p. 110

Op de folterbank geeft Catharina Meyers, bokkerijdster uit Geistingen op 17 maart 1786 toe dat zij van de brandbrief voor Marten Rutten vijftien stuivers ontvangen heeft.

Bron
T.W. p. 109

Gerardus Gerits, bokkerijder uit Geistin en, geeft tijdens een verhoor op 22 maart 1786 aan de schepenbank toe dat hij aanwezig was toen men een brandbrief voor Marten Rutten verdeelde.

Die 3.9.1786 absolutis tribus bannis contraxerunt matrimonium Antonius Wackers ex Maasbracht et ratione domicilii parochianus de Thorn et Maria Cornelia Rutten originis parochiae de Kessenich, adstantibus testibus reynero Rutten et Gertrude Houben.

1787

Mathias Leurs jonkman verkoopt aan zijn halven broer Reyner Leurs een stuk akkerland gr. 112 R‚ gelegen in Kessenich reinende Boeterstoxveld, de perren, schepen Rutten van Ophoven erve, Reyner Verstappen erve voor een som van 35 pattac. (140 g) contant betaald. Gedaan notaris.

Bron
S.K. 1686-1794 RAM

Reyner, zoon van schepen Rutten, vraagt op 24 mei 1787 voor de adellijke leenzaal van Kessenich toelating om een stuk akkerland te mogen verkopen, behorende onder het Bockenleen en gelegen te Ophoven.

Bron
D.O. 1748-1813

Rutten Joannes Mathias 1. zoon van Reinerus en Petronella Huiskens u.e. is op 20.10.1787 gedoopt te Ophoven.

Susc.

  • Simon Reijnders namens Mathias Huiskens
  • Catharina Haex namens Ida Vandeweem.

“Secunda septembris promissis tribus bannis et cum dispensatione super quarto aqualis consanguinitatis gradus impedemento et raevia eijusdem dispensatione ratificatione ab illustrissimo episcopo ruremun ensi contraxerunt hic matrimonium Reijnerus Rutten meus ratione originis et domicilii de Werth sub Diocesi Ruremundensi adstantibus testibus Francisco Rutten en Gertrudo Houben et alteris”.

1788

Bron
S.N. : I. 45 RAM

Leonardus van de Port gehuwd met Maria Stals, inwoners van Neeritter lenen op 29 oktober 1788 van de eerbare Maria Catharina Claeren echtgenote van Joannes Rutten 200 gl. à 4%.

Bron
R.K. 1788-95 f. 51

Symon Reynders, Anth. Grins gehuwd met Elisabeth Reynders, Reyner Leurs, man van Joanna Reynders, Eerw. heer Martin Rutten, gevolmacht van Ida Reynders wed. Arnolds, Reyner Rutten voor zijn schoonmoeder Catharina Reynders weduwe Hulskens, Guilelmus Reynders voor hem en zwager Nelissen verklaren op 25 november 1788 over te dragen:

  1. aan Mathias Deben gehuwd met Catharina Hennen een stuk akkerland gelegen op den sleutel Geystingen 473 g.
  2. Aan Reyner Henckens een stuk land gelegen onder Geystingen regn. ter eenre Boxhoferve en Bussershoferve en den steenpad.

1789

Bron
R.N. 1788-05 f.49-50

Petrus Claeren schepen der Justitie Neeritter heeft op 4 februari 1789 uitgeleend aan Theod. Parren gehuwd met Petronella Deckers van Thorn de stukken land die hij den 29 dec. ll. namens zijn kleinzoon Joannes Reynier Rutten binnen Thorn verkregen heeft uitwijsens het protocol van de heer Grondmeyer aldaar voor een toust van 99 j. voor een som van 1618 g. contant betaald.

Gedaan: Neeritter Huis Peter Claeren

Getuigen: Math. Claeren en Arnold ten Dijck.

Extractum ex registro baptisatorum parochialis ecclesia Mosacensis. Anno Domini millesimo septingentesimo quadragesimo nono die decima quarta mensis junii natus et baptisatus est jacobus josephus filius legitimus joannis Noël et joanna maria Rutten conjugum susceptores jacobus Nelissen et Catharina Denckers loco Marie Christine Noël.

Concordantiam cum suo originali attestor in cujus fidem propria manu subscripsi.

Sigilloque meo munivi

L. De Borman

Pastor et canonicus Mosacensis

Dabam mosaci hac prima julii 1789.

Bron
D.O. 1748-1813 PAO

Rutten Maria Catharina 1. dochter van Reinerus et Petronella Huiskens u.e. is gedoopt te Ophoven op 28.7.1789.

Susc.

  • Martinus Rutten namens Simon Hulskens
  • **Catharina Haex namens Maria Catharina Rutten.

1790

die 5.9.1790 cum dispensatione in bannis atque in duplici consanguinitatis gradu tertio aequali scilicet ex uno stipite et quarto aequali gradu ex alio stipite in matrimonium conjungi Ludovicam Janssens et Fransciscum Rutten praesentibus testibus Sophia Janssens Reinero Hermans et pluribus aliis.

Kinderen:

  • 6.4.1792: Reinerus
    • p. Theodorus Janssens
    • m. Cornelia Aengevaeren
  • 12.8.1794: Martinus
    • p. Renerus Rutten
    • m. Cornelia Janssen
  • 28.9.1796: Sibilla
    • p. Renerus Janssens
    • m. Johanna Rutten
  • 12.4.1799: Franciscus
    • p. Joannes Eyckheuvels
    • m. Elisabeth Janssen
  • 6.7.1800: Anna Cornelia
    • p. Antonius Vandeboel uit Thorn
    • m. Mechtildis Rutten
  • 12.12.1802: Mechtildis
    • p. Antonius Wakkers
    • m. Maria Catharina Janssens
  • 7.6.1804: Theodorus
    • p. Mathias Vangeneygen
    • m. Mechtildis Rutten nomine Corneliae Rutten
  • 23.9.1806: Jacob
  • 1.4.1809: Henricus
  • 4.8.1811: Antonius overleden 26.1.1812
  • 4.8.1815: Mechtildis.
Bron
T.W. p. 131

Philip Mertens wordt op 27 november 1790 te Antwerpen aangehouden. Hij is geboren te Heythuizen op 18 maart 1753. Zijn vader Sibertus Mertens was o.a. handelaar en landbouwer en zijn moeder Cornelia Rutten uit Kessenich had een kruidenierswinkel. Op 6 oktober 1778 was hij getrouwd met Maria Agnes Op het Eynde uit het Meulenveldt onder Stokkem. Op 9 maart 1791 worden hem 53 feiten ten laste gelegd. Herhaalde malen wordt hij gefolterd: 3 juli 1792, 8 augustus 1792, 9 augustus 1792, 29 oktober 1792 en 25 juli 1793. “De beschuldigde, tot op het hemd na uitgekleed, werd op eenen driepikkelstoel voor een vuer gezet. Men bond hem de handen op den rug en de voeten achterwaerts tegen de pikkels des stoels. De hals werd besloten in eenen ijzeren met scherpe pinnen beslagen halsband, welke met koorden aan de vier hoeken van de Tortuerkamer werd vastgemaekt. Eindelijk werden hem gewigten aen de vingers gehangen, welke daerdoor tot krakens toe gerekt werden. Wanneer de ongelukkige echter bij dat alles het hem aengetegen feit volstandig bleef loochenen, dan nam de scherpregter of zijnen knecht eenen stok, en sloeg daermede op de koorden, bij welke de halsband aen de vier hoeken des vertreks vast was; en de minste beweging, gelijk men ligt zal bevroeden, was genoegzaam om de ijzeren pinnen in den als des ongelukkige te doen dringen, dat het bloed hem langs alle kanten afzijpelde”. Hij wordt ter dood veroordeeld op 20 september 1793 en ’s anderendaags op 21 september 1793 op de Grote Markt te Antwerpen “als brandbriefschrijver, al’weirder Godts, dief ende moordenaar” geworgd en geradbraakt.

1791

Bron
P.O.

Te Ophoven is op 8 maart 1791 geboren Simon Rutten zoon van Reyner en Petronella Hulskens.

  • p. Dom. Rutten
  • m. Gertrudis Hulskens.
Bron
M.R.-R.M.

Renier Rutten geboren te Ophoven op 4 oktober 1758 is burgemeester te Ophoven in 1791, in 1803 en in 1820.

1792

Bron
S.K. 25 RAM

Franciscus Rutten koopt voor het schepengerecht van Kessenich op 27 januari 1792 een beemd “De Keel“ genaamd, door Anna Snijckers publiek te koop gesteld. De weide (164 roeden groot) was gelegen aan de enze zijde naast de Vilgerten en aan de andere zijde naast Cranssenhoferve. Franciscus Rutten deed het hoogste bod van 170 gulden. Voor losgeld betaalde hij twee stuivers.

1793

Marten Rutten, geboren te Kessenich op 14.2.1721, gehuwd met Ida Vandeweem te Ophoven op 16.9.1742, weduwenaar, maakt op 3.9.1793 zijn testament. Al zin goederen - behalve Knabhuizer laatbank - vermaakte hij aan zijn drie kinderen:

  1. E.H. Martinus Rutten, kanunnik te Sittard
  2. Lambert Vaesen, schoonzoon, gehuwd met Maria Catharina Rutten
  3. Renier Rutten, man van Petronella Hulskens.
Bron
D.O. 1748-1813 PAO

Rutten Lambertus 1. zoon van Reinerus en Petronella Hulskns u.e. is gedoopt te Ophoven op 23/2/1793.

susc. Martinus Rutten namens Lambertus Vaesen en Elisabeth Hulskens.

Bron
R.N. 1788-95 f. 212

Petrus Claeren weduwenaar van Gertrudis Segers inwoner van Neeritter maakt op 28.5.1793 zijn testament:

  1. 5 st. aan de Kerk van Neeritter
  2. algemeen erfgenaam zijn zoon Mathias Claeren gehuwd met Hendrina Houben voor de helft en Joannes Reynier Rutten nagelaten zoon van zijn dochter Maria Catharina Claeren gehuwd met Joannes Rutten zaliger voor de andere helft.

1794

Bron
D.S. J.G. - D.G. p. 114

De burgemeesters Renier Rutten van Ophoven en Jan Notten van Geistingen krijgen op 11.9.1794 opdracht 4000 gld. op te nemen “aen den minsten intrest mogelyck” om de verplichtingen t.o.v. de Franse bezetting na te komen.

1795

Bron
D.S. J.G. - o.e. p. 116

Reyner Rutten van Ophoven en Jan Notten met Peter Dael(e)mans van Geistingen zijn in 1795 de laatste burgemeesters volgens de oude traditie.

1796

Bron
P.O.

Te Ophoven is op 16 januari 1796 geboren Joannis Mathias Rutten, zoon van Reijnerus en Petronella Hulskens.

  • p. Ger. Hulskens
  • m. Jota Reynders.
Bron
P.T. 1626- 1807

Te Thorn is op 27 februari 1796 geboren Joannes, Jacobus Rutten, zoon van Reinerus en Anna Margaretha Vlodrop.

  • p. Jacobus Schaken
  • m. Anna Catharina Vlodrop,
Bron
D.L. 1909

Frans Rutten plaatste zijn handtekening onder het laatste blad van de volkstelling in 1796: “Alle de geene die op desen leyst staen seyn alle pachters en arbeyders die met wercken dagh en nacht hunnen kost moeten winnen geenen uytgenoernen‚ Kessenich den 5 meert 1796 F. Rutten, agent municipal”.

Bron
V.D.W.L. 1909

Jan Rutten tekent op 3 november 1796 als agent municipal van Kessenich protest aan tegen het decreet van 1 september 1796 waarbij de kloosters door de Franse overheid werden opgeheven; onmiddellijk erop volgde er een sanctie. De agenten die protest hadden aangetekend worden bij decreet van 17 november 1796 uit hun ambt ontheven.

1800

Bron
D.O. 1748-1813 PAO

Rutten Joannes 1. zoon van Reynerus en Petronella Hulskcns is te Ophoven gedoopt op 2.4.1800.

Susc.

  • Henricus Reijnders namens Eerw. Heer Martinus Rutten
  • Anna Catharina Brouwers namens Odilia Houben.

Le 1 floréal An 8 (21.4.1800) mourut à Neeritter Joanna Rutten, 43 ans, demeurant à Neeritter, épouse de Jan Eyckheuvels.

1802

Bron
F.A.R.

Renier Rutten, geboren te Kessenich op 22.3.1764 koopt op 30.4.1802 de boerderij Vinderhof te Neeritter voor 5.800 gulden.

De ondergeschrevenen bekennen verkocht te hebben aan Reijner Rutten Vinderhoof gelegen onder Neeritter met alle landerijen, beemden en houtgewas voor een som van vijf duysend achthonderd vijftigh gulden en ondergeschrevenen verplichten en cavieren hun voor alle aanspraak. Aldus geschied tot Kessenich den 30 april 1802.

Getekend: Frans Rutten, A. Wackers, J. Vandersanden, Joannes Eyckheuvels vader ende moember van mijn kinder, Mechtildis Rutten, Ludovica Janssen, Cornelia Rutten.

Franciscus Rutten, geboren te Kessenich op 23.8.1759 koopt op 30.4.1802 een boerderij te Kessenich voor 2.500 gulden.

“Ten eersten

De ondergeschrevenen bekennen verkocht te hebben aan Franciscus Rutten het huys gelegen tot Kessenich voor de som van twee duysent vijf honderd gulden waarvoor de ondergeschrevenen sig verplichten en cavieren voor alle aanspraak.

Ten tweede het gerij te weten karren, ploegen, eegdens, koeketel, tobben en schenevervaten en al wat van het stokerij toehoerig is, den ouden brandewijnskietel met zijn toebehoor.

3 en verders koei, schap, perd, verken, schuppen, rieken, snijkist, exelkist en alle pachtlanderijen enz… voor een som van twee duizend achthondert gulden.

Aldus geschied den 30 april 1802.

A. Wackers, Reynier Rutten, J. Vandersanden, Joannes Eyckheuvels vader en moember voor mijn kinder, Mechtildís Rutten, Cornelia Rutten, Sibilla Van Geneygen”.

Le 5 nivôse de 1’An 11 (26.12.1802) mourût à Neeritter Joannes Eyckheuvels, cultivateur, 44 né et domicilié à Neeritter, fils de Laurent.

1803

Rutten Martinus 1. zoon van Reinerus en Sibilla van Geneijgen u.e. is gedoopt en geboren te Neeritter op 26.9.1803.

1804

Bron
E.C.

Cornelia Aengevaeren, geboren te Maaseik op 25.7.1730, weduwe van Renier Rutten en van Petrus Huben is te Maaseik overleden op 26.6.1804. (7 messidor an 12)

Bron
F.A.R.

Verpagtinge van Hoezerhoff tot Geestingen door mij E. Montforts als rentmeester der selven verpagter ten eenre en ten behoeve van den borger Reyner Rutten en Sibilla Vangeneygen aenpagteren ten anderen syde.

Conde en kennelyck zije hier mede aen allen ende jeder die sulx conde of mogte aengaen dat ick onderschrevene E. Montforts niet alleen in qualiteijt van rentmeester maar ook en daar en boven uit speciale orderen en commissie van mevrouw de gravin van Borchgrave dame chanoinesse van het voormalig capittel van Munsterbilzen hebbe verpagt gelijck verpagte bij dezen aen den berger Reynerus Rutten inwoonder van Vennerhoff in houwelijck met Sibilla Vangeneygen bijde praesent, accepteerende en alhier mede ondergetekende den hoff genaemt Hoezerhoff tot Geestingen met ap- en dependentien van dien gestaen en gelegen tot Geestingen soo en gelijck den selven tot hier aen is beackert gewest door den borger Martinus Vangeneijgen ende Maria Catharina Jansen laetstgewesenen halfwinne en sulx alles onder voorwaerden en conditien naer volgende.

Eerstens sal dese verpagtinge haeren aenvanck nemen te Paeschen 1804 en aldus continueerden den tijdt van twaelf agter een volgende jaeren, edogh met ten halven te connen en te mogen opzeggen wie van bijderzijds gelieven sal, mits opcondinge van drij maenden te bevoorens.

Tweedens sal den aenpagter voor pagt van voorgeschrevenen hoff met annexe landerijen jaerlyx te Sint Andries aen eenen tijdelijken renten op den solder van het casteel tot Grathem of elders waer hem sal geordonneert worden leveren vijftig malder roggen, veertien malder tarwe, twaelf malder boekwijt, twaelf malder gerste, en twee malder haver kleene mate, alle suyvere vrugten en in Maesyker mate of valiure dier welche vrugten hij oock op ordere van eenen tijdelijcken rentmeester sal moeten vervaeren drij in de ronde op sijne eygene costen alwaer hem sal geordonneert worden.

Derdens sal den aenpagter jaerlijx voorliggend vervallende het eerste mael tot Paeschen 1805 even en betaelen eene somme van vijftig pattacons en bovendien een derde deel in den schat of contributie, welchen jaerlyx tot laste van voorgeschrevenen hoff uytgeschreven is of nog verder sal uytgeschreven worden sonder daer voor jets aen den pagt of tigt geldt te connen of te mogen deconverteren blijvende.

Vierdens ten privativen laste van den aenpagter alle vernieuwe contributien van deuren, van vensters, van mobilair, van ersoneel en alle soortgelijcken als oock alle logementen, karre vragten, handdiensten of andere van wat naeme natuyr of conditie, sonder dat den aenpagter daervoor eenige vergoedingen of indemnisatie sal connen of mogen pretenderen, dan die welche daer voor door de gemeente goet gedaen wort.

Vijfdens sal den aenpagter aen den genoemden verpagter jaerlyx geven den elfden schoof van alle vrugten ten welke op voorgeschreven landerijen sullen wassen geene uytgesondert of gescheyden welchen jaerlyx door eenen tijdelijken rentmeester op het veld sullen uytgehoven en ter dispositie van desen uytgedorsen worden, welchen elfden schoof den aenpagter sal moeten bijvaeren ter plaetse waer en als wanneer hem sulx door den rentmeester sal geordonneert worden sullende daervonne den aenpagter verpligt wezen van aen sijne rentmeester kennissen te geven dat de vruchten gemayt of gesneden ten minste drij daegen te bevorens eer hij sijne eygene vrugten sal mogen invaeren.

Sesdens sal den aenpagter jaerlyx den voornoemden pagter of dessens principalen vijf daegen in het jaer moeten dienen met karren en paerden daer en te wat plaetse hem sulx sal geordonneert worden en sulx alles op sijne eygene costen, item sal oock jaerlyx noodigh is eene reise naar Bovelingen of ter distantie van dien moeten doen om het een of ander daer naer toe te brengen of van daer te haelen voor welche reyse hem niets anders dan de verteeringen sal betaelt worden, item sal ook jaerlyx tot onderhoud der daecken moeten leveren vier karren(?) schoof.

Sevendens in val van hagelslagh, kriegs verderf, miswas van vrugten of andere onvoorsienlycke toevallen, waer voor ons God wil behoeden, sal den aenpagter geenen quytslagh konnen of mogen pretenderen, maer sal desniettegenstaende verpligt wesen van sijnen beloofden en versprokenen pagt te voldoen en te betaelen‚ welck alles ongeacht sal den aenpagter verpligt wesen sijnen schaede binnen de drij daegen aen eenen tijdelijcken rentmeester te geven die alsdan bij advies van sijne principalien, daerinne kan doen en handelen naar geliefte.

Achtens eenige reparatien aen den hoff noodigh sal den aenpagter alle daer toe noodige materialen moeten bijvaeren de arbeyders van wat naeme of conditie kost en dranck geven en dese stroy decker als opperknegt dienen aen welche edogh den genoemden verpagter den daghloon sal moeten betaelen en terwijlen verders den genoemden verpagter verpligt wort van op te bouwen eenen nieuwen schaepsstal naest het huys tot groot gemak en commoditeit van den aenpagter en waer voor oock aen den selven verspaert worden de reparatien dier soo sal den aenpagter verpligt wesen van aen de arbeyders den daer toe noodig en kost en dranck te bezorgen waer voor aen hem sullen betaelt of gevalideerd worden voor dit jaer thien Fransche coronen in specie.

Negendens sal den aenpagter alle lyme wanden op synde costen maken en onderhouden waer toe hem edogh de noodige nagels, latten en tuyngeerden sullen gelevert worden.

Thiendens sal den aenpagter alle heggen om synen bemden, weyden of landerijen op behoorlijke tijdt van het jaar in ouderdom mogen snoeyen of kappen maer geene opgaende struyken of andere boomen welche voor den genoemden pagter blijven gereserveert gelyck als oock de magt van boomen te planten daer en alwaer em sulx sal gelieven.

Elfdens sal den aenpagter alle landerijen, bemden ende weyden behoorlyck mesten en aelgeven oock deselve in voren en paelen houden op dat de selve door niemand beschadigt worden.

Twaelfdens soo dese aenpagter met deze geheele of halven toust quame te verbrecken sal hij naer Sint Peters stoel dagh geen mest meer mogen afvaeren en sal voor den toucomende pagter vijf boender tot voorlandt niet van het beste ook niet van het slegtste moeten laeten liggen.

Derthiendens sal den aenpagter gehouden wesen van sijnen voorgeschrevenen beloofden en versprokenen pagt tigt geldt als andersindts binnen den gestelden tijdt promptelyck te voldoen faute dier sal den eenen tijdelijcken rentmeester vrijstaen van niet alleen den aenpagter tot de betaelinghe te excontureren (?) maar oock seffens van den hoff te doen vertrecken en den selven aen eenen anderen te mogen verpagten sonder eenige formaliteiten van regten naer te volgen of eenig eguard te kunnen nemen op het mestregt of verpagtingen aen alle welche formaliteiten den aenpagter mits desen renuncierende ende daarvan afstant doende.

Veerthiendens sal den aenpagter den hoff aan niemand anders mogen overlaeten of verpagten nog te oock eenig landt van den hoff buyten weten of consent van den rentmeester selfs eenen anderen mogen verpagten en sulx op paene dat den selven pagt sal comen ten profijte van den voornoemden verpagter sonder dat den aenpagter den selven van sijnen hiervoren besprokenen pagt sal connen of mogen decounteren waer bij ……. den selven.

Vijfthiendens al nog verboden wort van eenig ander land tot den hoff niet gehoorig tot den selven te ackeren op paene van dadelijk vertreck dan alleenlijck een boender op den leem, welch tegenwoordig in bezit heeft en twintig sesthiendens bij de huydige wetten geordonneert wort dat dergelijke contracten als is dan desen ten bureau van enregistratie tot Maseyck moeten worden geregistreert soo sal den aenpagter aan dit punt ops syne eygene en privative costen binnen den bestimden tijdt moeten voldoen, en in val van mijnigheyt of nalatinge dier moeten voldoen alle daer toe staende straffen of amendens welch …….. ander den aenpagter verclaert hier mede te accepteren.

En tot betere naercomingen deser voorschreven puncten, clausulen en conditien die den aenpagter verclaert hier mede te aenveerden en te accepteeren en van nu en ten eeuwigen daege te sullen houden voor goet, vast, bundig van waerde en onverbrekelyck onder verbant als naer regten, heeft dan aenpagter specialyck verbonden en verobligeert niet alleen syne bestilien gereede goederen en effechten welche hij op den hoff sal inbrengen maer oock synen hoff genaemt te Venner met op en dependentien van dien, ten deele onder Uffelsen, ten deele onder Beersel en ten deele onder Neeritter gelegen, voorts generalyck alle syne nu hebbende als naermaels vercrijgene goederen en effecten daer en alwaer gelegen en ervintelijck waer den voorschreven rentmeester bij niet naercoming der voorschrevcn puncten clausulen en conditien ten allen tijde syn volcomen verhael sal connen en mogen vinden en derhalvens de selve submitteerende …….. parate executie onder uitdruckelijke venantiatie aen alle beneficien en indulten(ia) van regten eenigsints ter contrarie en op dat den eenen of anderen daer van gene ignorantie soude connen of mogen pretenderen sijn hier van twee gelijck luydende instrumenten vervaerdigh worden waer van het eene aen bijdersijdtse getuigen ondertekeninge den genoemden verpachter ten anderen heeft behouden en het andere eodem den aenpagter overlevert.

Aldus geschiet ter praesentie van den burgeren Meuwis Hendrix en ……. Dousens einwoonderen tot Grathem als geloofweerdig ten desen versogte getuygen die dese beneffens ons verpagter en aenpagter eygenhandig hebben ondertekent binnen Grathem op den vierden februari 1804.

Getekend E. Montforts, Reynier Rutten Sibilla Vangeneygen.

1805

Bron
D.R.O. 1748-1813

Te Ophoven is overleden op 7.7.1805 Joannes Rutten, geboren te Ophoven op 2.4.1800, zoon van Reynerus Rutten en Petronella Hulskens.

Bron
D.R.O. 1748-1813

Overleden te Ophoven op 21.7.1805 Mathias Rutten geb. Ophoven op 6.1.1796, zoon van Reinerus Rutten en Petronella Huiskens.

1806

Bron
P.H. G.K. p. 94

Werden aangesteld als leden van de Conseil Municipal te Kessenich op 22.4.1806 Pierre Haeldermans en Frans Rutten.

1808

Bron
P.H. G.K. p. 94

Waren lid van de Conseil Municipal van Kessenich in 1808: Willem Bosmans, Jaak Vandersande, Pierre Haeldermans, Frans Rutten, Renier Deben, Jaak Vangeneygen, Mathieu Vangeneygen, Gerard Keijaarts en Pierre Vandevoort.

1809

Bron
T.O. 1748-1813 PAO

Rutten Anna Catharina, gedoopt te Stevensweert is op 10.9.1809 te Ophoven in het huwelijk getreden met Arnoldus Jacobus Bergs, gedoopt te Aldeneyck.

Testes: Lucovicus Bergs, Joannes Van Geneijgen, Margareta Deben en Elisabeth Vangeneijgen.

1811

Bron
D.R.O. 1748-1813 PAO

Te Ophoven is op 5.3.1811 overleden Rutten Martinus geboren te Neeritter op 26.9.1803, zoon van Renier Rutten en Sibilla Vangeneygen.

Bron
T.O. 1748-1813 PAO

Rutten Maria Cornelia, gedoopt te- Kessenich op 4.3.1788, dochter van Renier en Sibilla Vangeneygen trouwde te Ophoven op 4.11.1811 met Reinerus Henckens, gedoopt te Geistingen, zoon van Henckens Gaspar en Helena Geurts.

Getuigen:

Ruth Gielen, Mathieu Van Immissen, Mathieu Joosten, Henri Notten, R. Rutten en M. Rutten.

1812

Bron
P.H. G.K. p. 98

Renier Rutten, zoon van Frans en Ludovica Janssens lootte zich in 1812 soldaat maar liet zich, mits betaling, vervangen door ene Jan Didden.

Te Ophoven is op 26.3.1812 geboren Gaspar Henckens, zoon van Renier Henckens en Corenlia Rutten.

Getuigen: Henri Notten en Mathieu Joosten.

Renerus Henckens oud 26 jaar en 4 maanden, echtgenoot van Cornelia Rutten is op 23.8‚1812 te Ophoven overleden.

Aangifte werd gedaan door Renier Rutten, schoonvader en Jan Henckens broer.

1813

Bron
D.O. 1748-1813 PAO

Rutten Maria, Cornelia, 1. dochter van Reinerus en Maria Elisabeth Dirikx u.e. is op 7.2.1813 gedoopt te Ophoven.

Susc. Theodorus Dirikx en Maria Cornelia Rutten.

1815

Bron
F.A.R.

Op heden dato onderschreven is dese voorstaende pagtcedule wederen opnieuw gecontinueert op dese hoofde van Reyner Rutten onder deselven causulen en conditien als bij selfde vervat en sulx voor eenen toust van twaelf agter een volgende jaeren edogh met ten halven te connen en te mogen opseggen wie van bijdersijdts gelieven sal mits op indienin en van sessen maenden te bevoorens tise oirconden hebben wij voornoemcden verpagter eygenhandig onderschreven op het huys Grathem heden den 28 oktober 1815.

getekend: E. Montforts, Reyner Rutten en Sibilla Vangeneygen.

1816

Bron
P.H. G.K. p. 107

De eerste raadszitting onder de Nederlandse tijd spreekt van “Municipalen raad”. Ze dateert van 28 februari 1816. Toen waren de volgende raadsleden: Frans Rutten, Jacob Vandesande, W. Bosmans, G. Keyaers en J. Vangeneygen.

1818

Bron
A.L. 1818 RAM

Advies van de commissaris van het kanton Maaseik in verband met kandidatures voor het ambt van schout (burgemeester) van 14 april 1818 (Hollandse periode)

Kessenich: Le monsieur Frans Rutten est le seul qui convienne et que l’on puisse présenter; tous les renseignements lui sont favorables.

Ophoven: Le maire actuel demandant à être placé comme sécrétaire le monsieur René Rutten convient le moins mal.

1819

Bron
P.H G.K. p. 107

Frans Rutten was burgemeester van Kessenich in 1818. Bij besluit van 30 maart 1819 werd Frans Rutten nogmaals tot burgemeester benoemd. Hier volgt de eed die hij bij zijn ambtsaanvaarding op 29 april 1819 aflegde:

“Ik belove en zwere dat ik de functieën waartoe ik geroepen ben met ijver en getrouwheid zal vervullen, overeenkomstig de Grondwet, de algemene landwetten alsmede hetgeen bij het Reglement van bestuur is voorgeschreven; dat ik alles zal aanwenden, wat in mijn vermogen is, tot het welzijn der Gemeente, en dat ik om tot mijne benoeming te komen, aan nieman enige giften Peter Segers en Martinus Lamberigts aangesteld als leden van de gemeenteraad in vervanging van Jacob Storms en Godefridus Hermans”.

1827

Bron
T.O.

Huwelijksakte Rutten Jan op 21.4.1827 voor burgemeester Gielen Abram, in aanwezigheid van Henkens Elisa, geboren te Maaseik in de loop van januari 1801, dochter van Henkens Leonard, landbouwer, overleden te Ophoven de 11.4.1816 op 61 jarige leeftijd.

Als getuigen traden op: Reynders Hendrik, landbouwer, Gielen Willem, herbergier, Aerts Gaspar, hoefsmid en Gielen Jan, schoolonderwijzer.

Bron
D.R.O.

Te Ophoven Geystingen overlijdt op 31 december 1827 Sibilla Vangeneygen, in de ouderdom van 70 jaar, echtgenote van Reinier Rutten.

1828

Bron
P.H. G.K. p. 111

Lambert Rutten van Ophoven, koopman in gebakken stenen ontvangt een bedrag van 29 gulden Cleefs geld voor een blad gebakken stenen die gebruikt worden aan de muur van de kerk te Kessenich.

1829

Bron
T.I.

Te Ittervoort zijn op 10 juli 1829 getrouwd Theodorus Rutten, geboren te Kessenich op 7 juni 1804 met Anna Catharina Coolen, geboren te Ittervoort op 11 juni 1798, dochter van Hendrik en Maria Steyvers.

1830

Bron
P.H. G.K. p. 109

Frans Rutten is in 1830 nog burgemeester van Kessenich met als assessoren of schepenen Martinus Lamberigts en Jan Vangeneygen.

1831

Bron
M.R. R.M. p. 22

Lambert Rutten, geboren te Ophoven op 23 februari 1793, gehuwd met Hendrika Schoolmeesters, legt op 12 april 1831 te Roermond zijn eed af als burgemeester van Ophoven.

Te St. Truiden treedt op 13.3.1831 Van Entbrouck Bertilde, Rosalie in het huwelijk met Mathieu, Aexander, Hubert Rutten uit Sittard.

1832

Bron
Not. S. 1.6.1832

Willem Gielen, landbouwer te Wessem verkoopt op 1. juni 1832 aan Renier Rutten, landbouwer te Geystingen een stuk land gelegen te Geystingen, gemeente Ophoven, op het Letterveld, belend Oost Jacob Dirckx en den kiezelweg, West de weduwe Notten, groot een bunder achttien roeden twee en tachtig ellen vierkant voor de som van duizend negentig gulden.

1834

Bron
Not. V.E. 28.11.1834

Hypothecaire inschrijving dd. 7 juni 1834 vanwege Reinier Rutten ten voordele van de Armentafel van de emeente Hunsel: “Jegens Reinier Rutten, landbouwer te Geustingen in de gemeente Ophoven, wegens een jaarlijksch op den dertigsten eugust vervallen de rente van negen Maeseiker Vaten rog, doende voorbehoudens dwaling twee mudden negen koppen twee en vijftig vingerhoeden, begroot op eene hoofdsom oneischbaar van zes honderd dertig francs (630 fr.) Voor twee jaren de baaten begroot op drie en zestig francs (63 fr.) totaal zeshonderd drie en negentig francs (69.3 fr.). Op zes bunders negen en zeventig vierkante roeden vier en veertig ellen bouwlanden, groesen, struikhout en bosschen binnen de gemeente Hunsel gelegen in Vennerkempke sectie B van nummer vijfhonderd acht en twintig tot en met inbegrepen nummer vijfhonderd zes en dertig en in Ruttenkamp sectie C nummers vijfhonderd negen, vijfhonderd elf en vijfhonderd zestien“.

1838

Bron
D.R.K. Te Kessenich is op 29 juli 1838 overleden Franciscus Rutten, man van Ludovica Janssens in de ouderdom van 78 jaar en 11 maanden, zoon van Renier en Cornelia Aengevaeren.

1839

Bron
P.H. G.K. p. 238

Volgens de wet van 3 maart 1838 mocht Jean Jaak Rutten, geboren te Kessenich op 23.9.1806, die een grondbelasting betaalde van 95 fr., deelnemen aan de parlementsverkiezingen van 6 mei 1839.

1840

Bron
F.A.R.

Naar aanleiding van het overlijden van Martinus Rutten te Kessenich op 22 juli 1839 worden door de weduwe Mechtildis Hermans en de kinderen Joannes, Franciscus, Sibilla, Hendrikus Renier en Maria Cornelia Rutten op 10 maart 1840 de successierechten opgemaakt.

Bron
P.H. G.K. p. 128

Het huis met tuin, erf en weide waar Catharina Gielen een winkel uitbaat (voorheen Henri Gielen en Anna Narinx) was in 1840 eigendom van Renier Rutten, landbouwer uit Geistingen. Hij werd daar in 1768 geboren. Zijn ouders waren Renier Rutten en Cornelia Aengevaeren.

Bron
B.S.K. 527

Op 29.7.1840 verschenen voor de burgemeester te Kessenich Snijkers Renier, hoefsmid, oud vier en dertig jaren en Segers Francis, weever, oud acht en vijftig jaren, beiden geburen van de overledene, wonende te Kessenich welke ons hebben verklaard dat gisteren den acht en twintigsten juli ten elf ure voormiddag Rutten Mechtildis van het vrouwelijk geslacht‚ geboren te Kessenich, wonende te Kessenich, oud vier en tachtig jaren, landbouwster, meerderjarige dochter van Reinier Rutten en Cornelia Aengevaren, beiden overleden, echtgenote van Jacob Vandersande in tweede huwelijk en in eerste huwelijk van Renier Janssens, overleden is in het huis genaamd op Bokkenhof, gelegen binnen de gemeente Kessenich.

1841

Bron
Not. Q 17.3.1841

Jan Jacob Smeets, avoué, wonende te Maeseyck verkoopt op 6 maart 1841 als gemagtigd van Maria Josepha Leduc enderzelver echtgenote van Felix Brilouet, chef der accijnzen, wonende te Herzeld, ten taphuize van den heer Jan Janssen, burgemeester van Kessenich aan Renier Rutten, landbouwer onder Ophoven:

  1. een perceel bouwland, groot 41 a 44 ca gelegen op de Kuil naast Theodoor Van Geneygen, den Nieuwenhof voor 1000 fr.
  2. een dito perceel vanzelve maat belend door den Nieuwenhof en de weduwe Renier Snijkers voor de som van 900 fr.
  3. een dito perceel naast het voorgaande groot 32 a 30 ca voor de som van 499,20 fr.

Op 17 maart 1841 moest opnieuw geboden worden; de drie percelen werden uiteindelijk aan Renier Rutten toegewezen voor respectievelijk 1030 fr., 940 fr. en 522,60 fr.

1842

Bron
D.S. J.G. O.G. p. 265

De Philomenakapel te Ophoven op de Kruising Maasstraat met Heerweg en Molenweg te Ophoven werd in 1842 gebouwd door Lambert Rutten en Hendrina Schoolmeesters.

1843

Bron
F.A.R.

Na het overlijden te Bree op 2 maart 1843 van Cornelia Rutten, weduwe van Antoon Wakkers worden te Bree op 15 juni 1843 de successierechten opgemaakt door Renier Wakkers, commis de Poste, wonende te ’s Hertogenbosch, Jan Wakkers, commis de Poste aldaar woonachtig, Helena Wakkers, bijgestaan en bemagtigd van haren man Martin Brouwers, grondeigenaar, wonende te Bree, Mechtildis Wakkers, bijgestaan en emagtigd door haren man Willem Vanvinckenroye, meubelmaker, te Maeseyck woonachtig, kinderen van den overledene, Helena Sijbers, weduwe van Theodore Wakkers vooroverledenen zoon des overledenen, negociante, woonende aldaar, in hoedanigheid van moeder en natuurlijke voogdes harer minderjarige kinderen voortgesproten uit haar huwelijk met wijlen gezegden Theodore Wakkers namentlijk Antoon, Lambert, Marie, Mechtildis, Josepî en Helena Wakkers, Jan Wakkers zonder beroep en Elisabeth Wakkers, ongehuwde zonder beroep, beide gezegde te Maeseyck woonachtig, meerderjarige kinderen voortgesproten uit even gemeld huwelijk.

1844

Bron
Not. Q 9.3.1844

Ik ondergetekende Theodorus Vangeneygen eygenaar wonende onder Geystingen, gemeente Ophoven, verklaar te geven en te vermaken na mijne dood aan mijne zwager Reynier Rutten te Geystingen waarbij ik wonen voor de goede oppassing en zorg in voldoening van kost een stuk akkerland groot aen maete onbevangen vijf vrechten en soo gelijk het selven gelegen is onder Kessenich reynende den Noorden den karweg leydende naer den grooten weg Oost den Armen van Maeseyck Zuid Reynier Rutten gemeld West de Dom alsnog geven en vermaken aan gemeld Reynier Rutten alle mijne roerende goederen.

Geystingen den vijfde juli achttien hondert drij en veertig.

Bron
Not. Q 31.7.1844

Renier en Hendrik(?) Moors verkopen op 31 juli 1844 een perceel land onder Ophoven neffens Renier Rutten, Renier Snijders, Mathijs Henkens en Jan Leurs, groot 52 a 42 ca aan Reinier Rutten, grondeigenaar wonende onder Ophoven voor de som van 1230,80 fr.

1845

Bron
M.L. 1845

Uit de notulen Van de zitting van de bestendige deputatie van Limburg 18 juli 1845: *“autorisé à mons1eur Rutten à Ophoven à établir des fours-à-

briques sur un terrain situé au lieu dit Dalerove sous cette commune”* (waarschijnlijk Het Tegelhuisje).

Bron
F.A.R.

Toust aangaande den pachthof genaamd Houserhof aanvang nemende met Paaschen 1846.

De ondergetekende de Edele hooggeboren vrouw gravin de Geloes, wonende te Elsloo, geboren gravin de Borchgrave d’Altena verklaard bij deze te verpachten voor een toust van drie of zes achtereenvolgende jaren, aanvang nemende met Paasschen achtien honderd zes en veertig 1846) om na willekeur van den pachter te eindigen na verloop van drie jaren mits eene opkondiging te doen zes maanden te voren en om na willekeur der beyden parteyen te eindigen na verloop van zes jaren mits er wederzijds eene opkondiging van te doen zes maanden te voren, aan Renier Rutten, vader, landbouwer en eigenaar, wonende te Geystingen, gemeente Ophoven hier tegenwoordig en in pacht aannemende den pachthof genaamd Houserhof met de aanhorige gebouwen, moestuin boomgaard, akker en weilanden op en dependentiendier, met alle derzelver heerschende en lijdende, zigtbaren en onzigtbare dienstbaarheden, volgens staat van beschrijving, getrokken uit de matrice der rol van Ophoven en hierbij gevoegd, waarvan de bestaande offective meer of min maat zal blijven ten voor of nadeel der pachter, het al gelegen in de gemeente Ophoven en aan den Weg van Kessenich en zulkes onder de volgende lasten en voorwaarden te weten:

1.

De achter zal jaarlijks ten woonhuize van de eigenaarster voor pachtprijs betalen:

  1. de som van twee duizend drie honderd fr. (2.300)

  2. eene som van acht en twintig (28) franken interest voor een door de eigenaarster aangekocht stuk land, reinende aan de beek van Geystingen en gevoegd aan den bovengemelden pachthof.

  3. Vijf en twintig kilog. boter te leveren het zij op het laatste van de maand juny of op het laatste van oktober beginnende met het jaar achtien honderd zes en veertig. Om den pachter in de gelegenheid te stellen zijne granen op het voordeeligste te kunnen verkoopen zal hij kunnen door het jaar de betaling met perceelen doen maar de definitieve betaling zal doch jaarlijks plaats hebben met St. Jan, tijdstip, dat hij niet zal passeren.

    De eerste betaling zal moeten geëffectueerd worden met St. Jan achtien honderd acht en veertig tot voldoening van het jaar achtien honderd zeven en veertig.

    Indien het geschiede dat de pachter zoude op het derde jaar van den pachthof vertrekken dan zoude hij verpligt zijn de volle betaling te doen voor het vertrek. Deze bovengemelde sommen, na hunnen respectiven vervaldag voormeld, zulle, zonder korting betaalbaar wezen met goede gangbare gouden of zilveren muntspecien, voor op den bovengemelden tijdstip; maar zoo dat na verloop van dien tijdstip de pachter 5% interest zal moeten betalen boven de aldan nog verschulden pachtprijs, na rato van tijd verloopen.

2.

Tot pachters last zullen daar boven wezen alle hoegenaamde contributiën, schattingen, en lasten welke voor het rijk op dezen pachthof en gronden gedurende dezes toust zouden kunnen geimponeerd en geëischt worden of welke bij geval van oorlogen, neerslagen of doortrekkingen van troupen zouden kunnen voorvallen of gevergd worden.

3.

De pachter zal gehouden zijn met zijn karren en paarden alwaar hem bij noodzakelijkheid zal gezegd of aangewezen worden ten minsten zes dagen in het ‘aan te dienen en zoo nodig twee vrachten naar Elsloo doen; ook zal hij bij het bouwen of timmeren aan den pachthof alle nodige materialen en instrumenten halen en bijvaren, en bij de te doene reparatiën de ambachtslieden en‘werklieden kost en drank geven.

4.

Tot pachters lasten zullen wezen de noodzakelijke reparatien tot gering onderhoud, en voornamelijk de zoodanige welke volgens plaatselijke gebruiken daarvoor gehouden worden, en onder anderen de reparatiën welke gedaan moeten worden aan haarstenen, schoorsteenplaten, beeldhouwerk en mantels der schoorstenen, aan belegsels onder aan de muren der vertrekken en andere plaatsen van in wonig ter hoogte van een meter, aan vloersteenen en plaveyen der kamers wanneer er slechts eenige gebroken zijn; aan de glazen ten zij die door hagel of andere buitengewone toevallen van een hogere magt gebroken zijn, aan de deuren, vensterramen, hengsels, grendels en sloten, aan bakoven, putten, gemakken, kribben, trogen, aan pannedaken indien er slechts enige mankeren, aan strooidaken en leemwanden. Tot de strooidaken zal de pachter de nodige schoof leveren den den dekker en dezelfs knegten helpen en onderhoud verschaffen; zoo hier en daar een nagel, spon, sluip, enz. ontbreekt deze en alle dergelijke kleinigheden zullen allen tot pachters last zijn.

5.

Indien de pachter na verloop van den halven of geheelen toust verlangt te vertrekken, zal hij na St.Peterstoel, 22 februari, geen mest meer uit de stallen mogen varen, en hij zal voor den opvolgenden pachter laten liggen vijf bunder voerland, niet van de slechtste en ook niet van de beste, maar van de middelmatige kwaliteit.

6.

De pachter zal gehouden zijn den pachthof wel en deugdelijk te bewonen, de akker en weilanden in behorige saisoenen en tijden bebouwen, bewerken, bemesten en zaayen, 200 als een braaf en goede akkerman behoort te doen, daartoe zich behoorlijk voorzien van paarden, koeyen en ander vee, geen strooy en geen mest verkoopen of vanden pachthof vervoeren voor iets wat hieraan niet gehoordt ten zij op zijnen eigen grond van welke de opbrengst ook tot mestmaking zal dienen, wel te verstaan dat dezen grond op een regelmatige manier van akkeren zal ondergaan, de gronden houden in hunne geregte voren en palen, als ook de wegen, grachten en waterlaten vegen en in goeden staat houden niet toestaan dat er eenige hoegenaamde servituten aan worden toegebragt of gemaakt worden.

7.

Het zal de eigenaarster van den pachthof vrijstaan te doen boomen planten ter plaatsen welke zij hiervoor het geschikste en voordeeligste acht welke plantatien specialijk aan de zorgen toezicht des pachters zijn aanbevolen teneinde dezelve zoo veel mogelijk te bevrijden en te bewaren tegen alle letzels en verdorring die door paarden, koeyen, schapen, varkens of anderzins wegen zouden kunnen aangedaan worden.

8.

De pachter zal de heggen en slaghout van den hof op of in behoorlijken ouderdom en saisoenen mogen snoeyen en kappen onder conditie dat hij die in goeden staat houde en alle jaren bij ontbreking bijplante en bijlegge.

9.

De pachter zal aan de eigenaarster zoo haast mogelijk kenbaar maken de minste regts ondernemingen overweldigingen, vernielingen en schade welke aan den pachthof of aan deszelfs gronden, boomen en outgewassen door de rijngenotende eigenaars of door wie of op welken aard ’t zij, zouden worden toegebragt, voor dewelke hij zal verantwoordelijk zijn, voor zoo veel die door hem of de zijnen, of door de werktuigen hiervoor in artikel 7 vermeld en voorzien of eindelijk, door zijne zorgloosheid en onachtzaamheid zouden kunnen voorvallen en vermeerderen door vertraging van zulke kennisgeving te wege te brengen.

10.

Het is den pachter uitdrukkelijk verboden de akker of weilanden of wat ’t is, gehorende aan den pachthof te veronderpachten of aan iemand over te laten, zonder schriftelijke toestemming van de verpachtster‚

11.

Het is den pachter bijzonderlijk aanbevolen en belast alle toezigt te hebben en alle voorzigtigheid te ebruiken en doen gebruiken bij den om an met vuur en ligt, ten einde alFe ongelukken voor te komen, voor dewelke hij bij voorval aansprakelijk zoude wezen, voor zoo veel die zouden kunnen veroorzaakt worden door onvoorzigtigheden of onwaakzaamheden van zijnen kant of die van de zijnen welke zijn huisgezin uitmaken of bij hem werken of inwonen of eindelijk van diegenen welke bij dag of nacht den pachthof zouden ingenomen of geduld worden.

12.

De pachter zal geen vermindering of kwijtslag in dan bedongenen pachtprijs kunnen vergen voor het volbrengen van de daarbuiten gestipuleerde lasten, nog zulks kunnen eischen voor overstrooming, sterke vorst, droogte, hagelslag, miswas, heirkracht, fourageringen of voor dergelijke of andere voorziene of onvoorziene toevallen, welke allen ten pachter gevaar en nadeel zullen blijven.

13.

Indien door d’een of d’andere reden of oorzaak deze pachtceel zoude moeten geregistreerd worden /: hetgeen de verpachter, zoo zij het goed vindt zal vrijstaan te laten doen :/ zullen in alle gevallen den zegel en registratie regtcn hiervan door den pachter moeten gedragen en betaald worden.

14.

Indien er lasten zouden voorvallen welke in deze toust-conditiën niet voorzien zijn, en waarover alzoo geene beschikkingen of bepalingen gemaakt zouden zijn, zullen deze bij noodzakelijkheid door de over het matière bestaande en in voege wetten beslist en geregeld worden.

15.

In geval de pachter in gebreke blijft de voorschrevene lasten en voorwaarden stiptelijk na te komen en te voltrekken, bijzonderlijk van de pachtprijzen op de bestemtijden te voldoen, zal door eene en hele en eenvoudige opzegging van wege de verpachtster, de pachter in nalatigheid gesteld zijn en den voorhandigen toast geresilieerd zijn, zoolang het de verpachtster zoude goed vinden ende verpachtster zal alsdan beregtigd zijn den pachthof aan wie haar mogte behagen opnieuw te verpachten, zonder in aanmerking te nemen het mestregt of andere hogenaamde schade of verlies; aan welk regtbeneficie de pachter bij deze in zulk geval uitdrukkelijk renonceerd, dit alles door de verpachtster te doen en volbrengen zonder nodig te hebben andere regtsformaliteiten in agt te nemen.

Eindelijk verklaard de pachter den inhoud dezer pachtceel wel verstaan te hebben, en zich tot derzelves nakoming te verpligten, waarvoor hij bij deze specialijk en uitdrukkelijk tot borg en onderpand steld alle zijne hebbende en verkrijgende, roerende en onroerende goederen dit alles onder verband als na regten.

16.

Het is den pachter ook bijzonderlijk verboden weilanden te beakkeren alsook moestuin en boomgaard in akkerland te veranderen, boomen, heggen, slaghout, uit te werpen zonder eene schriftelijke toestemming van de eigenaarster.

17.

Indien de voorzienigheid Gods dezen toust voor zijn gemelden tijdstip kwam te breken dan zoude Jan Renier Rutten, zoon van den ondergeteekenden, als opvolgende pachter intreden in de regten en lasten van deze toust, zich stiptelijk aandeszelfs conditiën conformerende en aan dewelke hij zich zelfs onderschrijft en verpligt.

Fait et signé à Houzerhoff

Le 29 novembre 1845

Comptesse De Geloes, née comptesse De Borchgrave d’Altena R. Rutten

De percelen land die op deze lijst aangemeld zijn behoren allen aan den Pachthof Houzerhof

nr. sectie hoedanigheid der gronden bunder kleine roeden
1 12 akkerland 1 63
2 12 akkerland 3 126
3 31 akkerland - 300
4 56 akkerland - 384
5 96 akkerland - 323
6 100 akkerland - 69
7 137 akkerland - 302
8 376 akkerland 3 351
9 377 weide - 396
10 390 weide 1 300
11 391 huis - 200
12 392 schuur - 6
13 393 stallingen - 6
14 394 tuin - 28
15 1 akkerland - 349 1/2
16 2 weide - 300
17 35 akkerland - 49
18 42 akkerland 1 356
19 43 weide - 200
20 117 weide 5 86
21 118 weide 4 7
22 156 weide 1 394
23 264 akkerland 2 338 1/2
24 265 weide - 346 1/2
25 277 akkerland 1 152
26 317 akkerland 1 328
27 318 akkerland - 126
28 457 akkerland - 277 1/2
29 610 akkerland - 201
30 611 slaghout - 70
31 646 akkerland - 354
32 680 akkerland 2 6
33 684 akkerland 1 398 1/2
34 696 akkerland 1 246
35 737 akkerland - 294
36 873 akkerland 1 343
37 874 akkerland 1 30
38 887 akkerland - 289 1/2
39 976 akkerland 2 25
Totaal 52 23
bij te voegen:
akkerland genaamd den Rozendyk - 60
een stuk land rynende aan het
laatste groot circa 3 -
een stuk land gelegen onder
Kessenich - 200
Totaal 55 283

1846

Te Sittard overlijdt op 18 april 1846 Martinus Rutten, geboren te Ophoven op 27.9.1756, zoon van Martinus en Ida Vandeweem.

1847

Bron
F.A.R.

Schuld van een der pachters aan Renier Rutten te vereffenen: “hij blijft schuldig aan R. Rutten van Geistingen de somme van 546,56 fr.; deze somme is gebragt op 273 frank mits betalmg aanstaanden oogst” (1847). Daarop is ontvangen van Joannes Bekkers een veers gerekent aan eene weerde van 75 fr. Totale schuld van 158 fr. in te houden van de erfgenamen Bekkers te Kinrooi.

Op 11 december 1847 overlijdt te Kessenich Ludovica Janssens, 76 jaar, weduwe van Franciscus Rutten, dochter van Theodorus en Sibilla Snijkers.

Te Heel overlijdt op 29.12.1847 Joanna Vandewinkel, geboren te Neeritter op 3.12.1796, gehuwd met Renier Rutten, geboren te Kessenich op 6.4.1792.

Bron
Not. S. 17.9.1847

Ten taphuize van Jacob Dirx te Ophoven wordt op 18 september 1847 aan Jan Renier Rutten, zoon, landbouwer, wonende te Geystingen Ophoven verkocht voor de som van 1010 fr. een huis met aanhorige schuur moestuin en boomgaaard, gelegen te Geystingen, gemeente Ophoven, belend de gemeente straat, Theodoor Gorissen en de erfgenamen Mathijs Snijders, groot ongeveer drie en twintig aren.

De verkopers zijn:

    1. Jan Franssen, landbouwer, Geystingen
    2. Theodoor Franssen, landbouwer, Geystingen, meerderjarige kinderen van Severin Franssen en van wijlen Maria, Thereseria Dirx.
  • Jacob Hermans, timmerman, wonende in de gemeente Ophoven, weduwnaar van Johanna Catharina Franssen, handelend in hoedanigheid van vader en natuurlijke voogd over Arnold, Elisabeth en Severin Hermans.

1849

Bron
Not. S. 19.12.1849

Leonard Offergelt, zaakwaarnemer te Maaseik, verkoopt op 19 december 1849 in opdracht van Anna Maria Linssen ten deze bijgestaan en bemagtigd door Peter Heyligers, landbouwers aldaer, wonende te Maaseik aan Jan Renier Rutten, landbouwer, wonende inde gemeente Ophoven een perceel bouwland gelegen in de gemeente Kessenich groot 29 a 70 ca kadaster sectie nr. 409 voor de som van 488 fr.

1851

Bron
D.R.O.

Te Ophoven Geistingen overlijdt op 8 september 1851. Renier Rutten, geboren te Kessenich op 22 maart 1764, weduwnaar van Sibilla Vangeneygen.

Bron
F.A.R.

Testament van Renier Rutten aan zijn kleinzoon Gaspar Henckens - 8 september 1851 nr. 548:

“Voor ons Hubert Thomas Hermans, notaris residerende te Maeseyck, arrondissement van Tongeren, provincie Limburg in bijwezende der nagenoemde getuigen: de eerzame Renier Rutten, weduwenaar van Sibilla Vangeneygen, landbouwer, wonend op Hoezerhof te Geystingen, gemeente Ophoven, bekend van ons notaris en getuigen dewelke heeft gedikteerd in tegenwoordigheid der vier hieronder genoemde getuigen zijn testament aan ons notaris die hetzelve heeft geschreven zoodanig als het aan hem is gedikteerd door den testateur in manier als volgt:

Ik geef en make bij deze aan mijnen einzoon Gaspar Henckens, landbouwer, wonende gezegd Geystingen den eigendom van het vierde deel der goederen zoo roerend als onroerende geen uitgezonderd dewelke na mijn dood zullen toekomen aan zijne moeder mijne dochter Cornelia Rutten dewelke deze in haer aandeel uit mijne nalatenschap haer toekomende zal moeten missen maar dewelke nochtans gedurende haer leven den tocht en het vruchtgebruik er van zal hebben.

Hetwelk zijn tegenwoordig testament wij ondergetekende notaris terstond in tegenwoordigheid der vier ondergetekende getuigen hebben voorgelezen aan den testateur denwelke heeft verklaard dat het zijnen laatsten en uitersten wil bevat.

– waarvan akte–

gedaen en verleden te Geystingen, gemeente Ophoven ten woonhuize van den testateur, ligtgevend op den vijver en het veld, den achtsten september duizend acht honderd eenen vijftig, in tegenwoordigheid van Hendrik Houben, Jan Baptist Houben, Renier Verstraeten en Theodoor Janssen alle landbouwers wonende gezegd te Geystingen gemeente Ophoven als getuigen ten deze verzocht dewelke met ons notaris na gedane voorlezing geteekend hebben uitgenomen de getuige Theodoor Janssen dewelke verklaard heeft niet te kunnen, de testateur tot het teekenen aanzocht zijnde heeft verklaard niet te kunnen schrijven noch teekenen uit hoofden van zijne hooge ouderdom en zwakheid, dit alles na edane voorleezing."

H. Houben, J.B. Hou en, R. Verstraeten, Thom. Hermans,not.

1853

Bron
F.A.R.

Voor ons Herman, Simon, Jacques Schoolmeesters, notaris, residerende te Maeseijck, arrondissement van Tongeren, provincie Limburg op 6 december 1853

compareerde

  1. Renier Rutten, 2. Joannes Rutten, 3. Mechtildis Rutten, 4. Maria Rutten, ten deze bijgestaan en bemagtigd door haren echtgenoot Adam Vandeven, alle landbouwers en grondeigenaars wonende in de Gemeente Ophoven en Cornelia Rutten, weduwe uit haar eerste huwelijk van Renier Henkens, thans echtgenoot van Mathijs Vinken die haar ten einde dezes bijstaat en bemagtigd landbouwers en grondeigenaars wonende in de gemeente Kessenich, ten deze alsnog bijgestaan van haren zoon Gaspar Henkens, landbouwer, wonende te 0phoven aan dewelke door zijn grootvader Renier Rutten in blooten eigen om gemaakt is een een vierde deel uit de hiernabeschreven goederen die zullen toekomen aan zijne moeder gezegde Cornelia Rutten ingevolge testament verleden voor den notaris Hubert Thomas Hermans residerende te Maeseijck den achtsten september duizend achthonderd een en vijftig, geregistreerd te Maeseijck den elfden van dezelfden maand.

Dewelke comparanten ons hebben verzocht van over te gaan tot scheiding en deeling der hierna breder omschreven vaste goederen hun nagelaten door wijlen hunne respectievelijke ouders Renier Rutten en Sibilla Vangeneygen bestaande in:

Goederen gelegen onder de gemeente Kessenich

geschat
1. Een perceel weide gelegen aan het Stokbroek groot 62 a 50 ca sect. A nr. 73 1500
2. Een perceel bouwland met heg in de Hees, groot 43 a 50 ca sectie C nr. 634 en 635 400
3. Een perceel bouwland aan de Kessenicherweg, groot 2 Ha 37 a sectie A.713 en 736 5600
4. Een dito perceel in de O groot 76 a 30 ca, sectie B. nr. 172 900
5. Een dito perceel aan den Kessenicherweg, groot 22 a 18 ca sectie A nr. 690, 475
6. Een dito perceel in de O groot 23 a 70 ca sectie B nr. 46 350
7. Een dito percee in de O groot 80 a 20 ca sectie B. nr. 316 1560
8. Een perceel bouwland aan het Schutte Veendele groot 29 a 50 ca sectie C nr. 35 en 36 en 200
9. Een perceel bouwland op Schutte heide, groot 47 a sectie C. nr. 309 392
10. Een dito perceel aan Busseshof, groot 18 a 80 ca, sectie A nr. 480 300
11. Een huis met tuin en weide in de Meistraat groot 22 a 50 ca sectie A. nr. 279, 280 en 281 2700
12. Een perceel bouwland op het Hoogveld, groot 54 a 30 ca sectie A. nr. 526 1060
13. Een dito perceel aldaar groot 27 a 90 ca sectie A nr. 536 465
14. Een dito perceel aldaar groot 20 a 50 ca sectie A nr. 551 332

Goederen onder de gemeente Ophoven

geschat
15. Een perceel bouwland op den Vissenakker, groot 46 a 40 ca sectie nr. 148 975
16. Een dito perceel in de Boterakker, groot 48 a 20 ca sectie A. nr. 422 750
17. Een perceel hooi en bouwland in de Vroenhoven groot 1 Ha 98 a 30 ca sectie A. nr. 1353-1354 2730
18. Een perceel bouwland op het Letterveld, groot 87 a 20 ca sectie B. nr. 311 2000
19. Een huis met schuur, stalling, moestuin en bouwland gelegen langs den, grooten weg ter plaetse het Letterveld groot te zamen 31 a 20 ca sectie B nr. 312, 313, 314 en 315 4000
20. Een perceel bouwland in den Kamp, groot 42 a 60 ca sectie A nr. 513 680
21. Een dito perceel aldaar groot 12 a 20 ca sectie nr. 539 200
22. Een perceel bouwland in de Geistinger O groot 11 a sectie A nr. 334 175
23. Een dito perceel in den Kamp groot 50 a 60 ca sectie nr. 540 871
24. Een dito perceel aldaar groot 33 a 90 ca sectie A nr. 330 a 575
25. Een dito perceel aan den Steenpad groot 39 a 10 ca sectie A nr. 1300 575

Goederen onder Neeritter

geschat
26. Een huis en gebouwen met tuin, wei en bouwland, schaepsweiden, hakhout, dennenbosch en heide groot te zamen zeventien hectaren negen aren en vijftig centiaren bekend in het kadaster en er de nummers 30, 31, 32, 33, 34, 35, 64, 423, 424, 425, 426, 427 en 428 sectie A; deze goederen maken deel van den zoogenaamden Vinderhof 5600

Goederen onder Hunsel

geschat
Zes hectaren negen en zeventig aren, vijf en dertig centiaren wei en bouwland, schaepswei, hakhout, dennenbosch en heide gelegen ter plaatse Vennerkempke en Ruttenkarnp deelmakende van den gemelden pachthof vermeld in het kadaster onder de nummers 555, 556, 557, 558, 559, 560, 561, 562, 563, 564, 578, 579 en 580 sectie B 2400
Totaal zeven en dertig duizend zeven honderd vijf en zestig frank 37.765
welke som moet verdeeld worden in vijf egale loten tusschen bovengenoemde deelgenooten, zoo bedraagt ieder lot de som van zeven duizend vijf honderd drie en vijftig franken 7.553

Lot A zal bestaan in

geschat
1. Het perceel weide hiervoor vermeld onder nummer een met een waarde 1500
2. De helfte van het perceel bouwland met heg vermeld onder nummer twee, te nemen langs de erven van de Heer Baron Michiels van Kessenich 200
3. Het perceel bouwland op den Vissenakker vermeld onder nr. vijftien 975
4. Het perceel bouwland op den Boterakker vermeld onder nr. zestien 750
5. Een derde in het perceel hooi en bouwland in de Vroenhoven vermeld onder nr. zeventien te nemen langs de erven van Jan Stokbroekx 910
6. Een en twintig aren tachtig centiaren uit het perceel bouwland op het Letterveld vermeld onder nr. achttien te nemen langs het gedeelte van dit parceel in lot B 500
7. Een vierde onverdeeld gedeelte van de goederen van den pachthof genaamd Venderhof gelegen onder de gemeente Neeritter en Hunsel vermeld onder nr zes en twintig en zeven en twintig 2000
Totaal 6835
Dus kort op dit lot 718

Lot B zal bevatten

1. Acht en vijftig aren twee centiaren uit het parceel bouwland ter plaetse den Kessenicher weg vermeld onder nr. drie te nemen langs het gedeelte voortkomende onder lot D - waarde 1400
2. De helfte van het perceel bouwland in de O vermeld onder nr. vier te nemen langs de erven van Bakkenhof - waarde 450
3. De wederhelft van het dito perceel in de Hees vermeld onder nr. twee - waarde 200
4. Een derde uit het parceel hooi en bouwland op de Vroenhoven vermeld onder nr. zeven te nemen langs de beek - waarde 910
5. Het perceel bouwland in den Kamp vermeld onder twintig - waarde 690
6. Het dito perceel aldaar vermeld onder nummer een en twintig - waarde 200
7. Zes en veertig aren twee en zestig centiaren uit het parceel bouwland in het Letterveld vermeld onder nr. achttien te nemen langs de erven van Jacob Dirkx oostwaarts 1070
8. Het noordelijk gedeelte van het huis, gebouwen plaats langs den grooten weg, vermeld onder nr. negentien, bevattende dit gedeelte:
1. De vertrekken dienende thans tot winkel en achterkeuken en zulks in dier voege dat de onderslag tusschen deze vertrekken en het zuidelijk gedeelte van het gebouw separatie of scheiding zal maken en in regte linie zal doorgaan tot tegen of aan de muer van de schuur.
2. Den moestuin met een klein gedeelte van het land sectie B nr. 311 de stalling den put en de open plaats ten noorde van voorschreven lijn gelezen metende te samen twaalf aren en vijftig centiaren - waarde 1400
9. Een vierde onverdeeld gedeelte van voorschrevene pachthoeve vermeld onder nrs. zes en twintig en zeven en twintig - waarde 2000
Totaal acht duizend drie honderd en tien frank 8310
Dus te veel op dit lot 757

Lot C zal bestaan in

1. Het perceel bouwland aan den Kessenicher weg (de oel) vermeld onder nr. vijf - waarde 475
2. Twee en zestig aren vier en veertig centiaren zonder waarborg van juiste maat uit het parceel bouwland ter plaetse den Kessenicher weg vermeld onder nr. drie te nemen westwaards met een waarde van 1400
3. Het perceel bouwgrond in de 0 vermeld onder nr. zes - waarde 350
4. De helfte van het parceel bouwland in Schutte heide vermeld onder nr. negen, te nemen langs de Oostzijde - waarde 780
5. Het parceel bouwland en heg in Schutte Veendele vermeld onder nr. acht - waarde 200
6. De helfte van het parceel bouwland in Schutte Heide vermeld onder nr. negen te neme langs de Noord zijde - waarde 196
7. Het parceel bouw and in de Geijstingen O vermeld onder nr. twee en twintig - waarde 175
8. Het dito parceel in den Kamp vermeld onder nr. drie en twintig - waarde 871
9. Het dito parceel aldaar vermeld onder nr. vier en twintig - waarde 575
10. Een vierde onverdeeld gedeelte in de goederen van genoemde pachthof vermeld onder de nrs. zes en twintig en zeven en twintig 2000
Totaal zeven duizend twee en twinti frank 7022
Dus te weinig vijf honderd een en dertig frank 531

Lot D zal bestaan in

1. Het parceel bouwland aan Busseshof vermeld onder nr. tien - waarde 300
2. Acht en vijftig aren twee centiaren uit het parceel bouwland ter plaatse Kessenicherweg vermeld onder nr. drie te nemen langs het gedeelte in lot E vermeld - waarde 1400
3. De wederhelft van het perceel bouwland in de O vermeld onder nr. vier - waarde 450
4. Het overige derde deel uit het parceel hooi en bouwland op de Vroenhoven vermeld onder nr. 17 te nemen in het midden - waarde 910
5. Achttien aren en zeventig centiaren uit het parceel bouwland op het Letterveld vermeld onder nr. achttien te nemen langs de erven Notten Westwaarts - waarde 430
6. Het zuidelijke of overige gedeelte van het huis en plaats alsmede heg schuur en gebouw en de parceelen bouwland sectie B nrs. 314 en 315 vermeld onder nr. negentien groot tezamen achttien aren twee en zestig centiaren 2600
7. Het parceel bouwland aan den Steenpad vermeld onder nr. vijf en twintig - waarde 575
8. Het overige en onverdeelde deel van de goederen van voorschreven pachthoeve vermeld onder nr. zes en twintig en zeven en twintig 2000
Totaal acht duizend zes honderd vijf en zestig 8665
Dus te veel waarde 1132

Lot E zal bevatten

1. Het huis met tuin en weide in de Meistraat vermeld onder nr. elf - waarde 2700
2. Het parceel bouwland op het Hoogveld vermeld onder nr. twaalf - waarde 1060
3. Het dito perceel aldaar vermeld onder nr. dertien - waarde 465
4. Acht en vijftig aren twee centiaren uit het dito parceel ter plaatse den Kessenicherweg vermeld onder nr. drie te nemen Oostwaarts langs de erven Vandesande en den Armen van Maeseijck - waarde 1400
5. De wederhelft van het parceel bouwland in het O vermeld onder nr. 7 - waarde 780
6. De wederhelft van het dito parceel in Schutte Heide vermeld onder nr. negen - waarde 196
7. Een perceel bouwland in het hoogveld vermeld onder nr. veertien - waarde 332
Totaal 6933
Er is dus te weinig 620

De lotstelling alzoo opgemaakt en door partijen goedgekeurd zijn dezelve overeengekomen van te stellen dat deel van Renier Rutten lot A een waarde van zes-duizend acht honderd vijf en dertig francs zal trekken van Jan Rutten eene som van zevenhonderd achttien francs.

  1. van Jan Rutten lot B eener waarde van acht duizend drie honderd tien francs zal gehouden zijn uit te betalen aan Renier Rutten de som van zeven honderd achttien franc en aen lot C de som van negen en dertig franc.

  2. van Mechtildis Rutten lot C eener waarde van zeven duizend twee en twintig franc, zal trekken van Jan Rutten lot B de som van negen en dertig franc en van lot D Maria Rutten de som van vier honderd twee en negentig franc.

  3. van Maria Rutten lot D eener waarde van acht duizend zes honderd vijf en zestig franc, zal gehouden zijn uit te betalen aan Mechtildis Rutten lot C, de som van vierhonderd twee en negentig franc en aan lot E Cornelia Rutten de som van zes honderd twintig franc.

  4. van Cornelia Rutten en Gaspar Henkens het lot E eene waarde van zesduizend negenhonderd drie en dertig franc, zal trekken van Lot D Maria Rutten de som van zes honderd twintig franc.

Deze deeling is overigens gedaan onder de volgende voorwaarden:

  1. dat lot D Maria Rutten zal dulden zonder schadevergoeding aen haren broeder Johannes Rutten om wanneer en voor zooveel noodig bij voortduring en ten allen-tijde gebruik te maken van haren grond voorkomendein het kadaster onder nr. 315 sectie B voor hetplaetsen van ladders enzoovoorts tot onderhoud van het nieuwe gebouw, verpligting waartoe ook laetstgenoemde gehouden is opzichtelijk de eerstgenoemdevoor de te doene reparatiën aen de oostzijmuer en en het dak van hare schuer waervan den gevel ten noorde ende zijmuer ten westen op haeren eigendomstaen.

  2. dat Johannes en Maria Rutten zullen maken op gelijke kosten eene behoorlijke separatie of scheidsmuer in vooraengehaelde rigting van den onderslag tusschen de vertrekken (de winkel en de achterkeuken) en het overige zuidelijk gedeelte van het huis tot tegen de zijmuer van de schuer.

  3. dat Maria Rutten ten allen tijde zal kunnen en mogen gebruik maken van het water van den put zich bevindend op den hof of opene plaets van haeren broeder Johannes Rutten voor het plaetsen van eene pomp zonder vergoeding en zonder gehouden te zijn in de kosten van onderhoud of van vernieuwing van den put ooit te moeten bijdragen.

  4. dat de schulden en lasten waarmede de goederen mogten belast zijn zullen bedragen worden door de deelgenoten waaraen de bezwarende goederen zijn geassigneerd.

  5. de oederen zullen vanaf heden in volle bezit en genot overgaen aen de deelgenooten die daervan respectievelijk de grond en alle andere lasten zullen betalen te rekenen van january aenstaende.

  6. dat de deelgenooten van lot B en lot D Johannes en Maria Rutten gehouden zijn succesivelijk zonder shadevergoeding weg te leveren aen den deelgenoot van lot A Renier Rutten naer het perceel land hiervoor vermeld onder nr. zes van lot A.

Verder verklaren de deelgenooten de hiervoor in hun lot toegewezene geldsommen den eenen van den anderen in goede gangbare geldspetiën ontvangen te hebben waervan deze tot kwijting. Aldus gedaen en verle en te Geystingen, gemeente Ophoven, ten huize van Adam Vandevenne, heden den zesden december duizend acht honderd drie en vijftig in tegenwoordigheid van Joseph Deckers, wever, wonende te Maeseijck enden Ignace Albert Rodhain, secretaris der gemeente Ophoven aldaer wonende, beide als getuigen ten deze verzocht die hebben geteekend met boven gekwalifi-ceerde comparanten deelgenooten.

1854

Voor ons Herman, Simon, Jaques Schoolmeesters, notaris residerende te Maeseijck, arrondissement van Tongeren, provincie Limburg waren tegenwoordig op 26 januari 1854 1. Renier Rutten, 2. Joannes Rutten, 3. Mechtildis Rutten en 4. Maria Rutten, ten deze bijgestaen en bemagtigd door haren echtgenoot Adamus Vandevenne, alle landbouwers en grondeigenaren wonende in de gemeente Ophoven, welke comparanten verklaren ten overstaen van ons notaris voornemens te zijn om achtervolgens gedane bekendmakingen naer plaetselijke gebruiken en insertiën te willen overgaen ten taphuize van genaemden Adam Vandevenne aen den steenweg te Geystingen, gemeente Ophoven, heden voormiddag circa elf uren tot den openbare verkoop van:

A.1. Benen pachthof genaemd Vendershof, elegen in de gemeente Neeritter, bestaende uit huizingen, schuer, stallingen, tuin, wei en bouwland, schaepsweide, hakhout, dennebosschen en heide groot te zamen zeventien hectaren, negen aren en vijftig centiaren, cadaster sectie A nrs. 30, 31, 32, 33, 34, 35, 64, 423, 424, 425, 426, 427 en 428.

B.2. Zes hectaren en negen en zeventig aren vijf en veertig centiaren wei en bouwland, schaepsweide, hakhout, dennebosschen en heide, gelegen in de gemeente Hunsel, ter, plaets Vennerkempke en Ruttenkarnp, deel makende van voorschreven pachthof cadaster nrs. 555, 556, 557, 558, 559, 560, 561, 562, 563, 564, 578, 579 en 580 sectie ‘B.

Aen de verkopers toebehorend ingevolge akt van deeling verleeden voor ons notaris de 6 ecember 1853.

Voorwaarden van dezen verkoop

  1. Deze verkooping zal plaets hebben bij eene veiling en finale toewijzing dewelke in eens zal geschieden ten voordeele van den meest biedende en laetsten hooger met twee uren beraed die de verkoopers zich zullen voorbehouden na den toeslag van het laetste hoogsel om deze goed of af te keuren.

  2. De kooper des gevorderd wordende, zal gehouden zijn ten genoege van de verkoopers te stellen persoonlijke of reeele borg, die voor de voldoening der koopspenningen en voor alle andere bedingene betalingen met den kooper in solidium verpligt en aenspraekelijk zal wezen, fout van dien zal er dadelijk tot een nieuwe veiling en toewijzing worden overgegaan, zullende het meerder uitkomende bedrag ten voordeele der koopers wezen, terwijl het minder op den gebrekkigen kooper met alle kosten, schade en intresten zal verhaeld worden.

  3. Eenieder zal voor eenen lastgever mogen koopen mits deze zich het regt van command bij de toewijzing voorbehoude en zijnen lastgever binnen den bij de wel bepaelden tijd benoemen, blijvende in dit geval, de kosten (of resten?) dier prevaet voor zijne rekenim.

  4. De kooper zal van stonden aen, over het door deze gekochte in eigendom kunnen beschikken en ervan genieten, de opbrengsten, mits handhavende de daarvan bestaende mondelingsche verpachting.

  5. De aankoper zal gehouden zijn zijnen koopprijs te betalen in gangbare munten aen en ten kantoor van ons notaris, op de drie volgende termijnen te weten: het eerste derde deel op eersten september 1854, het tweede derde deel op eersten september 1855, en het derde en laetste derde deel op eersten september 1856, dit met den intrest op den voet van vijf ten honderd te rekenen van heden.

  6. Den aenkooper zal gehouden zijn binnen de acht dagen na deze toewijzing boven zijn kostprijs te betalen aen en ten kantoor van ons notaris dezer verkooping te weten: die van de registratiezegels en overschrijvingsregten en des gevorderd wordende afschriften van den akt van verkoop, daarenboven vijften honderd der koopwaarden voor kosten van de plakschriften, publicatiën en andere voorgaende ten honoraris van ons notaris aen deze, daarenboven zal den aankooper gehouden zijn al nog te betalen een ten honderd van zijn koopprijzen voor meetloon en lykkop ter beschikkin der verkoopers.

  7. Bij gebrek der koopers van behoorlijke voldoening der verschuldigde koopspenningen en kosten of fout voor hem van de voorgeschrevene conditiën stiptelijk na te komen, zullen de verkoopers on herroepelijk gematigd zijn om de verkochte goederen na een eenvoudig bevelschrift tot betaling of tot nakoming dezer te dwingen en zonder eenig ander beding in het openbaer voor notaris weder opnieuw te doen verkoopen, ten einde uit die opbrengst te herhalen zoowel den kostprijs als de kosten en intresten, blijvende den nalatigen kooper gehouden om alle mindere gelding op te leggen zonder de meerdere te kunnen genieten.

  8. De grond en alle ander lasten zullen door den aenkooper moeten betaald worden, te rekenen van january jongstleden.

  9. De goederen worden verkocht vrij en onbelast in den staet waarin dezelve zich thans bevinden met alle hunne heerschende en lijdende dienstbaerheden, de lasten die erop gevestigd zijn zullen uit de koopspenningen afgelo(a)st en voldaen worden.

  10. De verkopers behouden zich voor ter hunner beschikking alle gekapt hout en boomen alsmede den eikenboom staende te wasschen tegenover het huis.

Na lezing dezer voorwaerden hebben wij ten meestbieding en koop uitgezet.

Den pachthof hiervoor breder omschreven gelegen in de gemeenten Neeritter en Hunsel uitgezet aen acht duizend francs en na verscheidene gedane hoogsels toegewezen aen 1. Renier Rutten, 2. Joannes Rutten, beide landbouwers, wonende te Ophoven voor de helft en 3. aen Mechtildis Rutten zonder beroep aldaer wonende voor de wederhelft en zulks voor eene totale som van elf duizend acht honderd francs, voor welke som de aenkoopers gezegd Renier en Joannes Rutten mede-eigenaers van het verkocht goed voor de helft en Mechtildis Rutten medeeigenares voor een vierde deel van de verkochte goederen dezelve in koop aennemen hebben voor aenneming geteekend na lezing.

J.R. Rutten M. Rutten J. Rutten

waarvan akte

aldus gedaen en toegewezen te Geystingen, gemeente Ophoven, ten taphuize van Adamus Vandevenne, heden den zes en twintigsten januari duizend acht honderd vier en vijftig in tegenwoordigheid van Joseph Deckers, wever, wonende te Maeseijck en Jan Vandeweert, veldwachter der gemeente Ophoven, aldaer wonende beide als getuigen ten deze verzocht die hebben geteekend met verkoopers en ons notaris na lezing.

Te Neeritter overlijdt op 13 september 1854 Sibilla, Hendrika, Hubertina Linssen in de ouderdom van 13 jaar en 3 maanden.

1856

Bron
Not. H. 7.5.1856

Mechtildis Hermans, weduwe van Martin Rutten, landbouwster te Kessenich leent op 7 mei 1856 een bedrag van 300 fr. van Leonard, Hubert Indebetouw, winkelier, wonende te Maaseik

1857

Bron
Not. S. 9.3.1857

Maria Elisabeth Haeldermans, bijgestaan en bemagtigd door haren man Jan Snijkers, landbouwers, wonende te Kessenich verkoopt op 9 maart 1857 aan Jan Renier Rutten, landbouwer, wonende te Geystingen, gemeente Ophoven een perceel land gelegen te Ophoven tusschen de lange nacht en de oude beek, groot 10 a 60 ca, belend den aankoper en Jan Vangeneygen voor de som van 160 fr.

Te Ophoven overlijdt op 24 maart 1857 Cornelia Rutten, geboren te Kessenich op 4 maart 1788, weduwe uit het eerste huwelijk van Renier Henckens, weduwe van Mathijs Vinken.

1858

Bron
Not. G. 4.1.1858

Boedelscheiding van Erve Zegers te Zeeland, toebehorend aan wijlen Cornelis Zegers en Cornelia Peters, beiden gewoond hebbend te Zeeland.

Reinier Rutten en Petronella Zegers uit Geystingen, Belgie, ontvangen op 4 januari 1858:

  1. twee percelen hakhout en een perceel weide
  2. uit de roerende goederen 738,50 gl.
  3. eene pretentie 300 gl.
  4. kontankten 379,88 1/3 gl.
Bron
Not. H. 9.2.1858

Op 9 februari 1858 koopt Jan Renier Rutten landbouwer te Geystingen

  1. een perceel bouwlan elegen te Kessenich ter plaatse genaamd De Kemp, groot 39 a 60 ca pa ende aan de weduwe Leurs en de heer Linssen, cadaster sectie A nr. 396 voor de som van 993 fr.
  2. een perceel bouwland gelegen te Kessenich terzelver plaetse groot 30 a 10 ca palende de heer Linssen en Rutten, cadaster sectie A nr. 140 voor de som van 812 fr.

De verkopers zijn:

  1. Christina Peeters, weduwe van Hendrik Vangeneygcn en haren tweeden echtgenoot Lambert Poukens, land-bouwers, wonende te Ophoven handelend in hoedanig-heid als voogdesse en als medevoogd van Maria, Gerard en Catharina Vangeneygen, alle drie minder-jarige kinderen gesproten uit het huwelijk van eerstgenoemde met Hendrik Vangeneygen
  2. Theodoor Vangeneygen, brouwer, wonende te Maeseyck
  3. Leonard Vangeneygen, schoolonderwijzer, wonende te Ophoven
  4. Catharina Vangeneygen bijgestaan en bemagtigd door haren echtgenoot Jacobus Snijkers, landbouwer, wonende te Kessenich.

1859

Bron
Not. S. 10.3.1859

Michel Riemers, landbouwer, wonende in ’t Leu, gemeente Ophoven verkoopt op 10 maart 1859 aan Jan René Rutten, landbouwer en grondeigenaar te Ophoven een perceel bouwland gelegen in de gemeente Ophoven op den Visschenakker, groot 24 a 50 ca cadaster A nr. 173 voor de som van 400 fr.

Bron
Not. S. 2.6.1859

Ten taphuize van Jan Renier Lamberigts verkoopt Jean Baptist Janssens, burgemeester te Kessenich, op 3 juni 1859 een perceel grond gelegen te Kessenich Op de Kemp in het Geystingerveld, sectie A nr. 402, groot 33 a 20 en voor de som van 816 fr. aan Jan Renier Rutten, landbouwer, Geystingen.

1860

Bron
G.A.K.

Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 30 oktober 1860 wordt Jan Rutten geboren te Kessenich op 12.6.1829 gekozen tot gemeenteraadslid van Kessenich.

Voor de periode 1885-1890 is hij er schepen.

1861

Bron
D.R.K.

Te Kessenich overlijdt op 17 mei 1861 Anna Deben, geboren te Kessenich op 29 mei 1827, gehuwd te Kessenich op 24 augustus 1849 met Jacob Rutten, geboren te Kessenich op 23 september 1806 en er overleden op 19 februari 1894.

Bron
F.A.R.

Testament van Joannes Henricus Rutten pastoor te Elen -geboren te Kessenich op 1.4.1809:

“Den Allerheiligsten Namen van Jesus Maria en Joseph moeten zijn gebenedijd van nu af tot in de eeuwigheid.

Dewijl de Goddelijke Zaligmaker ons met zoo veel nadruk het Heilig Evangelie vermaant van altoos bereid te zijn tot den dood die ons elk ogenblik kan overkomen, daarom wil ik nu gezond en wel te pas zijnde over mijnen tijdelijken goederen beschikken om in de laatste oogenblikken van mijn leven op dezelven niet behoeven te denken.

Na alvorens mijne ziel te hebben aanbevolen in de handen van mijnen Schepper om daar den voorspraak der Allerheiligste Maagd en Moeder Gods Maria, van den H. Joseph en van mijne H.H Patronen Joannes en Henricus een genadig oordeel te verwerven, zoo beschik ik over mijne tijdelijke goederen als volgt:

  1. Ik geef aan de kerk van Eelen drie honderd franken met last van jaarlijksch op mijnen sterfdag een zingende jaargetijde te doen celebreren tot lafenis mijner ziel waarvoor zal betaald worden aan den pastoor 3 fr. aan den koster 1 fr. aan den organist 1 fr en aan den orgeltrapper 50 cent.

  2. Ik wil dat mijne boeken verkocht worden en voor den prijs derzelven missen gedaan worden voor mijne ouders en broeders.

  3. De wijn die na mijn begrafenis nog over is moet verdeeld worden aan de heren pastoors en kapelaans die op mijn begrafenis tegenwoordig zijn met last van er missen voor te lezen voor mij, mijne ouders en broe ers.

  4. Ik geef aan den armen van Eelen duizend franken waarvan hun den intrest zal betaald worden de helft op den dag van mijn jaargetijde en de andere helft volgens goeddunken van den eerwaarden heer Pastoor aan de armen die mijn jaargetijde hebben bijgewoond.

  5. Ik geef daarenboven nog 50 franken om brooden uit te delen aan den armen op mijnen begrafenis.

  6. Ik geef aan de kerk voor de ornamenten die ik mee naar het graf neem honderd franken.

  7. Aan de meid die bij mij woont op mijn sterfdag geef ik het ledekant en bed met de gordijnen die zij gebruikt heeft, alsmede de volle huer van het loopende jaar.

  8. Mijne landereyen en meubelen laat ik aan mijnen broeder zusters en aan de kinderen van mijne afgestorvene broeders of zusters om dezelven onder hun volgens regt en billijkheid te verdeelen.

Ik vergeef uit den grond mijns harten al die mij ooit iets mogten misdaan hebben en ik vraag ook vergiffenis aan allen die ik ooit iets zou kunnen misdaan hebben.

Eindelijk verzoek ik mijn bloedverwanten, vrienden en al mijn parochianen van voor mij te bidden indien ik door Gods barmhartigheid in den Hemel kom zoo ik vastelijk betrouw zal ik ook voor hun bidden en zelf nu tijdens mijn leven zal ik hun in mijn gebeden indachtig zijn.

Ik benoem mijnen broeder Jacobus tot uitvoerder van mijn testament.

Eelen, den 8 september 1861.”

J.H. Rutten, Pastoor.

1862

Bron
Not. S. 27.1.1862

Jan Renier Rutten en Joannes Vangeneygen, landbouwers te Geystingen verkopen op 27.1.1862 aan:

  • Theodoor Steyvers van Kinrooi 52 a 31 ca uit een perceel heide gelegen in de gemeente Kinrooi, genaamd Simpelheide sect. C nr. 772 groot in het geheel 2 Ha 8 a 64 ca voor de prijs van 120 fr.
  • Godfried Houben van Kinrooi 52 a 31 ca uit voornoemd perceel - prijs 120 fr.
  • Henri Symkens van Kinrooi voor hem als voor:
    • zijne moeder Maria Helena Lipkens, weduwe van Christiaen Symkens
    • Wilm Gerard Symkens
    • Maria, Rosalia Symkens, weduwe van Peter Bosmans
    • Jean Jacques Symkens
    • Antoon Hubert Symkens, alle landbouwers te Kinrooi 52 a 1 ca uit voorschreven perceel heide sectie C nr. 772 neffens Thyskens voor de prijs van 96 fr.
  • Hendrik Verwielen van Kinrooi 52 a 1 ca uit voorschreven perceel heide sectie C nr. 772 voor de prijs van 95 fr.
Bron
Not. S. 17.2.1862

Jan Jacob Rutten uit Kessenich doet op 17.2.1862 een gift van vierhonderd franken aan de kerkfabriek van Kessenich bestemd voor de stichting van twee zingende jaargetijden met orgel, een tot lavenis der ziel van Frans Rutten en een tot lavenis der ziel van Ludovica Janssens.

Bron
Not. S. 30.3.1862

Helena Vanvinckenray echtgenote van Adam Gelissen, Maaseik, Hubert Van Vinckenray, negociant, Maaseik, Agnes Van Vinckenray, echtgenote van P.J. Wackers, commis op het postkantoor te Maastricht en Jan Van Vinckenray, winkelier, Maaseik, verkopen op 30 maart 1862 grond en o.m. gelegen in (€ Waagstraat te Maaseik sectie E nr. 416 voor een bedrag van 662 fr.

Bron
Not. S. 6.4.1862

Agnes Vanvinckenray, echtgenote van P.J. Wackers verkoopt op 6 april 1862 een huis gelegen tegenover de kerk van Maaseik sectie E nr. 416 aan Gilis Wilmotte voor een bedrag van 1200 fr.

Bron
F.A.R.

Gaspar Henckens is op 26 april 1862 ontvanger van de kerkfabriek te Geystingen.

Bron
Not. S. 2.6.l862

Tussen Jan Jacob Rutten, weduwenaar van Maria Deben, en Maria Elisabeth Lamberichts waarmee hij voornemens is in het huwelijk te treden wordt op 2 juni 1862 een huwelijkscontract opgesteld met volgende bepalingen:

  1. De toekomende echtgenooten zullen gemeen zijn, in alle de roerende goederen welke zij thans bezitten alsmede in alle roerende en onroerende goederen welke zij tijdens hun huwelijk zullen verkrijgen.

  2. Den eerstgenoemden comparant gezegde Jan Jacob Rutten geeft in vollen eigendom zeg geeft de toch aan genoemde Maria Elisabet Lamberichts van een perceel land gele en te Kessenich in het Boschken bekend Theodoor Rutten en Petronella Rutten groot ongeveer een hectare vijf en veertig aren vier centiaren.

  3. Voornoemde Maria Elisabeth Lamberichts geeft aan gemelde Jan Jacob Rutten den eigendom van alle roerende goederen en de tocht harer onroerende goederen.

  4. Ingeval de toekomende echtgenooten zullen komen te sterven, kinderen of wettige afstammelingen nalaten, dan geven zij zich wederzijdsch de tocht van alzulk hunner goederen als de wet hun toelaat te vermaken.

Bron
T.K.

Op 6 juni 1862 treedt Jan Jacob Rutten te Kessenich in het huwelijk met Maria Lamberigts.

Bron
Not. S. 7.8.1862

Jan Hendrik Hubert Rutten, grondeigenaar te Maaseik aan het Veer leent op 7 augustus 1862 een bedrag van 800fr. van mevr. Marie Sophie Notermans, echtgenote van Jan Pieter Kribs, geneesheer te Susteren. Hij geeft als pand o.m. een huis met tuin gelegen in de gemeente Neeritter in de Dorpstraaat, groot 5 a 75 ca, sectie A nr, 271 en 272.

Bron
Not. S. 18.7.1862

Gilles Wilmotte van Maaseik verkoopt op 18 juli 1862 aan Lambert Wackers winkelier te Maaseik:

  1. een huis met tuin genaamd Het Lammeken, gelegen in de Kleine Kerkstraat te Maaseik
  2. een schuur met aanhorigheden in de Waegstraat
  3. een huis gelegen in de Kleine Kerkstraat voor een bedrag van 5000 fr.
Bron
Not. S. 19.10.1862

Jan Weetjens van Rotem leent op 19 oktober 1862 een bedrag van 300 fr. van Agnes Van Vinckenray, echtgenote van Petrus Joannes Wackers, commis aan het postkantoor van Leeuwarden.

Bron
Not. S. 30.10.1862

Lambert Rutten uit Ophoven verkoopt op 30 oktober 1862 een dennenbos, gelegen te Ophoven, belendend Martin Rutten en de kinderen Gielen, groot 1 Ha 45 a 2 ca aan Joseph Voets uit Maaseik voor een bedrag van 600 fr.

Bron
Not. S. 30.10.1862

Aloysius Rutten uit Sittard verkoopt op 30 oktober 1862 namens zijn vader Martin Rutten, rentenier te Sittard volgende onroerende goederen:

  1. perceel land, genaamd de Groote Leuper (?), groot 68 a 1 ca aan Lambert Gielen van Ophoven, voor een bedrag van 1248 fr.
  2. een weide, gelegen op de Lange Nacht groot 54 a 50 ca aan Jan Renier Rutten van Geistin en voor een bedrag van 1150 fr‚
  3. een dennenbos, ge egen Hezerheide groot 1 ha 80 a en 15 ca aan Frans Zuilen, koopman te Ophoven voor een bedrag van 480 fr.
  4. een dennenbos, groot 1 Ha 30 a 68 ca aan Henri Ceresa van Neeritter voor een bedrag van 500 fr.
  5. een dennenbos, groot 1 ha 45 a 2 ca aan Philip Voets van Maaseik voor een bedrag van 600 fr.

1863

Bron
F.A.R.

Corneille Rene Rutten, zoon van Jan Renier en Petronella Zegers, geboren te Ophoven op 22 februari 1834 en Herman Hubert Vandevenne, zoon van Adam en Anna Maria Rutten, geboren te Maeseyck op 29 oktober 1836 treden op 9 november 1863 toe tot het Pauselijk leger.

Bron
D.R.O.

Te Ophoven overlijdt op 7 april 1863 Mathijs Vinken, geboren te Kessenich op 11 maart 1787, weduwenaar van Cornelia Rutten.

Te Melick (Nederlands Limburg) is op 9 december 1863 geboren Petronella Brouns. Zij huwde op 11.4.1893 met Petrus Hubertus Rutten, geboren te Kessenich op 16 juli 1863. Sedert 16 februari 1924 zijn ze ingeschreven in de gemeente St. Martin de Bossenay - Département de l’Aube (Fr.) in de ferme de la Mardelle.

1864

Bron
Not. S. 17.6.1864

Hendrik Clerkx‚ landbouwer, wonende te Geystingen, gemeente Ophoven verkoopt op 17 juni 1864 aan Jan Renier Rutten, landbouwer, aldaar wonende een perceel weide groot 27 a 25 ca gelegen te Geystingen onder Ophoven aan de Dalerstraat neffens de erve van Hoezerhof van den Noorden kant voor de som van 400 fr.

1866

Bron
T.K.

Te Kessenich treden op 9 april 1866 in het huwelijk: Jan Mathijs Rutten met Marie-Hubertina Narinx en Jan Vinken met Marie-Elisabeth Narinx.

Bron
F.A.R.

Te Sittard overlijdt op 13 november 1866 Martinus Rutten, geboren te Ophoven op 5 februari 1786, echtgenoot van Maria Gertrudis Houben.

1867

Bron
F.A.R.

Renier Henckens, zoon van Gaspard en Ida Gielen, geboren te Ophoven op 27 januari 1845 treedt op 7 januari 1867 toe tot het Pauselijk leger.

F.A.R.

Martinus, Hubertus Rutten, geboren te Ophoven-Geystingen, Hoezerhof, wordt op 28 april 1867 te Luik priester gewijd.

Bron
Not. S. 29.5.1867

Jan Renier Rutten, landbouwer en eigenaar, wonende te Geystingen,

gemeente Ophoven op Hoezerhof leent op 29 mei 1867 een bedrag van zes duizend franken met een intrestvoet van 5% van Jan Willem Koten, burgemeester en grondeigenaar, wonende te Grevenbicht met als borg:

  1. een huis met schuur, stalling, gebouwen, gelegen te Geystingen, gemeente Ophoven sectie A nrs. 1109, 1107h, 1107a en 1108a, groot 33 a 79 ca.
  2. Een perceel bouwland aldaar aan Henkensstraat, belend Arnold Vangeneygen en Jan Vandevenne, groot 65 a 19 ca.
  3. Een dito perceel aldaar op den Poelakker, belend de weduwe Henckens en de erven Degloes, groot 65 a 19 ca.
  4. Een dito perceel aldaar op den Sleutelakker belend de erven Linssen van Neeritter, Peter Verstraeten, de erven Degloes en Adam Vandevenne groot 84 a 2 ca.
  5. Een pereeel land en weide aldaar, den Rosendijk, belend de erven De Gloes, de gemeente Ophoven en de erfgenamen De Fastré, de Baron Michiels en de oude heek, groot 1 Ha 30 a 70 ca.
  6. Een dito aldaar aan Roerdrjk helend West een weg, Zuid en Noord een weg en Oost de oude beek groot 1 Ha 26 a 44 ca.
Bron
F.A.R.

Jan Lambert Rutten, zoon van Jan en Elisabeth Henkens, gehoren te Ophoven op 17 september 1834 en Jan Hubert Henckens, zoon van Leonard en Anna Gertrudis Speetjens, geboren te Ophoven op 19 september 1845 treden op 30 december 1867 toe tot het Pauselijk Leger.

1868

Bron
Not. H. 16.1.1868

Testament van Mechtildis Rutten op 16.1.1868:

“De eerzame Mechtildis Rutten, rentenierster, wonende te Geystingen, gemeente Ophoven dewelke heeft gedik-teerd in tegenwoordigheid der vier hieronder genoemde getuigen, haar testament aan ons notaris die hetzelve eigenhandig heeft geschreven, zoodanig als het aan hem door de testateurze is gedikteerd geworden in manier als volgt:

Ik geef en egateer bij deze aan mijnen broeder Jan Renier Rutten, landbouwer, wonende te gezegd Geystingen, den eigendom van alle mijne goederen, zoo roerende als onroerende, geene uitgezonderd, dewelke mij op den dag van mijn overlijden zullen toebehooren, en in geval van voorafsterven, doe ik dezelfde gifte aan mijne neven zijne twee zoons Jacobus Hubertus en Johannes Hubertus Rutten, beide landbouwers aldaar wonende.

Hetwelk haar tegenwoordig testament mij notaris terstond in de tegenwoordigheid der vier onder-geteekende getuigen hebben voorgelezen aan de testateurse die verklaard heeft hetzelve zien wel verstaan te hebben en daarin te blijven volharden als zijnde haren laatsten en uitersten wil“.

Bron
V.V.M.

Proces Rutten-Reynders

Op 7 maart 1868 dagvaardt Jan Reyner Rutten, landbouwer uit Geystingen via de deurwaarder Engelbert Gielissen niemand minder dan Jan Reynders, burgemeester te Ophoven voor het vredegerecht te Maaseik omdat Jan Reynders op 19 en 21 februari 1868 het zich veroorloofd heeft met kar en paard de grond te betreden van Jan Renier Rutten, grenzend aan de Herebaan, Wienen, Schoolmeesters, Wienen en Rutten.

Door dit feit heeft Jan Reynders een schade aangericht aan de klaver van Jan Renier Rutten die hiervoor een schadevergoeding vraagt van 20 fr.

De vrederechter Louis Raedts beveelt bij vonnis van 31 maart 1868 een plaatsbezoek op 2 april 1868 waarop beide partijen aanwezig zijn.

Na dit plaatsbezoek worden de partijen opnieuw opgeroepen voor de zitting van 2 mei 1868. Jan Renier Rutten wordt bijgestaan door zijn advocaat Ritzen.

Bij vonnis van 2 mei 1868 wordt Jan Reynders veroordeeld tot:

  1. verbod de grond van Jan Renier Rutten nog te betreden.
  2. een vergoeding te betalen voor de schade die aangebracht werd aan de klaver.
  3. het betalen van de gerechtskosten zijnde 45 fr. en 93 cent.

Jaak Hubert Rutten, zoon van Jan Renier en Petronella Zegers geboren te Ophoven op 3 december 1839 treedt op 19 november 1868 toe tot het Pauselijk leger.

1869

Bron
F.A.R.

Te Maastricht overlijdt op 22 januari 1869 Maximilienne Catharine Rutten, geboren te Sittard op 22 juni 1813.

Te Sittard overlijdt op 9 november 1869 Marie Rutten, geboren te Sittard op 1 oktober 1824, overste van de zusters Ursulinnen.

Bron
G.A.K.

Leonard Deben, geboren te Kessenich op 19.6.1828 gehuwd met Cornelia Ruttten, wonende Op Sanderhof te Kessenich was gemeenteraadslid te Kessenich vanaf 1.1.1861, schepen van 1864 tot 1872 en burgemeester van 1873 tot 1885. '

1870

Bron
D.R.O.

Te Ophoven Geystingen overlijdt op 7 maart 1870 Jacobus Hubertus Rutten, oud-zoeaaf, aldaar geboren op 3 december 1839.

Bron
D.R.O.

Te Ophoven Geystingen overlijdt op 30 december 1870 Mechtildis Rutten, geboren te Neeritter op 13 januari 1791.

1871

Bron
D.R.O.

Op 1 juli 1871 overlijdt te Ophoven Geystingen Joannes Rutten, geboren te Neeritter op 6 december 1799, echtgenoot van Elisabeth Henkens.

Bron
D.R.O.

Te Ophoven Geystingen overlijdt op 19 december 1871 Anna Maria Rutten, geboren te Neeritter op 5 april 1796, echtgenote van Adamus Vandevenne.

1872

Joannes Henricus Rutten, geboren te Kessenich op 1 april 1809 overlijdt te Elen op 9 oktober 1872 waar hij pastoor is.

Bron
Not. S. 30.12.1872

Op de openbare verkoop van de goederen van Hendrina Schoolmeesters, weduwe van Lambert Rutten koopt Renier Rutten op 31 december 1872 voor zijn zoon Jan Hubert Rutten, landbouwers te Geystingen, gemeente Ophoven een perceel land gelegen in de gemeente Ophoven, genaamd op den Boterakker sectie A nr. 447 groot 37 a 60 ca voor 1238 fr.

Bron
Not. C.S. 6.11‚1872

Openbare verkoop van de meubelen van Johannes Henricus Rutten, in leven pastoor te Elen op 5 en 6 november 1872 in aanwezigheid van de getuigen Lambert Wakkers, hotelhouder te Maaseik en Theodorus Kunnen, landbouwer te Elen. De opbrengst bedraagt 2.745 fr.

Bron
Not. C.S. 5.11.1872

Zijn aangeduid als erfgenamen van wijlen Joannes Henricus Rutten in leven pastoor te Elen en er overleden op 9.10.1872:

  • Joannes, Jacobus Rutten, landbouwer, Kessenich.
  • Sibilla Rutten, weduwe in laatste huwelijk van Walterus Vossen, landbouwster Thorn.
  • Cornelia Rutten, weduwe van Renier Lamberigts, landbouwster, Kessenich.
  • Mechtildis Rutten, echtgenote van en bijgestaan door Renier Lamberigts, koster, Kessenich.
  • De kinderen van wijlen Martinus Rutten, in huwelijk geweest met Mechtildis Hermans, landbouwster, Kessenich:
    1. Joannes Rutten, landbouwer, Kessenich
    2. Franciscus Rutten, landbouwer, Kessenich
    3. Sibilla Rutten, echtgenote van en bijgestaan door Joannes Spoormakers, smid, Kessenich
    4. Antonia Rutten, echtgenote van en bijgestaan door Gerard Gielen, landbouwer, Kessenich
    5. Renier Rutten, landbouwer, Elsene
  • De kinderen van wijlen Renier Rutten, in huwelijk geweest met Joanna Vandewinkel, overleden te Heel:
    1. Lambertus Rutten, landbouwer, Beegden
    2. Franciscus Rutten, landbouwer, Beegden
    3. Henricus Rutten, handelsbediende, Heel
    4. Cornelia Rutten, echtgenote van en bijgestaan door Matheus Schreurs, landbouwer, Kessenich
    5. Petronella Rutten, echtgenote en bijgestaan door Lambert Linssen, landbouwer, Heel.
  • De kinderen van wijlen Theodorus Rutten en Catharina Coolen, beide overleden te Nunum:
    1. Maria Rutten, dienstmaagd, Bruggen (Pruisen)
    2. Renier Rutten, landbouwer, Nunum
    3. Sibilla Rutten, echtgenote van en bijgestaan door Wilhelmus Caris, houtsnijder, Nunum.

1873

Bron
Not. C.S. 22.4.1873

Joannes Graus, landbouwer, wonende te Geystingen, gemeente Ophoven verkoopt op 22 april 1873 aan Joannes Rutten, landbouwer, wonende te Geystingen, gemeente Ophoven de helft van een perceel grond gelegen te Geystingen onder Ophoven, genaamd aan de Steenpad, groot in het geheel omtrent 21 a 80 oa, te nemen langs den kant van Renier Snijders van onder tot boven, palende aan Renier Snijders, aan Josephus Kerks met de overige helft, den Steenpad en aan Cuypers voor de som van 250 fr.

Bron
Not. S. 26.3.1873

Deling van de vaste goederen van wijlen Johannes Rutten en Elisabeth Henckens door de kinderen Renier Rutten, Jan Lambert Rutten, Leonard Rutten, Hubertina Rutten, bijgestaan en gemachtigd door haar echtgenoot Lambert Dreessen, negociant, alle wonende te Geystingen, gemeente Ophoven en Sibilla Rutten, bij gestaan en gemachtigd door haar echtgenoot Mathijs Steyvers, landbouwer, beide wonende te Heppeneert, gemeente Maeseyck en Cornelia Rutten, bijgestaan en gemachtigd door haar echtgenoot Leonard Deben, burgemeester en landbouwer, beide wonende te Kessenich.

Er zijn zes egale loten, ieder ter waarde van 6075 fr. Een huis met tuin en boomgaard in het gehucht het Leu, sectie B. nrs. 663, 664 en 665, groot 14 a 30 ca geschat op 1100 fr. gaat naar Sibilla Rutten, gehuwd met Mathijs Steyvers. De helft van een huis, tuin en boomgaard te Geystingen, gemeente Ophoven, sectie B nrs. 312, 313, groot 25 a 90 ca met een waarde van 1500 fr. is toegewezen aan Renier Rutten; de andere helft met dezelfde waarde gaat naar Jan Lambert Rutten. Cornelia Rutten gehuwd met Leonard Deben, Hubertina Rutten, gehuwd met Lambert Dreessen en Leonard Rutten bekomen “een twaalfde deel onverdeeld in eene winning bestaande in huis, schuur, stallingen en verder gebouwen, wei en akkerlanden, bosch, gelegen in de gemeenten Neeritter en Hunsel, sectie A nrs. 30, 31, 32, 33, 34, 35, 64, 423, 424, 426, 427, 428 groot 17 Ha 79 a en 50 ca onder Neeritter en sectie A nrs. 555, 556, 557, 558, 559, 560, 561, 562, 563, 564, 578 en 579 groot 6 Ha 79 a en 45 ca onder Hunsel met een waarde van 1500 fr.

1875

Bron
J.V.L. p. 21

Francois-Xavier Rutten, geboren te Sittard op 30.1.1822, deken van de St.- Servaaskerk te Maastricht (1868-1893) wordt in 1875 door het Hof van Limburg te Maastricht veroordeeld wegens het houden van een processie buiten deze die toegelaten waren.

Bron
D.R.O.

Te Ophoven Geystingen overlijdt op 25 januari 1875 Adamus Vandevenne, geboren te Maasbracht op 20 augustus 1796, weduwenaar van Anna Maria Rutten.

Bron
M.R. R.M. p. 25

Jan Renier Rutten, geboren te Sittard op 16 augustus 1811, gehuwd met Catho Beysens is gemeenteraadslid te Sittard.

Bron
F.A.R.

Hubert Rutten, geboren te Ophoven Geistingen (Hoezerhof) op 27 april 1852 wordt op 18 december 1875 te Rome priester gewijd.

1876

Bron
Not. F. 13.6.1876
  1. Leonard Rutten, grondeigenaar, wonende te Geystingen, onder Ophoven
  2. Lambert Driessen, grondeigenaar, wonende te Ophoven, gemagtigd van zijn huisvrouw Hubertina Rutten ‚
  3. Leonard Deben, burgemeester, wonende te Kessenich, gemagtigd van zijn huisvrouw Cornelia Rutten

verkopen op 13 juni 1876 aan Jan Renier Rutten, grondeigenaar, wonende te Geystingen hun aandeel of een vierde onverdeeld gedeelte in een hoeve genaamd “Vinderhof“ gelegen onder de gemeenten Neeritter en Hunsel en onder kadaster ingeschreven: gemeente Neeritter sectie A nrs. 30, 31, 32, 33, 34, 35, 64, 423, 424, 425, 426, 427, 428 en gemeente Hunsel sectie B nrs. 555, 556, 557, 558, 559, 560, 561, 562, 563, 564 en sectie C nrs. 578, 579 en 580 voor de som van 1600 gulden.

De hoeve is belast ten behoeve van de kerk van Neeritter met eene grondrente van twee hectoliters zeven en veertig liters een en dertig centiliters rogge, vervallende jaarlijks op den dertigsten november ingevolge acte van vernieuwing van titel den tienden juni achttien honderd drie en zestig voor den notaris Clerx te Weert verleden, welke rente ter ontlasting der verkoopers voortaan door den kooper voor een vierde gedeelte zal moeten worden voldaan benevens het vierde eener grondrente van drie en negentig liters een centiliter rogge ten behoeve derzelfde kerkfabriek op het gekochte gevestigd.

1877

Bron
D.R.O.

Te Ophoven Geystingen overlijdt op 10 juni 1877 Jan Renier Rutten, geboren te Neeritter op 25 mei 1793, echtgenoot van Petronella Zegers.

Te Beegden overlijdt op 23 september 1877 Lambertus Rutten, geboren te Heel op 13 oktober 1820, echtgenoot van Maria Catharina Grispen.

1878

Bron
F.A.R.

Na het overlijden van Jan Renier Rutten, overleden te Ophoven Geystingen op 10 juni 1877 worden op de staat van successieaangifte 22 ha 48 a 30 ca grond opgegeven.

Bron
Not. F. 25.8.1878

Jan Hubert Rutten, landbouwer, wonende te Geystingen onder Ophoven en Johanna, Maria, Suzanna Rutten, wonende te Beegden stellen op 25 augustus 1878 voor notaris Hubert Jacob, Karel, Frans Frische te Thorn hun huwelijkscontract op.

Te Sittard overlijdt op 19 oktober 1878 Lambert Rutten, geboren te Sittard op 13 juli 1815, echtgenoot van Guillemine Clemens.

1880

Bron
D.R.K.

Te Kessenich overlijdt op 28 maart 1880 Maria Narinx, geboren te Gronsveld op 3 augustus 1844, weduwe van Leonard Rutten, pachter van Stockbroek- of Bokkenhof.

In het gezin van Leonard Rutten, pachter van Stockbroek of Bokkenhof zijn er in één jaar drie sterfgevallen:

  • op 28 maart 1880: Maria Narinx, 36 jaar, echtgenote
  • op 12 juli 1880: Anna Rutten, 8 maanden, dochter
  • op 29 juli 1880: Christiaan Rutten, acht jaar‚dzoon.
Bron
G.V.V. p. 22

Vikaris-generaal Martinus Hubertus Rutten sticht in 1880 voor de Vlamingen in Luik een afdeling van het Davidsfonds en is tegelijkertijd met de Vlaamse pater Van Peteghem, redemptorist van de rue Hors-Chateau, een groot ezieler van het Werk der Vlamingen te Luik.

Joanna Hubertina Rutten, geboren te Beegden op 18 april 1852, gehuwd met Jan Snijders uit Beegden vertrekt op 16 a ril 1880 naar Amerika tegelijker tijd met haar broer Jan Renier Rutten, geboren te Beegden op 8 augustus 1854.

Bron
D.S. J.G. O.G. p. 175

In juli 1880 wordt de nieuwe katholieke school in de Beekstraat te Geystingen ingewijd door Mgr. M.H. Rutten, groot-vicaris te Luik. Arnold Wieërs is aangesteld als onderwijzer.

1881

Hendrik Renier Rutten, geboren te Maaseik op 28 februari 1834, gehuwd met Joanna Coenen vertrekt op 17 maart 1881 vanuit Nunhem met zes van zijn zeven kinderen naar Amerika. De oudste zoon Peter Jan blijft in Nunhem.

Bron
Not. C.S. 28.3.1881

Joannes Spoormakers, smid, en zijne echtgenote Sibilla Rutten wonende te Kessenich lenen op 28 maart 1881 via Augustinus Descheemaker, wisselagent te Maaseik van Petronella Beunen, weduwe van Josephus Driane een bedrag van 600 fr. en geven in pand:

  • een huis met schuur, stallingen, tuin en aanhorigheden, gelegen te Kessenich in het dorp, groot 9 a 80 ca, palende Pieter Narinx en Christiaan Deben sectie A nr. 172 en 173.
Bron
Not. C.S. 4.4.1881

Na het overlijden van Hubert Lekens (°Zonhoven 22.11.1818 +Bocholt 2.5.1861) en zijn vrouw Hubertina Vandevenne (°Maasbracht 21.1.1827 +6.8.1877) verkoopt Emile Lekens, zoon, wonende te Lille (Frankrijk) op 4 april 1881 aan zijn tante Cornelia Vandevenne, wonende te Geystingen de onverdeelde helft van de hiernavolgende goederen; de wederhelft toebehorende aan Maria Ludovica Hubertina Lekens, echtgenote van Charles, Auguste Stellfeld, wonende te Antwerpen:

Gemeente Ophoven

  1. Een perceel bouwland, gelegen in Ophoven ’t OO, groot 22 a 60 ca sectie A nr. 119
  2. een perceel bouwland, gelegen in Geystingen ’t OO, groot 14 a 30 ca sectie A nr. 338
  3. een perceel bouwland, gelegen in de Kamp, groot 22 a 30 ca sectie A nr. 528
  4. een perceel bouwland, gelegen op de Boteraker, groot 51 a 60 ca sectie A nr. 409
  5. een perceel hooiland, gelegen in de Vroenhoven, groot 33 a 10 ca sectie A nr. 1353 e en 1354 e
  6. perceel bouwland, gelegen op het Wieltje, groot 41 a 90 ca, sectie B nr. 595
  7. perceel bouwland, gelegen op het Wieltje, groot 41 a 90 ca sectie B nr. 583
  8. perceel bouwland, gelegen op het Maasveld, groot 47 a 20 ca sectie B nr. 365 e
  9. perceel bouwland, gelegen in het Ophoverveld, groot 36 a 40 ca sectie B nr. 941
  10. perceel bouwland, gelegen omtrent de school, groot 40 a 30 ca sectie B nr. 952 c
  11. perceel bouwland, gelegen omtrent de school, groot 41 a 50 ca sectie B nrs. 951 en 952 d
  12. de onverdeelde helft van een onverdeeld zevende gedeelte in eenen dennenbosch, gelegen in de Hezerheide, groot in het geheel 58 a 50 ca sectie B nr. 31 a en de helft der hiernavolgende goederen,

Gemeente Kessenich

  1. een perceel bouwland, gelegen in het Kessenicher-veld, groot 59 a 30 ca sectie A nr. 736 a
  2. een perceel bouwland, gelegen in de Schutteheide, groot 46 a 70 ca sectie C nr. 352 a

voor een totaal bedrag van 4.700 fr.

Bron
Not. C.S. 18.4.1881

Renier Rutten koopt op 18 april 1881 een perceel bouwland gelegen te Geystingen langs den steenweg op het Kleutje genaamd groot 19 a 18 ca sectie B deel van nr. 222 voor de prijs van 300 fr. van Barbara Silkens, weduwe van Arnoldus Simons, uit Geystingen, van Theodoor Simons, molenknecht, wonende te Helden, van Leonard Simons, schrijnwerker, wonende te Krefelt (Pruisen), van Anna Catharina Simons, bijgestaan door de echtgenoot Pieter van Ratingen uit Geystingen.

Bron
Not. C.S. 20.4.1881

Op 20 april 1881 is er op Boxhof te Geystingen op last van Lambert Rutten, landbouwer, wonende te Geystingen een openbare verkoop van mobilaire voorwerpen:

  1. een vaars, aangekocht door Lambert Driessens, négo-ciant te Geystingen voor de som van 115 fr.
  2. een koe, aangekocht door Rutgerus Vangeneygen, schrijnwerker en Renier Coolen, landbouwer, beiden wonende te Kinrooi voor de som van 175 fr.
  3. een koe aangekocht door Frans Schummers, land-bouwer, wonende te Elen voor de som van 190 fr.
  4. een koe aangekocht door Frans Trinus, landbouwer, wonende te Aldeneyck en Mathijs Boonen, landbouwer, wonende te Geystingen voor de som van 285 fr.
  5. een stier aangekocht door Pieter Segers, slachter, wonende te Maaseyck voor de som van 142,50 fr.

Op Bovenhof te Heel overlijdt op 16 augustus 1881 Lambertus Linssen, geboren te Thorn op 15 oktober 1813, echtgenoot van Petronella Rutten.

1882

Bron
Not. V.S. 24618182

Op 24 juni 1882 wordt door notaris Karel, Maria, Engelbertus Verstraeten van Neeroeteren een huwelijkscontract opgesteld tussen Franciscus, Hubertus, Nicolaus Pernot, landbouwer te Aldeneik‚ geboren te Maaseik op 7 september 1847 en Catharina, Hubertina Vandevenne, landbouwster en herbergierster van Geystingen, geboren te Maaseik op 23 oktober 1839, dochter van Adamus Vandevenne en Anna Maria Rutten.

1884

Bron
D.R.O.

In de ouderdom van 16 jaar en 8 maanden overlijdt te Ophoven-Geystingen op 11 mei 1884 Theodorus Hubertus Vandevenne.

Gerard Gielen, geboren te Kessenich op 30 augustus 1837, gehuwd met Antonia Rutten, wordt op 7 september 1884 benoemd tot gemeente ontvanger te Kessenich

1885

Frans Lamberigts, zoon van Renier Lamberigts en Mechtilde Rutten, wordt vanaf 1 januari 1885 burgemeester van Kessenich. Hij blijft dit gedurende 36 jaar.

Joannes Rutten, geboren te Ophoven Geystingen op 21 januari 1844, gehuwd met Johanna Maria Rutten, is burgemeester van Ophoven in 1885 en blijft dit tot 1895.

1886

Henri Peter Mathijs Rutten, geboren te Beegden op 14 januari 1858 emigreert op 6 maart 1886 naar Amerika.

Te Heppeneert (Maaseik) overlijdt op 6 november 1886 Joannes Mathias Steyvers‚ ontvanger van de kerkfabriek te Heppeneert, geboren te Elen op 18 juni 1823, echtgenoot van Sibilla Rutten.

Margaretha, Catharina Rutten, geboren te Beegden op 22 juli 1867 gehuwd met Willem Schreurs uit Beegden emigreert naar Amerika op 6 maart 1886.

1887

Te Beegden overlijdt op 9 januari 1887 Franciscus Rutten, oud-burgemeester van Beegden, geboren te Heel op 16 september 1823, weduwenaar in het eerste huwelijk van Margaretha Verlinden, echtgenoot van Aldegonda Snijders.

1888

Bron
D.R.O.

Te Ophoven-Geystingen overlijdt op 9 januari 1888 Petronella Zegers, geboren te Zeeland (Noord-Brabant) op 17 april 1806, weduwe van Jan Renier Rutten.

Bron
D.R.O.

Te Ophoven-Geystingen overlijdt op 15 juni 1888 Maria Hubertina Vandevenne, geboren te Maasbracht op 15 augustus 1828

Bron
D.R.O.

Te Ophoven-Geystingen overlijdt op 18 december 1888 Hubertina Rutten, geboren te Ophoven-Geystingen op 30 oktober 1841, echtgenote van Joannes, Martinus Lambertus Dreessen.

1889

Te Sittard overlijdt op 27 mei 1889 Franciscus Aloysius Rutten, geboren te Sittard op 21 juni 1830, echtgenoot van Joanna Maria Dols.

1890

Bron
Not. L.B. 3.3.1890

Den derden maart achttien honderd negentig. Voor mij Jozef Theodore Hubert Le Brun notaris ter stand laats Nederweert verschenen:

  1. Jan Mathijs Drenthers, lanbouwer, wonende te Leveroy gemeente Nederweert handelend zoo voor zich zelven als in hoedanigheid van vader voogd van rechtswege over de vier minderjarige kinderen a. Petronella, b. Antoinetta, c. Jacobus, d. Maria Drenthers allen landbouwers gesproten uit zijn huwelijk met wijlen Catharina Houben.
  2. Peter Drenthers, landbouwer, wonende te Nederweert.
  3. Cornelis Scheepers, timmerman, wonende te Weert op Moesel, als in algeheele gemeenschap van goederen, gehuwd met Angelina Drenthers,

welke comparanten verklaren te hebben verkocht onder voorbehoud van het nader te omschrijven recht van hypotheek aan de alhier medeverschenen echtelieden Leonard Rutten en Maria Catharina Weekers, landbouwers wonende te Kessenich in Belgie, de vrouw ten deze door haar man bijgestaan en verklarende gekocht te hebben de windgraanmolen en erf gelegen in de gemeene Hunsel, kadastraal bekend sectie B nummer 1279 groot drie aren tachtig centiaren.

Deze koop en verkoop is geschied voor twee duizend vier honderd gulden in mindering waarvan de verkoopers verklaren te hebben ontvangen de som van twaalf honderd gulden en tot waarborg van de voldoening der nog onbetaalde kooppenningen ad twaalf honderd gulden daar op verschuldigden intrest en eventueele kosten zich voor te behouden hypotheek op het verkochte onroerend goed tot welk voorbehoud de aankoopers verklaarden hare toestemming te geven.

Ter zake dezer zijn wijders deze biedingen gemaakt:

  1. Alle kopers zullen in het bezit en genot van het gekochte treden op een mei aanstaande onder verplichting de daaro gelegde of nog te leggen grond en andere lasten te dragen vanaf den ag des bezits.

  2. De koopers zullen het gekochte aanvaarden in den staat waarin het zich tijdens die aanvaarding bevindt met al deszelfs rechten en lasten heerschende en lijdende erfdienstbaarheden maar vrij van hypothecaire schulden behalve deze voorbehoudene als zullende de daarop gevestigde uit de uitkooppenningen worden afgelast.

  3. De restante koopsom zal behooren te worden voldaan voor of uiterlijk op één februari achtien honderd één en negentig rentende inmiddels van af heden eenen jaarlijkschen interest berekend aan vier en een half ten honderd.

  4. In dezen verkoop en koop zijn tevens begrepen de gereedschappen bepaaldelijk tot de molen behoorende al zijn zij ook niet aard of nagelvast.

  5. De verkoopers zullen onherroepelijk gemachtigd zijn om bij niet prompte voldoening des restante koopsom met interesten, het onroerend goed volgens plaatse-lijk gebruik ten overstaan van een bevoegd ambtenaar te doen verkoopen ten einde uit de opbrengst te ver-halen zoo schuld als interesten en kosten. Ter uitvoering dezes akte ook voor daden van gerechtelijke ten uitvoerlegging kiezen comparanten domicilie ten kantore van den bewaarder dezes minuut.

De verkochte goederen zijn geerfd door den eersten comparant van Hendrik Drenthers laatstelijk gewoond hebbend te Leveroy gemeente Nederweert, krachtens uitersten wil verleden voor mij notaris vijftien mei achttien honderd zeven en tachtig en maakten deel uit der allgehee1e gemeenschap van goederen die bestaan heeft tusschen den eersten comparant en zijnde gemelde echtgenoote, zoodat de overige verkoopers daarin aandeel hebben verkregen krachtens de erfopvolging bij versterh hunner voormelde moeder terwijl volgens verklaring van partijen hun geene verdere eigendoms-bewijzen of titels van aankomst noch eenige overschrijving ten hypotheekkantoor bekend zijn.

Waarvan akte.

Aldus gedaan en verleden te Nederweert den vier februari achttien honderd negentig in tegenwoordigheid van Jan Theodoor Quix candidaat notaris en Jozef Hubert Simons barbier beiden woonende te Nederweert als getuigen en evenals de comparanten mij notaris bekend.

Na voorlezing hebben de comparanten met getuigen en mij notaris deze minuten geteekend.

Jan Rutten, gehuwd met Anna Vestjens is molenaar op de watermolen St. Ursula, ’t Leu te Nunhem.

Te Kinrooi overlijdt op 25 mei 1890 Renier Hubert Vinken, geboren te Kessenich op 27 augustus 1858, echtgenoot van Maria Catharina Boerenkamp,

1892

Jan Mathijs Rutten, geboren te Beegden op 11 februari 1847, gehuwd met Maria Hubertina Narinx, emigreert op 22 maart 1892 vanuit Ophoven naar Amerika.

Mathijs Hubert Rutten, geboren te Beegden op 24 februari 1865 emigreert op 8 juli 1892 naar Amerika.

1893

Te Maastricht overlijdt op 26 februari 1893 Francois Xavier Rutten, geboren te Sittard op 30 januari 1822, deken van Maastricht, kanunnik van de kathedraal te Roermond en huisprelaat van de Paus.

1894

Te Kessenich overlijdt op 19 februari 1894 Jacob Rutten, geboren te Kessenich op 23 september 1806, een eerste maal gehuwd met Anna Deben, geboren te Kessenich op 29 mei 1827 en er overleden op 17 mei 1861 en een tweede maal met Maria Lamberigts, geboren te Kessenich op 30 oktober 1826 en er overleden op 25 februari 1907.

Te Gratem overlijdt op 16 juni 1894 Maria Catharina Grispen, geboren te Ittervoort op 19 april 1816, weduwe van Lambertus Rutten.

Willems Dreessens, geboren te Ophoven Geystingen op 3 oktober 1870 emigreert op 14 maart 1894 naar Amerika.

Te Ophoven-Geystingen overlijdt op 28 september 1894 Joannes Martinus Lambertus Dreessens, geboren te Ophoven Geystingen op 31 maart 1842, weduwenaar van Hubertina Rutten.

Te Beegden overlijdt op 1 december 1894 Maria Suzanna Hubertina Rutten, geboren te Beegden op 30 januari 1856, echtgenote van Joannes Snijders.

1895

Bron
F.A.R.

Te Caroll (U.S.A.) overlijdt op 22 maart 1895 Pieter Mathijs Rutten, geboren te Beegden op 14 januari 1858, echtgenoot van Marie Snijders.

Te Ophoven en Geystingen worden in 1895 de Boerengilde en de Veeverzekering opgericht met als eerste voorzitter Joannes Rutten, burgemeester, in 1896 opgevolgd door Lambert Rutten.

1896

Bron
F.A.R.

Te Heppeneert (Maaseik) overlijdt op 29 mei 1896 Sibilla Rutten, geboren te Ophoven Geystingen op 22 januari 1828, weduwe van Joannes Mathias Steyvers.

Bron
F.A.R.

Op 9 juli 1896 overlijdt te Heel Maria Magdalena Cuypers, geboren te Born op 2 januari 1828, echtgenote van Hendrik Rutten.

Bron
F.A.R.

Te Maaseik overlijdt op 31 juli 1896 Joannes Martinus Raets, geboren te Maaseik op 23 november 1862, echtgenoot van Maria Gertrudis Vinken.

Testament van Petronella Rutten, geboren te Heel op 3 december 1821 en er overleden op 3 januari 1907, weduwe van Lambert Linssen, geboren te Thorn op 21 mei 1813 en overleden te Heel op 16 augustus 1881, opgesteld door notaris Joannes Carolus Palmen van Thorn op 6 augustus 1896.

Ik ondergetekende Petronella Rutten, weduwe van Lambert Linssen, landbouwster, wonende te Heel en Panheel, op Bovenhof, verklaar mijn geheim testament te maken en te beschikken als volgt:

Ik wil en begeer dat mijn nalatenschap en die van mijnen man Lambert Linssen, te Heel en Panheel overleden, zal worden verdeeld tusschen mijne acht kinderen met name Gerard, Hubert, Mathijs, Antoon, Anna, Clara, Renier en Catharina Linssen die allen nog in leven zijn behalve Anna Linssen die te Roermond is overleden, nalatende acht kinderen genaamd Petronella, Clara, Peter, Anna, Antoon, Frans, Maria en Trinette Houtmortels, bij haar in huwelijk verwekt door Mathis Houtmortels, landbouwer te Roermond, zooals volgt en met plaatsvervulling volgens de wet:

Ik verdeel de onroerende goederen in acht loten waarvan het eerste lot zal toebehoren aan Gerard Linssen boven genoemd en zal bevatten:

Gemeente Kessenich (België)

40 aren te nemen oostwaarts van een perceel bouwland in de 00e, sectie B nr. 335 geheel groot 91 aren 70 centiaren.

De zuidelijke helft van een bouwland in de Ooe, sectie B nr. 195 c geheel groot 104 aren 90 centiaren.

De noordelijke helft van een perceel bouwland aldaar, sectie B nr. 196 c geheel 15 aren 90 centiaren.

Bouwland aan Busseshof sectie A nr. 455 groot 30 aren 30 centiaren.

Dito aldaar sectie A nr. 456 groot 20 aren 20 centiaren.

De zuidelijke helft van bouwland aan het Schutte Vendele, sectie C nr. 6 groot 36 aren.

waarvan ik eene waarde toeken van francs 3466,12 of zestien honderd drie en zestig gulden 73 centen.

Het tweede lot aan mijnen zoon Renier Linssen voornoemd en zal bevatten:

Gemeente Kessenich (België)

De westelijke helft met de uitgewerkte kiezelkuil van een perceel weiland in de Ooe, sectie B nr. 335 a geheel groot 91 aren 70 centiaren.

Noordwaarts te nemen de helft van bouwland in de Ooe, sectie B nr. 195 c geheel groot 104 aren 90 centiaren.

De zuidelijke helft van een perceel weiland in de Ooe, sectie B nr. 196 0 geheel groot 15 aren 90 centiaren.

Bouwland in Kessenicherveld, sectie A nr. 725 groot 44 aren 70 centiaren.

Bouwland in Perreveld sectie C nr. 492 g groot 20 aren 60 centiaren.

waarvan ik eene waarde toeken van frs. 3562 of zeventien honderd negentien gulden en vijf centen.

Het derde lot aan Catharina Linssen, gehuwd met Cornelis Van Esser te Ophoven en zal bevatten:

Gemeente Kessenich (België)

Bouwland in de Ooe, sectie B nr. 59 a groot 33 aren 60 centiaren.

74 aren 70 centiaren te nemen westwaarts van bouwland in de 00e sectie B nr. 114 c.

Bouwland aan den Kessenicherweg sectie A nr. 668, groot 36 aren 10 centiaren.

Dito in de Hoeven, sectie C nr. 119 groot 48 aren 60 centiaren.

Te samen geschat op frs. 3409‚50 of zestien honderd zes en dertig gulden 56 centen.

Het vierde lot aan mijnen zoon Mathijs Linssen voornoemd en zal bevatten:

Gemeente Kessenich (België)

De helft van bouwland in de Ooe, te nemen zuidwaarts sectie B nr. 230 h geheel groot 68 aren 60 centiaren.

Bouwland in Tennekamp, sectie C nr. 570, groot 15 aren 20 centiaren.

72 aren te nemen oostwaarts naast eigendom Jan Renier Lambrechts, uit bouwland in de Ooe, sectie B nr. 114 c.

Bouwland in het Hoogveld sectie A nr. 597 groot 13 aren 60 centiaren.

Dito aldaar sectie A nr. 598 groot 13 aren 60 centiaren.

20 aren 71 centiaren te nemen oostwaarts uit bouwland in de Ooe, sectie B nr. 344 a geheel groot 84 aren.

waaraan ik een waarde teeken van frs. 3558 of zeventien honderd zeven gulden 84 centen.

Het vijfde lot aan de vorengenoemde kinderen mijner dochter Anna Linssen en zal bevatten:

Gemeente Kessenich

De noordelijke helft van bouwland in de Ooe sectie B nr. 230 h geheel groot 68 aren 60 centiaren.

63 aren 28 centiaren te nemen westwaarts naast Huits met bouwland in de Ooe, sectie B nr. 344 a geheel groot 84 aren.

Bouwland aan den Kessenicherweg sectie A nr. 680 groot 15 aren 20 centiaren.

De noordelijke helft van bouwland aan het Schuttevendelen sectie C nr. 6 geheel greet 56 aren.

waaraan ik de waarde toeken van frs. 2883‚50 of dertien honderd vier en tachtig gulden acht centen.

Bouwland te Ittervoort in den bosch sectie B nr. 553 groot 25 aren 40 centiaren waaraan ik de waarde toeken van twee honderd dertig gulden 58 centen.

Een huis met schuur en tuin te Kessenich in het dorp sectie A 269 b en 271 a groet 16.84 aren waaraan ik de waarde toeken van frs. 2600 of twaalfhonderd acht en veertig gulden.

Samen 28622,66

Het zesde lot aan mijnen zoon Antoon Linssen voornoemd en zal bevatten:

Gemeente Kessenich

66 aren 75 centiaren te nemen westwaarts van weiland aan Stockbroeckx, sectie A nr. 78 n, geheel groot 137 aren 50 centiaren.

De zuidelijke helft van bouw- en weiland in de Ooe, sectie B nr. 230 b en 228 c te zamen geheel groot 151 aren groet 70 centiaren.

Bouwland in de Vuilbeemden sectie A nr. 335 groot 9 aren 30 centiaren.

waaraan ik de waarde toeken van frs. 350025 of zestien honderd tachtig gulden 12 centen.

Het zevende lot aan mijnen zoon Hubert Linssen voornoemd en zal bevatten:

Gemeente Kessenich

Het restant groot 70 aren 75 centiaren met weiland aan Steckbroeckx te nemen oostwaarts uit sectie A nr. 78 in geheel oot 137 aren 50 centiaren.

De noordelijke helft van bouw- en weiland in e Ooe sectie B nr. 230 b en 228 c te zamen groot 151 aren 70 centiaren.

Bouwland in het hoogveld sectie A nr. 579 groot 19 aren 60 centiaren.

waaraan ik een waarde toeken van 3486,75 frs. of zestien honderd drie en veertig gulden 64 centimen.

Het achtste lot: aan mijne dochter Clara Linssen, vrouw van Lambert Aerts te Beegden en zal bevatten:

Gemeente Beegden

Den geyzer, bouwland C nr. 155 groot 10 aren

Langbemden, hooiland D nr. 15.45 aren

Beegderveld, bouwland B nr. 115 groot 22.80 aren

Achter de Laak, bouwland D nr. 652 groot 17.10 aren

Leegbroek, dito D nr. 510 groot 19.45 aren

De Mortel, dito D nr. 191 groot 17.25 aren

Oosterveld, dito E nr. 661 groot 27.70 aren

Langven, dito E nr. 43 groot 20.65 aren

de Geyzer, dito C nr. 156 groot 10 aren

Breulbemden, hooiland B nr. 719 groot 18.70 aren

Aldaar weiland B nr. 727 groot 33.40 aren

Hagelkruis, bouwland B nr. 822 groot 17.85 aren

waaraan ik de waarde toeken van twee duizend drie honderd vijf en veertig gulden.

Vermits voorschreven goederen te zamen eene waarde hebben van vijftien duizend twee honderd negen en veertig gulden 60 centen (15249,60) waarin ieder mijner kinderen of deszelfs nakomelingen moet hebben een achtste of negentien honderd zes gulden 20 centen, zoo wil en begeer ik dat de verkrijger van het vijfde lot zal uitkeeren een bedrag van negen honderd zes en vijftig gulen 46 centen en die van het achtste lot een bedrag van vier honderd acht en dertig gulden 80 centen waarvan gelijkmaking van alle loten zal bekomen:

het eerste lot twee honderd twee en veerti gulden 47 centen fl. 242.47
het tweede lot honderd zes en negentig gulden 15 centen fl. 196.15
het derde lot twee honderd negen en zestig gulden 64 centen fl. 269.64
het vierde lot honderd acht en negentig gulden 36 centen fl. 198.36
het zesde lot twee honderd zes en twintig gulden 8 centen fl. 226.08
het zevende lot twee honderd twee en zestig gulden 56 centen fl. 262.56

De boomen wassende op het perceel weiland te Kessenich sectie A nr. 78 blijven buiten mijne beschikking en zullen door mijne kinderen of hunne nakomelingen volgens de wet worden verdeeld.

Eindelijk verklaar ik te willen en te begeeren dat de verdeeling mijner nalatenschap, voor zooveel betreft de goederen door mij nagelaten, met in deze beschikking begrepen zal geschieden volgens de bepalingen der wet, met dien verstande echter dat, zoo een of meer mijner aangeduide kinderen of hunne nakomelingen met boven omschreven beschikkingen geen genoegen mocht nemen, zijn of hun aandeel in mijne nalatenschap zich geheel en uitsluitend zal bepalen tot het wettelijk erfdeel, makende en besprekendc ik, in dat geval, wel en uitdrukkelijk vooraf en buiten aandeel, aan die mijner kinderen of kleinkinderen of hunne nakomelingen, welke dezen mijnen uitersten wil zullen eerbiedigen en willen nakomen het beschikbaar deel mijner nalatenschap tusschen hen te verdeelen overeenkomstig de wet.

Heel en Panheel, den zesden augustus achttien honderd zes en negentig.

Getekend Petronella Rutten.

1897

Bron
F.A.R.

Op 4 april 1897 overlijdt te Leuven Emile Louis Hubert Lekens, geboren te Bocholt op 3 januari 1860, echtgenoot van Marie Elisabeth Meulemans.

Bron
Not. L. 2.3.1901

Joannes Henckens en zijn vrouw Cornelia Rutten, landbouwers te Geystingen kopen op 22 december 1897 van de weduwe Willem Clauwers- Snijders uit Geystingen een perceel bouwland, gelegen in de gemeente Op oven, genaamd aan den Steenberg sectie A nr. 219 b groot 26 a 70 ca voor de som van 553 fr. (notarieel beschreven op 2.3.1901).

1898

Bron
F.A.R.

Te Beegden overlijdt op 29 september 1898 Maria Aldegundis Snijders, geboren te Beegden op 15 april 1836, weduwe van Frans Rutten.

1899

Bron
F.A.R.

Renier Dreessens, geboren te Ophoven Geystingen op 12 oktober 1872, emigreert in 1899 naar Amerika.

Bron
F.A.R.

Deling van de goederen van wijlen Jan Renier Rutten en Petronella Zegers door de kinderen op 1899:

  1. Cornelis Renier Rutten, burgemeester van Clermont
  2. Cornelia Hubertina Rutten, bijgestaan door haar man Simon Segers, schilder, wonende te Neeritter
  3. Martinus Hubertus Rutten, groot vicaris van het bisdom Luik
  4. Jan Hubert Rutten, burgemeester te Ophoven
  5. Maria Hubertina Rutten, bijgestaan door haar man Antoon Kunnen, gemeentesecretaris van Elen
  6. Henricus Hubertus Rutten, pro secretaris van het bisdom Luik

Roerende goederen

  1. meubilair en huismeubelen 900 fr
  2. oogst, hooi en stro 2500 fr
  3. wassende boomen 900 fr
  4. veestal (koeien, paarden, varkens enz.) 5500 fr

9800 fr

Onroerende goederen

Gemeente Neeritter

Een winning Venderhof groot 15 Ha 9 a 50 ca

Gemeente Hunsel

Deel van Venderhof groot 6 Ha 79 a 45 ca

Gemeente Ophoven

Bouwland, weide groot 13 Ha 54 3

Gemeente Maaseik

Bouwland groot 14 a 60 ca

Totaal 35 Ha 57 a 55 ca

Te Ophoven Geystingen overlijdt op 7 oktober 1899 Renier Mathieu Vinken, aldaar geboren op 6 maart 1867.

Boerderijen waarop Rutten-stamgeboten als pachters leefden en werkten

  • Bij den organist Theodore Vandevenne te Geistingen
  • Windhuizenhof te Maaseik
  • Bij Dames te Geistingen
  • Bij Gorissen aan de Meierstraat te Kessenich
  • De windmolen het Nijken te Roggel
  • Kerkhofkapel mgr. rutten te Geistingen
  • St.-Ursulamolen in het Leudal te Nunhem
  • Huis Gielen in de Maasstraat te Ophoven
  • De oude dampmolen te Heel
  • Het Veer te Heppeneert-Maaseik
  • Merrehof - bij de maire - te Ophoven
  • Bovenhof te Heel
  • Pannenhof te Beegden
  • Bij de burger te Geistingen
  • Boxhof en Leurshof te Geistingen
  • Stokbroekshof - Bokkenhof - te Kessenich
  • Hoezerhof te Geistingen
  • Het Heerenhuis te Kessenich
  • Bij Hoezer in het dorp te Geistingen
  • Bij Weers te Geistingen
  • Hoeve Linssen te Kessenich
  • Bij Rutten op de steenweg te Heistingen
  • Meyerhof - Nieuwenhof te Kessenich
  • Bij Henckens te Geistingen
  • Sanderhof te Kessenich
  • Vennerhof te Maaseik
  • Hoverhof te Ophoven
  • Vinderhof - Vennerhof te Neeritter
  • Bij Gielen in de Meierstraat te Kessenich
  • Bij brouwer Vinken en bij Lamberke te Geistingen

Bij den organist Theodore Vandevenne te Geistingen

Deze woning, gelegen in het hart van Geistingen, behoort in 1844 toe aan Theodoor Houben en Elisabeth Goyens. Door erfenis, in 1882, werd Gaspar Houben eigenaar.

Blijkens akte, verleden voor notaris Eyben van Neeroeteren, op 5 mei 1887 1, wordt het huis aangekocht door Theodoor Vandevenne, geboren te Maaseik op 21 november 1834, gehuwd met Trinette Henckens. Gezien er in dit huwelijk geen kinderen zijn gaan de erfgenamen na het overlijden van Theodoor Vandevenne te Ophoven op 24 januari 1911 over tot de publieke verkocht door notaris Schoolmeesters van Maaseik op 15 juli 1912 2.

De erfgenamen zijn de volgende:

    • Jan Vandevenne, Geistingen
    • Catharina Vandevenne, gehuwd met Frans Pernot, Geistingen die volmacht heeft voor:
      • Herman Vandevenne, Antwerpen
      • Marie Lekens, gehuwd met August Stellfeld, Antwerpen
      • Theodoor Lekens, Antwerpen
      • Jan Lekens, Berchem
      • Gustave Lekens, Antwerpen
      • Emile Lekens, Antwerpen
    • Elisabeth Henckens, weduwe van Herman Geelen, Roosteren
    • Trinette Henckens, Geistingen.

Het zijn Jan Vandevenne, geboren te Maasbracht op 10 juli 1830 en zijn echtgenote Catharina Vangeneygen, geboren te Ophoven op 17 januari 1830 die het huis kopen voor vijf duizend franken. Bij erfenis gaat de woning in 1915 naar de zoon Adam Vandevenne, gehuwd met Petronella Deben. Eveneens door erfenis, op 7 juli 1955, worden Mathieu Henckens en zijn vrouw Maria Deben eigenaars. Bij een publieke verkoop op 26 juni 1984 koopt Leo Henckens-Dieben de woning.

Vele jaren woonden Francois Florquin en zijn vrouw Mechtildis Wieërs in dit huis. Hij was een zeer bekwaam meubelmaker terwijl zijn vrouw een winkel in koloniale waren uitbaatte.

Bronnen:

  • administratie kadaster

Windhuizenhof te Maaseik

Naar alle waarschijnlijkheid werd deze boerderij opgericht in 1760 gezien dit jaartal zich boven de ingangspoort van de schuur bevindt. Van waar de benaming “Windhuizenhof“ komt, hebben we niet kunnen achterhalen.

In 1844 is Cornelis Verkissen, brander te Maaseik, eigenaar. Bij deling in 1850 komt de boerderij toe aan Jan Corpeleyn, onderwijzer te Maaseik gehuwd met Jozefine Verkissen.

In 1912 zijn Ferdinand en Hubert Verkissen eigenaars.

Bij notarieel testament verleden voor notaris Dandoy te Maaseik op 15 april 19373 bepaalt Ferdinand Verkissen, ongehuwd, geboren op 21 mei 1853, voormahg burgemeester te Maaseik dat Marie Vanwijk, echtgenote Armand Latour als enige erfgename is aangeduid mits naleving van volgend legaat: “Aan Herman Henkens (°13.5.1888 +24.9.1964) gehuwd met Sibilla Verstraeten (°4.7.1892 +7.2.1957) wonende Ven te Maaseik geef en vermaak ik alle goederen die hij bij geregistreerd pachtceel van mij in huur en pacht heeft nuts betaling van de successierechten na mijn dood”.

Zo werd de familie Henkens eigenares van de boerderij. Ferdinand Verkissen overleed te Maaseik op 23 juli 1937. Blijkens akte verleden te Maaseik op 20 oktober 1959 voor notaris Charles Van Cauwelaert te Maaseik4 is de boerderij van ca. 20 Ha thans eigendom van René Goyens, gehuwd met Jeannette Henkens die ze als landbouwers uitbaten.

Bronnen:

  • Kadaster Hasselt

Bij Dames te Geistingen

Volgens notaris Leenders uit Maaseik (nrs. 2963, 138 en 62) is de boerderij Dames in 1778 en in 1779 eigendom van Johannes Buchters5. Blijkens akte van notaris van den Borne uit Maaseik nr. 4584 is Jan Mathijs Deben op 7 december 1810 eigenaar6. Zijn dochter Catharina Elisabeth Deben huwde met Arnoldus Vangeneygen. Hun dochter Catharina Elisabeth Vangeneygen, geboren te Ophoven op 17 januari 1830 trad Op 29 mei 1863 in het huwelijk met Jan Hubert Vandevenne, geboren te Maasbracht op 10 juli 1830 en werden zo eigenaars. In 1871 wordt een vergroting doorgevoerd. Door een erfenis in 1915 komt de boerderij toe aan de zoon Adam, Leonardus, Joseph Vandevenne (in de volksmond Dames) geboren te Ophoven op 25 februari 1872, voormalig schepen van Ophoven, gehuwd met Petronella Deben, geboren te Kessenich Op 18 oktober 1866.

Na het overlijden van Petronella Deben op 16 februari 1943 en van Adam Vandevenne op 7 juli 1955 gaat de boerderij over naar de pleegdochter Maria Deben-Vandevenne, gehuwd met Mathijs Johannes Henckens.

Vanaf 1979 is de weduwe Maria Henckens-Deben-Vandevenne eigenares.

Blijkens akte van schenking verleden voor notaris Ch. Van Cauwelaert van Maaseik van 7 mei 1985 wordt de dochter Sophie Henckens er eigenares van7.

Bronnen:

  • Administratie van Kadaster

Bij Gorissen aan de Meierstraat te Kessenich

Bij de oprichting van de administratie van kadaster rond 1844 is Lambert Rutten, molenaar te Ophoven eigenaar van de woning, gelegen in de Meierstraat te Kessenich. Dit huis lag net binnen de wal en rond de eeuwwisseling oefende Baptist Gorissen er het beroep van timmerman uit.

Door een verkoop in 1847 wordt Jan Renier Lamberigts, koster, gehuwd met Mechtildis Rutten, eigenaar. Ingevolge een ruil in 1853 komt de boerderij in het bezit van Jan Baptist Janssens, burgemeester van Kessenich. In 1867 heeft een verkoop plaats en het zijn Renier Gorissen en echtgenote Elisabeth Janssens, die eigenaar worden. Na het overlijden te Kessenich van eerstgenoemde op 30 mei 1905 en van zijn vrouw, eveneens te Kessenich op 24 september 1905, zijn blijkens akte van deling verleden voor notaris te Lemmens van Maaseik op 28 maart 1907 de erfgenamen8:

Antoon Gorissen, schrijnwerker, Theresia Gorissen, Cornelis Gorissen, Jan Baptist Gorissen, schrijnwerker, Maria Louisa Rutten, weduwe van Jacob Gorissen en hun drie minderjarige kinderen Elisabeth, Jacques en Jan Gorissen en tenslotte Catharine Gorissen, kloosterzuster.

Door een erfenis op 6 november 1931 is Jan Baptist Petrus Gorissen eigenaar en eveneens door een erfenis op 8 februari 1934 komt het huis in bezit van Louisa, Gerardina Gorissen, dochter van Antoon Gorissen.

De woning is nog altijd eigendom van de familie Gorissen.

In de jaren vijftig werd deze woning (Meierstraat 8) bewoond door de bekende douanier Julien Vanvuchelen, gehuwd met Maria Poelmans. Vlak naast dit huis aan de westkant ligt de zagerij Peeters.

Bronnen:

De windmolen het Nijken te Roggel

Het ontstaan van deze windmolen kunnen we bijna aan het toeval toeschrijven. Door het vervullen van zi’n militaire dienst in 1881 kan Jan Rutten, geboren te Nunhem op 17 0 tober 1860, niet met zijn ouders Hendrik Renier Rutten-Coenen naar Amerika emigreren. Gehuwd met Anna Vestjens vestigde hij zich als molenaar op de St.-Ursulamolen te Nunhem in 1892. Ambitieus als hij was bouwde hij langs de weg Horn-Meyel op het Nijken te Roggel een windmolen, hoewel hem dit door zijn vader in Amerika per brief werd afgeraden omdat er in de streek al voldoende molens waren en omdat een aantal molenaars al overgeschakeld waren op stoommachines. Vandaar dat vader Henri uit Cedar Rapids (Nebraska) aan zijn zoon Jan schreef: “Waarde zoon, wat spijt het mij toch te moeten horen dat gij de domheid hebt begaan om een molen te gaan bouwen daar op het Nijken”. Toch heeft de vader zijn zoon financieel goed geholpen bij het bouwen ervan.

Samen met een timmerman, G. Coenen van het Nijken, kocht Jan Rutten bij een sloper in Dordrecht het binnenwerk van een windvijzelmolen. Daar deze molen altijd gediend had om het overtollige polderwater weg te vijzelen, moest men het eigenlijke maalwerk nog zef maken. Dit gebeurde onder leiding van molenmaker Jozef Hendrickx uit Gratem.

De concurrentie onder de mulders uit Roggel was hevig. Een andere molenaar bouwde pal naast de splinternieuwe windmolen een stroomgemaal zodat Jan Rutten verplicht was zich een kostbaar motorgemaal aan te schaffen. Dat alles deed hem financieel pijn; gelukkig liet zijn vader in Amerika hem niet in de steek. Hij stuurde hem op 20 maart 1906 niet minder dan 1000 gulden. Na het overlijden van zijn vader op 1 maart 1913 kreeg hij nog eens een bedrag tussen de vijf à zeven duizend gulden uit de erfenis. Naast het beroep van molenaar had Jan Rutten ook nog een handel in vaste brandstoffen en kunstmest. Ook baatte hij nog een café uit. Jan Rutten stierf te Roggel, op 20 augustus 1920. Zijn weduwe en kinderen zetten de handel evenwel verder. In 1960 werd de molen op het Nijken verkocht aan de familie Coenen uit Heythuizen die ze reeds rond 1970 van de hand deed aan de gemeente Roggel. Met geld van de overheid konden restauratiewerken uitgevoerd worden. De gemeente gaf er ook een nieuwe benaming aan: “Wind en Motormaalderij St.Petrus” (patroon van Roggel).

De molen heeft een vlucht van ongeveer 26 meter. De inrichting bestaat uit twee koppel molenstenen van 1,5m doorsnede: Een koppel blauwe stenen (bazalt-lava) en een koppel kunststenen. Het luiwerk wordt met de wind aangedreven.

Het motorgemaal wordt aangedreven door een stationaire dieselmotor. De stenen hebben een diameter van 1,4 meter.

Verder zijn nog aanwezig: een elevator, een zakkenklopmachine, een builmachine, een haverpletter en een graanreiniger.

Meestal wordt er ’s zaterdags gemalen. De molen is dan vrij toegankelijk. Door de week kan de molen bezichtigd worden, na telefonische afspraak met de molenaar of de heer Vullers 04749-2189.

Bronnen:

  • nota’s van J. van Woezik en G. Vullers - Roggel
  • familiearchief Rutten, met briefwisseling uit Amerika uit de periode 1888-1913.
  • burgerlijke stand, gemeente Haelen.

Kerkhofkapel Mgr. Rutten te Geistingen

In 1837 werd een nieuwe toren gebouwd op het oude kerkje (op het kerkhof) te Geistingen. Doch de toren stortte in en men brak de oude kerk af tot aan het koor. De huidige kerkhofkapel is dus het oude koor in 1839 omgevormd tot een kapel toegewijd aan de H. Barbara. In 1876 stortte het torentje met klok van de kerkhofkapel in, ten gevolge van een storm.

In 1905 bekwam Mgr. Rutten de toelating van het gemeentebestuur om op zijn kosten een grafkelder te bouwen in deze kapel. Het werk werd in 1906 u1tgevoerd door Jan Janssen, aannemer uit Neerpelt.

In 1927 overleed de bisschop te Luik. Op 23 juli 1927 werd zijn stoffelijk overschot hier bijgezet. Op Nieuwjaarsdag 1929 overleed, eveneens te Luik, zijn broer Hubert. Ook hij werd hier begraven waarop de sluitsteen voorgoed dichtging.

Voor de ingang, rechts en links, bemerkt men twee grafstenen, die de herinnering bewaren aan deze twee priesters van Geistingen.

In de kapel zelf bevinden zich vier ramen met in een raam het wapen van Mgr. Rutten.

Bron:

  • Wegwijs in Kinrooi, Uitgave V.V.V. Infodienst Kinrooi(geen datum vermeld)
  • Waar men gaat langs onze wegen, Geschied- en Heemkundige Kring, Kinrooi, 1981.

St.-Ursulamolen in het Leudal te Nunhem

Ten Oosten van de weg Haelen-Roggel in het Nederlands Limburg bevindt zich op de oever van de Leubeek de St.-Ursulamolen. Zij dankt haar naam aan een vrome kloosterzuster die op haar prediktocht door Duitsland bij een stroomversnelling in een beek om het leven zou gebracht zijn. Zij ss de patrones van de watermolens geworden. Haar houten beeltenis siert ook nu nog de molen.

Deze Leumolen, gebouwd in 1278, was een leen van de graven van Horn hetgeen terug te vinden is in een Hornse akte van 3 september 1324 als “molendium nostrurn in Nunhem”. Achtereenvolgens treffen we als eigenaars aan: Thewis van Roemen (1558), Andries van Eertwich of van den Eertwegh (1577), Joachim van den Eertwegh (1587), Adolf Willem van Regendorf (1602), Cornelis van Randeraet (1636), Adolf de Cuyper (jaartal onbekend), Christian van Merode (1659) en Andries de Merode (1680).

Over een eventuele herbouw of restauratie van de Leumo en in 1773 waarop het ankerjaar zou wijzen, is niets in de archieven terug te vinden.

Op 20 augustus 1797 werd de molen verkocht, naar men aanneemt door drie ex-religieuzen uit het nabij gelegen St. Elisabethklooster.

In de nacht van 11 op 12 juli 1844 werd de molen door brand zwaar geteisterd.

In 1854 wordt zij bezit van Sophia van Mulbracht en blijft familiebezit tot 1916, in welk jaar M.Ch.J. Geenen de molen koopt.

Achtereenvolgens zien we nog als eigenaar de familie de Neree tot Babberich-Coenen en later Theodoor Pernot.

In 1955 wordt de molen door staatsbeheer aangekocht en op 10 juni 1961, na restauratie door de bekende molenbouwers gebroeders Adriaens uit Weert, in bedrijf gesteld.

De molen staat op de lijst van de beschermde monumenten.

Welke is nu de relatie tussen deze St.-Ursulamolen en de familie Rutten? Hendrik Renier Rutten, geboren te Maaseik op 28 februari 1834, zoon van Theodoor Rutten en Johanna Coenen, pachters op Vennerhof te Maaseik, trouwt te Nunhem op 1 augustus 1860 met Johanna Coenen, dochter van Joannes Coenen, molenaar te Nunhem en Johanna Van Lier.

Op 17 maart 1881 emigreert het gezin Rutten-Coenen naar Amerika. De oudste zoon Jan, geboren te Nunhem op 17 oktober 1860 vervult op dat ogenblik zijn militaire dienst en kan zodoende niet mee emigreren. Hij belooft zijn familie na zijn legerdienst in Amerika te vervoegen maar hij doet dit evenwel niet.

Op 13 mei 1889 trouwt hij te Nunhem met Anna Maria Vestjens, geboren te Roggel op 8 september 1865. Vanaf 1892 is Jan Rutten pachter-molenaar op de St.-Ursula-molen. In het molenhuis te Nunhem krijgt het gezin zeven kinderen.

Op 4 mei 1901 verlaat Jan Rutten met zijn gezin de watermolen omdat hij in Roggel op het Nijken een nieuwe windmolen had gebouwd waarover we in een ander hoofdstuk de volledige historiek geven.

Bronnen:

  • Natuurgebied het Leudal, Staatsbosbeheer Roermond
  • M. Rutten, De Ruttenstam in het Maasland, 1972
  • Familiearchief Rutten

Huis Gielen in de Maasstraat te Ophoven

Boven de ingangsdeur van dit 19de eeuws gebouw staan de initialen L.R. in Naamse steen gebeiteld, evenals het jaartal 1821. We veronderstellen dat dit statige patriciërshuis met gesloten hoeve in 1821 gebouwd werd door Lambert Rutten, gehuwd met Hendrika Schoolmeesters. Hij was burgemeester van Ophoven in de periode 1831-1841.

Bij de oprichting van kadaster in 1844 is Lambert Rutten nog steeds eigenaar.

In 1847 is er een gedeeltelijke verbouwing en een splitsing in twee woongelegenheden, gevolgd in 1849 door een vergroting van beide huizen.

In 1854 wordt het volledig pand aangekocht door Jacob Reneirus Schoolmeesters-Janssen om in 1856 door erfenis en deling toe te behoren aan Anna Maria Schoolmeesters, echtgenote van Lambert Rutten. Deze wordt opnieuw eigenaar vanaf 1869.

Na de dood van Lambert Rutten die op 18 september 1872 overleed, zijn zijn erfgenamen eigenaar. Zij verkopen in 1874 het gebouwencomplex aan Willem Smeets-Gielen. Door deling en erfenis in 1901 wordt Jan Gielen- Ritzen eigenaar.

In september 1944 wordt de woning door oorlogsgeweld beschadigd maar kort nadien weer opgebouwd. De kinderen Maria en Jozef Gielen Zijn vanaf 1961 ieder voor de helft eigenaars om vanaf 1973 volledig toe te behoren aan Joseph Gielen, voormalig burgemeester van Ophoven.

Bronnen:

  • Administratie van Kadaster
  • M. Rutten, De Ruttenstam in het Maasland, 1973
  • D. Snijders - J. Geerkens, Ophoven Geistingen door de eeuwen heen, 1966

De oude dampmolen te Heel

Wanneer deze stoommolen gebouwd werd, hebben we niet kunnen achterhalen.

In 1842 was zij eigendom van Gerard Vissers te Heel.

Jan Frans Rutten, geboren te Beegden op 13 november 1851, zoon van Lambert Rutten en Maria Grispen, gachters van Pannenhof te Heel, huwde op 28 april 1874 met Maria, Judit Braekers. Zij was geboren te Hout-Blerick op 28 april 1854.

In 1875 kochten zij de stoomgraanmolen van voornoemde Gerard Vissers. Vanaf 1914 zijn Jan Mathijs Rutten (junior), geboren te Heel op 7 januari 1879 en zijn vrouw Anna Christina Peters, geboren te Horn op 11 februari 1879, eigenaars.

Na hun overlijden blijven de kinderen eigenaars en treden vanaf 1949 tot 1954 op als gebruikers.

In 1954 wordt het gebouwencomplex aangekocht door Wilhelmus Hubertus Delhoofen te Heel.

Bronnen:

  • administratie van Kadaster Roermond
  • familiearchieven

Het Veer te Heppeneert-Maaseik

In 1844 behoort deze boerderij toe aan Jan, Willem Smeets, landbouwer te Maaseik. In 1851 wordt ze aangekocht door Jan, Renier Reynen. Jan, Hubert en Hendrik Reynders zijn eigenaars in 1879 en een jaar later koopt Hubert Schumers van Nuchelen de boerderij aan.

In 1916 is Henri, Hubert Schroé (1857-1936) gehuwd met Gertrude, Barbe, Hubertine Schumers g1859-1939) eigenaar.

Bij akte van gifte verleden voor notaris Indekeu, dd. 10 maart 1933, komt de boerderij toe aan de drie ongehuwde kinderen: Antoinette, Jozef en Jozefine, Schroé9.

Op 1 oktober 1982 koopt dr. Rudi Pijls-Caubergh de boerderij van de laatst overlevende Maria, Bert &, Antoinette Schroé.

Wanneer de familie Rutten als pachters op het Veer gekomen zijn, weten we niet. Jan Hendrik Rutten, geboren te Heel op 10 juli 1832, zoon van Renier Rutten en Johan Vandewinkel, pachters op Bovenhof te Heel, was gehuwd met Maria Magdalena Cuypers, geboren te Born op 1 januari 1828. Zij staan in de telling 1857-1866 van de bevolkingsregisters van Maaseik ingeschreven als wonende Op ’t Veer, huisnummer 557. Drie van hun kinderen zijn geboren in Maaseik: Jan Hubert Rutten op 27 november 1858, Frans Rutten op 29 augustus 1860 en Maria Catharina Hubertina Rutten op 10 maart 1863.

Jan, Hendrik, Hubert Rutten, grondeigenaar, wonende te Maaseik, Aen het Veer leent op 7 augustus 1862 een bedrag van 800 fr. van mevrouw Marie Sophie Notermans, echtgenote van Jan Pieter Kribs, geneesheer te Susteren. Als pand geeft hij onder meer een huis met tuin gelegen in de gemeente Neeritter in de Dorpstraat, groot 5 a 75 ca sectie A nr. 271 en 27210.

Na 1866 zou de familie Rutten verhuisd zijn naar het Jagersborg, Neeroeterse steenweg te Maaseik. Hiervan hebben we evenwel geen spoor kunnen terugvinden in de registers van de bevolking van de stad Maaseik.

Vermelden we tenslotte dat Jan Rutten, op het Veer geboren op 27 november 1858, officier was in het Nederlands Indische leger. Hij was gehuwd met Augustine Froidart en overleed te Bressoux op 30 december 1930.

Bronnen:

  • Administratie van Kadaster.

Merrehof (bij de maire) te Ophoven

Over het ontstaan van dit fraaie huis hebben we geen gegevens. In het boek Ophoven Geistingen door de eeuwen heen van D. Snijders en J. Geerkens wordt het vermoeden vooropgesteld dat Marten Rutten, geboren te Kessenich op 14 februari 1721, en gehuwd te Ophoven op 16 september 1742 met Ida Van de Weem, er gewoond heeft. Deze Marten Rutten was schepen te Ophoven. Hij zou opgevolgd zijn door zijn zoon Renier, geboren te Ophoven, op 4 oktober 1758, en gehuwd te Leveroy, op 11 januari 1785, met Petronella Hulskens. Renier was geruime tijd burgemeester van Ophoven: rond 1791 onder het Oostenrijks bewind, van 1803 tot 1809 onder het Frans bewind en van 1820 tot 1824 onder het Nederlands bewind. Hij stierf te Ophoven op 8 mei 1828.

In 1844 is Lambert Gielen eigenaar. Hij is de zoon van Abraham Gielen en Maria Rutten. In 1889 wordt een splitsing doorgevoerd tussen de grond en het gebouw. Lambert Gielen-Theybers is eigenaar van twee derde van het gebouw en van de grond. Jan Reneirus Gielen, geboren te Ophoven op 15 of 25 juni 1823, deken van Beringen, is eigenaar van de overige derde van het huis.

Ingevolge erfenis in 1895 zijn de weduwe Lambertus Gielen-Theybers en kinderen eigenaars. Bij een deling in 1907 wordt Merrehof toegewezen aan Casimir Nulens-Gielen en vanaf 1960 zijn Jan Albert Guillaume Indekeu en zijn vrouw Marie-Thérèse Nulens eigenaars.

In 1987 werd dit mooie huis gesloopt, omdat de kosten voor een algehele restauratie wellicht te hoog opliepen.

Bronnen:

  • Administratie van Kadaster
  • J. Geerkens - D. Snijders, Ophoven Geistingen door de eeuwen heen, 1966
  • M. Rutten, De Ruttenstam in het Maasland, 1973

Bovenhof te Heel

Van 1820 tot omstreeks 1910, toch bijna 100 jaar, hebben Rutten-stamgenoten deze boerderij in Heel als pachters uitgebaat. We komen hier later op terug omdat we eerst een korte beschrijving willen geven van de eigenaars van deze niet onbelangrijke boerderij.

In 1842 bij de oprichting van kadaster in Nederland, is Leonardus Arnoldus Hermans, urgemeester van Heel, eigenaar. Hij woonde op het kasteel te Heel (thans Huize Ste. Anna). Vanaf 1858 is Renier Joseph Leopold, Benjamin de Bossart uit Baarloo de bezitter. Na diens overlijden, omstreeks 1872, treden mevrouw Maria Barbara Hermans samen met haar drie kinderen als eigenaars op. Waarschijnlijk is deze Maria Barbara een dochter van burgemeester Arnoldus Leonardus Hermans.

Gedurende een zeer korte periode, vanaf 1912, is Mevrouw Maria, Adriana, Virginia Roberti eigenares. Zij is gehuwd met Nicolas, Clemens, Joseph Hustinx uit Maastricht. In 1914 staat de boerderij op naam van mevrouw Maria, Theresia, Hendrika, Hubertine Berger, weduwe van Joseph, Laurens, Hubertus Linssen, notaris te Roermond en dit gedurende 30 jaar, want in 1954 is mevrouw Maria, Hortensia, Laurence, Hubertine Linssen eigenares. Zij is gehuwd met Paul, Jan, Hubert Van Crugten, eveneens notaris te Roermond.

In 1962 komt de boerderij in het bezit van de congregatie “De Kleine Zusters van de H. Joseph” uit Heerlen die twee jaar later de hoeve verkopen aan Pieter en Antoon Hendrix uit Heel, die ieder voor de helft eigenaar worden. Vanaf 1968 is Antoon Hendrix alleen eigenaar.

In 1987 tenslotte koopt de Besloten Vennootschap Het Anker, met zetel te Maastricht, de boerderij. Thans wordt er een drankenhall uitgebaat.

Keren we nu terug naar de familie Rutten.

Renier Rutten, geboren te Kessenich op 6 april 1792, zoon van Frans Rutten en Ludovica Janssens, huwde op 13 januari 1820 met Joanna Vandewinkel, geboren te Neeritter op 3 december 1796.

Zij vestigden zich vanaf hun huwelijk op de boerderij Bovenhof te Heel. Deze Renier Rutten was vele jaren lid van de gemeenteraad van Heel en mede-oprichter van de eerste lagere school van Heel in 1830. Hij stierf te Heel op 22 juni 1848 en zijn vrouw Joanna op 29 december 1847. Hun dochter Petronella Rutten, geboren te Heel op 3 december 1821 huwde met Lambert Linssen, geboren te Thorn op 21 mei 1813. Zij bleven tot aan hun overlijden pachters op Bovenhof. Lambert Linssen stierf te Heel op 16 augustus 1881 en Petronella Rutten eveneens te Heel op 3 januari 1907. Hun zoon Hubert Linssen die verder Bovenhof als pachter uitbaatte, stierf vrij jong (1908). Zijn weduwe Gertrudis Timmermans verliet Bovenhof in 1910.

Zo waren de stamgenoten Rutten en Linssen toch bijna een eeuw pachters op Bovenhof.

Bronnen:

  • Kadaster, Roermond.
  • Familiearchieven.

Pannenhof te Beegden

Bij de oprichting van kadaster rond 1842 was baron Fréderique, Joseph de M’Heer, Kamerheer van zijne Majesteit, wonende op het landgoed Oosden te Linne, eigenaar van de boerderij Pannenhof te Beegden. Wanneer en door wie de boerderij gebouwd werd, hebben we niet kunnen herhalen.

Na het overlij en van de baron, rond 1871, werd zijn weduwe Elisabeth gravin de Ghistelle eigenares van de hoeve.

In 1882 zijn Carolina en Emilie de Geloes, wonende te Lauvergnac de eigenaars en in 1883 gaat het goed over naar Emilie de Geloes, wonende La Turballe-Lauvergnac (Bretagne-Frankrijk).

Paul, Theodore, Leon, Mane de Geloes wonende te Riverenert(s) is eigenaar in 1886.

In 1888 zijn Antoon Jurgens en waarschijnlijk de zonen Jan, Hendrik en Arnold uit Oss de bezitters.

In 1892 is Arnoldus Jurgens uit Nijmegen eigenaar.

Vanaf 1917 is Maria Theodora Jurgens, gehuwd met Wilhelmus, Henricus, Jacobus, Theodorus Van Basten-Batenburg uit Utrecht eigenares, samen met de N.V. Maatschappij tot exploitatie van het landgoed Ossen met zetel te Beegden.

Thans is de boerderij eigendom van voornoemde maatschappij.

Gedurende 33 jaar heeft de familie Rutten op Pannenhof gewoond. Het begon met Lambert Rutten, geboren te Heel op 13 oktober 1820, zoon van Renier Rutten en Johanna Vandewinkel, pachters van Bovenhof te Heel die in 1844 in het huwelijk trad met Maria Grispen, geboren te Ittervoort op 19 april 1816. Zij vestigden zich onmiddellijk na hun huwelijk als pachters op Pannenhof.

Na het overlijden van Lambert Rutten te Beegden, op 23 september 1877, werd de boerderij nog enige tijd uitgebaat door zijn weduwe en oudste zoon Renier Rutten, geboren te Beegden op 24 maart 1845, gehuwd met Agatha Verbruggen. Moeder en zoon verlieten evenwel de boerderij Pannenhof om zich te vestigen op de hoeve van de familie Grispen, gelegen tussen Neeritter en Ittervoort.

Vermelden we tenslotte dat een andere zoon Jan Mathijs Rutten, geboren te Beegden (Pannenhof) pachter was op Hoverhof te Ophoven en vandaar op 22 maart 1892 met zijn gezin uitweek naar Amerika waar thans heel wat Rutten-afstammelingen te vinden zijn.

Bronnen:

  • Kadaster Roermond.
  • Familiearchieven.

Bij de Burger te Geistingen

Een der meest recente boerderijen in de familie Rutten is die van Jozef Rutten, voormalig burgemeester te Ophoven, gehuwd met Maria Verlinden. Na hun huwelijk op 19 april 1906 vestigden zij zich aanvankelijk in een boerderij in het dorp te Geistingen. (Zie bij Hoezer in het Dorp)

Rond 1920 overwogen zij een nieuwe boerderij te bouwen en dit buiten het centrum van het dorp op een perceel grond van 1 Ha 15 a 40 ca; deze gronden kwamen deels van de familie Verlinden en deels van de familie Rutten. Voor eerstgenoemde familie was het een deling in 1910 11 en een ruiling in 192512 terwijl Jozef Rutten de voorliggende weide verworven had door een gift in 192513.

De boerderij en de woning werden opgetrokken met bakstenen uit de brandoven op de Rozendijk te Geistingen. De stenen van goede kwaliteit werden gebruikt voor de buitenmuren terwijl de bleke en verbrande stenen nuttig waren voor de binnenmuren. Ale balken kwamen uit het bos Simpelvelden te Kinrooi. Twee metsers uit Ophoven (gebroeders Clerx) hebben er een volledig jaar aan gewerkt. Naast de boerderij staat een kleine kapel, toegewijd aan O.L. Vrouw. Deze kapel werd gebouwd in 1874 door Leonardus Tegels-Cuypers. In 1876 behoorde de kapel aan Martinus Verlinden en in 1910 aan Jan, Hubert en Jozef Rutten. Andreas Van Laer- Jacobs werd er eigenaar van in 196314.

Na het overlijden van Maria Verlinden te Hasselt op 10 januari 1931 en van Jozef Rutten te Ophoven op 10 augustus 1962 werd het huis en de boerderij op 15 maart 196315 verkocht aan de familie Vanlaer-Jacobs uit Ophoven terwijl Theo Vastmans-Tilmans, schoolhoofd te Geistingen, de voorliggende weide kocht.

Boxhof en Leurshof te Geistingen

We kunnen niet met zekerheid vermelden vanwaar de naam Boxhof komt. Het is een feit dat in 1635 een zekere Peter Boex jaarburgemeester is voor Geistingen16.

Het schatboek van Geistingen van 1659 belast Tonix Box voor 2-2-0, Peter Box voor 4-1-0 en Jan Box voor 0-3-50 aan oppervlakte eigendom17.

Op 20 april 166618 leent Ruth Rutten aan Severen Haex, gehuwd met Maria Box “een jaarrenthe van twintich gulden jaarlijks. Tot pand stelt Haex beider Box huyses ende hooffen gele en te Geyst1ngen. Reyngenoten ten eenre syde Schreurs goet ende ter an ere Smeets goet, uytschietende op die gemeijn straet”. Deze tekst wijst erop dat er twee boerderijen zijn geweest. Hierover later meer.

In 1742 staat Jacob Derijx vermeld als halfwin. In 1756 is Aldegonda Hennissen “coopvrouw tot Maeseyck” eigenares van Boxhof. Zij was capucienes in het klooster te Maaseik19.

Bij de invallen van Franse en Duitse regimenten in de jaren 1760-1762-1763 was Jacobus Dierix nog bewoner van Boxhof. In het register voor deze jaren, opgemaakt door Simon Reynders, vraagt Jacobus Dierix vergoeding onder meer voor het logeren van 8 december 1762 tot 8 januari 1763 van 2 ruiters met 2 paarden van een Frans regiment; voor het logeren van 8 infanteristen van een Duits regiment van 5 februari 1763 tot 15 maart 1763; voor het logeren van 3 ruiters met 3 paarden van de Franse afdeling van 18 maart tot 30 april 176320

Volgens het schatboek 1765-66 was Boxhof 18 bunders, 1 vrecht en 28 roeden groot.

In 1773 heeft het Kapittel van Maaseik rechten op Boxhof met aanhorigheden. Jan Mathijs Deben geboren te Kessenich op 17 december 1744, de eerste maal gehuwd te Ophoven met Kraewinkels en een tweede maal eveneens te Ophoven met Catharina Hennen, was vanaf 1782 halfwin op Boxhof21.

Bij het verbeurd verklaren van kerkelijke goederen door de Fransen behoorde Boxhof toe aan de Capucinessen te Maeseyck en werd op 13 pluviose VI (1 februari 1798) verkocht22: “Hoeve Bosch-(BOX-?) hof te Ophoven met 17 bunder 280 kleine roeden verpacht aan Mathieu Deben ten halven schoof verkocht door J.G.H. Smeets van Maeseyck voor F.X. Huguier en Cie te Parijs voor een bedrag van 50.000 fr."

In 1835 is Joannes Deben, gehuwd met Petronella Henkens, pachter op Boxhof, want op 19 september 1835 sterft er zijn schoonmoeder Sibilla Vangeneygen, weduwe van Leonard Henkens. Deze Sibilla was tot 1827 pachter op Hoverhof te Ophoven23.

In 1844 zijn, blijkens de administratie van kadaster, het huis en de boerderij (sectie A 1131) alsmede de stokerij (sectie A 1133) eigendom van Jan Leurs. In 1855 gaat alles naar zijn weduwe Jan Leurs-Cuypers.

In 1863 wordt de schuur gebouwd.

Bij een verdeling in 1872 gaat de boerderij (sectie A 1131) over op Pieter, Jan Cuypers, terwijl het gedeelte van de stokerij (sectie A 1133) bezit wordt van Lucra Cuypers, weduwe van Jacobus Scheepers. Vanaf dat ogenblik worden het waarschijnlijk twee afzonderlijke boerderijen: Boxhof en Leurshof (?).

Bij een verdeling in 1876 wordt Leurshof bezit van Jan, Mathijs Gielen- Scheepers.

In 1882 wordt Boxhof aangekocht door Jan, Hubert, Isidoor, Dominicus Vroonen, rentenier te Tongeren.

Ingevolge een deling in 1888 gaat Boxhof naar Vroonen-Coumont uit Tongeren, om in 1895 bezit te worden van Adèle Vroonen en mevrouw Florentine Vroonen-Coumont.

In 1909 koopt Martinus Hubertus Wieërs Leurshof. Zijn zoon Mathieu Wieërs, gehuwd met Anna Scheepers wordt er in 1939 eigenaar van. In 1961 koopt Adeleïde Hubertine Frooyen (?) weduwe van René, Jan, Leon Dubois de boerderij. Enkele jaren later, en wel op 30 november 196524, kopen de grindmaatschappijen Belgrami en Pazogri ieder voor de helft die ze op 3 februari 1967 weer verkopen aan Renier Henckens, gehuwd met Jozefine Rutten, die tegelijkertijd Boxhof van dezelfde maatschappijen koopt.

In 1972 wordt Leurshof afgebroken.

René Dubois-Vroonen, officier te Antwerpen is eigenaar in 1912. Zijn weduwe Adelaïde, Hubertine, Jeanne Vroonen verkoopt bij akte van notaris Grootjans te Diest dd. 30 november 1965 de boerderij aan de grindmaatschappijen Belgrami en Pazogri. Uiteindelijk zijn het Renier Henckens en zijn vrouw Josephine Rutten die bij akte, verleden voor notaris Indekeu te Neeroeteren dd. 3 februari 196725, de boerderij kopen van voornoemde kiezelmaatschappij.

Als pachters op Boxhof vinden we tussen 1870 en 1880 verder Leonard Rutten (1832-1906) de eerste maal ehuwd met Maria Narinx (1844-1880) en een tweede maal met Maria Weekers (1845-1919). Hun vier zonen Christiaan, Jan, Pierre en Mathieu zijn allen in Ophoven geboren. Gedurende een korte periode na het vertrek van Leonard Rutten, omstreeks 1879, is zijn broer Lambert Rutten (1834-1910) pachter geweest want blijkens akte van notaris Smets van Maaseik dd. 20 april 1881 is er op Bosch(Box)hof ten verzoeke van Lambert Rutten uit Geistingen een openbare verkoop van dieren26.

Wij veronderstellen dat Lambert Rutten ingevolge een brand in zijn boerderij bij Henckens in het dorp van Geistingen tijdens de opbouw ervan voor een korte periode intrek genomen heeft op Boxhof en dat alzo de verkoop van dieren kan uitgelegd worden.

Geruime tijd zijn Jacobus Gielen en zijn vrouw Catharina Greefkens pachters. Ze worden opgevolgd door zoon Martinus (1906-1971), gehuwd met Germaine Franssen. Vanaf maart 1946 zijn Leonard Henckens en zijn vrouw Anna Gielen pachters. In 1961 worden de zoon Renier en zijn vrouw Jozefine Rutten pachters. Ze kopen de boerderij in 1967 aan, zoals hierboven vermeld.

Bronnen:

  • administratie kadaster Hasselt

Stokbroekshof - Bokkenhof - Kessenich

Reeds in de 14de eeuw is er sprake van Stokbroekshof te Kessenich. In het oudst bekende leenregister van de heerlijkheid Kessenich en Bronshorn‚ daterend van 1400, vinden we: “D’hoff op Stockbruck, eyn pondich leen; nu Lenart van Stockbroek, nu Rutger Pollaert entfengen” hetgeen betekent dat rond 1400 het Stockbroekshof achtereenvolgens uitgebaat werd door Lenart van Stockbruck en Rutger Pollart27.

Na 1650 is er opnieuw een Lenart van Stockbroek pachter van de boerderij. In de inventaris A. D’Hoop (rijksarchief Maastricht nr. 19019) staat vermeld dat Rene Suikers in 1660 pachter is op Stockbroekshof28. De eigenaar is mevr. Antonia van Pollaert, weduwe van Peter van Boek. Ze hebben een zoon Willem Adriaen van Bock. In een akte van notaris Claessens van Maaseik (nr. 730) komt deze Willem Adrien van Boek op 6 mei 1681 voor als heer van Stockbroekshof29. In 1719 is het de beurt aan Joes Vandermeulen en na diens dood staat de hoeve op naam van zijn vrouw Catharina Aengevaeren. Achtereenvolgens zijn er nog advocaat Smeets en Franciscus Van Dam.

In de volksmond spreekt men ook over Bokkenhof naar de vernoemde familie Willem Adriaan van Bock: de hoeve van von Bock of Bokkenhof.

In 1800 wordt Stokbroekshof uitgebaat door Reynier Janssens, zijn vrouw, twee knechten, een scheper, een koeknecht en een meid.

In 1840 is de boerderij nog steeds in het bezit van de erfgenamen van rentenier Charles Bock uit Hasselt.

Volgens de gegevens welke we vonden op de administratie van het Kadaster te Hasselt Zijn er in een korte tijdspanne vier verschillende eigenaars. In 1844 zijn het Karel Simons en consoorten uit Vlodrop, in 1850 Jan Lodewijk Verscherpenseel-Heusch, in 1851 Raymond Bernière-Druez uit Luik en in 1873 Victor Nijssens-Druez, inspecteur te Elsene Brussel.

Blijkens akte van notaris Verstraeten uit Maaseik dd. 26 december 1891 is de boerderij, na het overlijden van Emilie, Barbe, Ernestine Druez, weduwe van Raymond, Jan, Antoine Bernière te Elsene op 6 juni 1889, eigendom van Eugénie Bernière, gehuwd met Paul Boulanger, wonende Maria Théresiastraat 51 te St.-Joost ten Node29.

Willem, Mathijs, Antoon Galiart, burgemeester van Stevensweert, koopt op 12 oktober 1918 de boerderij30. Hij blijft niet lang eigenaar want op 6 september 1919 koopt Renier Rutten uit Geystingen de boerderij voor 80.000 fr. zoals blijkt uit de akte verleden voor notaris Simon Schoolmeesters van Maaseik31. Op dat ogenblik had de boerderij een oppervlakte van 42 ha 76 a 20 ca.

Vanaf 15.2.1927 is Jaak Rutten uit Geystingen eigenaar van de boerderij32. Vandaag de dag zijn Pierre Lemmens en diens vrouw Tonia Rutten de eigenaars en uitbaters van Stokbroekshof.

Een viertal pachters van Stokbroekshof behoren tot de Ruttenstam. Beginnen we met Jacob Vandesande wiens vrouw Mechtildis Rutten, dochter van Renier Rutten en Cornelia Aengevaeren, op 28 juli 1840 sterft in het huis genaamd op Bokkenhof. Zij werd 84 jaar33. Jacob Vandesande werd als pachter opgevolgd door zijn zoon Jan Vandesande, gehuwd met Gertrudis Deben. Op 3 oktober 1851 is er een zoon geboren die de voornamen Jacobus Hubertus krijgt. Deze geboorte had plaats in het huis nr. 3 Bokkenhof. Jan Vandesande en Gertrudis Deben zijn in 1848 eigenaar geworden van een boerderij in de Meyerstraat die ze in 1859 volledig afbreken om er in 1860 een nieuwe te bouwen die door de dorpelingen “Nieuwenhof“ genoemd werd.

Rond 1860 is er een nieuwe pachter op Stokbroekshof met name Christiaan Narinx, geboren te Eckelrade-Gronsveld (Nederlands Limburg) op 9 april 1811, gehuwd te Gronsveld op 17 januari 1840 met Anna Catharina Wijnands, eveneens geboren te Eckelrade-Gronsveld, op 20 januari 1811.

Deze Christiaan Narinx is de stamvader van een belangrijke Narinxfamilie die dan verder in en buiten Kessenich uitzwermt. Merkwaardig is dat niet minder dan vier dochters in de familie Rutten komen.

  1. Elisabeth Narinx, geboren te Eckelrade Gronsveld op 19 juni 1840 trad te Kessenich op 9 april 1866 in het huwelijk met Jan Vinken, zoon van Mathijs Vinken en Cornelia Rutten.

  2. Maria Hubertina Narinx, geboren te Eckelrade-Gronsveld op 3 augustus 1844 huwde met Leonard Rutten (Hover Naard). Tussen 1876 en 1880 komen zij van Boxhof te Geystingen als pachter naar Stokbroekshof. Op 28 maart 1880 sterft Maria Hubertina Narinx. Zij was slechts 36 jaar oud. Leonard Rutten die later hertrouwde met Maria Weekers uit Hunsel, bleef tot aan zijn dood in 1907 op de boerderij wonen. Als pachter wordt hij opgevolgd door zijn zoon Jan, gehuwd met Maria Symkens, Zij verlaten de boerderij in 1922 om naar de Nieuwenhof in de Meyerstraat te trekken waarvan zij nadien ook eigenaar worden.

  3. Maria Narinx, geboren te Eckelrade-Gronsveld op 11 september 1848 trouwde te Kessenich op 9 april 1866 met Jan Mathijs Rutten uit Beegden. Zij weken in 1892 uit naar Amerika.

  4. Helena Philomena Narinx, geboren te Eckelrade-Gronsveld op 4 september 1852 huwde met Frans Lamberigts van Kessenich, zoon van Jan Renier en Joanna Mechtildis Rutten. Zij stierf te Kessenich op 22 juni 1888.

De laatste pachter op Stokbroekshof is Hubert Rutten uit Geistingen, gehuwd met Eugenie Deleyn. In 1927 verlaat hij de boerderij omdat zijn broer Jaak, gehuwd met Gertrudis Schreurs, de boerderij had aangekocht.

Hoezerhof te Geistingen

De boerderij Hoezerhof is wellicht, samen met Voorderhof, de oudste boerderij uit Geistingen. Vanaf 1297 tot 1869 blijft zij in handen van de familie van Odenhoven en haar afstammelingen: de Kerkem, de Borchgrave de Altena en de Geloes. Bij een deling op 17 februari 1679 komt “den bouwhof Opgenhuys” met de laatbank in het bezit van Adolf Engelbert baron de Kerkem. Na zijn overlijden verkoopt zijn weduwe “wenhof Houzerhol” op 9 mei 1699 aan Johan Wilhem van Kerkem en Anna Barbara van Gulpen. Deze laatsten vermaken via een testament Houzerhof aan de twee dochters.

Bij een deling in de familie de Kerkem op 20 september 1735 komt de boerderij toe aan Maria Theresia, Fernandina, Kanunnikes te Munsterbilzen.

Rond 1760-1770 is baron de Kerkem, landdrossaard van het graafschap Horn, eigenaar.

Na de Franse revolutie vinden we gravin de Geloes, geboren gravin de Borchgrave d’Altena, wonende te Elslo‚ als ei enares.

In 1870 wordt Hoezerhof eigendom van baron Michiels van Kessenich, opgevolgd door Karel de Geloes en Jonkvrouwe Maria, Joanna, Cecilia, Theresia, Hubertina van Nispen tot Sevenaar, rentenierster en grondeigenares, wonende op Huize Waterloo, gemeente Beersel, weduwe van de hooggeboren heer Gisbert Lodewijk Hans Maria Markies de Villers Grignoncourt. Zij verkoopt Hoezerhof op 10 augustus 1926, groot 46 Ha 48 a en 50 ca, aan Renier Rutten, gehuw met Maria Schreurs.

Sinds 1959 is het echtpaar Jozef Veugelaers-Anny Rutten eigenaar van Hoezerhof die er evenwel een andere maar eigentijdse bestemming aan geven. In 1966 wordt de boerderij omgevormd tot een industrieel bedrijf, genaamd Veru-Chemie N.V., gespecialiseerd in reinining en ontsmetting voor zuivel- drank- en algemene voedingsindustrie, landbouw, ziekenhuizen, laboratoria en metaalontvetting. In overeenstemming met de handelspartner “chemische Fabrik dr. Weigert” te Hamburg wordt de exclusieve vertegenwoordiging aan Veru-chemie toevertrouwd voor België, Luxemburg en Frankrijk en vanaf 1975 de fabrikagerechten in licentie voor een periode van 25 jaar.

Als pachters op Hoezerhof noteren we vooral de families Henckens en Rutten uit Geistingen.

Mathijs Henckens en Anna Jeghers zijn pachters van 1716 tot 1730 opgevolgd door de zoon Dirk Henckens die bij de invallen van de Franse en Duitse regimenten in 1760-1762-1763 zwaar belast wordt. Dit is eveneens het geval bij de invasie van de Franse militairen in 1794 voor de zoon Reynder Henckens die zijn vader als pachter is opgevolgd.

Ook de familie Rutten heeft een lange dienststaat als pachter. Niet minder dan vier families treffen we aan, telkens van vader op zoon met een korte onderbreking van 1872 tot 1901.

Rond 1804 kwam het echtpaar Renier Rutten-Sibilla Vangeneygen van Vinderhof te Neeritter naar Hoezerhof te Geistingen. Zij blijven er wonen tot aan hun overlijden, voor Sibilla op 31 december 1827 en voor Renier op 9 september 1851.

Voor het jaar 1823 vonden we in het provinciaal archief nr. 8775 te Maastricht een aantal gegevens: “Renier Rutten op Houserhof, landbouwer met 4 paarden, gehuwd, 50 jaar, 5 kinderen van 21 tot 35, tamelijk gegoed, verloor door de ijsgang van de Maas begin 1823 een stuk grond tarwe, garen en rogge ter waarde van 212,07 guldens”.

Pastoor Op ’t Endt van Ophoven noteerde in zijn dagboek van 1823:

“scrikkelijk om te zien waar e losbreekinge der Maas duurde alhier omtrent ses dagen. Den duyk van de Spanjaard was tot Stevensweerd geheel omtrent weggespoelt, met groote schade aan het veld”.

Jan Renier Rutten, gehuwd met Petronella Zegers pachtte op 26 november 1860 Hoezerhof voor een periode van 12 jaar aan een bedrag van 3850 fr. per jaar. De boerderij telde toen 55 ha.

Hoe het er op Hoezerhof toeging, kunnen we lezen in een ongedateerde brief die Jacques Rutten richtte aan zijn broer Cornelis Renier, die pauselijk zouaaf was, een eerste maal van 6 november 1863 tot 15 november 1865 en een tweede maal van 22 december 1866 tot 16 september 1870.

Lieve broeder,

Daer Martinus op het punt is zijnen brief weg te zenden, zal ik met haest eenige woorden er bij voegen.

Wij zijn dit jaer door de langheid van den winter zeer laet kunnen beginnen met werken op den akker doch ophet oogenblik dat ik schrijf zijn wij reeds ver gevorderd; de haver is gezaeid op een bunder na, de aerdappels en krooten geplant alsook de paerdenboonen, wij moeten nu nog drie vrechten wikken zaeyen, zes bunder haver, 6 vrechten gerst en dan den boekweid.

Het weder heeft op den akker gediend doch is voor het veld niet best want het laet koren is slecht, het vroeg staet no goed als het maer niet lang meer aenloopt met regenen, gisteren heeft het een half uer lang net aen geregend, wij hadden anders van in het begin van april geen regen meer gezien. De tarwe staet ook zeer goed maer kan het ook niet lang meer tegen de droogt volhouden zoo is het ook gesteld met de wintergerst. De krooten hebben wij dit jaer weer in den visschenakker het tweede stuk regts de helft aerdappels de helft krooten.

Onzen jongen ruin is nog niet genezen, vader is hem verleden maendag wezen opzoeken, hij zou nog 3 weken voor het minst moeten daer blijven maer niettegenstaende heeft de man hem verzekerd dat hij zonder twijfel genezen zou. De andere paerden moeten zeer sterk werken maer houden zich tot nog toe goed. De nieuwe merrie heeft een zeer schoon veulen, het is nu in de vierde week oud en zoo zwaer als dat van de bruin toen het zes weken oud was. Het veulen van een jaer is een schoon en heeft juist de manieren van de bruin het gewas is ook zoo maer, mij dunkt dat het ooter zal worden. Ons ander vee is goed in staet, onzen stier heeft op de keuring den eersten prijs behaeld. De vruchten houden zich nog altijd aen dezelfde prijzen.

Aenveerd dan lieve broeder de innigste en oprechtste groetenissen van hem die blijft als immer uw toegenegen

broeder

Vaertwel. Rutten Jacques

Vanaf 18 september 1871 was René Snijckers uit Posterholt pachter voor een periode van 6 jaar aan een bedrag van 5.500 fr. De oppervlakte bedroeg 51 ha. Hij werd in 1878 opgevolgd door Peter Hons uit Aldeneik. Later kwam ook nog Albertz.

In 1901 keerde Jan Hubert Rutten, gehuwd met Maria Johanna Rutten uit Heel terug naar Hoezerhof. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Renier, gehuwd met Maria Schreurs. Dit echtpaar koopt in 1926 de boerderij.

Bronnen:

  • Oude Hoeven te Ophoven Geistingen in het land van Loon, 1961
  • P. Henkens, De geschiedenis van Kessenich, 1979
  • D. Snijders, J. Geerkens, Ophoven Geistingen door de eeuwen heen, 1966
  • Thieu Wieërs, Nog over een geheimzinnige steen te Geistingen - in Dao raostj get, maart 1985
  • Veru-Chemie, brochure over het tienjarig bestaan, 23.1.1976
  • M. Rutten, De Ruttenstam in het Maasland, 1973

Het Heerenhuis te Kessenich

Het lijdt niet de. minste twijfel dat we hier te maken hebben met een zeer oude hoeve die van oudsher bewoond werd door de familie Houben. In het “Nederlands Patriciaat”, uitgave van het Centraal Bureau voor Genealogie te ’s Gravenhage, jrg 49 (1963), worden een aantal gegevens verstrekt waardoor we de link kunnen leggen tussen de familie Houben en het Heerenhuis. Zo is vermeld dat Arnoldus Houben, geboren omstreeks 1610, te Kessenich woonde en er voor 1642 trouwde met Petronella (ook Helena) Coninghs34. Verder vinden we Johannes Houben terug, gedoopt te Stevensweert op 31 augustus 1651, gegoed in Kessenich en wonende in 1682 op “de winninghe” tegenover Stevensweert. Hij was op 18 juli 1682 te Ophoven Geistingen getrouwd met Joanna Gielen, gedoopt aldaar op 27 december 1660. In een der gichten van de schepenbank van Ophoven (1674-1704)35 hebben we terugevonden dat Jan Houben, “tegenover Ste.Stevensweert woonende”, op 31 oktober 1691 verklaart voor ettelijke tijd gekocht te hebben van de erfgenamen Dirk Rutten en dat hij nu is “renuntierende euwelijck ende erffelijck twelck Marten Janssens als oom ende momboir der naegelaetende kinderen van Dirick Rutten zaliger is accepterende”. Na het overlijden van Joannes Houben op 21 september 1698 hertrouwde zijn vrouw met Reynier Meerten die wordt vernoemd in een gicht op 27 juni 171636.

We vinden het Heerenhuis (Ehrenhuys-Heranthaus) regelmatig terug. Volgens het archief Walborg wordt het bij “Die Belägerung Steffenswert 1702” “Bauern Haus” genoemd37. Op de Carte particulaire des Erivirons de Rurmonde, Venlo enz. opgesteld door E.H. Fricx uit Brussel komt het in 1709 voor als Heranthaus. Op een gekleurde manuscriptkaart met het plan van Stevensweert, opgesteld door ir. W.I.S. Marlet (1734), staat de hoeve op het grondplan vermeld, evenwel zonder benaming38. De gevelsteen met het jaartal 1759 kan erop wijzen dat in dat jaar belangrijke werken aan de hoeve werden uitgevoerd. Op dat ogenblik bewoonde Peter Houben, gedoopt in 1718, de boerderij. Hij was in 1743 getrouwd te Herten met Elisabeth Rubberegh. Zij hadden 18 kinderen.

Deze Peter Houben was goed bevriend met baron Joannes Philippus van Waes, vrijheer van Kessenich die trouwens peter was van zijn vierde kind en die op 30 augustus 1759 in het Heerenhuis overleed39.

Een betrekkelijk jonge kerel, met name Frans Goet uit de streek van Tessenderlo (?), schoot de baron, die in de omgeving van het Heerenhuis op jacht was, onverwacht neer. Aanleiding tot deze moord was het feit dat baron van Waes in het voorjaar van 1759 de vader van Frans Goet bij de tol over de Itterbeek te Kessenich had doodgeschoten.

Tot in de 19° eeuw had het Heerenhuis een dubbele functie: het was niet alleen een belangrijke boerderij maar ook een schippersherberg met een stalplaats voor de paarden die de trekschuiten stroomopwaarts trokken. De familie Houben had steeds het gebruik van een particulier veer over de Maas naast het veer dat uitgebaat werd door de gemeente Stevensweert.

Heel wat afstammelingen van de familie Houben die zich maatschappelijk vooral naar Nederland oriënteerden, bekleedden belangrijke ambten. Zo was Frans Houben, gouverneur van Nederlands Limburg, Christiaan Houben, burgemeester van Stevensweert en Joannes Houben, senior en junior advocaat-generaal.

Door het huwelijk op 9 augustus 1910 van Antoinette Houben (°30.5.1886 +30.5.1953) met Martinus Rutten (°9.1.1884 +18.3.1969) kwam het Heerenhuis in het bezit van de familie Rutten.

In september 1944 werd het Heerenhuis door de terugtrekkende Duitsers in bran gestoken maar nadien keurig heropgebouwd.

Rond 1960 werden alle gronden, uitgezonderd het Heerenhuis zelf, aan de grindmaatschappijen verkocht, die uiteraard tot ontginning overgingen.

Thans bewoont Anny Rutten het Heerenhuis dat volledig omgeven is door water en dat een sereen uitzicht biedt op heel wat kerktorens zowel in België als in Nederland.

Bronnen:

Bij Hoezer in het dorp te Geistingen

Wanneer en door wie de boerderij gebouwd is, hebben we niet kunnen achterhalen. Volgens de gegevens van het kadaster is ze in 1844 eigendom van Severinus Franssen, landbouwer te Geystingen, gehuwd met Maria Theresia Dirx. In 1846 worden als eigenaars vermeld: Severinus Franssen, de kinderen Jan en Theodoor en de schoonzoon Jacob Hermans, weduwenaar van Johanna, Catharina Franssen.

Op 17 september 184740 kopen Jan Renier Rutten (1793-1877) en zijn vrouw Petronella Zegers (1806-1888), pachters op Hoezerhof, de boerderij voor de som van 1048,14 fr. blijkens akte verleden op voornoemde datum voor notaris Herman, Simon, Jacques Schoolmeesters te Maaseik. In de akte staat vermeld dat de boerderij eigendom is geweest van de moeder, wijlen Maria Theresia Dirx.

In 1872 verlaat Jan Renier Rutten Hoezerhof te Geistingen om zich in zijn boerderij, gekocht in 1847, en gelegen in het dorp van Geistingen, te vestigen.

Bij deling in 1889 komt de boerderij toe aan de zoon Jan Hubert Rutten (1844-1931) gehuwd met Maria Joanna Rutten (1854-1940).

Gezien boven de ingangsdeur van het woongedeelte vermeld staat J.R. 1895 veronderstellen we dat de boerderij en de woning in dat jaar verbouwd of vernieuwd werd.

In 1901 keren Jan Rutten-Rutten als pachters terug naar Hoezerhof. Vanaf 1906 (?) is de oudste zoon Jozef (1879-1962) gehuwd met Maria Verlinden (1879-1931) uitbater van de boerderij. Zij blijven er tot in 1926 want dan gaan ze naar hun nieuw gebouwde hoeve.

Bij gift verleden voor notaris Schoolmeesters van Maaseik op 27 november 192641 komt de boerderij toe aan Hubert Antonius Rutten (1886-1976), een eerste maal gehuwd met Eugenia Maria Deleyn (1892-1936) en de tweede maal met Nathalie Van Leeuwen (1894-1984).

Op de openbare verkoop van 15 februari 1988 kopen Mathieu Silkens, gehuwd met Maria Rutten, beiden uit Geistingen, de boerderij42.

Bronnen:

  • Administratie van kadaster, Hasselt

Bij Weers te Geistingen

In 1844 is Jan Arnold Henckens den ouden eigenaar van een boerderij te Geystingen onder de gemeente Ophoven, sectie A nr. 1024. Hij is gehuwd met Maria Cornelia Houben, dochter van Joannes Houben; deze was een eerste maal gehuwd met Gertrudis Schreurs en een tweede maal met Joanna Tulkens.

Jan Arnold Henckens, die een kinderen had, verkoopt op 2 mei 186643 een huis met schuur, stalling, boomgaard en bakhuis gelegen onder de gemeente Ophoven, sectie A nrs. 1024, 1025, 1026 en 1027, root 24 a 50 ca aan de twee zonen van zijn overleden broer Leonard, gehuwd met Anna Speetjens, wonende op de Hoogstraat te Geistingen: Renier Henckens (°14.8.1827 +26.1.1901) en Christiaan Henckens (°14.6.1829 +11.4.1911); laatst genoemde Christiaan was op dat ogenblik pauselijk zouaaf.

In dezelfde verkoopakte wordt eveneens melding gemaakt van het feit dat Jan Arnold Henckens den ouden aan Renier Henckens voornoemd “bij Weers” ook nog een perceel land verkoopt, gelegen in de gemeente Ophoven op het Wielje, groot 27 a 50 ca, sectie b nr. 588 en een perceel land aan den Steenpad, groot 21 a 70 ca, sectie A nr. 1299. Dit ales voor de som van 750 fr.

Voornoemde Christiaan Henckens, landbouwer te Neeritter verkoopt op 18 mei 188744 aan zijn jongste broer Joannes (°19.9.1845 +26.1.1934) gehuwd met Cornelia Rutten (°13.4.1853 +6.1.1920) de onverdeelde helft van de goederen sectie A nr. 1025, 1026 en 1027 zijnde een weide en tuin in het geheel groot 24 a 50 ca, gelegen gezegd Geystingen in Het Dorp, palende Willem Dirx, de weduwe Renier Dirx, Jan Tegels, de weduwe Renier Rutten, Theodorus Gorissen en de gemeenteweg. Zoals reeds eerder aangetoond behoorde de andere helft waaronder de woning sectie A nr. 1024 toe aan zijn oudste broer Renier Henckens. Deze Renier die ongehuwd was stierf op 26 januari 1901 te Ophoven Geistingen. Op dat ogenblik was hij voorzitter van de kerkfabriek van Geistingen. Onder vorm van testament dat op 2 maart 1901 door notaris Lemmens te Maaseik geopend werd45, had deze Renier zijn onverdeeld gedeelte overgelaten aan zijn jongste broer Joannes. Op deze wijze was het gezin Joannes Henckens-Rutten eigenaar zowel van de boerderij als van de schuur, de stallingen en de boomgaard. Deze Weers Hannes zoals hij in de volksmond genoemd werd, was van 1867 tot 1870 Pauselijk zoeaaf. Op zijn militaire documenten stond een niet alledaagse vermelding: “gemeenschappelijk certificaat van godsvrucht met Lambert Rutten” (eveneens Pauselijk zoeaaf uit Geistingen).

Bij akte van delin verleden voor notaris Jan Humblé van Maaseik dd. 8 juni 193146 gaat de boerderij over aan de zoon Jan Jacob Henckens (°16.7.1887 +23.6.1947), gehuwd met Maria Reynders (°29.3.1888 +16.9.1964).

De dochter Mia Henckens gehuwd met Jef Hons zijn thans de eigenaars.

Bronnen:

  • Kadaster Hasselt

Bronnen:

  • Kadaster Hasselt

Hoeve Linssen te Kessenich

Blijkens een eigen geschreven document47 dat zich in het familie-archief Rutten bevindt kocht Frans Rutten, geboren te Kessenich op 23 augustus 1759 en daar ook overleden op 27 juli 1838, deze boerderij op 30 april 1802 voor een bedrag van 2.500 gulden:

Ten eersten, de ondergetekenden bekennen verkocht te hebben aan Franciscus Rutten het huys gelegen tot Kessenich voor de som van twee duysent vijf honderd gulden waarvoor de ondergeschrevenen sig verplichten en cavieren voor alle aanspraak.

Ten tweede het gerij te weten de karren, ploegen, eegdens, koeketel, tobben en schenervaten en al wat van het stokerij toehoerig is, den ouden brandenwijnsketel met zijn toebehoor.

3 en verders koei, schap, perd, verken, schuppen, rieken, snijkist, exelkist en alle pachtlanderijen en Cransen hoef voor eene som van twee duijsent agt honderd gulden.

Aldus getekend den 30 april 1802.

A. Wackers, Reynier Rutten, J. Vandersanden, Joannes Eyckheuvels, vader en moember voor mijn kinder, Mechtildis Rutten, Cornelia Rutten, Sibilla Vangeneygen.

Uit dit document kunnen we afleiden dat er naast de boerderij ook nog een stokerij geweest is. Wat evenwel niet duidelijk is: onder nr. 1 wordt een bedrag vermeld van 2.500 gulden en onder nr. 3 komt het bedrag van 2.800 gulden voor. Ook hebben we geen uitleg voor Cransen hoef. Deze oerderij zou vlak bij de kerk van Kessenich gelegen hebben. Misschien heeft Franciscus Rutten een aantal landerijen van Cransenhof gekocht; vandaar het verschil van 300 gulden.

Bij de oprichting van kadaster rond 1844 was de weduwe Frans Rutten- Janssens Ludovica eigenares van de boerderij. Na het overlijden van de weduwe Frans Rutten-Janssens op 11 december 1847 ging de boerderij over op de zoon Jan, Jacobus Rutten, gehuwd de eerste maal met Maria Deben en een tweede maal met Maria Lamberigts.

Op 6 september 186248 werd door Jan Jacob Rutten, weduwenaar van Maria Deben, voogd van de kinderen Sibilla, Cornelia, Gertrudis, Hendrik en Mechtildis een inventaris opgemaakt der roerende goederen die zich bevonden ten sterfhuize, gelegen in de gemeente Kessenich, bij Rutten, genaamd.

Vanaf 1895 werd de boerderij “Rutten” eigendom van Renier Hubert Linssen, geboren te Heel op 12 augustus 1852, gehuwd te Heel op 28 maart 1879 met Wilhelmina, Hubertina, Drabbels, geboren te Heel op 19 mei 1850. Dit gezin baatte vanaf 1881 tot rond de eeuwwisseling evenwel een andere boerderij uit, eveneens gelegen in de Dorpstraat te Kessenich, bij kadaster gekend onder de nrs. sectie A 269 b en 271 d. Bij oprichting van kadaster, in 1844, was vader Lambert Linssen, wonende te Heel en gehuwd met Petronella Rutten er eigenaar van.

Na het overlijden van W.H.PH. Drabbels te Kessenich op 19 november 1918 en van Renier Linssen te Kessenich op 9 december 1928 gaat de boerderij op 8 januari 1929 door erfenis over op de zonen Gerard en Antoon Linssen. Deze laatste was gehuwd met Maria, Wilhelmina, Hubertine Pennings. Het woongedeelte werd in 1934 volledig vernieuwd.

Sinds 5 november 1964 zijn Gerard Linssen en zijn vrouw Maria Meersman de eigenaars.

Bronnen:

  • Administratie Van Kadaster

Bij Rutten op de steenweg te Geistingen

Blijkens de initialen R.R. en het jaartal 1836 boven de ingangsdeur werd dit ruime complex aan de Venlose steenweg te Geistingen-Kinrooi, onder kadaster gekend als Letterveld, naar alle waarschijnlijkheid in 1836 gebouwd door Renier Rutten, geboren te Kessenich op 22 maart 1764, gehuwd met Sibilla Vangeneygen. Deze Renier Rutten was een zeer dynamisch landbouwer want in het jaar dat hij de boerder1 op de Venlose steenweg bouwde, was hij eigenaar van de boerderij Vinderhof te Neeritter en pachter van Hoezerhof te Geistingen.

Na zijn overlijden te Ophoven op 9 september 1851 gaan zijn kinderen over tot de verdeling van heel wat goederen. In 1853 werd het complex gesplitst in een noordelijk gedeelte (kant Kessenich) en een zuidelijk gedeelte (kant Maaseik)49. Dit laatste gedeelte kwam toe aan de dochter Anna Maria Rutten, gehuwd met Adam Vandevenne. Het noordelijk gedeelte ging naar de zoon Jan Rutten, pachter van Hoverhof te 0phoven, gehuwd met Elisa Henkens. Naar alle waarschijnlijkheid verhuisde hij rond deze periode van de boerderij Hoverhof te Ophoven naar zijn pas verworven boerderij op de Venlose steenweg te Geistingen.

Laten we nu verder de evolutie volgen van de twee huizen of boerderijen:

Kant Maaseik

Vanaf 1854 hield Adam Vandevenne er een herberg open, want op 26 januari 1854 had de verkoop van Vinderhof onder Neeritter plaats in deze herberg50. Na het overlijden van Anna Maria Rutten te Ophoven op 19.12.1871 en van Adam Vandevenne, eveneens te Ophoven op 28 januari 1875, zijn de kinderen Antoinette Vandevenne, gehuwd met Frans Pernot en Herman Vandevenne samen eigenaars vanaf 1876. Gezien Herman ongehuwd bleef was de boerderij vanaf 1910 eigendom van Frans Pernot en zijn vrouw Antoinette Vandevenne. In 1947 werd Frans Pernot als honderdjarige door de inwoners van Geistingen uitbundig gevierd.

Blijkens akte van registratie dd. 27 augustus 193051 kocht Pieter Aendekerk het huis dat gedeeltelijk als herberg en gedeeltelijk als slagerswinkel werd ingericht. De dochter Elisa Aendekerk en haar echtgenoot Jozef Berben kochten het huis op 10 februari 1955.

Kant Kessenich

Zowel Jan Rutten die stierf op 30 juni 1871 als zijn vrouw Elisa Henkens die overleed op 29 december 1872, bleven tot aan hun dood op de boerderij wonen.

In 1883 was er opnieuw een verdeling waardoor de zoon Lambert Rutten, gehuwd met Gertrudis Verstraeten, eigenaar werd van het links gedeelte terwijl het rechts gedeelte naar de andere zoon Renier Rutten ging, die gehuwd was met Elisa Henckens.

We veronderstellen dat het landbouwbedrijf uitgebaat werd door Renier Rutten omdat zijn broer Lambert bij Henckens in het dorp was ingetrouwd en aldaar de boerderij uitbaatte. Dit verklaart ook waarom het woongedeelte verhuurd werd onder meer aan de douaniers Renaud en Boonen. Verder is geweten dat er ooit een café geweest is dat uitgebaat werd door een zekere Creemers en waar ook de repetities doorgingen van de Harmonie Vreugd in Deugd van Geistingen.

Na het overlijden van Lambert Rutten te Ophoven op 4 juni 1910 en van Gertrudis Verstraeten, eveneens te Ophoven op 16 mei 1914 werd de boerderij eigendom van de kinderen Mathieu, Jan, Elisa, Maria en Pauline Rutten.

In 1916 kocht Mathieu Rutten, gehuwd met Josephine Henckens, het huis voor een bedrag van 2000 fr.52

Tien jaar later, in 1926, verw1erf Mathieu Rutten de schuur en stal van weduwe Renier Rutten-Cuypers voor een bedrag van 5.500 fr.53

In 1939 kocht Mathieu Rutten op een publieke verkoop het huis (kant Kessenich) voor een bedrag van 47.000 fr., zodat de twee woningen éénzelfde eigenaar kregen54.

Tenslotte kwam er in 1965 opnieuw een splitsing van eigenaars: Mathieu Rutten, junior, gehuwd met Ida Geraedts, kocht het huis in het midden terwijl zijn zuster Mechtilde Rutten, gehuwd met Mathieu Segers eigenaar werd van het noordelijk gedeelte (kant Kessenich).

Meyerhof - Nieuwenhof - Kessenich

Meyerhof, ook genoemd het “hof aen ghe Mey” gelegen in de Meyerstraat te Kessenich werd reeds vernoemd in 1478 als zijnde cijnsplichtrg aan de Bergkapel. Op 28 december 1665 behoorde Meyerhof toe aan Elisabeth van Golsteyn, vrouw van Kessenich en Bronshorn, echtgenote van baron Willem van Bentinck, Obbicht en Papenhoven. Zij was weduwe uit haar tweede huwelijk, met Willem-Jacob van Waes. Toen haar zoon Frans-Jacob van Waes op 11 mei 1694 huwde met Joanna van Varick was hij eigenaar van Meyerhof.

Bij een lening van 200 patacons die Anna Salomé van Waes op 24 juli 1750 aangaat geeft zij twee hoven in pand: Sijberhof in Uffelsen en Meyerhof in Kessenich.

In 1768 is er voor de eerste maal sprake van een boerderij Nieuwenhof in Kessenich. Wij veronderstellen dat Meyerhof en Nieuwenhof dezelfde boerderij zijn. Op 16 augustus 1768 liet bode Hendrick Stijnen van Kessenich beslag leggen op de vruchten van Godfridus Coninx, halfman op Nieuwenhof te Kessenich omdat hij aan het kapittel van Thorn een som van 53 gulden en 16 stuivers verzuimd had te betalen. De klacht gin uit van de heer Klöcker, rentmeester van genoemd kapittel, aldus P. Henkens in zijn boek De Geschiedenis van Kessenich55.

In 1844 is baron Frans van Waes eigenaar van de boerderij. Hij verkoopt ze in 1846 aan Renier Deben die een gedeeltelijke verbouwing doorvoert. In 1848 is de boerderij eigendom van Jan Vandesande gehuwd met Gertrude Deben. Zij zijn op dat ogenblik nog pachter op Stockbroekshof ook Bokkenhof genoemd. Jacobus Hubertus Vandesande, de latere Pauselijke zoeaaf, is immers op 3 oktober 1851 geboren, in het huis nr. 3 Bokkenhof te Kessenich (ook genoemd Stockbroekshof).

In 1859 wordt de oude boerderij volledig afgebroken en in 1860 is de nieuwe voltooid.

Op 7 april 1883 en op 7 mei 1883 vertrekken vanuit de Meyerstraat 92 te Kessenich de twee zonen van Jan Vandesande en Gertrudis Deben naar Amerika. De eerste, Christiaan, geboren te Kessenich op 7 februari 1863; de tweede, Joannes, geboren te Kessenich op 8 oktober 186056.

In 1887 wordt de boerderij aangekocht door Jacob Symkens en zijn vrouw Petronella Joosten. Eerstgenoemde overleed te Kessenich op 27 april 1899 terwijl zijn vrouw stierf op 20 januari 1910, eveneens te Kessenich. Hun dochter Maria Symkens, geboren te Kessenich op 10 februari 1879 was op 21 mei 1907 gehuwd met Jan Renier Rutten, geboren te Ophoven op 30 november 1873 en overleden te Kessenich op 8 december 1952. Beiden waren van 1907 tot 1922 pachters op Stokbroekshof (Bokkenhof) te Kessenich.

Bij een deling onder de kinderen Symkens op 8 februari 192157 kwam de boerderij toe aan de dochter Maria Symkens, gehuwd met Jan Renier Rutten die er zich in 1922 definitief vestigden toen ze Stokbroekshof verlieten.

Thans wordt de boerderij uitgebaat in eigendom door Mathieu Rutten en zijn vrouw Maria Rutten.

Bronnen:

  • Kadaster, Hasselt

Bij Henckens te Geistingen

Wanneer de boerderij opgericht is, hebben we niet kunnen achterhalen. Merkwaardig is dat de laatste honderd fjaar in deze boerderij nooit iemand van de familie Henckens gewoond heeft en dat de familie Rutten die er sedert 1878 woont, de naam Henckens niet heeft kunnen verdringen. Want in de volksmond is het nog altijd “bij Henckens” wanneer het gaat over de familie Rutten aan de Meulenkoel te Geistingen. We hebben tot op heden geen uitleg kunnen vinden voor de benaming “bij Henckens”.

In 1844 is Rutgerus Gielen, zoon van Cornelis Gielen en Gertrudis Janssen, eigenaar van de boerderij. Een eerste maal was hij gehuwd met Gertrudis Meyers en een tweede maal met Gertrudis Geurts. Bij hun overlijden respectievelijk op 24 maart 1853 en op 22 december 1855 wonen ze nog in het huis gelegen nr. 172 te Geistingen58.

De dochter van Rutgerus Gielen en van Gertrudis Geurts, met name Elisabeth, trouwde te Ophoven Geistingen op 24 april 1851 met Mathijs Verstraeten.

Blijkens een akte van meester Hubert, Thomas Hermans notaris te Maaseik, dd. 7 maart 1856, lenen59

  1. Elisabeth Gielen, bijgestaan door haar echtgenoot Mathijs Verstraeten, wonende te Geistingen
  2. Jan Gielen, ongehuwd, wonende te Geistingen

een som van 1800 fr. van Maximilliaan, Egidius, Arnold Vlecken, rentenier te Maaseik. De geldopnemers geven in pand de onroerende goederen welke hun toegekomen zijn ingevolge de nalatenschap hunner overleden ouders Ruth Gielen en Gertrudis Geurts. Onder deze onroerende goederen is er “een huis met schuur, stallingen, boomgaard, bakhuis en verdere toebehoortens, aldaer gelegen in het gehucht Geystingen, groot samen 13 a sectie A nrs. 1100, 1101 en 1102”.

Gertrudis Verstraeten, enige dochter van Mathijs Verstraeten en Elisabeth Gielen, geboren te Ophoven Geistingen op 16 augustus 1853 huwde op 27 september 1878 te Ophoven met Jan Lambert Rutten, geboren te Ophoven Geistingen op 17 september 1834. Voor zijn huwelijk was hij sergeant in het Pauselijk leger van 1867 tot 1870.

In 1881 zijn Mathijs Verstraeten en zijn schoonzoon Jan Lambert Rutten samen eigenaar van de boerderij. Na het overlijden van Mathijs Verstraeten te Ophoven op 6 januari 1907 en van zijn vrouw Elisabeth Gielen, eveneens te Ophoven op 19 februari 1882 zijn Jan Lambert Rutten en zijn vrouw Gertrudis Verstraeten eigenaars.

Ingevolge het overlijden van Jan Lambert Rutten te Ophoven Geistingen op 4 juni 1910 en diens echtgenote Gertrudis Verstraeten eveneens te Ophoven Geistingen op 16 mei 1914, wordt het huis en erve op 6 februari 191660 toegewezen aan de zoon Jan Lambert Rutten, geboren te Ophoven Geistingen op 31 december 1886 en de dochter Pauline Rutten, eveneens geboren te Ophoven Geistingen op 30 januari 1895.

Jan Rutten, gehuwd met Maria Gertrudis Aendekerk, geboren te Ophoven Geistingen op 4 augustus 1893 kopen de boerderij op 9 april 194361.

Na het overlijden van Jan Rutten te Ophoven Geistingen op 16 november 1961 en van Maria Gertrudis Aendekerk te Tongeren op 17 januari 1977 wordt het huis met gebouwen en boomgaard op 1 februari 197862 aangekocht door Mathieu Deckers, geboren te Maaseik op 22 december 1927 en zijne echtgenote Mia Rutten, geboren te Ophoven Geistingen op 22 januari 1927, wonende te Houthalen, Beukenstraat 6.

Bronnen:

  • Kadaster Hasselt

Sanderhof re Kessenich

In zijn boek “De geschiedenis van Kessenich” vermeldt Piet Henkens63 dat Sanderhof een van de oudste boerderijen van Kessenich is.

In de 17de eeuw staat deze boerderij in het Registre Terrier opgetekend onder de benaming: “Den hof in het San”. De hoeve hoort dan toe aan de heer Hendrik van Bouckhout, scholtis in Weert. Ze heeft een oppervlakte van 8361 roeden, dat is 20 bunder en 361 roeden.

In 1796 is Mathijs Vangeneygen uitbater van Sanderhof.

De administratie van Kadaster vermeldt dat in 1844 de boerderij eigendom is van de weduwe Hendrik Linssen uit Neeritter. Bij een deling in 1848 komt ze toe aan Franciscus Andreas Linssen, burgemeester van Neeritter.

In 1870 is Leonard Deben, gehuwd met Cornelia Rutten en burgemeester van Kessenich, eigenaar. In 1874 is er een splitsing in twee huizen: het gedeelte sectie 350 c hoort toe aan de weduwe Renier Vangeneygen-Deben, terwijl het andere gedeelte sectie 350 d eigendom is van voornoemde Leonard Deben.

Bij een deling in 1910 is de zoon Antoon Deben de blote eigenaar van sectie 350 c, terwijl Lambert Vandewinkel-Deben er het vruchtgebruik van heeft. Van het andere gedeelte sectie 350 d is Antoon Deben-Deben eigenaar. Ingevolge erfenis in 1934 worden de twee huizen in één verenigd om toe te horen aan Lambert Vandewinkel-Deben. Deze Lambert Vandewinkel (geboren te Neeritter op 21 augustus 1832) werd te Kessenich op 27 augustus 1932 luisterrijk gevierd omdat hij 100 jaar was geworden.

De latere eigenaar wordt dan Antoon Deben die intussen voor de tweede maal gehuwd is met Petronella Symkens. Door het overlijden van Antoon Deben op 20 november 1941 zijn de kinderen Willem, Sophie, Maria, Petronella en Jeannette Deben eigenaars.

Blijkens akte van deling verleden voor notaris Van Cauwelaert te Maaseik op 21 november 195364 gaat de boerderij over naar Piet Parren en zijn vrouw Petronella Deben die ze nu nog bewonen.

Bronnen:

  • Administratie van Kadaster

Vennerhof te Maaseik

Wanneer Vennerhof gebouwd is, hebben we niet kunnen achterhalen. Het is trouwens opvallend hoeveel boerderijen zowel te Maaseik als te Ophoven ten Westen van de Maas gebouwd werden: Nieuwenhof, Ouden Hof, Windhuizenhof, Hoverhof, Wijnenhof enz.

In 1815 is de apotheker Vautier-Tulleneers van Maaseik eigenaar van Vennerhof. Enkele jaren later, in 1844, zijn Theodoor Kouterelle-Vanneraux en consoorten eigenaars. Bij een verkoop in 1874 gaat de boerderij over op mevrouw Ratings-Vanneraux Dominique, boekdrukster te Antwerpen. Ingevolge een erfenis in 1893 behoort de boerderij toe aan Joanna en Jacobus Ratings. In 1894 wordt Vennerhof aangekocht door Antoon Vlecken-Houben van Maaseik. In 1920 is de weduwe Vlecken-Houben eigenares. Zij heeft in 1938 nog steeds het vruchtgebruik, terwijl de dochters Augusta, Maria en Elisabeth eigenaar zijn geworden. Bij een deling in 1941 is Gaston Ramet, geneesheer, eigenaar door zijn huwelijk met Augusta Vlecken. Terloops weze nog vermeld dat de twee andere dochters Vlecken eveneens met een geneesheer trouwen: Julia met dr. Nijssens en Elisabeth met dr. Driane.

Thans is Vennerhof eigendom van de weduwe Jan Bricteux-Ramet Ghislaine, wonende te Hombourg.

Twee Ruttenstamgenoten zijn belangrijke pachters geweest op Vennerhof. We beginnen met Theodoor Rutten, (°Kessenich 781804 +Roggel 13.8.1864) gehuw met Catharina Koolen (°Ittervoort 11.6.1798 +Nuhnem 6.12.1866). In het bevolkingsregister van de stad Maaseik voor het jaar 183065 staan beiden ingeschreven onder de benaming Venne-Oudenhof met als knecht Renier Gelissen, 17 jaar uit Kessenich en als dienstbode Johanna Lamberichts, 32 jaar, eveneens uit Kessenich. Op 12 februari 183866 doet Theodoor Rutten op 34-jarige leeftijd als landbouwer in het gehucht Gremelsloo voor de burgerlijke stand van de stad Maaseik aangifte van de geboorte van het kind Johanna, Hubertina. In het bevolkingsregister67 (III.F.255) van voornoemde stad voor de jaren 1847-1850 staan Theodoor Rutten en Catharina Koolen vermeld als wonende Aldeneik nr. 69 zonder vermelding van de boerderi’. Als kinderen zijn vermeld: Maria Hubertina 15 jaar, Renier 12 jaar, Sibilla Hubertina 11 jaar en Johanna Hubertina 9 jaar. Verder zijn er nog drie dienstknechten en één dienstmeid ingeschreven: Jan Paulissen, 29 jaar, van Kessenich, Johannes Schoolmeesters, 60 jaar, van Diederen, Leonard Van Ratingen, 12 jaar, van Ophoven, en Barbara Zeegers van Neeritter.

Hoewel de benamingen Venne-Oudenhof, Gremelsloo en Aldeneik nr. 69 ook kunnen duiden op den Oudenhof in het Ven (?) denken we toch dat de familie Theodoor Rutten op Vennerhof gewoond heeft. Zekerheid hebben we evenwel niet.

Op 29 april 1848 verlaat de familie Rutten-Koolen de boerderij om zich in een andere boerderij te Nuhnem (Nederland) te gaan vestigen.

Een tweede belangrijke pachter op Vennerhof is Peter Rutten, eboren te Kessenich op 16 ‘uli 1863, gehuwd op 11 april 1893 met Petronella Brouns, geboren te Melick (Nederland) op 9 december 1863. Wanneer de familie Rutten-Brouns naar Vennerhof gekomen is hebben we niet kunnen achterhalen. De tweede zoon Jan, Hubert, Antoine is alleszins te Maaseik geboren pp 8 februari 1899.

Van bij de oprichting van de melkerij H.H.Harlindis en Relindis te Geistingen op 26 oktober 191368 is Peter Rutten lid van de raad van Beheer. Uit zijn lidmaatboekje (melkkruik nr. 134) nemen we een aantal punten uit het reglement van inwendige orde van deze melkerij over:

“de leden van de stoommelkerij moeten melk leveren van al hun koeien en geen andere (er mag geen melk van geiten en schapen geleverd worden). Het is verboden melk te leveren van zieke koeien. Men mag evenmin melk leveren van koeien die pas gekalfd of verworpen hebben, voor dat deze melk kan gekookt worden zonder stremmen. Er mag ook geen melk geleverd worden van langdragende koeien wanneer blijkt dat die melk niet meer geschikt is voor goede boterbereiding. Zure of bedorven melk mag nooit geleverd worden. Er mag geen koemelk vermengd worden met geitemelk. Wie dat doet moet 50fr. boete betalen. Bij herhaling is de boete 100 fr. en bij een derde keer is er de uitsluiting uit de vennootschap. De melk moet geleverd worden in reine kannen. Onzuivere kannen worden door de zuivelfabriek gereinigd. Dat kost de eigenaar 0,20 fr. per kan. Er mag geen melk geleverd worden uit gezinnen waar besmettelijlîe ziekten heersen en niet-leden mogen helemaal geen melk leveren.

De melk moet geleverd worden zoals ze uit de uier komt (bij het melken moeten de eerste stralen op de grond uitgemolken worden). Na het melken wordt de melk onmiddellijk uit de stal verwijderd en door een goede teems gegoten (de leden zijn verplicht hun vee zo zindelijk mogelijk te houden; hetzelfde geldt voor hun stallen)".

Op 24 november 1923 verlaat het gezin Peter Rutten-Brouns Vennerhof te Maaseik om zich te vestigen op de boerderij de la Mardelle St. Martin de Bossenay, Romilly s/Seine, département de l’Aube in Frankrijk.

Vanuit België namen ze hun vier paarden, die per trein vervoerd werden, mee. Gedurende de hele treinreis bleef de zoon François, 22 jaar, de paarden in de trein bewaken.

Het is uiteraard een hele aanpassing geweest om over te schakelen van een boerderij van 16 ha (Vennerhof) naar de nieuwe Franse boerderij die 96 ha omvatte. Peter Rutten overleed reeds op 18 januari 1926 en Petronella Brouns in 1948. Zij behielden tot aan hun dood de Belgische nationaliteit. Hun zoon Jan, geboren te Maaseik op 8 februari 1899, was vele jaren burgemeester van de Franse gemeente La Fosse-Corduan.

In 193369 verkopen de kinderen van Peter Rutten nog gronden gelegen in de gemeente Kessenich voor een bedrag van 60.655 fr. Een tweede akte van verkoop is geregistreerd op 21 november 1943 voor een bedrag van 16.400 fr.

Bronnen:

  • Administratie Kadaster Hasselt

Hoverhof te Ophoven

De twijfel of Hoverhof en Hof ter Loo een en dezelfde boerderij geweest zijn werd weggenomen door het opzoekingswerk van Jan Poukens in zijn bijdrage in “Dao raostj get”, nr. 2-1988, driemaandelijks tijdschrift van de Geschied- en Heemkundige Kring Kinrooi70. In de gicht en gedinghe van 22 april 1749 van het schepenarchief van Ophoven is er sprake van “Hooff ter Loo oft Hoverhooff“.

Met dit historisch gegeven voor ogen en rekening houdend met het feit dat de naam van een oerderij al eens veranderde naargelang de eigenaar, kan men aannemen dat Hoverhof of Hof ter Loo reeds bestond in de 15de eeuw. Uit het boek van Donaat Snijders en Jan Geerkens Ophoven Geistingen door de eeuwen heen pag. 101 citeren we: “In 1423 was Hof ter Loo in handen van de familie Voldrop, heren van Leut, Mettecoven en Dalenbroek. Op 31 maart 1475 schonk Godert van Vlodrop de hoeve met elf bunder bos aan het St. Agnetenklooster te Maaseik. In 1475 is Jan van den Hove halfwin voor jaarlijks 41 malder rogge en 41 malder haver”.

Op 8 maart 1785 verklaart Dirk Bruynen, pachter op Hoverhof, dat Cornelis Geusen als bokkerijder brandbrieven legde. Dit lezen we in het boek van Thieu Wieërs “Wij zullen U met assen lonen” (pag. 100)71.

In zijn bijdrage Verkoop van domeingoederen in Limburg72 vermeldt J. Paquay dat de hoeve Terloo te Ophoven, eigendom van het groot klooster Ste Agnes der Reguliere Kanunnikessen van St. Augustinus te Maaseyck 1 1/2 bw. 41 b. 100 k.r.l.w. verpacht ten halve schoof aan T. Bruynen op 3 Pluviose VI (22.1.1798) verkocht wordt aan Pierre Libotton uit Hasselt voor 110.000 fr.

Eind 186273 wordt “Groot Hoover” volgens akte van notaris Herman, Simon, Jacobus Schoolmeesters te Maaseik (nr. 4099) verpacht aan Gerard Joosten uit Grubbenvorst.

Volgens de administratie van Kadaster te Hasselt en een aantal notariële akten waren de hiernavolgende families eigenaar van Hoverhof te Ophoven:

  • vanaf tot 1854 baron Karel de Potesta te Luik74
  • 1854-1872 - Raymond Bernière-Druez te Luik
  • 1873-1890 - Leonard Nijssens-Bernière, Nieuwenhof te Maaseik en Victor Nijssens-Druez, Elsene.

Bij de deling van de goederen van Emilie, Barbe, Ernestine Druez, overleden te Elsene op 6.6.1889, weduwe van Raymond, Jan, Antoine Bernière komt de boerderij Hoverhof te Ophoven in 1891 toe aan de dochter Louise Bernière, gehuwd met Leonard Hubert Nijssens, geneesheer te Maaseik75.

Op 23 juli 191976 doet mevrouw Louise, Anne, Charlotte, Marie, Hubertine Bernière, zonder beroep, weduwe van Leonardus, Hubertus Nijssens, wonende te Maaseik, geboren te Luik op 20 februari 1849 voor notaris Arthur Delvoie van Tongeren een gift aan haar zoon Albert, Louis, Victor Nijssens, wijnhandelaar, wonen e te Maaseik, aldaar geboren op 23 januari 1878: “een boerderi’ gelegen onder Ophoven, genaamd Hoverhof, bestaande uit Huizingen, schuur, stallingen, erven, tuin, boomgaarden, bouwlanden, weiden, bosschen en vijvers eener gezamentlijke oppervlakte van drie en dertig hectaren dertig aren en zes en dertig centiaren kadaster sectie B nrs. 1126, 1137, 1138, 1139, 819, 818, 1134b, 1134c, 1149a, 1132, 1133a, 1135, 1136, 1142, 1141‚ 1140a, 1143, 1144, 1145a, 1146, 1147, en 1148 mits het betalen door de zoon aan zijn moeder van een jaarlijkse rente van duizend frank”.

Bij de publieke verkoop te Ophoven op 28 februari 192077 door Albert Louis, Victor Nijssens, wijnhandelaar te Maaseik voor notaris Delvoie te Tongeren worden de totale goederen in 5 loten opgesplitst:

  • Lot 1.- Een boerderij genaamd Hoverhof gelegen te Ophoven groot 33 ha 30 a en 36 ca.
  • Lot 2.- Een weide gelegen ter plaatse “Leu het gehucht” groot 16 a 30 ca sectie B nr. 761.
  • Lot 3.- Een villa met bijhorige gebouwen, tuin, lusthof, vijver, bosschen en land, samen groot 6 Ha 75 a 71 ca sectie B nrs. 1127, 1128, 1130 en 1131 en deel van nrs. 1125, 1126, 1129 en 1133.
  • Lot 4.- Een perceel land, heide en moeras, terplaatse als voor, samen groot 21 a 36 ca sectie B. deel van nrs. 1243 en 1259.
  • Lot 5.- Benen afgekapten dennenbosch gelegen ter plaatse als voor, groot 15 a 10 ca sectie B nr. 1249.

Lot 1 en 2 worden toegewezen aan Joannes, Lambertus Camp, landbouwer, wonende te Hunsel, aldaar geboren op 21 april 1877 voor de som van 97.000 fr.

De loten 3, 4 en 5 zijn toegewezen aan Lambert Coolen, patissier, wonende te Luik, rue Ste. Marguerithe nr. 150 geboren te Neeritter op 13 april 1875 voor de som van 40.000 fr.

Twee stamgenoten vestigden zich als pachters op Hoverhof. De eerste was Jan Rutten, geboren te Neeritter op 5 december 1799, gehuwd te Ophoven op 21 april 1827 met Elisa Henkens, dochter van Leonard Henkens en Sibilla Vangeneygen, landbouwers op de Nieuwenhof te Maaseik. Naar alle waarschijnlijkheid is het jonge gezin zich na hun huwelijk gaan vestigen op de boerderij Hoverhof, want hun zes kinderen Sibilla, Renier, Cornelia, Leonard, Lambert en Hubertina zijn te Ophoven geboren respectievelijk in 1828, 1829, 1831, 1832, 1834 en 1841. Jan Rutten was nog op de boerderij in 1852 omdat hij in zijn dagboek78 vermeldt dat hij in dat jaar een nieuwe deurraam laatste voor rekening van baron de Potesta. In 1855 was hij er waarschijnlijk niet meer want in hetzelfde dagboek vermeldt hij “Geistingen den 24 augustus 1855” als hij beschrijft dat de hagel de veldvruchten ten vernield heeft.

Een tweede stamgenoot die zich vanaf 1881 op Hoverhof vestigde is Jan Mathijs Rutten, geboren te Beegden op 11 februari 1847, gehuwd op 10 november 1870 met Maria Hubertina Narinx, geboren te Eckelrade op 11 september 1848. Hun eerste vier kinderen zijn allen in Ittervoort geboren op Schouwsmolen, een boerderij gelegen tussen Neeritter en Ittervoort. De laatste vijf kinderen allen in Ophoven: Jan (15.8.81), Anna (3.11.1883), Leonard (19.11.1885), Joseph (24.11.1887) en Frank (11.6.1889). Op 22 maart 1892 vertrekt Jan Mathijs Rutten vanuit Hoverhof te Ophoven met heel zijn gezin naar Amerika waar zijn afstammelingen nu in verschillende staten van Amerika en provincies van Canada verspreid leven.

Vermelden we tenslotte nog dat Pieter Deuss, gehuwd met Elisabeth Geusens in 1902 met zijn 8 kinderen vanuit Born (Nederlands Limburg) als pachter naar Hoverhof kwam. Hij bleef er tot in 1924.

Op Palmzondag 1924 kwam Joannes, Hubertus Camp naar zijn ei en boerderij. Het kon niet eerder omdat de pachtakte van P. Deuss no liep tot 1927. In der minne werd overeengekomen dat de boerderij vana 1924 vrij kwam.

Bronnen:

  • Administratie van Kadaster

Vinderhof - Vennerhof - te Neeritter

Het is moeilijk de oprichting van deze boerderij te situeren. Op 23 november 1662 laat Berb Rutten, vrouw van Baltus Heydens een akkoord registreren dat op 2 oktober 1662 was opgesteld. Daaruit blijkt dat Baltus halfman was op Vennerhof. Dit staat vermeld in de registers van de schepenbank van Neeritter79.

In een ander register van de schepenbank van Neeritter, dd. 15 mei 1727, is er sprake van een stuk land reinende aan het Vennerstraatje80.

Blijkens een zitting van de schepenbank te Kessenich, die plaats had op 31 juh 173081, is er eveneens sprake van Vennerhof:

“Marten Claeren, schepen der heerlijkcheyt Neeritter als gerequireerde van Peter Denkers halffwin van Venner Hof tot Haelen, toebehoorende aan Ons Lieve Vrouwe Convent tot Maseyck, ten eijnde van voortzettinge der arrest geimponeert op de vruchten van Bousen Camp, wegens resterende ende verloopene erfpacht op den selven geaffecteert, offerende in cas soo noodigh van des selffs verloop ter naester gerichtsdagh specificq, de directie versoechende interim dat bij provisie de gemelde vruchten, op den voorschreven camp gewassen, hun magh woorden geadjudiceert, 0ffte ten minsten de selva magh gepermitteert woorden in locum salvum te conduceeren ten eynde alsoo te becoomen plainairie en volcoomende solutie, soo van het eene als van het andere, dus usum etc. cum expensis. Peter Pinxten, gerichtsbode relatum het exploict des arrest en citatie aen Peter Tilmans als pachter, met last om voorts te condigen gedaen te hebben. Decreet: “Wordt de arrestanten gepermitteert de vruchten ten huyze Peter Tilmans uijt te dorsen mits daer van rekeninge et reliqua doende. Actum in judicio de Kessenich, hac 31 july 1730”.

Hieruit zou men kunnen afleiden dat:

  1. Peter Tilmans halfwin is op Vennerhof
  2. de boerderij eigendom is van Ons Lieve Vrouwe convent te Maaseik

Op 19 december 1765 heeft er, blijkens een akte van de schepenbank van Neeritter82, een erfmangeling plaats:

“Simon van Boeket cedeert aan Peter Houben, gehuwd op 3.10.1765 met Cornelia Aen gen Vaeren, weduwe van Renier Rutten (+23.3.1764), huis, hof, weiden, anderijen onder Neeritter, Hunsel als elders, Vennerhof genoemd, betalende in de schat omtrent 15 boender jaarlijks belast aan de kapelanie te Neeritter met 6 vaten rogge; aan de armen 4 vaten, aan de kerck 4 1/2 vat en 1/2 kop rogge, aan huis Horn 5 gl. 16 st. 2 ort, item princeri (?) chins 1 gl. 2 st. 2 ort; aan de armen van Hunsel 9 vaten, nog aan Heeren Chins 20 1/2 ey en 4 pacht vat Luycker haever. Timmerman Laurens Eyckheuvels verklaart dat er zeer grote en geen-uitstel-lijdende reparatie nodig is. Peter Houben cedeert aan Simon Van Boeket 2 bunder land in Ummele kamp onder Kessenich aangekocht van Dirck Janssen voor 1700 gl. en de helft in een huis te Stramprooi in Heyer Rot en 7 vrechten land die Peter Houben van zijn vader zaliger geerfd had (getaxeerd op 700 gl). Daarenboven geeft P. Houben nog 1800 gl zo in kroonstukken ad 10 schellingen als in oude schellingen ad 10 st."

De ankers die aan de zjjkant van de boerderij bevestigd zijn vermelden het jaar 1767. Wellicht is e boerderij in dit jaar volledig gerestaureerd zoals voorgeschreven werd door timmerman Laurens Eyckheuvels.

In 1768 zijn Peter Houben, gehuwd met Cornelia Aen gen Vaer eigenaar van Vinderhof; zij wonen evenwel in Kessenich wanneer zij een lening aangaan en de boerderij als borg stellen: “Op 24 juli 1768 leent Peter Houben, gehuwd met Cornelia Aen gen Vaer, woonachtig Kessenick, 2500 gl. van Joannes Reyven, gehuwd met Johanna Janssen, wonende Neeritter. Onderpand: Vennerhof Neeritter met alle toebehoorten, schure, stalling, landerijen, ackerland, gras, houtgewas, onder Neeritter, Hunsel als elders belast met 24 vat rogge, 6 glf chins”83.

Op 30 april 180284 koopt Renier Rutten, gehuwd met Sibilla Vangeneygen, de boerderij voor 5.800 gulden van zijn broer, Frans, gehuwd met Ludovica Janssen, van zijn zusters Cornelia Rutten, gehuwd met Antoon Wackers, Mechtildis gehuwd met Jacob Vandesande en van zijn schoonbroer Jan Eyckheuvels, weduwenaar van Joanna Rutten overleden op 20 april 1800.

Deze Renier Rutten was zich kort na zijn huwelijk te Kessenich op 2 september 1787 gaan vestigen op een boerderij te Kessenich waar zijn oudste dochter Cornelia op 4 maart 1788 geboren is. Het jaar nadien is hij waarschijnlijk pachter geworden op Vinderhof want zijn tweede dochter Joanna is te Neeritter geboren op 1 januari 1790. Verder zijn in Neeritter nog geboren Mechtilde op 13 januari 1791, Renier op 25 mei 1793, Anna Maria op 3 april 1796, Joannes op 5 december 1799 en Martinus op 26 september 1803.

De boerderij is gespreid over twee gemeenten: onder Neeritter 15 Ha 9 a 50 ca en onder Hunsel 6 Ha 79 a en 45 ca.

Niet heel lang heeft Renier Rutten als eigenaar op Vinderhof gewoond want hij wordt pac ter van Hoezerhof te Geistingen rond 1803. Zijn jongste kind Martinus sterft trouwens te Geistingen Ophoven op 3 maart 1811.

Volgens de gegevens van kadaster van Roermond is Renier Rutten in 1844 nog steeds eigenaar. Als pachter van Vinderhof vinden we in 1847 Joannes Beckers die in dat jaar een bedrag verschuldigd is van 546,56 fr. aan Renier Rutten85. Na het overlijden van Sibilla Vangeneygen te Ophoven Geistingen op 31 december 1827 en van Renier Rutten eveneens te Geistingen Ophoven op 9 september 1851 is er vanwege de kinderen Renier, Joannes, Mechtildis en Maria Rutten, gehuwd met Adamus Vandevenne een publieke verkoop op 26 januari 1854 voor notaris H.S.J. Schoolmeesters van Maaseik86. De zonen Renier en Joannes Rutten worden voor de helft samen eigenaars terwijl de ongehuwde dochter Mechtildis de andere helft verwerft. Bij testament van 16 januari 186887, verleden voor notaris Hermans van Maaseik, staat zij haar deel af aan haar broer Renier. Na de dood van Joannes Rutten te Ophoven Geistingen op 1 juli 1871 verkopen zijn kinderen Leonard, Hubertina gehuwd met Lambert Driessen en Cornelia, gehuwd met Leonard Deben in 1876 hun aandeel in Vinderhof aan hun oom Renier Rutten voor de som van 1600 gulden blijkens akte van notaris H.J.K.F. Frische van Thorn dd. 13 juni 187788.

In 1894 zijn er drie eigenaars van Vinderhof: Cornelis Renier Rutten, burgemeester van Clermont, Martinus Hubertus Rutten, groot vicaris te Luik (latere bisschop) en Henricus Hubertus Rutten, secretaris van het Bisdom te Luik.

Mgr. M.H. Rutten, bisschop van Luik, Henricus Hubertus Rutten, kanunnik te Luik en Cornelis Renier Rutten, burgemeester van Clermont verkopen in 1907 de boerderij Vinderhof aan Jan Stakenborg, landbouwer te Kessenich voor een bedrag van zeven duizend gulden.

Gedurende vele jaren bleef de boerderij eigendom van de familie Stakenborg om, ingevolge akte verleden voor notaris J.J.M. Nijsten te Weert van 13 juli 196789, over te gaan op de familie Jan Hupkens-Kobben die ze thans nog uitbaat.

Bronnen:

  • Kadaster Roermond

Bij Gielen in de Meyerstraat te Kessenich

In zijn boek De geschiedenis van Kessenich vermeldt Piet Henkens90 op pagina 128 dat deze boerderij, gelegen in de Meyerstraat te Kessenich‚ in 1764 uitgebaat werd door Renier Rutten en zijn vrouw Cornelia Aengevaeren. Op 22 maart 1764 werd de zoon Renier Rutten in deze hoeve geboren. Deze Renier Rutten junior, gehuwd op 2 september 1787 te Kessenich met Sibilla Vangeneygen, werd vanaf 1802 eigenaar van Vinderhof te Neeritter. In 1836 bouwde hij een nieuwe boerderij langs de Venlose steenweg te Geistingen en was hij aldaar vele jaren pachter van Hoezerhof. Hij is de stamvader van de Geistinger Ruttentak.

Bij de oprichting van de administratie van het kadaster in 1844 is zijn schoonzoon Mathijs Vinken, gehuwd met Cornelia Rutten, eigenaar van de boerderij te Kessenich aan de Meierstraat.

Na hun overlijden wordt de boerderij in 1865 aangekocht door Jan Deben- Deben.

Op 26 april 189591 heeft er voor notaris Henri Herman Schoolmeesters van Maaseik een openbare verkoop plaats op verzoek van Jan Deben, weduwenaar van Sibilla Deben, negociant en verder Joannes Matheus Deben, herbergier te Brussel, Petrus Hubertus Deben, wonende te Brussel en Mathieu Joosten, landbouwer, weduwenaar van Sibilla Deben, vader en wettige voogd van zijn minderjarig kind Jan Joosten.

De aankoop ebeurde door Jan Straetmans, negociant, wonende te Jupille, maar op 8 feÊruari 1840 geboren te Kessenich in het laatste huis achter de kerk (zuiden).

Op 9 februari 192092 koopt voor notaris Schoolmeesters te Maaseik Joannes Hubertus Gielen, gehuwd met Anna Narinx de boerderij.

Bij deling onder de kinderen Gielen-Narinx op 3 juli 1956 worden Maria Catharina Gielen en Maria Hendrika Gielen, ieder voor de helft, eigenaars.

Bronnen:

BIJ DE BROUWER VINKEN EN BIJ LAMBERKE TE GEISTINGEN

In 1844 is de boerderij eigendom van Jan Notten uit Geistingen. In 1846 zijn de weduwe Jan Notten en Peter Jan Cuypers, herbergier te Ophoven, en consoorten eigenaars. Deze verbouwen m 1855 een gedeelte van de boerderij tot brouwerij. Bovendien is er een splitsing in twee percelen: het huis sectie A 1196 A en de brouwerij sectie A 1197 B. Voor het huis is er in 1857 een nieuwe splitsing: het huis sectie A nr. 1196 B (richting Maaseik) en een ander huis 1196 C (richting Kessenich).

In 1867 is er een deling, een verkoop en een splitsing: het gedeelte Sectie A 1196 C wordt gekocht door Christiaan Narinx-Wijnants, pachter van Stokbroekhof te Kessenich terwijl het andere gedeelte eigendom wordt van Lambert, Jan, Martinus Dreessens-Rutten en consoorten. Voortaan blijven de twee eigendommen gescheiden. De dochter Sibilla Dreessens trouwt met Pieter Greefkens zodat zij er in 1907 eigenaars van worden. Achtereenvolgens zijn dan Martinus Rutten-Greefkens en Ferdinand Craeghs-Rutten eigenaars. Deze laatsten verkopen op 30 juli 1981 het huis aan Pierre Martinus Smeets-Snijkers.

Keren we nu even terug naar het gedeelte huis, brouwerij en boerderij, eigendom van Christiaan Narinx. Bij een deling in 1892 komt de boerderij en de brouwerij toe aan hun dochter Elisabeth Narinx (1842-1917) gehuwd te Kessenich op 9 april 1866 met Joannes Vinken (1833-1907). Na het overlijden van de ouders gaan de kinderen over tot de verdeling93:

  1. Mathildis, Maria, Anna Vinken, gehuwd met Jacobus, Hubertus Lamberigts, gemeentesecretaris, wonende te Kessenich.
  2. Maria, Anna, Margaretha Vinken, gehuwd met Hubertus Renier Wieërs, rekenplichtige, wonende te Namen.
  3. Maria, Cornelia Vinken, gehuwd met Louis, Hubert, Jozef Winten, smid, wonende te Lanaken.
  4. Christiaan, Hubert, Renier Vinken, brouwer, gehuwd met Maria Rutten, wonende te Geystingen.

Het huis, de brouwerij, de tuin, de boomgaard en een bouwland, sectie A nr. 1195, 1196, 1197 en 1201, groot 16 a 20 ca komen toe aan de zoon Christiaan Vinken die de brouwerij verder uitbaat. In de akte van deling staat vermeld dat al het brouwgerief en materieel, bestaande uit ketels, pompen, steelingen (sic), tonnen, vaten, .bierkannen, paard met tuig en verder al wat tot de brouwerij behoort, geschat wordt op vijftien duizend frank.

Na de dood van brouwer Christiaan Vinken, te Maaseik op 21 juli 1931, wordt de brouwerij verder door zoon Jan tot in 1937 uitgebaat.

Na het overlijden op 2 april 1966 van Maria Rutten, weduwe Christiaan Vinken worden voor notaris Charles Van Cauwelaert van Maaseik op 3 september 196794 door de kinderen Vinken de gebouwen verkocht aan Jules Geerkens die er een antiekzaak in ondergebracht heeft.

Bronnen:

  • Administratie kadaster Hasselt

Familie Brouwerij

De laatste brouwerij in Geistingen, die tot 1937 standhield, is die van de familie Vinken. Drie generaties volgden elkaar op: Jan, Christiaan en Jan Vinken.

Deze brouwerij, gelegen langs de Venlose steenweg te Geistingen, werd opgericht door de weduwe Jan Notten uit Geistingen en Peter Jan Cuypers, herbergier te Ophoven, die in 1855 een gedeelte van de boerderij ombouwde tot brouwerij.

In 1867 is Christiaan Narinx, pachter o Stokbroekshof te Kessenich, eigenaar van de brouwerij en de boerderij. Zijn dochter Elisabeth huwde met Jan Vinken uit Geistingen. Zij hebben naar alle waarschijnlijkheid de brouwerij uitgebaat want in 1892 Zijn zij er eigenaar van. Na het overlijden van brouwer Jan Vinken in 1907 is het zijn zoon Christiaan, gehuwd met Maria Rutten, die het beroep van brouwer tot aan zijn dood in 1931 uitoefent. Tenslotte is het de beurt aan de zoon Jan die de brouwersstiel verder zet van 1931 tot 1937.

In de brouwerij Vinken werden twee soorten bier gebrouwen: het gewone bier, in de volksmond “bok” genoemd, en het seizoensbier (oud bier).

Het gewone bier, samenstelling

  • 2500 liter water - bij voorkeur putwater dat weinig kalk bevatte
  • 350 kg mout van zomergerst
  • 4 kg zetgist
  • 6 à 7 kg Duitse hop
  • 2 kg gelatine
  • 7 à 8 kg suiker

Het brouwen

Water aan de kook brengen in een ketel. Vervolgens in de roerkuip de mout mengen met een weinig heet water om het klonteren tegen te gaan. Dan de helft van het water er bij doen. Dit 2 u. laten trekken bij 75°C. De ontstane wort aftappen via de filter en opnieuw de rest van het water in de roerkuip doen. 1 u. laten trekken bij 73°C. Daarna weer aftappen via de filter.

Aan de 2 maal afgetapte wort 6 à 7 kg hop en 2 kg gelatine toevoegen en dit gedurende 2 à 3 u. koken in de kookketel. De gekookte wort naar het koelschip pompen om te laten afkoelen tot 18 à 22°C. Daarna terug naar de kookketel overhevelen. Zetgist in 5 liter wort mengen. Dat mengsel bij de wort voegen. Vervolgens 7 à 8 kg suiker toevoegen. Dan de wort overtappen in tonnen van 100 liter, 70 liter en 50 liter. De tonnen moeten volledig gevuld zijn maar niet dicht gemaakt worden. 3 dagen laten gisten. Wat overloopt terug in de ton doen zonder het schuim. Na drie dagen: 1 glas suiker (vloeibaar) (per ton van 1 hl bijvoegen en de ton sluiten. Vervolgens de tonnen gedurende 14 dagen in de kelder bewaren.

De Ruttenroute
De Ruttenroute

Oud bier - Seizoens

De wijze van brouwen verschilt niet veel van het gewone bier. Wel wordt er 450 kg gerst enomen in plaats van 350 kg. Na de eerste gisting: per 100 l. mengsel 3 maal een handvol ruwe hop en 5 maal een handvol ongemalen en ongeplette tarwe toevoegen.

Het oud hier werd gebrouwd in de maand februari en was gereed de lste zondag van juli, gekend onder de benaming “zichtenzondag”.

In “De Erwt”, het half-vastenblad van Kessenich, anno 1901, verscheen volgende aankondiging:

Ik lever steeds het beste bier

Aan burger en aan herbergier

Het is schoon klaar en fijn van smaak

Als brouwer ken ik mijne zaak

Wie eens van mij heeft willen koopen

Zal nooit niet links of rechts meer loopen

Daarom beveel ik mij beleefd

Aan alwie drank van noode heeft.

Jean Vinken, Geystingen.

Het dagelijkse leven in de vorige eeuw

Bij ieders geboorte kunnen zekere omstandigheden bepalend zijn voor het verdere leven. Een zekere welstand, behoorlijke opvoeding, onderwijs en familiale tradities zijn alleszins waardevol om de kans op slagen te vergemakkelijken.

Voor de familie Rutten kunnen we stellen dat ze tot de middenlaag van de bevolking wilde behoren; vandaar dat ze bijna altijd kozen voor het beroep van landbouwer; enkelen verkozen de geestelijke staat en brachten het tot deken en zelfs tot bisschop.

0m enig idee te hebben van het dagelijks leven in de vorige eeuw gaan we terug naar feiten en gebeurtenissen die we overnemen uit het da boek van Jan Rutten (1799-1871) en van zijn zoon Lambert (1834-1910). Hun belangrijkste activiteiten hadden te maken met de uitbating van hun eigen landbouwbedrijf. De gunstige ligging van de gronden, deels leem, deels zand, maakte een grote variëteit van veldvruchten mogelijk: tarwe, haver, spelt, rogge, gerst, zomergerst, boekweit en koolzaad. In tweede orde hielden zij zich onledig met kar en paard te werken voor de kleine boeren met één koe uit het dorp. Geld kwam hierbij niet veel te pas omdat de geholpen

dorpsmensen de boer hand- en spandienst leverden, vooral bij zaaien en maaien, planten en rooren. Toch werden er ook werknemers ( nechten) in dienst genomen; zo werden onder meer bij Jan Rutten in 1850 Martinus Janssen en Jan Pex aan 70 fr. per jaar ingehuurd. Op 13 januari 1854 werd Mathias Van gement ingehuurd als “schaeper” voor de winter aan 10 fr.; bovendien kreeg hij nog twee hemden, een kiel, kousen en schoenen, een leren broek en een “kammezool”. Voor 1863 werd Joseph Vanholzaet ingehuurd aan 52,50 fr‚ per jaar met een supplement van 2 fr. voor Ophovenkermis en 2 fr. voor Kessenicherkermis. In 1866 is het de beurt aan Henricus Bekkers voor een bedrag van 40 fr. met als supplement een linnebroek en een kiel. Het jaar nadien komt Gerard Nelissen aan 50 fr. per jaar met een toeslag van 10 fr. voor de kermis van Kessenich en eveneens 10 fr. voor de kermis van Ophoven.

Als men weet dat verschillende stamgenoten uit de familie Rutten, Henckens en Vandevenne tussen 1860 en 1870 toetraden tot het pauselijk leger, dan begrijpt men maar al te best dat de familie Rutten sterk verbonden was met de kerk als instelling en met de parochieherder in het bijzonder. Zo zien we in het dagboek van Jan Rutten voor het jaar 1854 een rekening van 310,50 fr. als uitgaven gedaan aan de pastoor te Ophoven:

voor Wijn 40 fr.
voor jaargetijden 80 fr.
voor missen 179 fr.
voor de deken 10 fr.
voor de H. Olie 1,50 fr.
———
310,50 fr.

De tweede helft van de vorige eeuw was voor de bevolking van geheel West- Europa en bijgevolg ook voor de bevolking in onze streken een donkere bladzijde waar armoede en bedelarij hoogtij vierden. Het gebeurde niet zelden dat de aardappeloogst mislukte en dan was er veel honger, vooral in de steden. Dit wordt nog eens duidelijk geïllustreerd door hetgeen we voor het jaar 1857 lezen in het dagboek van Jan Rutten: “In het jaar 1857 in de maand april heeft het beginnen te drogen en het heeft gedrogt den ganschen zomer tot 1 september. Toen heeft het geregend maar de grond was niet eens door nat, en zoo heeft het heel den winter gedrogt, alles uytgedrogt putten en grachten dat de menschen naar de drijvende waters moesten gaan water halen. In 1858 heeft het altoos voort gedrogt, daar is geenen klaver gewassen, geen gras voor het vee te weyden, geen hooi als langs de Broekkant, het koren redelijk wel, de tarwe weynig” (verder onleesbaar).

Ook de natuur hield af en toe lelijk huis: “Op heden 24 augustus 1855 ten twee uur smorgens is alles van de veldvruchten door den hagel verslagen, bomen omgeworpen, de gehele glasruyten die op den wind stonden zijn verbrijzelt, huyzen en schure omgeworpen. Geystingen, den 24 augustus 1855”.

Boerenwijsheid was vroeger meer dan een begrip. Het dagelijks leven in de vrije natuur en het omgaan met het vee had de landbouwers geleerd de ziekten die zich op stal voordeden te bestrijden met eigen middelen. Hierna volgen enkele remedies opgetekend in het dagboek van Jan Rutten:

1865 - remedie tegen de runderpest

Als men ziet dat het beest de ziekte heeft, dan moet men dezelfde bloet laete naarmaate dat zij in staat is.

Ten 2de - men neemt een pint wijnazijn, een pont honing en een vierde pont Engels zout, die doet men in tien pinte gekookt water, men geeft alle twee ure een lepel (?)

dit doet men 3, 4 of 5 dagen naar maate de ziekte hevig is en als het beest te sterk aan de afgang is dan laat men het Engels zout achter men moet het beest broetwater geven van rogge gebakken of anders oud brood te eeten geven en het beest koel zetten van de anderen afgezonderd en het mest dat te zeer stinkt seffens wegnemen.

1866 - remedie voor paarden die een beslag hebben

Eenen peypekop solfer drog opgeven tot in de keel en eenen peypekop raabolie en daar naar een half pond bruyne seep in water gebroke met de hande

1866 - remedie voor koeje die de kalver ziekte hebben

Men moet haar dri maal eenen halven lieter raabolie omtrent een kwart uur achter malkander ingeven en dan neemt men een vierde pont honing gekookt in eenen heter bier en men neemt eenen lieter vliersiroob tot eene drank dan doet daar bij twee eyer ongekookt of half gekookt, geeft haar dat in eenen halven dag tussenbeyde, wagt dan, weder ingeven en de koej goet warm houden.

Naast het beroep van landbouwer en uitbater van brikkenovens waren Lambert Rutten (1834-1910) en zijn broer Leonard Rutten (1832-1906) ook nog aannemers van wegeniswerken en bouwers van bruggen. Dat was onder meer het geval voor de weg nr. 13 te Geystingen en de brug bij Verlaak te Ophoven. Opvallend is het groot aantal werklieden uit het dorp Geystingen zelf die hieraan meewerkten en ervoor betaald werden.

Om deze werken te kunnen uitvoeren moest het lastenboek gevolgd worden zoals verschenen in de Memoriaal 1861 nr. 84 van de provincie Limburg. Enkele bijzonderheden over de weg nr. 13 te Geystingen, uitgevoerd in 1890 - het gedeelte van aan de steenweg Napoleonsweg of Venlose steenweg tot bijna aan de Harmoniezaal.

Hebben meegeholpen: Mathijs Brouns, Renier Snijders, Jozef Van Holzaet, Francis Fransen, Jacob Janssen, Hendrik Smeets, Jacques Fransen, Jan Muyzers, Peter Van Ratingen, Leonard Claessen, Jan Silkens, Dorus Vanmontfort, Jan Hermans, Arnold Grispen, Leo Van Krugten, Peter Gorissen, Peter Dirkx en Martin Henckens.

Uitgaven
het zeven van kiezelstenen 10,- fr.
het laden van kiezelstenen 36,- fr.
het patent 8,16 fr.
het lenen van zif bij Goyens te Neeroeteren 25,- fr.
aan commissaris Borgerhoff 20,- fr.
aankoop buizen 122,20 fr.
vragt voor de buizen 9,50 fr.
aan het werkvolk voor leggen van buizen 15‚- fr.
verteer bij het leggen der buizen 1,- fr.
vragt naar Statie Elen 5‚- fr.
lonen aan werkvolk 187,30 fr.
——–
Totale uitgaven 438,16 fr.

Als besluit mogen we stellen dat onze voorouders noch arm noch rijk waren, zuinig leefden, dienstvaardig waren voor hun evenmensen, die gelovig en vooral gehecht aan de vaste waarden van trouw aan Kerk en Volk.

Die diepgelovigheid blijkt uit de volgende testamenten van Elisabeth Henckens, geboren op 4 januari 1829 en overleden te Ophoven Geystingen op 4 januari 1901 alsmede van haar echtgenoot Reinier Rutten geboren te Ophoven op 5 oktober 1829 en er overleden op 11 april 1925.

Akt van giften met mijnen laatsten wil

Ik ondergeteekende Elisabeth Henckens, echtgenoote van Rutten Reinier, landbouwers wonende te Ophoven Geystingen. Ik geef bij mijn overlijden aan Antoon Deben, echtgenoote van Paulina Deben, landbouwer wonende te Kessenich den naakten eigendom van een perceel bouwland waar het vruchtgebruik zal bij komen naar den dood van den vruchtgebruiker, gelegen te Kessenich ter plaats Kessenicher weg sectie A nr. 669 3, groot negen en twintig aren. Dit perceel is belast met twee honderd leezende zielmissen, hondert tot lafenis mijner ziel welke zulle moeten gelezen worden dadelijk naar mijn overlijden; tweedens twintig tot lafenis der zielen van wijlen mijnen vader en moeder, derdens tien voor wijlen mijne zuster Catharina; deze missen zullen moeten gelezen worden bij het aanvaarden van genoemd stuk land; hierna geef ik aan Antoon Deben, eehtgenoote van Paulina Deben wonende te Kessenich den naakten eigendom van alle mijne onroerende goederen waar het vruchtgebruik zal bijkomen naar den dood van den vruchtgebruiker.

De overige aangehaalde leesmissen behoeven maar gedaan te worden bij het aanvaarden van bovengenoemd stuk land en de overige hondert veertig franken blijven noch tot lafenis mijner ziel.

Akte van mijnen laatsten wil

Ik ondergeteekende Reinier Rutten, echtgenote van Maria Cuypers, landbouwers en gemeente ontvanger, woonachtig te Ophoven inhet gehugt Geystingen.

Ik geef bij mijn overlijden den vollen eigendom van mijn huis aan mijne echtgenote Maria Cuypers met aangebouwde gang waarin zich bevindt de waterpomp, den halven koeienstal aan den gang vastgebouwd, de schuur met daar aangebouwde schop gelegen op het Letterveld waaronder zich bevindt den paardenstal afgebroken door Mathieu Rutten zonder permissie, verders geef ik aan mijne echtgenote Maria Cuypers alle roerende goederen die zich in mijn huis bevinden als ook het uitstaande geld het spaarboekje, als ook het hooi en strooi dat zich op mijnen zolder van den koeienstal bevindt alsook in genoemde schuur en schop.

Ik geef noch aan mijne echtgenoote Maria Cuypers hetzelve recht dat mij is toegekend is in de akte van deeling tusschen mij en mijnen broeder Lambert Rutten, dat is te zeggen dat de deelgenooten zich wederzijds de nodige servituden moeten leveren, op den weg tusschen het huis en den tuin, tusschen de schuur en den koeienstal van Mathieu Rutten en op de onverdeelde plaats voor de schop. Verders geef ik aan mijne echtgenote Maria Cuypers in vollen eigendom, den tuin met daar op gelegen gebouw met bakhuis en varkens kotten en kolen, de boomgaard met daaropstaande schop met inhoud van hout sectie B nrs. 312-313 en een perceel grond van acht aren 37 centiaren, sectie B nr. 311 alles gelegen op het Letterveld. Verders geef ik noch in vollen eigendom de helft van een perceel bouwland gelegen te Geystingen langs den steenweg op het kleutje genaamd, groot in het geheel negentien aren achttien centiaren sectie deel van numero 222. Ik geef gedurende haar leven het vruchtgebruik van alle mijne andere goederen aan dezelfde Maria Cuypers.

Ik verlang dat de levende kinderen van mijne zuster Sybilla Rutten, echtgenote van Mathijs Steyvers beide overleden te Heppeneert

Dat de kinderen van mijne zuster Cornelia Rutten, echtgenote van Leonard Deben beide overleden te Kessenich

Dat de kinderen van mijne zuster Hubertina Rutten echtgenote van Lambert Dreessens beide overleden te Ophoven Geystingen

Dat de kinderen van mijnen broeder Leonard Rutten echtgenoot van Magreta Narings beide over eden te Kessenich

Dat de kinderen van mijnen broeder Lambert Rutten echtgenoot van Gertrudis Verstraeten beide overleden te Ophoven Geystingen

Dat alle bovengenoemde, als ook dat Jules Dirkx, zoon van Peter Dirkx en van Helena Dreessens overleden te Kessenich

Dat allen hoofds gewijs in mijne overige goederen zullen deelen.

Ik verlang dat bovengenoemde familie voor drij honderd franken missen zullen laten lezen tot lafenis mijner ziel.

Dit is mijn uiterste en laatsten wil.

Ik neem tot uitvoerder van dit testament den heer Peter Rutten burgemeester te Kessenich.

Gedaan te Ophoven Geystingen den 18 september 1920

get Reinier Rutten.

De brikkenovens

Sedert eeuwen was de familie Rutten in het Maasland verbonden en vergroeid met de landbouw. Ten overvloede is dit bewezen door het feit dat we zovele Rutten-stamgenoten terugvinden als pachters of eigenaars van boerderijen in de omgeving van de Maas: Hoezerhof te Geistingen, Hoverhof te Ophoven, Vinderhof te Neeritter, Pannenhof te Beegden, Bovenhof te Heel, Merrehof te Ophoven, Boxhof te Geistingen, Stockbroekhof te Kessenich, Nieuwenhof te Kessenich en Vennerhof te Maaseik.

Toch vinden we een aantal familieleden terug die zich naast hun landbouwbedrijf bezig hielden met het bakken van rikken, in de volksmond “tegelen” genoemd. De leem of de vette kleiaarde, opgedolven in de onmiddellijke nabijheid van de Maas, werd eerst gekneed en in houten vormen geperst. Eenmaal de leen gedroogd, werden de brikken in een oven geplaatst ie gestookt werd, in vroeger tijden met hout en later met kolen. Eenmaal de vereiste temperatuur in de oven bereikt was en dit gedurende de voorziene tijd, konden de gebakken stenen uit de oven gehaald worden. Het gebeurde ook al dat er wat misliep met het stoken van de oven hetgeen er toe leidde dat er bleke of minderwaardige brikken uit de oven kwamen. Uiteraard was er een prijsverschil tussen de bleke en de goede brikken.

De oudste gegevens omtrent het bakken en leveren van brikken vinden we terug in het midden van de 18de eeuw. Volgens de gichten van Neeritter die zich thans in het gemeentearchief van Hunsel bevinden leverde Martinus Rutten in 1775 twee manden stenen voor het “naeber capelhuys te Neeritter” (thans Oude Kerkstraat te Molenbeersel) voor 165-0-0.

Verder vermeldt Simon Reynders uit Ophoven in zijn rekeningboek dat Marten Rutten (1721-1799), schepen te Ophoven, op 5 oktober 1785 “3 maenden brieken leverde voor de prijs van 252-00-00 voor het optimmere van de scheure door de vagebonden (bokkerijders) aangesteecken”.

Overbekend is te Ophoven, vlak bij de Maas, het “Tegel-huisje” dat in 1845 eigendom was van Lambert Rutten (1793-1872), burgemeester van Ophoven en gehuwd met Hendrika Schoolmeesters. Hij bekwam op 18 juli 1845 van de estendige deputatie van Limburg een vergunning om een brikkenoven uit te baten op de plaats genaamd Dalerove.

Latere eigenaars van het “Tegelhuisje” zijn achtereenvolgens de familie Galiart van Stevensweert, de familie Mathijs Pex-Geurts, Joze Schulpen-Pex en Jan Cuypers-Schulpen, allen van Ophoven. Thans is het “Tegelhuisje” een rustige oase in het recreatiegebied de Spaanjerd waar zeilers en windsurfers hun gading vinden.

Een persoon die een belangrijke rol vervuld heeft in de fabricage van brikken is zeker Jan Rutten (1799-1872), gehuwd met Elisa Henkens. Rond 1854 verliet hij als pachter Hoverhof te Ophoven om zich te vestigen op zijn boerderij op de steenweg te Geistingen. Uit zijn zorgvuldig bijgehouden dagboek blijkt dat hij in 1858 begonnen is met de veldbrandoven te Geistingen op een perceel grond gelegen even voorbij de Witbeek aan de linkerzijde, gekend onder de benaming Het Trappen-straatje. De eerste brikken werden in 1859 en 1860 geleverd aan Jasper Houben, Jacob Ament, de weduwe L. Henckens uit Geystingen, Peter Houben uit Ophoven, Alexander Cloeten uit Ophoven, Jan Pex uit Ophoven, Jacob Zeunt1es van Swijsenhof, Willem Paulissen en Reynier Dierx uit Geystingen. Voor de bleke brikken die van een mindere kwaliteit waren, betaalde men 0,70 fr. de 100 stuks en voor de goede brikken tot 1,20 fr. à 1,30 fr. de 100 stuks. Tientallen burgers uit Ophoven, Geystingen, Kessenich, Kinrooi, Molenbeerse] en Aldeneik kochten brikken uit de ovens van Jan Rutten uit Geystingen.

Na zijn overlijden in 1871 zijn de twee zonen Lambert (1834-1910) en Leonard (1832-1906), beiden geboren op Hoverhof te Ophoven, verder gegaan met het tegelen. Om dit zware werk uit te voeren werden arbeiders onder speciale voorwaarden aangeworven. Zo vinden we in voornoemd dagboek terug dat Jacob Kolen van Ophoven vanaf 1 juli 1870 ingehuurd werd voor de duur van een jaar aan een jaarloon van 80 fr. met inbegrip van de meepennin van 5 fr. Het aanvaarden van de meepenning stond gelijk met het sluiten van een overeenkomst en verving het huidige arbeidscontract. De aangegane overeenkomst mocht slechts om ernstige redenen verbroken worden met als gevolg de teruggave van de meepenning. Voor het jaar 1889 werd Peter Fransen ingehuurd voor een jaarloon van 90 fr. en een meepenning van 2,50 fr. Het aangegane contract liep van juni 1889 tot 10 april 1890.

Na 1896 vinden we geen aantekeningen meer terug omtrent het vervaardigen en verhandelen van brikken. De laatste brikkenovens in Geystingen en meer bepaald naar de familie Rutten toe, waren die van Jaak Henckens (1887- 1947) in het 0e, voorbij de Pas en die van Jozef Rutten (1879-1962), vroegere burgemeester van Ophoven. Deze had vanaf 1922 zijn veldbrikkenoven op de Rozendijk tegen de steenberg. De nieuwe boerderij die hij in 1926 te Geystingen bouwde, bestond uit brikken van zijn eigen oven. Hij paste ook al een meer modern procédé toe. Waar vroeger het kneden met de voeten gebeurde, kwam er nu toch al een machine aan te pas. Het ging om een trommel met daarrond messen, die verbonden was met een drijfstang, voortgetrokken door een ezel zoals de paarden in de manège voor het dorsen van de granen. We kunnen hier spreken van een door dierkracht aangedreven kneedmachine. De volksmond vertelt dat de ezel die de kneedmachine moest trekken heel vaak onherkenbaar was omwille van de leem die door het werkvolk op hem gegooid werd tot aanwakkering als hij echte of geveinsde tekenen van vermoeidheid vertoonde.

Deze ezel was een muilezel afkomstig van het Canadese leger. Hij heette “lava” en was buitengewoon “intelligent”. Tijdens het weekend wandelde hij alleen van de brikkenoven naar zijn stal in het dorp en vertrok bij goed weder naar de weide naast de brikkenoven. Hij was een speelkameraad van de kinderen maar duldde niet bereden te worden; dan zette hij zijn voorpoten ver uiteen, bracht zijn kop ertussen tot op de grond zodat via die glijbaan de ruiter naar beneden moest. Hij werd soms in het rijtuig ingespannen en was dan een echte hardloper. Hij werd nooit vastgebonden. Voor het werk liet hij zich in de weide vangen mits een flink stuk brood.

De Bokkerijders

Over het ontstaan en het opereren van de Bokkerijders is al heel wat gepubliceerd. Wij zullen in deze korte bijdrage die uiteraard onvolledig is, de band leggen tussen de Bokkerijders en de familie Rutten.

Waarover ging het?

De tweede helft van de 18° eeuw wordt gekenmerkt door het optreden van roversbenden die heel wat inbraken en overvallen plegen. Deze benden treden zowel op in Haspengouw en Overmaas als in het Maasland en dit in een drietal perioden: 1730-1755, de tweede periode 1760-1785 en de derde periode die zich situeert vanaf 1790.

Men kan de vraag stellen wat deze bendeleden bezielde om zo driest te werk te gaan? Over het algemeen mag aangenomen worden dat de laatste decennia van het Oude Regime onder de burgers heel wat armoede geleden wordt. Dat gaat dan nog gepaard met de laag van alcoholisme. Uiteindelijk is men dan niet zo ver meer verwijderd van een sterk zedelijk verval met al de gevolgen van dien. Het is opvallend dat deze rovers een bijzondere haat aan de dag leggen tegen geloof en godsdienst. 0m volledig te zijn moeten we nog vermelden dat heel wat gegoede burgers deel uitmaken van deze roversbenden. Waren deze burgers misschien bekommerd om de nood van de massa te lenigen of konden zij eenmaal in de greep van de bende niet meer terug? Waren zij misschien slachtoffers van hun sociale bewogenheid of wilden zij gebruik makend van de bendeleden, proberen het bestaande regime, dat zoveel onheil gebracht had, te verbeteren? Op deze vragen hebben we niet zo maar een antwoord.

Vanwaar de naam Bokkerijders?

De geschiedschrijvers die over de Bokkerijders publiceerden, geven een tweevoudige uitleg: enerzijds lieten de Bokkerijders de massa in de waan dat zij beroep deden op de duivel om, gezeten op een zwarte bok, zich door de lucht met een onbegrijpelijke snelheid her en der te verplaatsen. Anderzijds wordt ook als mening vooropgesteld dat de benaming Bokkerijders zijn oorsprong vindt in het feit dat vele leden hun eed afleggen bij een zilveren bok.

Keren we nu terug naar de Bokkerijders die rond 1780 opereerden in Ophoven-Geistingen en waarbij de familie Rutten betrokken was.

Hetgeen hierna volgt komt voor ’t grootste deel uit het merkwaardig boek van Thieu Wieërs “We zullen U met assen lonen“, uitgegeven door de Geschied- en Heemkundige Kring Kinrooi in 1985.

De eerste brandbrief werd op Kerstdag 1782 gelegd bij Marten Rutten, geboren te Kessenich op 14 februari 1721, gehuwd te Ophoven op 16 september 1742 met Ida Van de Weem. Sinds 3 juli 1753 was deze Marten Rutten schepen te Ophoven. Hij bewoonde het huis Merrehof, gelegen op de huidige Merrehofstraat te Ophoven, maar thans gesloopt.

In deze eerste brief werd een bedrag van 200 gulden geëist dat moest gedeponeerd worden achter het kapelletje te Ophoven. De tweede brandbrief werd aan Marten Rutten bezorgd op 18 januari 1785, bijna twee jaar later. Deze keer moest er 100 gulden gelegd worden onder een steen aan het beekje tussen Ophoven en Geistingen. Tot tweemaal toe werd het geld gelegd en opgehaald. Bij het geld van de tweede brief had Marten Rutten een brief gelegd waarin hij schreef te hopen dat het geld bij de juiste persoon terecht gekomen was en dat de nood zou voldaan zijn. Op 21 januari 1785 was er een derde brandbrief waarin 200 gulden gevraagd werd maar nu te leggen aan de Lincoul. Ook dit geld werd gelegd en opgehaald. Op woensdag 23 februari 1785 kwam de vierde brandbrief voor Marten Rutten waarin 700 gulden geëist werd; indien aan de eis niet voldaan werd, zou de boerderij te Kinrooi, de Merrehof en Boomgaardhof in brand gestoken worden. Nu werd het voor Marten Rutten toch wat al te gortig en hij schreef terug dat hij met het geven van zoveel geld zeker maximaal voldaan had. Hierop volgde op donderdag 24 februari 1785 vanwege de Bokkerijders een dreigbrief gericht aan Marten Rutten.

De leden van de Bokkerijders die in de streek van Maaseik opereerden, waren meestal afkomstig van Maaseik, Ophoven, Geistingen en Kessenich. De eed werd afgelegd in het huis van Henricus Houben te Maaseik of in de kapel te Ophoven, gelegen langs de Linderweg, dicht bij de Venlose steenweg in de volgende bewoordingen: “Ik ………. zweer God af en de duivel aan, en dat de duivel mij de hals zal breken zo ik iemand zal verraden; en zo ik gevangen zijnde in de pijnen van de tortuur iemand zou verraden, dat altijd zal herroepen”.

Deze tortuur was niet mals: Men begon met koud water, vervolgens uithongeren en dan een aantal andere praktijken zoals duimschroeven. Indien ook dit niet hielp, werd overgeschakeld op de beenschroeven. Dit waren planken met daarin gaten aangebracht. De beschuldigde werd met zijn benen en armen in deze gaten gestoken. De ijn was zo afgrijselijk dat de betichten altijd bekenden zelfs al waren zij onschuldig.

Waar liep het mis en welke rechtbank sprak recht?

Op zondag 13 februari 1785 had de 28 jarige Henricus Houben - niet te verwarren met Henricus uit Maaseik - van Ophoven zich verstopt in een boom zodat hij goed zicht had op de plaats aan “de dikke linj“ te Ophoven waar het geld van zijn buurman Jasper Gielen gelegd was. Op een gegeven ogenblik zag hij Leonard Ramaekers en Heiliger Vissers, de eerste uit Ophoven en de tweede uit Geistingen de plaats naderen waar het geld verbor en zat. Plots liet Henricus Houben zich uit de boom vallen zodat de twee dieven zonder buit op de vlucht sloegen.

Op 26 februari 1785 kon men te Maaseik Henricus Houben uit Maaseik als leider van de bende aanhouden met heel wat arrestaties als gevolg. Op verzoek van landscholtis Van der Meer van Maaseik verschenen de aangehouden bokkerijders, naargelang hun woonplaats, voor de rechtbank: Voor Ophoven en Geistingen was dat de schepenbank te Horn, voor Kessenich was het de schepenbank te Kessenich en voor Maaseik de schepenbank aldaar.

Eenmaal tot de strop veroordeeld werden de bokkerijders, één per kar en vergezeld van een priester naar de galgeberg gebracht. Voor Horn was de executie-plaats gelegen halfweg Haelen en Horn, voor Kessenich lag de galgenheuvel tussen Kessenich en Kinrooi en voor Maaseik worden er alleszins voor de eerste bende, geen betichten opgehangen gezien er twee konden ontsnappen en Henricus Houben in de gevangenis stierf.

Voor de bendeleden van Kessenich werd alleen Jan Melchior Croussen opgehangen. Voor Ophoven Geistingen lag het aantal executies betrekkelijk hoog: veertien op een bevolking van ongeveer 739 inwoners.

Even was het “terrorisme” stil gevallen, maar enkele jaren later, vanaf 1793, steekt te Maaseik een tweede bende de kop op waartoe evenwel geen bewoners van Ophoven, Geistingen of Kessenich behoorden.

Was Philip Mertens de leider van de Bokkerijders?

Philip Mertens was geboren te Heythuizen op 18 maart 1753 als zoon van Sibertus Mertens en Cornelia Rutten. Zijn moeder was een zuster van Marten Rutten, schepen te Ophoven waarbij vijf brandbrieven gelegd werden. Vanaf 18 jaar en dit voor de duur van 4 jaar was hij soldaat in de Franse legers en racht het tot meester-schoenmaker.

Op 6 oktober 1778 trouwde hij met Maria Agnes Op ’t Eynde van Stokkem. Na een verblijf te Stokkem en te Neeritter waar hij op 4 april 1780 van Peter Cornelis Claeren een huis kocht nabij de moestuin van de pastoor vestigde het gezin Mertens-Op ’t Eynde zich in juni 1783 te Ophoven waar zij een herberg en een winkel uitbaatten in de straat thans Maasstraat genoemd. Philip oefende bovendien de stiel van schoenmaker uit.

Zoals we reeds eerder schreven begonnen vanaf 1782 de Bokkerijders te Ophoven en omgeving te opereren. Bij zijn aanhouding op 25 februari 1785 beschuldigde Leonard Ramaekers Philip Mertens ervan dat hij ook zijn deel bekomen had van de brandbrieven aan Dirk Box, Jasper Henckens en Jan Mathijs Deben uit Geistingen.

Toen hij, voelde dat het hem te Ophoven te warm werd, vluchtte Philip eerst naar Heythuizen en nadien naar Antwerpen.

Door een valstrik van de familie van zijn vrouw werd hij aangehouden en overgeleverd aan het Pruisisch Leger. Na een jaar wist hij te deserteren om zich dan samen met zijn vrouw in 1790 te vestigen op de Veemarkt te Antwerpen. Naast Philip Mertens woonde de Nederlandse familie Mathourné. In september 1790 ontdekte men de twee lijken van het echtpaar Mathourné. Een onderzoek werd ingespannen en Mertens werd op 27 november 1791 aangehouden. Zijn dossier, dat op 9 maart 1792 samengesteld was, omvatte niet minder dan 53 betichtingen waarvan er 30 betrekkking hadden op zijn lidmaatschap van de Bokkerijders. De 23 andere sloegen op de moord op de familie Mathourné. Mertens werd verdedigd door advocaat Bonhouille.

Op 3 juli 1792 begonnen in de benedenkamer van het Steen de folteringen. De eerste foltering doorstond hij zonder bekentenissen af te leggen. Tijdens de volgende folteringen bekende hij maar “los van de banden” trok hij zijn bekentenissen in. De moeder van Mertens, Cornelia Rutten, wendde zich tot de gouverneur-generaal van de Oostenrijkse overheid maar het verzoek werd afgewezen en de folteringen begonnen opnieuw op 1 augrstus 1792. Hij bekende eerst maar trok nadien alles in. Dan was er tot april 1793 een onderbreking van het proces. Zijn advocaat riep nog procedurefouten in, wijzende op het overschrijden van het aantal folteringen dat maximaal bepaald was op drie. Philip Mertens werd zevenmaal gefolterd. De eis werd afgewezen.

Op 20 september 1793 werd hij ter dood veroordeeld en ’s anderendaags op 21 september 1793 op de Grote Markt te Antwerpen “als brandbriefschrijver, afswender Gods, dief ende moordenaar“ geworgd en geradbraakt.

De heer Raymond Swerts, vrederechter van Bilzen hield op 14 december 1964 voor de vriendenkring der Limburgse politieofficieren een referaat over de gerechtelijke werking in de 18de eeuw en koos als concreet geval het proces Philip Mertens uit. Uit zijn eindbesluit citeren we de volgende tekst:

“U hebt samen met mij de bittere kelk tot het einde gedronken. Ik heb U niets willen besparen om U met des te meer duidelijkheid aan te tonen tot welke uitspattingen en hemeltergende onrechtvaardigheid een systeem kan leiden waar het recht vervangen wordt door willekeur. Dit zal nog scherper opvallen wanneer ik U ze dat dit systeem van de scherpere examinatie wettelijk al drie jaar was afgeschaft wanneer het op Mertens werd toegepast en dat er in gans het dossier buiten zijn bekentenis op de U bekende wijze afgedwongen, geen enkel overtuigend bewijs was van zijn schuld”.

Bronnen:

  • Het Proces Mertens - R. Swerts, vrederechter - Tongeren
  • Wij zullen U met assen lonen - Thieu Wreërs - Kinrooi

Philippus Mertens, +1793
Philippus Mertens, +1793

Tekening Gemeentearchief Antwerpen

Historische terminologie

Ab intestato
zonder testament.
Agent municipal
aangestelde in de gemeente onder de Franse tijd.
Armentafel
weldadigheidsinstelling‚voorloper van C.0.0. en O.C.M.W. .
Baptisare
dopen.
Bunder
oppervlaktemaat van 83a20ca.
Cavieren
borg blijven voor.
Daalder
zilveren muntstuk met een waarde van 30 stuivers.
Ducaton
gouden muntstuk met een waarde van 5 gulden en 5 stuivers.
Gichtenboek
bijhouden van registers van het plaatselijk gerecht. Gicht betekent overdracht of gift.
Gulden
waarde 20 stuivers. Hornse gulden 12 stuivers.
Halfwin
de opbrengst van de akkergewassen en vee werd gedeeld door de pachter en de eigenaar van de boerderij.
Helder
houder van hof.
Laathof(bank)
instelling die moest zorgen voor het innen van de belastingen die op de goederen rustten en kleine straffen toekennen bij niet-betaling.
Makler (mud)
inhoudsmaat gelijk aan 6 vaten. Een vat is 23,34 liter.
Matrimonium contraxere
het huwelijk voltrekken.
Meier
vertegenwoordiger van de landsheer in de gemeente maar ook openbaar ministerie bij een lagere rechtbank.
Patlacon
zilveren munt met een waarde van 48 stuivers.
Renuntieren
afstand doen van.
Roede
oppervlaktemaat van 2 a 07 ca.
Rolregister
verslag of notulen van rechtszitting.
Scabinus
latijnse benaming voor schepen.
Schepen
een lid van de schepenbank of het schepenhof‚ het plaatselijk gerecht.
Scholtis
0penbaar ministerie bij een hogere rechtbank.
Stadhouder
plaatsvervangcr van de landsheer.
Stuiver (solidus)
gouden muntstuk met een waarde van 1/20 van een gulden.
Tocht
vruchtgebruik.
Toust
pachtovereenkomst.
Vertegen
afstand doen van.
Vrecht
oppervlaktemaat van 21a80.

  1. akte notaris Eyben, Neeroeteren, 5 mei 1887 ↩︎

  2. akte notaris Schoolmeesters, Maaseik, 12 juli 1912 administratie kadaster ↩︎

  3. notarieel testament notaris Dandoy, Maaseik, dd. 15.4.1937 ↩︎

  4. akte van notaris Charles Van Cauwelaert, Maaseik, dd. 20.10.1959. Kadaster Hasselt. ↩︎

  5. Notaris Leenders, Maaseik, nrs. 2963, 138 en 62 ↩︎

  6. Notaris van den Borne, Maaseik, nr. 4584 ↩︎

  7. Akte van notaris Ch. Van Cauwelaert, Maaseik, van 7 mei 1985. ↩︎

  8. akte notaris Lemmens, Maaseik, 28 maart 1907 ↩︎

  9. Akte notaris Indekeu, Neeroeteren, 10 maart 1933. ↩︎

  10. Akte notaris Schoolmeesters, Maaseik, 7 augustus 1862. ↩︎

  11. akte notaris Lemmens Maaseik dd. 30.1.1910 ↩︎

  12. akte notaris Schoolmeesters Maaseik dd. 1591925 ↩︎

  13. akte notaris Vanormelingen Tongeren dd. 13.12.1925 ↩︎

  14. Waar men gaat langs onze wegen - Uitgave Heemkundige Kring Kinrooi ↩︎

  15. akte notaris Indekeu Neeroeteren dd. 15.3.1963 ↩︎

  16. Oude Hoeven te Ophoven Geistingen, Oude Land van Loon, 1961, De geschiedenis van Kessenich, P. Henkens ↩︎

  17. Oude Hoeven te Ophoven Geistingen, Oude Land van Loon, 1961 ↩︎

  18. Gichtenregister Ophoven nr. 19 f. 100 - R.A.H. ↩︎

  19. Oude Hoeven te Ophoven Geistingen, Oude Land van Loon, 1961 ↩︎

  20. Ophoven Geistingen door de eeuwen heen, D‚ Snijders en J. Geerkens ↩︎

  21. Ophoven Geistingen door de eeuwen heen, D. Snijders en J. Geerkens ↩︎

  22. Thieu Wieërs, Familiearchief, Henckens ↩︎

  23. J. Paquay, verkoop Domeingoederen 1928 ↩︎

  24. Akte notaris Grootjans, Diest, dd. 30.11.1965 ↩︎

  25. Akte notaris Indekeu, Neeroeteren, dd. 3.2.1967 ↩︎

  26. Akte notaris Smets, Maaseik, dd. 20.4.1881 ↩︎

  27. Piet Henkens, De geschiedenis van Kessenich, pag. 546 ↩︎

  28. Inventaris A. D’Hoop, rijksarchief Maastricht (nr. 19019) ↩︎

  29. Akte notaris Claessens, Maaseik - rijksarchief Maastricht (nr. 730) ↩︎

  30. Akte notaris Verstraeten, Maaseik dd. 26.11.1891 ↩︎

  31. Akte notaris Simon Schoolmeesters, Hamont dd. 12.10.1918 ↩︎

  32. Uittreksel hypotheekbewaarder Tongeren, dd. 1521927 ↩︎

  33. R.A. Hasselt, Burgerlijke stand Kessenich, nr. 527 ↩︎

  34. Dao raostj gét nr. 2-1988 en nr. 3-1989 Heemkundige Kring, Kinrooi ↩︎

  35. Registers Schepenbank Ophoven (1674-1704) ↩︎

  36. Schepenbank Ophoven, gicht nr. 21 dd. 27.6.1716, R.A.M. ↩︎

  37. Dao raostj gét nr. 3-1989 Heemkundige Kring Kinrooi ↩︎

  38. Dao raostj gét nr. 3-1989 Heemkundige Kring Kinrooi ↩︎

  39. Piet Henkens, De geschiedenis van Kessenich, pag. 542 + 543 ↩︎

  40. Akte notaris Schoolmeesters, Maaseik, dd. 17.9.1847 ↩︎

  41. Akte notaris Schoolmeesters, Maaseik, dd. 27.11.1926 ↩︎

  42. Akte notaris Indekeu, Neeroeteren, dd. 15.2.1988 ↩︎

  43. Akte notaris Schoolrneesters, Maaseik dd. 251866 ↩︎

  44. Akte notaris Verstraeten, Maaseik dd. 1551887 ↩︎

  45. Notarieel testament geopend door notaris Lemmens van Maaseik op 2.3.1901 ↩︎

  46. Akte notaris Humblé, Maaseik dd. 8.6.1931 ↩︎

  47. Familie archief, document 30 april 1802 ↩︎

  48. Akte notaris SchooMeesters, Maaseik, dd. 8 september 1852 ↩︎

  49. Akte notaris Schoolmeesters, Maaseik dd. 6.12.1853 ↩︎

  50. Akte notaris Schoolmeesters, Maaseik dd. 2611854 ↩︎

  51. Registratie-document 2781930 ↩︎

  52. Akte notaris Lemmens, Maaseik dd. 6.2.1916 ↩︎

  53. Akte notaris Schoolmeesters, Maaseik dd. 19.2.1926 ↩︎

  54. Akte notaris Dandoy, Maaseik, dd. 8.8.1939 ↩︎

  55. P. Henkens, De Geschiedenis van Kessenich, pag. 339 + 548 + 467 ↩︎

  56. Bevolkingsregisters, Kessenich, telling 1881-1890, p. 91 ↩︎

  57. Akte notaris Indekeu, Neeroeteren, dd. 8.2.1921 ↩︎

  58. Registers bevolking en burgerli’ke stand, gemeente Ophoven ↩︎

  59. Akte notaris Hermans, Maaseik, dd. 7.3.1856 ↩︎

  60. Akte notaris Lemmens, Maaseik, dd. 611916 ↩︎

  61. Akte notaris Dandoy, Maaseik, dd. 9.4.1943 ↩︎

  62. Akte notaris Drieskens, Houthalen, dd. 1.2.1978 ↩︎

  63. P. Henkens, De Geschiedenis van Kessenich, 1979, pag. 131 ↩︎

  64. Akte notaris Van Cauwelaert, Maaseik dd. 21.11.1953 ↩︎

  65. Bevolking register, Maaseik, 1830 II f. 198 ↩︎

  66. Burgerlijke stand, Maaseik, 1838 ↩︎

  67. Bevolkingsregister, Maaseik, III f. 255, 1847-1850 ↩︎

  68. Het Belang van Limburg, 9 februari 1983, De Zuivelfabriek te Geistingen ↩︎

  69. Hypotheekbewaarder Tongeren akten van 17.11.1933 nr. 3060-38-784 vak 589 en vgl. +akte van 21.11.1943 nr. 3683-30 ↩︎

  70. Dao raostj gét, nr. 2-1988, Heemkundige Kring Kinrooi ↩︎

  71. Thieu Wieërs, Wij Zullen U met assen lonen, 1985 ↩︎

  72. J. Paquay, Verkoop van domeingoederen in Limburg, 1928 ↩︎

  73. Akte notaris H.S.J. Schoolmeesters, Maaseik (nr. 4099) R.A.M. ↩︎

  74. Briefwisseling familie de Potesta ↩︎

  75. Akte notaris Verstraeten, Maaseik, dd. 26.12.1891 ↩︎

  76. Akte notaris Delvoie‚ Tongeren, dd. 23.7.1919 ↩︎

  77. Akte notaris Delvoie‚ Tongeren, dd. 28.2.1920 ↩︎

  78. Dagboek van Jan Rutten 1799-1871 ↩︎

  79. Schepenbank Neeritter, 23.11.1662, inv. 43 R.A.M. ↩︎

  80. Schepenbank Neeritter, 15.5.1727, inv. 44 R.A.M. ↩︎

  81. Sehepenbank Kessenich, 31.7.1730, reg. 10 R.A.H. ↩︎

  82. Schepenbank Neeritter, 19.12.1765, inv. 45 (1734-1776) ↩︎

  83. Schepenbank Neeritter, 24.7.1768, inv. 45 R.A.M. ↩︎

  84. Familie Rutten Archief ↩︎

  85. M. Rutten, De Ruttenstam in het Maasland, 1973, pag. 68 ↩︎

  86. Akte notaris H.S.J. Schoolmeesters, Maaseik, 26.1.1854 ↩︎

  87. Testament notaris Hermans, Maaseik, 16.1.1868 ↩︎

  88. Akte notaris H.J.K.F. Frische, Thorn, 13.6.1877 ↩︎

  89. Akte notaris J.H.M. Nijsten, Weert, 13.7.1767 ↩︎

  90. Piet Henkens, De Geschiedenis van Kessenich ↩︎

  91. Akte notaris Schoolmeesters, Maaseik, dd. 26.4.1895 ↩︎

  92. Akte notaris Schoolmeesters, Maaseik, dd. 9.2.1920 ↩︎

  93. Akte notaris Indekeu, Neeroeteren, 2 juni 1918 ↩︎

  94. Akte notaris Ch. Van Cauwelaert, Maaseik, 3 september 1967 ↩︎